Magnificent Malaysiae

Langkawi Island

De laatste week hebben we besloten om ons reisschema aan te passen. In Sabah was het slecht weer en het zou slecht weer blijven. Aangezien we liever met zon buiten zitten dan met regen binnen, zijn we niet naar Sandakan gegaan maar naar het tropische eiland Langkawi in west-Maleisië. Voor 50€ p.p. konden we een binnenlands vluchtje boeken en drie uur later stonden we op de luchthaven van Langkawi. Met een Uber-taxi werden we voor 20 Ringit (4€) naar ons hotel 25 km verderop gebracht. Langkawi heeft mooie witte stranden en een hele warme blauwe zee die ons meteen uitnodigde om er in te springen. Binnen een half uur waren onze ruggen helemaal rood verbrand. Dju, dit hadden we niet verwacht. We boekten een hotelletje voor nog geen 18€ per nacht. Mét airco maar helaas geen gouden kraan op de wastafel waarbij het water automatisch hoort te gaan lopen als je je handen voor de sensor beweegt. Soms sta ik dan voor zo’n wastafel op mijn Hans Kloks met armen en benen te zwaaien alsof ik een complete Airbus moet laten verdwijnen. En dan nog geen water. Nee, dan liever eenvoudig. Het zal me ook een rotzorg wezen als de voegen van de tegeltjes niet overal even breed zijn. De stranden waren erg mooi en er lag niet veel troep. Iets wat je wel eens vaker tegenkomt op plekken waar veel Chinezen komen. Of er valt wat uit hun mond of uit hun handen. Dweilen met de kraan open. Maar wonder boven wonder hielden ze zich hier ook aan de regels. Op het strand is veel vertier. Zeker het ‘s avonds. Vanuit een zitzak kun je de dag met de voetjes in het zand lekker van je afbieren. Jonge mannen verzorgen een vuurspektakel waarbij ze stokken in wasbenzine dopen en deze vervolgens in de hens zetten. Daarna gaan ze er heel snel mee ronddraaien zoals bij ons de meiden van marionettengroepen dat doen.Aan de Ah Chong Beach bar aan het Cenang-strand namen we eerst een Snicker-milkshake. Barman Yusri. Eerst dacht ik dat er een soort chemisch goedje inging met een Snicker-smaakje maar nee, er werd een complete Snicker door de blender heen gejaagd samen met wat melk en twee bolletjes vanille-ijs. Héérlijk. Wie het nat maakt mag het weglikken. Daarna begonnen we maar aan het bier. Tiger bier uit Singapore. Lekker koud op zo’n warme dag. Het was ook niet normaal deze dag. Ik zweette als een dame van lichte zeden tijdens happy hour. Het ene biertje na het andere biertje werd naar binnen gehakt. Ik heb het bieren maar op mijn bucketlist gezet. Dan lijkt het nog alsof ik deze trip iets gepresteerd heb. Er kwam een man naast ons zitten. Hij luisterde naar de naam Frits en gaf Frans les in Nijmegen. Hij had al zijn overuren opgepakt en was bezig om van vier maanden vakantie te genieten. Echter, in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja werd Frits ziek. Hij voelde zich niet lekker. Hij had een lichte koorts en voortdurende keelpijn. Hij besloot in het ziekenhuis een bloedtest te doen. En jawel hoor. Hij was gestoken door een mug die het Dengue-virus bij zich droeg. Frits lag vijf dagen op intensive care met de gedachte dat er méér mensen door muggensteken waren overleden dan in alle oorlogen bij elkaar. Hij had het de week ervoor in Vietnam opgelopen en pas in Cambodja had de ziekte zich geopenbaard. Hij had besloten om het gebied te verlaten en naar Maleisië af te dalen. Hij sprak nog erg onsamenhangend maar dat kon ook aan het bier gelegen hebben. Cenang-beach kent heel veel eettentjes die praktisch allemaal Aziatisch georiënteerd zijn. Superlekker ! Tegenover ons hotel stond een lopend buffet op straat met allemaal lekkers. Je propte je bordje gewoon vol met datgene wat je lekker vond en je rekende incl. een vers ananas sapje gewoon vier euro af. Dit was dan ons ontbijt. En dan huiver ik weer bij de gedachte dat ik thuis brood met pindakaas mag eten😩. Achja, ik denk maar zo: als ik lekker eten, bier drinken en roken opgeef dan zal ik niet lánger leven. Het lijkt alleen langer 😉🤛🏻. Achteraf gezien een juist besluit om naar dit eiland te komen. Ik ben altijd goed geweest in besluiten maken. Knopen hakken. Of het besluit achteraf gezien goed of fout was maakt niks uit. De weg van het leven is geplaveid met platte egeltjes. Zij konden helaas geen besluit maken. Met deze woorden sluit ik deze Maleisië blog af en maken we ons op voor de volgende reis in december: een roadtrip door het koninkrijk Oman. Weer eens wat heel anders. We verheugen ons nu al op het bezoeken van de vele Wadi’s. Bedankt voor het lezen ☺️. Doei ! 🙋🏻‍♂️🙋🏻‍♂️🙋🏻‍♂️

Gunung Mulu National Park

Het twee propellervliegtuigje stuiterde driemaal op de grijze strip die in het oerwoud was aangelegd en ging meteen vol in de ankers om niet achter de wel heel korte landingsbaan te belanden. Het leek wel alsof we in een aflevering van Flying Doctors zaten. De deur werd geopend en we zagen voor het eerst in 10 dagen een helder blauwe lucht. De luchtvervuiling, die gemeten wordt in API (Air Pollution Index) was hier 40 i.p.v. de 250 in Kuching, Kuala Lumpur en Singapore. De wind stond de andere kant op zodat de zwarte rook uit brandend Indonesië dit stuk van Sarawak gelukkig miste. In de “aankomsthal” stond een oude verroeste cola-automaat. Voor zover het hoogtepunt van de aankomsthal. Ohja, de bagagebelt van drie meter lang. Een medewerker pakte een koffer van de truck, legde hem op de bagagebelt, gaf hem een hengst en drie meter verder rolde de koffer weer van de bagagebelt af 😂. Welkom in Gunung Mulu. Een nederzetting midden in het oudste oerwoud ter wereld. Alleen bereikbaar met een vliegtuig. Iedere tube tandpasta, bus Pringles of korrel rijst komt hier via de lucht. Met een verroest busje met half volle banden en uitgetypiseerde remmen werden we naar onze lodge op palen gebracht. De kamer was héél eenvoudig. Van 20:00-01:00u werd de stroom verzorgd door een aggregaat. Daarvoor en erna was er helaas geen stroom. Alleen de kamerventilator draaide op een zonnecel. Een telefoonverbinding was er niet. Laat staan internet. Maar het uitzicht was adembenemend 😍💥.Naast de lodge stroomde de rivier en achter de lodge begon het gebergte. Met hetzelfde busje werden we naar de entree van het Nationaal Park gebracht. In ons groepje zat een Duits stel. De vrouwelijke helft trok een gezicht als een oorwurm en was gedurende de hele trip dermate chagrijnig dat ik dacht: “is je kuthumeur je enige voorbehoedsmiddel of gebruik je ook nog iets anders ?” Met een gids liepen we in een uur tijd naar de Deer and Lang Cave, de tweede grootste grot ter wereld. Hier is onze landgenoot en bioloog Peter Hovenkamp twee maanden geleden verdronken toen tijdens een helse regenbui de aangrenzende rivier ineens als een tsunami de grot binnen kwam. De andere toeristen uit het groepje kwamen met de schrik vrij en naar de gids hebben ze nog een dag moeten zoeken. Lees het krantenartikel hier. De gids die ons begeleidde wilde het er liever niet over hebben. Het zat hem nog altijd niet lekker. Het begon heel licht te regenen. Dit voelde zo lekker. De regen was warm en de kleine druppeltjes zorgden voor verkoeling in deze bloedhete jungle waar temperaturen van 40c met gemak werden gehaald. De op één na grootste grot ter wereld herbergt drie miljoen kleine en grote vleermuizen die ‘s avonds allemaal de grot verlaten om op insecten te gaan jagen. Iedere vleermuis eet ongeveer 5 gram aan insecten tijdens zo’n tochtje. Een snelle rekensom leert dat er dan voor 15000 kg aan muggenvlees wordt verorberd. Maar ik realiseerde me dus ook heel snel dat er ook voor 15000 kg aan stront verscheten moest worden. Aangezien vleermuizen alleen poepen als ze op hun kop hangen tijdens daglicht zou dat betekenen dat in dat uurtje dat we in de grot zouden zijn we ons moesten voorbereiden op het ontwijken van 937,5 kg stront welke omlaag zou vallen. Als je dan ook nog eens bedenkt dat deze stront besmet is met rabiës dan laat je bij binnenkomst van de grot je lollie wel in het cellofaantje. De grot is inderdaad immens groot. Je kunt er met gemak een flatgebouw in kwijt. We bezochten ook de Cave of the winds en de Clearwater cave. De Clearwater cave is met zijn 220 km qua lengte een flink stuk groter. Kun je je voorstellen ? Een grot van Sittard naar Amsterdam ? Rond 18:00u namen we plaats in een soort buitentheater. Van hieruit kon men vanuit houten ligstoelen omhoog kijken en de drie miljoen vleermuizen de grot uit zien fladderen. Machtig mooi om te zien. De Mulu Canopy Skywalk stond als laatste op het programma. Hele smalle hangbruggen van twee plankjes breed waren tussen twee bomen op 40 meter hoogte met touwen en kabel gespannen. Je liep als het ware een parcours van 500 meter van boom tot boom, alleen dan hoog in de lucht. Angelica had dit nog nooit gedaan en vanwege haar hoogtevrees was ze al drie dagen aan één stuk aan de dunne. Ik ging als eerst, Angelica zou volgen en de gids zou als laatste gaan. Ze zette haar eerste voetje op de brug. Deze bewoog heel rustig heen en weer. Ik keek in haar ogen en zag toch wel haar angst om 40 meter omlaag te vallen. Begrijpelijk. Ik besefte natuurlijk ook wel dat in Maleisië de controle op de kwaliteit van deze hangbruggen niet zo is als dat deze bij ons in NL zou zijn. Het plaatselijke groene mos op de planken nodigde uit om uit te glijden. Het vangnet aan weerszijden zag ook niet lekker uit en ik kon me ook moeilijk losmaken van de gedachte dat in dit soort landen eerst iemand te pletter moest vallen voordat die vangnetten vervangen zouden worden. Maar ik hield wijselijk mijn mond. Onderweg zagen we een aantal papegaaien. Ik bedacht me ineens wat de persoon die als eerste een papegaai hoorde praten, gedacht moet hebben:” ik word gek ???”. Na 20 hangbruggen bewandeld te hebben wist Angelica eenmaal op vaste bodem een lichte “Yesjjj” uit te roepen. Ze had het gehaald ☺️🤛🏻💥. In het donker wandelden we vanuit de jungle terug naar de basis. Om ons heen vlogen van die dikke vliegende insecten. In El Salvador vloog eens zo’n halve ufo in mijn oog. Die blauwe plek wat ik er aan overhield wandelde de twee weken erna door mijn hele gezicht en eindigde links onder mijn neus. Het beestje zelf was op slag dood. Door mijn maatje 44. Morgen gaan we met een vliegtuigje naar Langkawi, west-Maleisië. Eens kijken wat daar te doen is. Doei !

Manukan Island, Sutera Sanctuary lodge

Vandaag gingen we naar een ieniemienie eilandje in de Chinese zee.Met een speedboot werden we vanuit de haven van Kota Kinabalu naar het boemerangvormige eilandje gebracht. Gastheer Adamz -met Brabantse roots- heette ons van harte welkom en gaf ons meteen het gevoel dat we hier thuis waren. De houten lodge, met prachtig uitzicht op zee, voelde door de airco al lekker fris aan. De koelkast was voorzien van gratis drank en verder was de lodge heel modern knus ingericht. ‘s Avonds werd aan tafel door een kok vlees en vis klaargemaakt. Een driekoppig bandje speelde “sweet home Alabama” op hun gitaar. Om ons heen liepen een drietal Komodo-varanen die we niet mochten aanraken. Één zwieperd met hun dikke staart zou heel pijnlijk zijn. Bij Sunsetpoint kun je genieten van een supermooie zonsondergang. Hierbij wandel je eerst over een pad van 1,5 kilometer door de jungle. Het ontbijt is heel gevarieerd want je kunt kiezen uit een zestal menu’s. Angelica had de pancakes en ikzelf de rijk gevulde vissoep. ‘s Middags waren we even de zee ingegaan. Het water was lekker warm en de visjes zwommen om ons heen. Overdag bezoeken dagtoeristen het eiland maar na 16:00u hadden we praktisch het hele eiland voor onszelf☺️💥👌🏻

Taman Negara Borneo, Bako National Park

We werden al vroeg bij ons hotel in Kuching opgepikt door onze gids. In een klein, gezellig vissershaventje namen we plaats aan boord van een klein, houten motorbootje. Deze bracht ons vliegensvlug naar het zandstrand van Bako NP. We moesten van de kapitein tijdens het uitstappen in zee uitkijken voor krokodillen want deze schenen heel kort aan het strand te zitten. We deden onze schoenen uit en sprongen één voor één van de boot voorzichtig in het water. De Maleise kapitein vroeg waar we vandaan kwamen. “Nederland”: riep ik met harde stem om de nog lopende buitenboordmotor te overstemmen. De man moest hard lachen. Er lopen hier apen rond die ze “Nederlanders” noemen. De officiële naam luidt de Proboscis monkey maar de Maleise bevolking noemt deze aap Orang Belanda ofwel de Nederlander, waarmee ze de gelijkenis met de eerste scheepslui en missiepaters bedoelden, die in de 17e eeuw op Borneo voet aan wal hadden gezet. Zij hadden in de ogen van de lokale bevolking net zo’n grote lange neus en een bolle buik als de neusaap. Tja…. daar stond ik dan als Nederlander met bierbuikje tot mijn knieën in het water. Angelica en de kapitein moesten lachen. Vervolgens begon hij over Wesley Sneijder, Arjen Robben en Rafaël van de Vaart en zijn mooie vrouw Sylvie Meis. Ouch, wrong touch. Ik moet dat wijf niet. Dat zijn geen vrouwen maar gold-diggers pur sang. Ze laat geen kans liggen en gaat liggen als ze de kans krijgt. Ze heeft meer zakken op haar kin gehad dan de kolenboer van Munstergeleen vroeger op zijn rug. Meteen bij aankomst werden we verwelkomd door een tweetal neusapen. Eigenlijk dé reden om naar Bako NP te gaan. Ze zaten heel kortbij en dit was mijn Kodak-momentje. Ze hadden echt een dik buikje en een neus welke me deed denken aan een vriend van me uit Sittard (W.P.-> 😘😂👌🏻). Even verderop zagen we een aantal gifgroene slangen. Volgens onze Chinese gids Alex (Chinezen hebben allemaal een Engelse bijnaam) was dit de Pope’s Pit Viper. Dit weet ik zeker omdat Alex een krasje op zijn tong had en alles 20x tot vervelens toe herhaalde. Hun giftandjes in onze handjes zou het gif in het bloed door onze aderen transporteren en eenmaal aangekomen bij het hart de hartspier lamleggen. Dan ben je dus zwaar de lul. Met mijn zoomlens hoefde ik gelukkig niet té dichtbij te komen. Minder geluk had ik toen we aan de hike over de rotsen begonnen. Na een half uur zagen we een tweetal Siamang apen op een leuning zitten. Ik heb altijd een drietal lenzen in mijn tas. Ze hebben een klik samen. Échte cameraatjes. Ik had een lens op m’n camera zitten waarbij ik eigenlijk té dichtbij moest komen. Maar de apen vonden dit zo te zien niet erg. Ze gaapten zelfs uit verveling. Hun hoektanden werden hierbij ontbloot en waren zeker drie centimeter lang en vlijmscherp. Die waren niet bedoeld om blaadjes te kauwen. Die waren bedoeld om het vlees van het bot van hun prooi te scheuren. Om zich te verdedigen tegen té dichtbij komende fotografen. Om met hun tanden ons lichaam te penetreren en ons bloed te voorzien van de rabiës die ze al hun hele leven met zich meedragen. Alle apen, honden en katten in zuid-oost Azië dragen dit virus met zich mee en jaarlijks overlijden ook genoeg mensen hier aan. Mijn fototas lag open op de grond en ik besloot mijn telelens te nemen. Ik zette twee stappen achteruit. De aap keek me aan. Nog een stap achteruit. Ik mocht niets doen wat hem niet beviel. Zijn rabiës zou er dan voor zorgen dat hij ineens héél agressief zou worden. En dat werd hij ineens ! Hij wachtte op een moment dat hij de aanval in zou zetten. Het leek alsof hij mijn zwakke plek aan het zoeken was. Ik vroeg Angelica om mijn camera en cameratas te nemen en weg te gaan. Onder me lag de stok die ik had gebruikt tijdens de hike. Deze raapte ik langzaam op en verloor zijn ogen niet uit het oog. Toen brulde hij hard en kwam mijn richting op met wijd opengesperde mond, zijn vlijmscherpe gele tanden goed zichtbaar. Ik schreeuwde ook en maakte me groot en zwaaide met mijn stok zo hard ik kon. Waarschijnlijk had hij al vaker klappen van een stok mogen ontvangen want dit bleek te werken. Langzaam gingen we achteruit. Stapje voor stapje. Als een volleerd Aikido-fighter zwaaide ik met de stok heen en weer en produceerde van dat Bruce-Lee-katten-gemiauw wat ik heb geleerd tijdens mijn pubertijd toen ik mezelf naar het leven stond tijdens de uitvoering van mijn vechtoefeningen met mijn zelfgemaakte Tsjakko op mijn slaapkamertje. Alex, de gids, had het geschreeuw gehoord en vroeg wat er aan de hand was. Nadat we hem dat in geuren en kleuren hadden verteld deelde hij ons mee dat we veel geluk hadden gehad. De hike was supermooi. De trail bestond uit klimpartijen over rotsen en boomstammen. Steil omhoog en ook weer steil omlaag. We liepen over krakende houten bruggetjes en sprongen over kuilen in de grond. Onderweg kwamen we een legereenheid met vrijwilligers tegen. Ze waren al twee dagen aan het zoeken naar een 70-jarige Taiwanees die zijn twee vrienden was kwijtgeraakt in het uitgestrekte regenwoud. Aldus de plaatselijke krant in Kuching. Alleen locals vinden hier de weg terug. Ik vraag me sowieso af en toe af hoe mannen de hele wereld hebben kunnen ontdekken. Ik vind nog niet eens twee dezelfde sokken in mijn sokkenla. Bij het strand aangekomen namen we de boot terug naar ons hotel in Kuching. ‘s Avonds liepen we nog even over Carpenterstreet waar het Mooncake-festival al een week bezig was. Hier hebben we een drietal heerlijke octopus-en twee lamsspiezen gegeten en deze afgeblust met een paar lekkere, koele blikjes Tiger-beer.

Sarawak, Mooncakefestival

In de hoofdstad van Sarawak, Borneo bezochten we het jaarlijkse Mooncake-festival. Dit werd gehouden in de met gekleurde, papieren lantaarns verlichte Carpenter street van Kuching. Een maancake is een traditioneel Chinees gebakje welke je alleen in september en oktober kan eten. In de 14e eeuw werden briefjes in deze koekjes verstopt. Op deze briefjes stond de tijd en datum geschreven wanneer de Chinezen in opstand moesten komen tegen hun Mongoolse overheerser.cWij zagen de koekjes meer als een startsein om lekker te gaan eten en bier te gaan drinken. Werkelijk overal stonden eetkraampjes en we hadden nog nooit zo’n verscheidenheid aan eetwaar gezien. Het zag allemaal zo lekker uit maar het is heel moeilijk te beschrijven hoe iets uitziet of smaakt. We waren getuige van een bokswedstrijd midden op straat. Twee boksers gingen echt serieus met elkaar de strijd aan en hakten vol op elkaar in. We waren moe en wilden ergens zitten maar we zagen nergens stoeltjes. In een grote soort partytent zagen we nog enkele stoeltjes vrij. Snel gingen we er op zitten. Zo. Rust ! Om ons heen zaten mensen te wachten op het optreden dat voor onze ogen zou gaan plaatsvinden. Ineens was er opwinding. Een heel belangrijk iemand kwam de tent in en gaf iedereen een hand. Het bleek de burgermeester te zijn. Hij gaf ons een hand en met een lach heette hij ons welkom in zijn stad. We voelden ons een beetje beschaamd want we zaten in een tent met allemaal notabelen van de stad. Deze hadden we niet zien aankomen haha😂.

Sarawak, Semmenggoh Nature Reserve
Een dag later zouden we gaan overnachten bij afstammelingen van koppensnellers die vroeger dit gedeelte van Maleisië bevolkten. Op onze weg er naartoe stopten we bij het Semenggoh Nature Reserve. Jonge orang-oetans, die wees of gered zijn uit gevangenschap worden hier getraind hoe ze in het wild moeten overleven. Het succes van dit programma heeft het omliggende bosreservaat voorzien van een bloeiende populatie van jonge volwassen orang-oetans, die nu vrij in het wild leven. Ze brengen het grootste deel van hun tijd door in de jungle maar komen vaak terug naar het verzorgingscentrum om een gratis maaltijd te scoren. Geduldig wachtten we op de komst van een Orang-Oetan. Een bewaker probeerde met een lokroep en een mand vol lekkers de apen te lokken. Aangezien er geen hek was tussen ons en de Orang-Oetans moesten we heel voorzichtig zijn en de Orang-Oetans vooral niet in de ogen aankijken. Dat zouden ze kunnen zien als een provocatie en hun kunnen verleiden tot de aanval over te gaan. Opeens zagen we in het woud in de top van de bomen bladeren bewegen. De bewakers waren op hun hoede en maanden ons iets terug te gaan. Hij zou er aan komen. Het was een alfa-mannetje met de naam Ritchie. Hij kon heel agressief zijn en had al eens de keuken compleet vernield. Ze wisten niet welk humeur hij vandaag zou hebben. Daar kwam hij dan. Reusachtig groot. Slechts 10 meter van ons verwijderd. Gelukkig had hij meer oog voor de mand met lekkers. Het was een fantastische, spannende ervaring dit beest in het wild te mogen zien. Hierna bracht onze overenthousiaste begeleidster ons naar het longhouse waar u zouden blijven overnachten. Sarawak, overnachting bij de afstammelingen van de koppensnellers van de Iban-stam in een longhouse

In een longhouse woont een hele gemeenschap, soms bestaande uit wel zestig gezinnen. Een longhouse bestaat uit houten hutjes met metalen daken die gebouwd zijn op korte palen. Dit is gedaan omdat ze meestal gebouwd worden nabij een rivier. Alle huisjes zijn aan elkaar geschakeld dus je kunt als het ware in één wandeling door het dorp alle huisjes zien. Het oudere echtpaar Karum en Louis heette ons van harte welkom. Ze waren rechtstreekse afstammelingen van de Iban-stam. De Iban leven vooral van jagen en verzamelen en jagen vooral op boseekhoorns, zwijnen, honingberen, slankapen, neusapen, gibbons, ratten en verder al het andere dat eetbaar is. Iedere dag gaan de vrouwen van dit paaldorp om 05:30u de jungle in om planten en groenten voor deze dag te verzamelen. De woonkamer van ons verblijf was eenvoudig maar knus ingericht. Er stond een TV, een aantal stoelen en een eettafel. Aan de wand hingen een aantal op papier uitgeprinte foto’s. De keuken stond vol met spulletjes om lekkere gerechten te maken. Op de grond in de slaapkamer lagen twee matrassen waarop we zouden slapen. Twee ventilatoren zorgden voor enige verkoeling. We zitten op dit moment in het warmste seizoen van het jaar en het was zeker 38c op de kamer. De bosbranden in het nabij gelegen Indonesië zorgden voor een dikke rookwolk boven Maleisië. Dit zorgde voor nóg meer warmte. Louis nam ons mee naar de jungle welke naast het paaldorp lag. We gingen op zoek naar de waterval om te baden. Zelf nam hij een flesje shampoo mee. Met een groot kapmes kapte zijn schoonzus Tepioca-bladeren, Cassavawortels en bamboe-shoots en stopte dit in haar plastic zak. We liepen over kleine bamboe-bruggetjes steeds verder het nevelwoud in. Na een aantal kilometer bereikten we de mooie waterval en namen een afkoelend bad. Louis pakte zijn shampoo flesje en begon zich in te zepen. Hij vertelde veel over de aanwezige planten. Sommigen hadden geneeskrachtige werking en de mensen van het dorp gebruikten deze om te kunnen herstellen van een ziekte. Je kunt hier erg ziek worden van de steek van een mug. De Dengue-mug is hier aanwezig dus we hadden ons van te voren goed ingesmeerd met Deet. De mensen die hier wonen gebruiken andere middelen. Zo dragen ze in deze hitte lange mouwen, lange broeken en een muskietennet over hun hoofd. Verder weten ze precies waar de Dengue-mug zit. Stilstaand water proberen ze te vermijden.

Durian vrucht. Deze stinkt enorm

Fly trap. Een vlieg gaat op de heerlijke reuk van de plant af en glijdt vervolgens naar binnen, het water in de plant zorgt ervoor dat de vlieg verdrinkt. Daarna eet de plant de vlieg op.
Eenmaal thuis maakte Karyn een blijde indruk toen ze de groenten zag en meteen ging ze aan de slag en maakte een overhéérlijke curry van lemon gras, ginger, Tapioca bladeren, Cassava, bamboescheuten met vis en garnalen. Al deze producten kwamen vers uit de natuur en waren dus niet gekocht in een winkel. Na het eten liepen we door het longhouse. Er was één huisje waarin doodshoofden in een soort kooitje hingen. Deze zaten 200 jaar geleden nog vast aan een lichaam van een strijder die met zijn maten probeerde dit longhouse aan te vallen. Was de vijand gedood dan werd het hoofd vakkundig van de romp gesneden. Men sneed het hoofd met een scherp mes uit respect vanaf de nek naar de hals toe. De hals is namelijk het gedeelte waar de mond zit waarmee men eet, bier drinkt, rookt en ademt. Zou men andersom onthoofden dan zou dit een “bad karma” opleveren. Men bewaart deze schedels dus al 200 jaar als een soort trofee in deze hut. ’s Avonds werden we verblijd met een klein optreden van een lokaal bandje met een danseres. Angelica deed natuurlijk weer mee en ikzelf veinsde een knieblessure die ik had opgelopen na mijn val bij de waterval. Ik was weliswaar lelijk ten val gekomen toen ik uitgleed over een gladde rots maar had er gelukkig niets aan over gehouden. Maar het doel was bereikt: ik hou niet van dansen gewoon omdat ik het niet kan. En daarbij gaat iedereen dan naar me kijken wat het nog moeilijker voor me maakt. Na het optreden wilde de zanger met ons praten en hij was heel geïnteresseerd in ons land. Ik vertelde hem over de Gouden Eeuw, ons koloniale piratenverleden, onze strijd tegen de Spanjaarden en de zee. Deze man hing een uur lang aan onze lippen en stelde me vragen over Nederland die me nog nooit iemand me heeft gesteld. Na een gesprek van dik twee uur was het tijd om te gaan slapen.
Advertenties

12 gedachten over “Magnificent Malaysiae

  1. Wat een mooi verhaal weer van deze belevenis. En prachtige foto’s.
    “In een tent voor notabelen” je zal het maar gemist hebben hahaha.
    Dat eten zag er wel lekker uit.
    Dansje van Angelica ook 😀
    Geniet verder jullie vakantie😘💞

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.