Chefchaouen

Na vijf uur rijden kwamen we 340 km noordelijker aan in Chefchaouen. Onderweg hadden we ons verreden op de autosnelweg. Aangezien de volgende afslag 75 km verderop lag zouden we dus 150 km om moeten rijden. Daar hadden we geen zin in. Om de vijf kilometer was er een kleine opening in de vangrail. Aangezien het én Ramadan én zondag was, was er niet veel verkeer op de weg dus even later deden we effetjes stout en staken we door de opening in de vangrail heen om op de andere weghelft terecht te komen. Gelukkig was er geen politie in de buurt en binnen tien minuten zaten we dus weer on track.

De laatste drie uur reden we door het Rif-gebergte en zagen veel van het mooie groene landschap. De talrijke scherpe haarspeldbochten moest je niet té hard nemen. Soms was er een vangrail maar meestal niet. Af en toe was er een stuk weg van de berg afgebrokkeld en gewoon naar onderen gevallen. Dan moest je eventjes naar de linkerbaan uitwijken.

Langs de weg zagen we veel ezels waarop oude mannetjes zaten zoals bij ons op een scootmobiel. Onderweg weg moest ik af en toe afremmen omdat paard en wagen 🦄 voor je reed. Die haalde we dan heel rustig in om het beestje niet al te veel aan het schrikken te maken. Ooievaars zaten in hun nesten langs de weg hun jonkies te voeren.

Geitenhoeders 🐐 mepten voorzichtig op de kont van hun geitjes om ze de juiste kant op te dirigeren. Het verkeer was erg rustig kortom: het voelde heel anders dan de grote drukke stad Casablanca met ontelbare knallende brommertjes.

Onderweg ergens eten lukte helaas niet. Tijdens de Ramadan zijn de restaurants en barretjes overdag gesloten. Maar de markten zijn wel gewoon open. Hier kochten we allemaal lekkere Marokkaanse koekjes en sort-of-croissants. De plaatselijke bevolking deed superaardig en probeerden zowaar engels te spreken. We werden tijdens het rijden aangehouden door een agent op een controlepost. In Marokko geldt nog altijd de hoogste terreurdreigingsfase dus om de 25 km is er een roadblock met spijkermatten op de weg. Maar toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen wenste hij ons een fijne vakantie en mochten we meteen doorrijden.

Chefchaouen benader je met de auto vanaf de bovenzijde. Je kijkt dan vanaf een berg omlaag naar het heilige stadje met allemaal blauwe huisjes. Joodse immigranten bevolkten vroeger deze plek en besloten de huisjes blauw te verven als een weerspiegeling van de blauwe hemel zodat als ze door de nauwe, knusse steegjes zouden lopen, ze op ieder hoekje aan God konden denken. Hier hadden we voor 18,50€ een hotelletje geboekt met een Arabische kamer. Het hotelletje zelf heeft niet alleen Arabische maar ook Andalusische invloeden. Steile trappen brengen je naar de rooftop waar we morgenvroeg ons ontbijt gaan oppeuzelen. Vanaf het dakterras heb je een mooi uitzicht over het blauwe stadje met zijn acht moskeeën. Vanuit ons hotelletje was het 10 minuten lopen naar de Medina. Hier waren we voor gekomen. Alleen maar blauwe huisjes, steile trapjes, gezellige terrasjes en een gemoedelijk sfeertje. Vanavond gaan we eens kijken of we een plekje kunnen krijgen bij restaurant Lalla Messouda ,een typisch Marokkaans restaurant. Tijdens mijn reizen heb ik de naam van dit restaurant al drie keer horen vallen. Let’s see 🍽

Lekker vispannetje
Politieman die zich netjes legitimeert

Angkor Wat.

Rond 04:30u werd ik wakker gemaakt door de nachtwaker. De tuktuk-driver stond al voor de deur van mijn hostel The Siem Reap Chilled Backpacker waar ik drie nachten had geboekt voor in totaal acht euro. Je leest het goed: 8 euro. Incl. zwembad want dat had ik wel nodig na zo’n dagje in de jungle. Voor dag en dauw zou Arun me voor 15 euro van Siem Reap naar Angkor Wat brengen en me een dag lang rondkarren door het 1000 km2 (200.000 voetbalvelden) grote tempelcomplex, goed verborgen in de jungle en één van de hoogtepunten van mijn reis door Cambodja. Begin jaren ’90 kwamen hier nog geen 10.000 toeristen per jaar. Nu zijn het er al 2,5 miljoen. Vóórdat ik het gigantische complex binnen mocht moest ik eerst een dagpas laten maken met een foto van mijn hoofd er op.

Daarna reden we het complex binnen: tussen de ruim duizend mooie tempels lagen dorpjes met restaurantjes, markten, winkeltjes en barretjes. De bouw van deze stad begon in 890 n.Chr. en duurde in totaal 500 jaar. Angkor was de hoofdstad van het Khmer-rijk en domineerde van het jaar 800 tot 1432 een groot deel van Zuidoost-Azië. Op haar hoogtepunt woonden er één miljoen mensen tegen 25.000 mensen destijds in Londen. Rond 1900 werd de stad pas herontdekt, 400 jaar nadat de regering had besloten de hoofdstad te verkassen naar de huidige hoofdstad Phnom Penh. Angkor Wat werd teruggenomen door de jungle en alleen de stenen tempels waren blijven staan. Overal zag ik eeuwenoude tempels overwoekerd door bomen en struiken. Jongeren uit mijn hostel gingen drie dagen lang tientallen tempels bezichtigen. Ik vond één dagje wel genoeg omdat ze in principe allemaal wel een beetje op elkaar leken en ik wilde het niet saai laten worden. Daarnaast zijn van de 1000 tempels er nog maar 100 een bezoek waard. De rest is gedegradeerd tot een bergje stenen waar je niet meer goed uit kan opmaken wat het is geweest. Derhalve koos ik de drie mooiste tempels uit en liet de rest links liggen. Achter op mijn tuktuk sprong ineens een aapje en bleef zeker 10 minuutjes lang met ons meerijden. Te lui om te lopen zeker. Hij bleef me maar aankijken alsof ik een zak banaantjes voor hem had. Eenmaal aangekomen bij Angkor Wat hupte ik uit de tuktuk. De chauffeur liep even mee om af te spreken waar we elkaar weer zouden treffen. Hij vertelde me dat de rode steentjes waar we over liepen allemaal scherven waren van eeuwenoude potten. Ik stapte meteen opzij, bang dat ik wat fouts deed maar aan zijn lach zag ik dat het niet erg was om er over heen te lopen. Miljoenen mensen waren we immers voor gegaan in deze toeristische attractie die door Lonely Planet met stip op nummer één staat. Zeker, Las Vegas is met 40 miljoen bezoekers de drukstbezochte attractie ter wereld. Vergeet echter niet dat 95% van alle bezoekers Amerikanen zijn die nooit het land uit gaan. Gewoon vanwege het feit dat ze gemiddeld maar 12 verlofdagen per jaar hebben en dat ze zich buiten de VS onveilig voelen. Ik ben nog nooit in Vegas geweest maar ik weet ook niet zeker of ik dat wel wil. Buiten het feit dat alles over de top is hou niet zo van Amerikanen die denken dat ze de enigen zijn op de wereld en dat ook uitstralen naar hun medemens.

De mooiste tempels die ik heb bezocht vond ik:

Angkor Wat

Omdat het de grootste tempel is met een mooie vijver ervoor waarin de tempel mooi weerspiegelt.  

Mooie zuilengangen
Bhoeddistisch offerblok
Angkor Wat van boven gezien
Vanuit de helicopter kun je goed zien hoe groot Angkor Wat is. De stad ligt diep verscholen in de jungle van Cambodja
Cambodjaanse monnik beklimt de trappen van de Angkor Wat tempel
Boeddhistisch offerblok

Ta Prohm

Eigenlijk de meest bekende. Ta Prohm is de tempel die onder het grote publiek vooral erg bekend is geraakt vanwege de film Tomb Raider met Angelina Jolie in de hoofdrol De tempel was helemaal overwoekerd met Ceiba Pentandra bomen en struiken. Ta Prohm vond ik toch wel de allermooiste tempel in het Angkor gebied, vooral vanwege de samensmelting met de jungle. Doordat de tempel zo overwoekerd wordt door de jungle leek het wel rechtstreeks uit een filmset zoals die van Indiana Jones of Tomb Raider afkomstig.

Tomb Raider met Angelina Jolie

 

Bayon tempel

Waarom ik deze ook mooi vond weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ik al kapot moe was na het bezoeken van die andere twee tempels. Ik had nog twee uur de tijd dus dacht:”why not”. Vergis je niet. Je bent de hele dag aan het klimmen over blokken waarvan sommige zo hoog zijn dat je je knieën er aan stoot. Trappen zijn zo steil dat je bijna achterover valt (en niet allemaal met leuning). Hierna gingen we een dorpje in om wat te eten. Ik bestelde een Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad. Wanneer je de Cambodjaanse kookwijze vergelijkt met die van de buurlanden, valt op dat de Cambodjanen minder kruiden en specerijen gebruiken. Ik vond dat wel goed zo. Lekker mild ! Ik probeerde net zoals Cambodjanen op een van riet of rijsthalmen gevlochten mat te eten in een kleermakerszit. En dan i.p.v. mes en vork met mijn rechterhand (linkshand is voor het toilet) het eten naar mijn mond te brengen. Als toetje had ik Sticky rice. De rijst had de hele nacht geweekt en werd daarna in bananenbladeren in een sigaarvorm in een op maat gezaagde bamboekoker gedaan, zodat de binnenkant bedekt was.  

Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad
Sticky rice (bamboe gevuld met rijst en zoete kokosmelk)
Bayon tempel
Bayon tempel
Rijstboeren
Het aapje dat met ons mee reed
Dit meisje was 10 jaar en werkte in het restaurant van haar moeder. Ze ging niet naar school.
Meisje in schoolkleding

Nazi submarine bunker

“Snel, geef me het brood”, smeekte Raymond het Duitse jongetje langs de weg. Het jongetje gaf hem vlug twee sneetjes oudbakken brood en kreeg er een houten speelautootje voor terug. Het rantsoen voor gevangenen was heel karig en bevatte niet meer dan 500 kcal per dag. Héél wat minder dan de 2500 kcal die een volwassen man dagelijks nodig had. Hij deed zwaar werk in de bouw van Albert Speer’s onderzeebootfabriek. Hij moest zakken cement van 50 kg op zijn schouder een ladder omhoog sjouwen en deze in één van de tien betonmengtrommels handmatig leegmaken. Ondanks dat Raymond minder woog dan een zak cement lukte hem dit te doen gedurende tien uur per dag. Om het beton goed vloeibaar te houden werd er een geelkleurige stof aan toegevoegd zodat het beton de te bouwen fabriek in kon worden gepompt. Saboteurs lieten de toevoeging van deze stof vaak achterwege zodat de leidingen verstopt raakten en kapot scheurden. Ze deden er alles aan om te voorkomen dat er straks iedere 56 uur een onderzeeboot gemonteerd zou kunnen worden. Raymond had dan een halve dag vrij die hij vervolgens goed benutte om autootjes van hout te maken. Na een dag hard werken liepen de 12.000 dwangarbeiders vanaf de fabriek in anderhalf uur tijd door een aantal dorpjes naar hun barakken. Onderweg ruilde hij het autootje tegen een paar sneeën brood bij Duitse jongetjes. Raymond Portefaix werd in april 1945 door de Britten bevrijd en keerde terug naar Frankrijk waar hij tot 1989 advocaat was in Parijs. Hij stierf in 1995 op 69-jarige leeftijd.

Angelica en ik bezochten deze interessante plek en waren erg onder de indruk. Mocht je hier heen willen kopieer dan onderstaande GPS-coördinaten in google maps.

53.2168530, 8.5062500

Raymond Portefaix
De fabriek in aanbouw
12.000 dwangarbeiders werkten 10 uur per dag
De u-boot die in de fabriek geassembleerd zou worden
Schade aan de fabriek tijdens een luchtaanval

Bay of islands…

Met een catamaran vertrok ik vanuit Pahia en verkende the Bay of islands in het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland. Ik zag tijdens deze cruise hele mooie, subtropische eilanden, Maori-erfgoedlocaties, vele goudgele stranden en talloze baaitjes met elk hun eigen charme. Ik genoot van het uitzicht vanaf zee terwijl ik tussen de 144 eilanden van de baai doorzweefde. De dolfijnen zwommen naast de boot waardoor ik ze goed van dichtbij kon zien en soms zelfs konden aanraken. Bij het pittoreske plaatsje Russell ging ik aan wal om iets te eten in één van de vele cozy restaurantjes. Een jongen hakte hout om de pizzaoven warm te houden. Naast me werd een jong vogeltje gevoerd door zijn pa. Ik bestelde hier een visschotel op de plek waar de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland ontstond. In het begin van de 19e eeuw kwamen handelaren en walvisvaarders hier aan land omdat er een ideale natuurlijke haven aanwezig was en Russel werd hiermee het eerste handelscentrum van Nieuw-Zeeland. In 1840 was het zelfs voor korte tijd de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ik maakte een korte strandwandeling op Omura bay waar ik een Oystercatcher schelpjes zag breken. Haar jong keek goed toe hoe het truukje werd uitgevoerd. Hierna stapte ik terug op de catamaran en gingen terug de zee op. Na 10 minuten zagen we een rotsformatie met de naam Hole in the Rock. De naam verklapt het al: er zat een heel groot gat in de rots. Aangezien het weer ons gunstig gestemd was konden we er door heen varen.

Oystercatcher met haar jong, altijd bezig met schelpjes kraken

Cape Reigna

De kaap wordt vaak gezien als het noordelijkste punt van het Noordereiland en daarmee als het noordelijkste punt van geheel Nieuw-Zeeland. Een andere kaap, net ten westen van Cape Reinga is Cape Maria van Diemen, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman zo heeft genoemd tijdens zijn reis in 1642. Tasman dacht dat hij het noordelijkste punt van het nieuwe land Staten Landt had ontdekt.

Cape Reinga
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
mooi strandje in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
in de verte Urupukapuka Island
Omura bay
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Butterfish cafe-restaurant
Butterfish cafe-restaurant
Aanlegsteiger dorpje Russel
Dorpje Russel vanaf de berg
Awaawaroa bay

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP

Skybar Loft 14, Berlin

Om de verjaardag van Angelica te vieren gingen we een poosje geleden naar de Skybar Loft 14 in de wijk Friedrichshain. Deze skybar heeft een indrukwekkend panorama over the urban jungle van onze lievelingsstad Berlijn. Zo hadden we ‘s avonds een mooi uitzicht over de duizenden auto’s die over de Landsberger Allee onder ons door reden. De Skybar herbergt een gedurfde selectie en uitvoering van kleuren en materialen. Vanuit de lift stapten we op de 14e etage van het hotel uit en we zaten meteen midden in het restaurant. Vanaf hier werden we als het ware meteen de ruimte in getrokken door de warme hardhouten vloeren die om de centrale bar heen waren gelegd. Daar omheen lag een zachtgrijs tapijt welke mooi afstak tegen de diepgroene marmeren bar. Er waren in de Corona-tijd maar weinig mensen aanwezig dus we hadden alle keus om te bepalen waar we zouden gaan zitten. In de comfortabele fauteuils of in de in rijke tinten uitgedoste banken langs de glazen panoramische buitengevel of namen we een stoel bij de halfronde koperen “kooien” ? Maar dat vonden we meer iets voor degenen die graag zien en gezien wilden worden. Er was nog zo’n klef tortelduif hoekje met een merkwaardig jungle-wandtapijt en een zacht fluwelen gordijn. Niet iets voor ons dus als mensen met hoogtevrees genoten we van onze cocktail aan een tafel direct langs de gevel en hadden we een plaats op de eerste rij met een uitzicht op de schoonheid van de twinkelende lichtjes van de skyline van Berlijn. Kijk hieronder het filmpje van deze absolute aanrader.

Limbo geeft les op een Filipijnse school

Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieërden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water.

Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheden sport die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Nee, dikke kindjes zagen we hier niet. Ook geen playstations trouwens.

Het veroveren van meisjes door jongetjes gebeurde hier op dezelfde manier als bij ons vroeger in de jaren ‘80 in de dorpen. Als je een meisje leuk vond trok je haar aan haar haren of je verkocht haar een trap onder haar hol. Als de liefde wederzijds was lachte ze naar je. Trok ze een dik gezicht dan was een tweede poging bij voorbaat al kansloos. Of je moest misschien wat harder trappen 😂🤦🏻

Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦

Hier probeer ik uit te leggen waar Europa ligt
de wc
de keuken was gewoon in de klas

Andorra

Via Rental cars had ik een huurauto gescoord voor de prijs van 4€ per dag. In totaal dus 48€ voor de komende 12 dagen. Ik vraag me in Spanje altijd af hoe ze auto’s kunnen verhuren tegen deze belachelijk lage prijzen. Voeg daaraan nog toe dat de Spaanse autoverhuurders niet vooraan stonden toen de efficiency -award werd uitgereikt -het duurde 35 minuten voordat ik met mijn huurcontract eindelijk in mijn auto zat- en je lacht je helemaal dood om dit bedrag. Na twee uur bereikte ik de grens van Andorra, een dwergstaatje ingeklemd tussen Frankrijk en Catalonië, een autonome gemeenschap binnen Spanje. Andorra ligt in de Pyreneeën en met maar 65.000 inwoners is het land zelfs kleiner dan zuid-Limburg. Ik meende altijd dat Andorra een beetje bij Frankrijk hoorde maar dat bleek toch niet waar te zijn want bijna iedereen spreekt hier Catalaans. Dit land heeft zelfs twee opperhoofden: een Spaanse bisschop én de president van Frankrijk. Zou Macron het zelf weten ?? Ooit door Karel de Grote gesticht om Frankrijk te beschermen tegen de Moren maar nu al 700 jaar zonder wapengekletter. Het leger is daarom maar opgedoekt. Als het hommeles wordt dan mogen Frankrijk en Spanje de defensieve taken op zich nemen. Bij de grens aangekomen zag ik dat de bestuurder van de auto voor me zijn paspoort liet zien aan de douanebeambte. Shit dacht ik. Das waar ook. Andorra is geen lid van de EU dus wordt het paspoort gecontroleerd maar die zat in mijn koffer in de achterbak. Gelukkig mocht ik van de beste kerel doorrijden zonder een controle. Na een half uur zat ik al in de hoofdstad Andorra de Vella. Deze stad ligt tussen twee bergen. De huizen zijn dermate dicht op elkaar gebouwd dat je allemaal van die McDrive weggetjes hebt (hier noemen ze de McDrive trouwens McAuto). Om op de parkeerplaats achter het hotel te komen moest ik heel scherp indraaien om op een klinkerpad te komen wat ineens met een steilheid van 22% omlaag dook. Met in totaal 5x voor-en achteruit rijden stond mijn überlelijke Hyundai op zijn plekje. Het voetbalstadion van het nationale team wordt bijna opgeslokt door een weg en een aantal hoge appartementen. Als een voetballer een beetje slecht mikt dan schiet ie zo de flessen bier van tafel. Met zijn maximale capaciteit van 1800 mensen is het natuurlijk bij iedere interland bomvol. Maar de Andorrokanen bakken er dan ook niets van he. Ze verliezen doorgaans altijd met een nulletje of 6. Ik heb het eenmaal meegemaakt dat ze wonnen: tegen wit-Rusland of zo. Het zijn in principe gewoon amateurs. Maar áls ze winnen dan gaat het land ook helemaal uit de plaat. Andorra is best goedkoop. Een pot bier kost 2€ en de Marlboro’s kosten 3,85€. Het is een belastingparadijs waardoor veel mensen en bedrijven hier hun geld naar toe brengen. De hele hoofdstad ligt overhoop. Werkelijk overal wordt gebouwd en verbouwd. Ze zijn hier ook helemaal verliefd op rotondes. Van die ieniemienie rotondes. Ik weet niet hoeveel ik er ben tegengekomen op een kilometer afstand. Ik heb gewoon een lamme arm van het sturen gekregen. Dit stadje is gewoon te krap gebouwd om kruispunten aan te leggen. Werkelijk om de 50 meter duikt er er een rotonde voor je neus op. Het liefst hadden ze er allemaal ene op de slaapkamer. Andorra is een echt wintersportland. Stukken goedkoper dan Oostenrijk en Zwitserland dus voor de sneeuwliefhebbers: grijp je kans. Ik overnachtte in hotel Sant Jordi. Een ietwat oubollig hotelletje maar voor een hele nette prijs kun je je ogen met een gerust hart sluiten. De kamers zijn schoon en je ligt helemaal in het centrum. De volgende morgen stond ik al om 07:00u op om te vertrekken naar Lourdes in Frankrijk. In restaurant les Ares op de top van een besneeuwde berg at ik een heerlijke Cannelloni met brood, olijven en spinazie. De hut werd warm gestookt met hout hetgeen een aangename geur verspreidde. Door het beslagen raam keek ik omhoog naar de besneeuwde bergtoppen: de eeuwige sneeuw wat nooit smelt. Hoe oud zal dit ex-water zijn ? Één miljoen jaar ? 100 miljoen jaar ? Hoe zou water van 100 miljoen jaar oud smaken ? Een rare gedachte toch ? Omdat water te drinken. Een uur later passeerde ik de grens met Spanje en weer een uur later zat ik in Frankrijk op weg naar Lourdes. Even bidden 🙏🙏🙏

Bloedbad van Oradour-sur-Glane

Ik was vandaag de eerste die het dorpje om 09:00u binnenliep. Het regende heel licht. De straatklinkers waren nat. Een grijze mistwolk hing tussen de overblijfselen wat ooit gebouwen waren waar gezinnen woonden . Overal stonden oude autowrakken. De naamplaatjes op de gevels gaven aan wie er gewoond hadden. Cafe Chez Compain, smid Jean Depierrefiche, garagehouder Pierre Poutaraud. Dit zijn van die plekjes waar ik even stil wordt. Ieder jaar bezoek ik wel een plekje waar in één van de twee wereldoorlogen iets naars gebeurd is. Waarom ik dat doe kan ik niet precies uitleggen. Het is een bepaalde interesse die ik als kind al had.

Op zaterdag 10 juni 1944, vier dagen na D-day, naderden soldaten van een SS-eenheid dit kleine dorpje. Het was een zonnige dag en in Oradour stonden de mannen te wachten voor de distributie van de tabak toen de eerste SS-ers het dorpsplein opreden. Daarna ging het allemaal heel snel en alles gebeurde volgens een draaiboek dat vaak werd gebruikt bij het vernietigen van dorpen in Rusland. Alle inwoners werden verzameld onder het mom van dat er een algemene identiteitscontrole zou worden uitgevoerd. Heel belangrijk was dat alle inwoners rustig zouden blijven en dat er geen paniek zou mogen uitbreken. Dat zou namelijk de effectiviteit van deze komende massamoord niet ten goede komen. Duitse SS-soldaten deden dan ook heel goed hun best om het vertrouwen te winnen van de bevolking. Ze namen baby’s op de arm, voetbalden met de jeugd, maakten praatjes met de inwoners en lachten er op los. Hier namen ze een paar uur de tijd voor. Toen de bevolking was gerustgesteld nam de SS-pelotoncommandant het woord en vertelde op rustige toon dat voor een snelle controle allereerst de mannen van de vrouwen moesten worden gescheiden. Hierna werden de mannen in een zestal groepjes gescheiden en naar verschillende plekken in het dorp gebracht. Daarna zou iedereen naar huis kunnen. Wat opviel is dat voor ieder groepje mannen automatische machinegeweren stonden opgesteld maar dit deed de alarmbellen niet afgaan. Opeens klonk er gezellige dansmuziek uit luidsprekers en men luisterde verheugd naar de mooie muziek. Niet veel later klonk er een harde knal dat als startsignaal dienst deed om tientallen machinegeweren aan het werk te zetten waarmee de mannelijke inwoners op de diverse plekken in het dorpje werden doodgeschoten. De vrouwen en kinderen werden vervolgens in de dorpskerk opgesloten. Deze werd opgeblazen met dynamiet. De verstikkende rook zorgde ervoor dat iedereen naar buiten wilde vluchten. Echter, buiten de kerkdeuren begonnen de machinegeweren er ook op los te ratelen. De vrouwen en kinderen hadden slechts één keuze: sterven. Ze hadden twee keuzes waardoor: de kogel of de verstikkende rook. Slechts één vrouw wist te ontsnappen door uit een raam te springen. Daarna werd de rest van het dorp verwoest. In een paar uur werd een compleet dorp met koelbloedige efficiëntie vernietigd. 642 mensen vonden die dag de dood, slechts zes dorpelingen wisten te ontsnappen. Het dorp is redelijk groot en het is inderdaad zo dat je het gevoel krijgt dat de bewoners plots zijn verdwenen wat natuurlijk ook zo is. De auto van de dokter staat nog midden op een plein, de naaimachines staan nog in de winkel en in de werkplaats staan auto’s. De meeste gevels staan nog rechtop, maar de rest van de huizen is compleet verwoest. Ook de tramrails en bovenleidingen zijn nog intact. Deze tref je vlakbij het kerkje, daar waar de vrouwen en kinderen de dood vonden. Vooral de lichte regen maakte deze dag extra treurig.