Angkor Wat

Rond 04:30u werd ik wakker gemaakt door de nachtwaker. De tuktuk-driver stond al voor de deur van mijn hostel The Siem Reap Chilled Backpacker waar ik drie nachten had geboekt voor in totaal acht euro. Je leest het goed: 8 euro. Incl. zwembad want dat had ik wel nodig na zo’n dagje in de jungle. Voor dag en dauw zou Arun me voor 15 euro van Siem Reap naar Angkor Wat brengen en me een dag lang rondkarren door het 1000 km2 (200.000 voetbalvelden) grote tempelcomplex, goed verborgen in de jungle en één van de hoogtepunten van mijn reis door Cambodja. Begin jaren ’90 kwamen hier nog geen 10.000 toeristen per jaar. Nu zijn het er al 2,5 miljoen. Vóórdat ik het gigantische complex binnen mocht moest ik eerst een dagpas laten maken met een foto van mijn hoofd er op.

Daarna reden we het complex binnen: tussen de ruim duizend mooie tempels lagen dorpjes met restaurantjes, markten, winkeltjes en barretjes. De bouw van deze stad begon in 890 n.Chr. en duurde in totaal 500 jaar. Angkor was de hoofdstad van het Khmer-rijk en domineerde van het jaar 800 tot 1432 een groot deel van Zuidoost-Azië. Op haar hoogtepunt woonden er één miljoen mensen tegen 25.000 mensen destijds in Londen. Rond 1900 werd de stad pas herontdekt, 400 jaar nadat de regering had besloten de hoofdstad te verkassen naar de huidige hoofdstad Phnom Penh. Angkor Wat werd teruggenomen door de jungle en alleen de stenen tempels waren blijven staan. Overal zag ik eeuwenoude tempels overwoekerd door bomen en struiken. Jongeren uit mijn hostel gingen drie dagen lang tientallen tempels bezichtigen. Ik vond één dagje wel genoeg omdat ze in principe allemaal wel een beetje op elkaar leken en ik wilde het niet saai laten worden. Daarnaast zijn van de 1000 tempels er nog maar 100 een bezoek waard. De rest is gedegradeerd tot een bergje stenen waar je niet meer goed uit kan opmaken wat het is geweest. Derhalve koos ik de drie mooiste tempels uit en liet de rest links liggen. Achter op mijn tuktuk sprong ineens een aapje en bleef zeker 10 minuutjes lang met ons meerijden. Te lui om te lopen zeker. Hij bleef me maar aankijken alsof ik een zak banaantjes voor hem had. Eenmaal aangekomen bij Angkor Wat hupte ik uit de tuktuk. De chauffeur liep even mee om af te spreken waar we elkaar weer zouden treffen. Hij vertelde me dat de rode steentjes waar we over liepen allemaal scherven waren van eeuwenoude potten. Ik stapte meteen opzij, bang dat ik wat fouts deed maar aan zijn lach zag ik dat het niet erg was om er over heen te lopen. Miljoenen mensen waren we immers voor gegaan in deze toeristische attractie die door Lonely Planet met stip op nummer één staat. Zeker, Las Vegas is met 40 miljoen bezoekers de drukstbezochte attractie ter wereld. Vergeet echter niet dat 95% van alle bezoekers Amerikanen zijn die nooit het land uit gaan. Gewoon vanwege het feit dat ze gemiddeld maar 12 verlofdagen per jaar hebben en dat ze zich buiten de VS onveilig voelen. Ik ben nog nooit in Vegas geweest maar ik weet ook niet zeker of ik dat wel wil. Buiten het feit dat alles over de top is hou niet zo van Amerikanen die denken dat ze de enigen zijn op de wereld en dat ook uitstralen naar hun medemens.

De mooiste tempels die ik heb bezocht vond ik:

Angkor Wat

Omdat het de grootste tempel is met een mooie vijver ervoor waarin de tempel mooi weerspiegelt.  

Mooie zuilengangen
Bhoeddistisch offerblok
Angkor Wat van boven gezien
Vanuit de helicopter kun je goed zien hoe groot Angkor Wat is. De stad ligt diep verscholen in de jungle van Cambodja
Cambodjaanse monnik beklimt de trappen van de Angkor Wat tempel
Boeddhistisch offerblok

Ta Prohm

Eigenlijk de meest bekende. Ta Prohm is de tempel die onder het grote publiek vooral erg bekend is geraakt vanwege de film Tomb Raider met Angelina Jolie in de hoofdrol De tempel was helemaal overwoekerd met Ceiba Pentandra bomen en struiken. Ta Prohm vond ik toch wel de allermooiste tempel in het Angkor gebied, vooral vanwege de samensmelting met de jungle. Doordat de tempel zo overwoekerd wordt door de jungle leek het wel rechtstreeks uit een filmset zoals die van Indiana Jones of Tomb Raider afkomstig.

Tomb Raider met Angelina Jolie

 

Bayon tempel

Waarom ik deze ook mooi vond weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ik al kapot moe was na het bezoeken van die andere twee tempels. Ik had nog twee uur de tijd dus dacht:”why not”. Vergis je niet. Je bent de hele dag aan het klimmen over blokken waarvan sommige zo hoog zijn dat je je knieën er aan stoot. Trappen zijn zo steil dat je bijna achterover valt (en niet allemaal met leuning). Hierna gingen we een dorpje in om wat te eten. Ik bestelde een Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad. Wanneer je de Cambodjaanse kookwijze vergelijkt met die van de buurlanden, valt op dat de Cambodjanen minder kruiden en specerijen gebruiken. Ik vond dat wel goed zo. Lekker mild ! Ik probeerde net zoals Cambodjanen op een van riet of rijsthalmen gevlochten mat te eten in een kleermakerszit. En dan i.p.v. mes en vork met mijn rechterhand (linkshand is voor het toilet) het eten naar mijn mond te brengen. Als toetje had ik Sticky rice. De rijst had de hele nacht geweekt en werd daarna in bananenbladeren in een sigaarvorm in een op maat gezaagde bamboekoker gedaan, zodat de binnenkant bedekt was.  

Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad
Sticky rice (bamboe gevuld met rijst en zoete kokosmelk)
Bayon tempel
Bayon tempel
Rijstboeren
Het aapje dat met ons mee reed
Dit meisje was 10 jaar en werkte in het restaurant van haar moeder. Ze ging niet naar school.
Meisje in schoolkleding

Hermitage, St.Petersburg

Tegenover mijn hostel ligt een eerlijke eetzaak met de naam Shtolle of in het Russisch Штолле. Hier krijg je gewoon natural Russian food waar je voor een paar roebelkes gewoon kotelet met aardappeltjes en groenten kan eten. Gewoon degelijke kost zoals onze moeders ons dat vroeger ook onder onze neus schoven. Ik vraag me wel eens af welke kok nog lekker kan koken zonder koksroom, marinades en weet ik wat voor een kruiden waar je twee dagen lang plezier van hebt op de pot.

Menukaart lunchroom Shtolle
Lunchroom Sjtolle

Hierna liep ik te voet richting de Hermitage : met drie miljoen kunstobjecten niet alleen de grootste maar ook het omvangrijkste museum ter wereld. Overigens kunnen ze maar 5% er van tonen omdat ze gewoonweg niet meer plek hebben. Er waren ook “nog oude” gedragsregels: Bij binnenkomst titel en rang afzetten, zowel de hoed als de degen. Aanspraken gebaseerd op geboorteprivilege, arrogantie of andere soortgelijke sentimenten moeten ook bij de deur worden achtergelaten (letterlijk vertaald). Bij binnenkomst viel mijn mond terstond open.

Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage

Alleen het kasteel van Versailles bij Parijs en de Sagrada familia in Barcelona waren zo mooi als dit. Ik besefte meteen dat ik hier een week vermaak zou kunnen hebben ware het niet dat er zoooveeel Chinezen rondliepen. Bohh. En ze willen allemaal tegelijk door dat ene deurtje. Sommige zelfs met een Gro Pro op hun voorhoofd gebonden. Waarschijnlijk om het thuisfront maar niks te hoeven laten missen. Ik heb eens Chinezen op mijn kamer gehad. Chinezen maken je het ’s nachts wakker. Niet dat ze zoals Nederlandse vrouwen tot diep in de nacht hardop praten over “problemen” maar dat doen zij op een hele andere manier. Overdag vullen ze van die plastic zakjes met weet-ik-wat voor eetbare shizzle (ze eten werkelijk alles met een hartslag), en ’s nachts trekken ze met een knorrende maag zo’n krakend zakje openen en beginnen ze te smikkelen. Meestal wordt dat vocaal begeleid met het nodige gesmak want over het algemeen eet de Chinees met zijn mond open. Lig je op het onderste bed van een stapeleenheid dan zou je zomaar eens het geluk kunnen hebben dat er wat omlaag valt. Recht op je pan dan wel. Zo vertrok ik jaren geleden vanuit Cairns Australië met een catamaran richting het Great Barrier reef in de Koraalzee. Met 2600 km het grootste rif ter wereld. Heel indrukwekkend moet ik gedacht hebben toen ik boekte. Echter bij aankomst stak zo’n klein stormpje op. Deze meneer is sowieso niet zo’n zwemwonder en toen ik eenmaal in het water méér water door mijn neus naar binnen haalde dan dat ik door mijn mond weer naar buiten kon duwen besloot ik maar weer aan boord te gaan. Het nadeel van alleen reizen is dat je wel eens wordt misbruikt als vulmiddel. Zo ook die dag. Een hele groep Chinezen had de betreffende catamaran afgehuurd. En ik paste daar best wel nog bij moet de regelneef van het boekingskantoor hebben gedacht. Aldus zat ik tijdens de BBQ met 40 Chinezen om me heen. Zij houden er een ander soort manieren dan wij westerlingen op na. Zo laten ze de indruk achter dat ze continu met elkaar liggen te fitten want ze yellen er op los like hell. Ook hebben ze hele vrouwelijke trekjes want ze praten allemaal door elkaar en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze elkaar niet verstonden of niet begrepen. 1-0 voor China. Echter, dat “ruziën” gebeurt dan net zoals bij ons aan tafel. Daar waar wij intermezzo’s van stilte invoeren (omdat we onze mond vol hebben), lult de doorsnee Chinees je de oren van je kop. Zelfs met volle mond.

Hermitage
Hermitage waterzijde

Voeg daarbij nog aan toe dat er zee verse garnalen op de BBQ lagen te roken én het feit dat de Chinees deze niet met de hand pelt maar binnensmonds met zijn tong, dan ontstaat er een schouwspel voor je ogen waar een Lowlands-foodfight nog de hik van krijgt. Knalroze armpjes en beentjes vlogen door de lucht. Kopjes met sprietjes werden vakkundig vanuit de mond richting het tafellaken gelanceerd. Ik wist niet wat ik zag. Zoveel garnaal. En dan die geluiden. Als er ooit een wereldkampioenschap “boeren laten” wordt gehouden, zet je tientje dan op een Chinees. Die gaat winnen. Geheid. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Ik ben opgestaan en naar het upperdeck gelopen. Nadat ik boven mijn t-shirt van de velletjes had ontdaan vroeg ik me af waar het soms zó mis kan gaan bij mensen. Ik dwaal af.


Kerk van de Verlosser op het bloed

Kerk van de Verlosser op het bloed

In ieder geval ben ik twee uurtjes in de Hermitage geweest en daarna ben ik over een bruggetje over de rivier de Moyka naar de Kerk van de Verlosser op het Bloed gelopen. Een plek waar veel marktkraampjes staan dus ook veel mensen komen. Hier heb ik mijn hobby fotografie goed kunnen uitoefenen. Zo waren er veel bruidspaartjes die er een fotoreportage maakten maar ook veel levende beelden en straatentertainment. ‘s Avonds bluste ik de avond af met een lekker biertje. Een Russische jongedame wilde wel eens met iemand uit Amsterdam drinken. Zie de foto’s van de gevolgen.

Rockstar Café
Rockstar Café
Kijk hoe je “Heineken” schrijft in het Russisch. Halve liter 3,30€.
Rockstar Café

Bay of islands…

Met een catamaran vertrok ik vanuit Pahia en verkende the Bay of islands in het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland. Ik zag tijdens deze cruise hele mooie, subtropische eilanden, Maori-erfgoedlocaties, vele goudgele stranden en talloze baaitjes met elk hun eigen charme. Ik genoot van het uitzicht vanaf zee terwijl ik tussen de 144 eilanden van de baai doorzweefde. De dolfijnen zwommen naast de boot waardoor ik ze goed van dichtbij kon zien en soms zelfs konden aanraken. Bij het pittoreske plaatsje Russell ging ik aan wal om iets te eten in één van de vele cozy restaurantjes. Een jongen hakte hout om de pizzaoven warm te houden. Naast me werd een jong vogeltje gevoerd door zijn pa. Ik bestelde hier een visschotel op de plek waar de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland ontstond. In het begin van de 19e eeuw kwamen handelaren en walvisvaarders hier aan land omdat er een ideale natuurlijke haven aanwezig was en Russel werd hiermee het eerste handelscentrum van Nieuw-Zeeland. In 1840 was het zelfs voor korte tijd de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ik maakte een korte strandwandeling op Omura bay waar ik een Oystercatcher schelpjes zag breken. Haar jong keek goed toe hoe het truukje werd uitgevoerd. Hierna stapte ik terug op de catamaran en gingen terug de zee op. Na 10 minuten zagen we een rotsformatie met de naam Hole in the Rock. De naam verklapt het al: er zat een heel groot gat in de rots. Aangezien het weer ons gunstig gestemd was konden we er door heen varen.

Oystercatcher met haar jong, altijd bezig met schelpjes kraken

Cape Reigna

De kaap wordt vaak gezien als het noordelijkste punt van het Noordereiland en daarmee als het noordelijkste punt van geheel Nieuw-Zeeland. Een andere kaap, net ten westen van Cape Reinga is Cape Maria van Diemen, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman zo heeft genoemd tijdens zijn reis in 1642. Tasman dacht dat hij het noordelijkste punt van het nieuwe land Staten Landt had ontdekt.

Cape Reinga
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
mooi strandje in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
in de verte Urupukapuka Island
Omura bay
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Butterfish cafe-restaurant
Butterfish cafe-restaurant
Aanlegsteiger dorpje Russel
Dorpje Russel vanaf de berg
Awaawaroa bay

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP

Skybar Loft 14, Berlin

Om de verjaardag van Angelica te vieren gingen we een poosje geleden naar de Skybar Loft 14 in de wijk Friedrichshain. Deze skybar heeft een indrukwekkend panorama over the urban jungle van onze lievelingsstad Berlijn. Zo hadden we ‘s avonds een mooi uitzicht over de duizenden auto’s die over de Landsberger Allee onder ons door reden. De Skybar herbergt een gedurfde selectie en uitvoering van kleuren en materialen. Vanuit de lift stapten we op de 14e etage van het hotel uit en we zaten meteen midden in het restaurant. Vanaf hier werden we als het ware meteen de ruimte in getrokken door de warme hardhouten vloeren die om de centrale bar heen waren gelegd. Daar omheen lag een zachtgrijs tapijt welke mooi afstak tegen de diepgroene marmeren bar. Er waren in de Corona-tijd maar weinig mensen aanwezig dus we hadden alle keus om te bepalen waar we zouden gaan zitten. In de comfortabele fauteuils of in de in rijke tinten uitgedoste banken langs de glazen panoramische buitengevel of namen we een stoel bij de halfronde koperen “kooien” ? Maar dat vonden we meer iets voor degenen die graag zien en gezien wilden worden. Er was nog zo’n klef tortelduif hoekje met een merkwaardig jungle-wandtapijt en een zacht fluwelen gordijn. Niet iets voor ons dus als mensen met hoogtevrees genoten we van onze cocktail aan een tafel direct langs de gevel en hadden we een plaats op de eerste rij met een uitzicht op de schoonheid van de twinkelende lichtjes van de skyline van Berlijn. Kijk hieronder het filmpje van deze absolute aanrader.

Finland

Op jacht naar het Noorderlicht

Het Noorderlicht. Eindelijk heb ik het gezien maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik toch enigszins teleurgesteld ben. Waarom ? Ik ben dus gisteravond met een Finse fotograaf meegegaan. Hij woont in Rovaniemi en hij weet waar de beste spots liggen om het Noorderlicht te kunnen zien. Buiten het feit dat er geen bewolking mag zijn is het ook belangrijk dat er geen lichtvervuiling is. Dus geen straatlantaarns, hotelverlichting of maneschijn. Als laatste moet de Kp-index goed zijn en natuurlijk moet er genoeg Zonnewind aanwezig zijn (!).
Ik kwam met hem in gesprek in de hazenlippenbar zaterdagavond. Zo noem ik de bar omdat ik op een uur tijd zeker zes personen met een hazenlipje spotte. Hij ging zondagavond op Poollicht-jacht en hij wilde me wel meenemen. Dit geluk heb ik weer dacht ik nog. Normaal gesproken zou met zoveel geluk op het moment suprême óf mijn SD-kaartje ineens vol zijn óf mijn batterij van het foto-apparaat zomaar leeg óf zo’n heel garnizoen yellende Chinezen bewapend met selfie-sticks ineens voor mijn lens opduiken. Hij pikte me met zijn jeep op bij het hostel en na een half uurtje rijden kwamen we aan op de open spot. Hij pakte zijn foto-materiaal uit en toen hij zijn kermis eenmaal had opgesteld was het wachten op dat wat komen ging. Daar stonden we dan beiden bij -12c naar boven te kijken. Ik voelde me net zo’n hondje wat tijdens het poepen naar boven naar zijn baasje staarde en er kwam maar niets. Toen we al een uur op die heuvel stonden te vernikkelen van de kou zei hij ineens: ”wel opletten he?”. Hij begon ineens als een bezetene te fotograferen en ik keek maar naar de donkere lucht maar ik zag niets. Hij zei:” je moet héél goed kijken”. En inderdaad. Ik moest heel goed kijken wilde ik een groen lapje licht zien. Was dit nu het Noorderlicht vroeg ik mezelf af en wachtte met fotograferen tot het fenomeen zich wat duidelijker toonde. Ik had eerlijk gezegd gehoopt op zo’n euforisch gevoel zoals ik vroeger als kind had toen mijn vader in zijn café voor de eerste keer de schakelaar van de disco-bol indrukte. Maar nee. Niets van dat alles. Nog geen oehs en ahhs. Géén kippenvel. Ik vroeg of dit “het” was. “Vind je het niet mooi dan ?”: vroeg hij. Ik grabbelde in mijn foto-rugtas en liet hem een folder zien waarin machtig mooie foto’s van het Noorderlicht stonden. Die knallende groene strepen, díe wilde ik zien. Niet die vage onduidelijke groene veegjes. “Ohhhh maar wacht maar zei hij, dat komt straks wel”. Voordat ik de juiste settings op mijn camera had ingesteld was het feest alweer voorbij. The show was over. Gelukkig had Lätti genoeg foto’s geschoten. Bij hem thuis aangekomen zette hij de foto’s op zijn IMAC. Vervolgens trok hij de foto’s door een fotoprogramaatje heen die de groene kleur zodanig deed versterken dat het begon te lijken op die in het foldertje. Helaas kwam ik met een fles Finse Karhu bier aan mijn lippen tot de conclusie dat het groene licht wat ik had gezien is not what you see is what you get. De foto’s zijn schijnbaar getruukt. Je kunt zelfs app-jes downloaden om de foto’s te bewerken. Helaas het is waar. Ik kreeg een paar fotootjes mee als aandenken en nadat hij me weer had afgezet bij het hostel droop ik stilletjes af naar de mannen-dormitory. Het is nu 05:00u in de morgen en schrijf deze ervaring op de kleine luchthaven in Lapland. Over een kwartier gaat mijn vlucht van Rovaniemi naar Helsinki en daarna vlieg ik meteen door naar Düsseldorf. Ik denk dat dit de laatste keer zal zijn dat ik een zo’n koude omgeving als Lapland bezoek. Maar toch ben ik blij dat ik het gedaan heb want ik heb hele mooie, aparte dingen gezien en gedaan. Toch heeft koude ook zijn beperkingen. Iedere dag jezelf inpakken om naar buiten te gaan. Je vrijheidsberoving in zo’n arctic pak. Nooit eens op een terrasje kunnen gaan zitten met de slippertjes en kort broekje aan. Tijdens het lopen ben je altijd op je hoede voor uitglijers. Kortom een heel ander way of living. Wintersportfanaten zullen me wellicht tegenspreken. En terecht uiteraard. Zij hebben een hobby als skiën of langlaufen en dat doe je in een skipak. Ik ben helaas niet ontworpen voor twee weken lang iedere dag hetzelfde te doen. Zeker van langlaufen zie ik totaal niet het nut. Ik ga me dan vervelen en anderen de kont uit hangen of mijn vriendin aan haar haren trekken. Of de hele dag in de kroeg hangen of meehelpen een appartement te latexen zoals destijds in de Dominicaanse Republiek. “Life finds a way”: zeg ik maar.

Likje van een Husky
Lynx gespot
Arctic pak
Iglohutje
Eland
noorderlicht.jpg

Limbo geeft les op een Filipijnse school

Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieërden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water.

Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheden sport die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Nee, dikke kindjes zagen we hier niet. Ook geen playstations trouwens.

Het veroveren van meisjes door jongetjes gebeurde hier op dezelfde manier als bij ons vroeger in de jaren ‘80 in de dorpen. Als je een meisje leuk vond trok je haar aan haar haren of je verkocht haar een trap onder haar hol. Als de liefde wederzijds was lachte ze naar je. Trok ze een dik gezicht dan was een tweede poging bij voorbaat al kansloos. Of je moest misschien wat harder trappen 😂🤦🏻

Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦

Hier probeer ik uit te leggen waar Europa ligt
de wc
de keuken was gewoon in de klas

Verlaten vliegveld Tempelhof (Berlijn)

Als je naar Berlijn gaat ontkom je niet aan de rijke historie van deze stad. Voor mij staat deze stad op nummer 1. Zo is het er in tegenstelling tot andere Europese hoofdsteden spotgoedkoop (mooie kamer in centrum vanaf 35€ en een halve liter bier voor 4€) en je kunt er met gemak twee weekjes rondbanjeren zonder je te vervelen. Zo bezochten we de wereldberoemde verlaten luchthaven Tempelhof. Tempelhof was met 10 vluchten per dag in 1936 de drukste luchthaven ter wereld en het was een van de grootste gebouwen van Europa. In 1948 landde iedere 26 seconden een vliegtuig. West-Berlijn was immers geblokkeerd door de Sovjet-Unie en de twee miljoen west-Berlijners konden alleen via de lucht bevoorraad worden. Werkelijk alles (bijv. benzine, steenkool, medicijnen, voedsel) moest middels een luchtbrug aangevoerd worden om de twee miljoen west-Berlijners in hun behoefte te voorzien. Dit duurde ongeveer 1 jaar. Berlijn vind ik met afstand de indrukwekkendste stad van Europa. Misschien wel van de wereld. Iedere keer als ik er kom krijg ik niet alleen kippenvel van zoveel geschiedenis maar ook van de talloze eigenzinnige artistiek ingerichte clubs, de trendy restaurantjes en de Berlijners zelf.
❤️Berlin❤️

Overigens was Tempelhof het decor voor de film the Hunger Games Mockinjay. Klik hier

Let op:

Het bezoek aan deze luchthaven is géén Urban exploring. Je kunt tickets bestellen voor een rondleiding.

Boek die goedkope mooie kamer door op hier te klikken

Een lege vertrekhal
Een lege aankomsthal

Andorra

Via Rental cars had ik een huurauto gescoord voor de prijs van 4€ per dag. In totaal dus 48€ voor de komende 12 dagen. Ik vraag me in Spanje altijd af hoe ze auto’s kunnen verhuren tegen deze belachelijk lage prijzen. Voeg daaraan nog toe dat de Spaanse autoverhuurders niet vooraan stonden toen de efficiency -award werd uitgereikt -het duurde 35 minuten voordat ik met mijn huurcontract eindelijk in mijn auto zat- en je lacht je helemaal dood om dit bedrag. Na twee uur bereikte ik de grens van Andorra, een dwergstaatje ingeklemd tussen Frankrijk en Catalonië, een autonome gemeenschap binnen Spanje. Andorra ligt in de Pyreneeën en met maar 65.000 inwoners is het land zelfs kleiner dan zuid-Limburg. Ik meende altijd dat Andorra een beetje bij Frankrijk hoorde maar dat bleek toch niet waar te zijn want bijna iedereen spreekt hier Catalaans. Dit land heeft zelfs twee opperhoofden: een Spaanse bisschop én de president van Frankrijk. Zou Macron het zelf weten ?? Ooit door Karel de Grote gesticht om Frankrijk te beschermen tegen de Moren maar nu al 700 jaar zonder wapengekletter. Het leger is daarom maar opgedoekt. Als het hommeles wordt dan mogen Frankrijk en Spanje de defensieve taken op zich nemen. Bij de grens aangekomen zag ik dat de bestuurder van de auto voor me zijn paspoort liet zien aan de douanebeambte. Shit dacht ik. Das waar ook. Andorra is geen lid van de EU dus wordt het paspoort gecontroleerd maar die zat in mijn koffer in de achterbak. Gelukkig mocht ik van de beste kerel doorrijden zonder een controle. Na een half uur zat ik al in de hoofdstad Andorra de Vella. Deze stad ligt tussen twee bergen. De huizen zijn dermate dicht op elkaar gebouwd dat je allemaal van die McDrive weggetjes hebt (hier noemen ze de McDrive trouwens McAuto). Om op de parkeerplaats achter het hotel te komen moest ik heel scherp indraaien om op een klinkerpad te komen wat ineens met een steilheid van 22% omlaag dook. Met in totaal 5x voor-en achteruit rijden stond mijn überlelijke Hyundai op zijn plekje. Het voetbalstadion van het nationale team wordt bijna opgeslokt door een weg en een aantal hoge appartementen. Als een voetballer een beetje slecht mikt dan schiet ie zo de flessen bier van tafel. Met zijn maximale capaciteit van 1800 mensen is het natuurlijk bij iedere interland bomvol. Maar de Andorrokanen bakken er dan ook niets van he. Ze verliezen doorgaans altijd met een nulletje of 6. Ik heb het eenmaal meegemaakt dat ze wonnen: tegen wit-Rusland of zo. Het zijn in principe gewoon amateurs. Maar áls ze winnen dan gaat het land ook helemaal uit de plaat. Andorra is best goedkoop. Een pot bier kost 2€ en de Marlboro’s kosten 3,85€. Het is een belastingparadijs waardoor veel mensen en bedrijven hier hun geld naar toe brengen. De hele hoofdstad ligt overhoop. Werkelijk overal wordt gebouwd en verbouwd. Ze zijn hier ook helemaal verliefd op rotondes. Van die ieniemienie rotondes. Ik weet niet hoeveel ik er ben tegengekomen op een kilometer afstand. Ik heb gewoon een lamme arm van het sturen gekregen. Dit stadje is gewoon te krap gebouwd om kruispunten aan te leggen. Werkelijk om de 50 meter duikt er er een rotonde voor je neus op. Het liefst hadden ze er allemaal ene op de slaapkamer. Andorra is een echt wintersportland. Stukken goedkoper dan Oostenrijk en Zwitserland dus voor de sneeuwliefhebbers: grijp je kans. Ik overnachtte in hotel Sant Jordi. Een ietwat oubollig hotelletje maar voor een hele nette prijs kun je je ogen met een gerust hart sluiten. De kamers zijn schoon en je ligt helemaal in het centrum. De volgende morgen stond ik al om 07:00u op om te vertrekken naar Lourdes in Frankrijk. In restaurant les Ares op de top van een besneeuwde berg at ik een heerlijke Cannelloni met brood, olijven en spinazie. De hut werd warm gestookt met hout hetgeen een aangename geur verspreidde. Door het beslagen raam keek ik omhoog naar de besneeuwde bergtoppen: de eeuwige sneeuw wat nooit smelt. Hoe oud zal dit ex-water zijn ? Één miljoen jaar ? 100 miljoen jaar ? Hoe zou water van 100 miljoen jaar oud smaken ? Een rare gedachte toch ? Omdat water te drinken. Een uur later passeerde ik de grens met Spanje en weer een uur later zat ik in Frankrijk op weg naar Lourdes. Even bidden 🙏🙏🙏