Kamperen bij een nomadenfamilie in Khustai National Park

De nachttrein uit Irkutsk arriveerde om 07:00u in Ulaanbaataar, de hoofdstad van Mongolië. 35% van alle Mongolen woont in deze stad. Veel mensen kiezen echter voor het Nomadenbestaan op de uitgestrekte steppes die het land rijk is. Met een auto werd ik naar zo’n nomadenfamilie gebracht. De weg er naar toe was erg ruig en steenachtig. Er groeiden geen bomen maar wel vele soorten grassen. Soms hield de zandweg op vanwege een wegverzakking dus moesten we even off-road. Onderweg kwamen we een aantal Oovo’s tegen. Een Ovoo is een soort berg bestaande uit een verzameling van offergiften. Er liggen stenen op, stokken, dierenbotten, wodkaflessen, hout, auto-onderdelen en heel veel blauwgekleurde linten (khadags). Een Ovoo is een offerplaats voor het Sjamanistische geloof. De Ovoo’s zijn vooral te vinden op heuvels en op bergen. Wanneer men een Ovoo tegenkomt onderweg, is het de gewoonte om er drie keer met de klok mee om heen te lopen. Er moeten dan bijvoorbeeld steentjes of keitjes op de hoop gegooid worden en daarna mag men een wens doen. Niet iedereen heeft tijd om te stoppen voor een Ovoo; er wordt dan ook wel eens drie keer getoeterd bij het langsrijden 😂🚗. Ovoo’s worden door de Mongolen als zeer heilig gezien en er zijn een aantal regels die in de buurt van een Ovoo gelden. Zo mag er niet gejaagd worden in de nabijheid en ook niet gegraven worden. Men gelooft dat de mensen die geen respect tonen voor de Ovoo ziek zullen worden of zelfs kunnen overlijden.

Na drie uur rijden kwamen we uiteindelijk aan in een klein tentenkampje op de laagvlakte. Hier woonde de familie waarbij ik een nachtje zou blijven. Zover je kon kijken zag je niets dan grasvlaktes en bergen. Groepen wilde paarden graasden in het gras.

Her en der zag je een Ger staan. Een Ger is een ronde tent waarin mensen wonen. Het is een houten constructie van een soort geruit-trap-hekje-systeem, zo eentje die je in en uitschuift. Je zet vier, vijf of zes van die wanden uitgeschoven tegen elkaar in een rondje om de muren te maken. Daarop steunen de dak balken die in het midden samen komen in de kroon. Bij een Ger wordt de kroon ondersteund door twee flinke palen in het midden van de tent.

Verder staat een Ger van oudsher altijd met de ingang naar het zuiden; verhuist de Ger twee tot vier keer per jaar; mag je niet op de drempel staan of tegen de middenbalken leunen; heet de wand een “Hann” (wat erg leuk is als je Hanna heet en je er een opbouwt, dan heb je het gevoel dat ze je de hele tijd roepen); loop je links om naar binnen en zitten de belangrijkste mensen achterin waar het warm is.

Er is weinig vertier dus het bestaan van de familie is erg eenzaam. Maar hier draait het niet om vertier maar om werken. De hele dag is er wel wat te doen in het huishouden. Van koken tot koeien melken en alles wat daar tussen komt. De kinderen gaan in Ulaanbaatar naar school en blijven de hele week daar i.v.m. de lange reistijden. In het weekend mogen ze naar huis. De familie bestond uit Egii 30, Moogy 31, dochter Enji van 5 en zoon Temka van 6. Opa Batkhishig van 57 en oma Tuugii 57 woonden in de tent ernaast. De ruimte is erg klein. Je zou het kunnen vergelijken met een studentenstudio. Ze koken, wassen, slapen en eten in één ruimte. Ik mocht vandaag in hun tent slapen. Zij verkasten voor vandaag naar een ernaast gelegen reserve-tent. Toen ik de tent binnenstapte stond er een grote ketel kokende olie klaar. Dochterlief van vijf legde de met rundvlees gevulde broden klaar op een schaal en moeder legde ze in de olie om te bakken. Na 5 minuten waren ze klaar om gegeten te worden. En lekker dat ze waren !

Na het eten ben ik in de omgeving wat gaan rondlopen. De vier honden kwamen achter me aan. Overal lagen kadavers van koeien en paarden. Deze worden niet opgeruimd maar blijven gewoon liggen. Op de terugweg besloot ik even naar de wc te gaan. De wc bestond uit een gegraven gat waarover twee planken waren gelegd. Aan drie zijden stonden metalen platen die je enigszins uit de wind hielden.

De wc lag op 75 meter van het tentenkamp verwijderd. Kun je je voorstellen hoe koud dat zou zijn bij -30℃ in de winter? Het uitzicht was daarentegen wel mooi. Tijdens mijn wc gang renden ineens 20 wilde paarden voorbij. Ze werden achterna gezeten door opa te paard. In zijn hand had hij een lange stok met een touw, in de vorm van een lasso, er aan vast. Met een machtige zwaai belandde het touw om de nek van een paard. Hierop begon deze wild te steigeren. Opa sprong van zijn paard en bond het gevangen dier vast aan zijn eigen paard. Samen reden ze terug naar het kamp.

Moogi was bezig met koken. Even te voren had ze aardappelen, wortel, uien en rundvlees gesneden. Deze mix stond nu te pruttelen op de met hout gestookte kachel. Ze besloot de tijd te doden door een spelletje met me te spelen. Uit een zak toverde ze ongeveer 20 enkels van een geit (zonder huid uiteraard). Die enkels hebben een bepaalde vorm. De bovenkant van de geitenenkel leek op een “paard”, de andere kant op een “kameel”. De weerszijden waren “geit” en “schaap”. Al dobbelend met vier enkels van een geit moest je een zo hoog mogelijke combinatie zien te gooien. Met vier “paarden” was je kampioen. Een soort Mongools yahtzee dus. Maar dan met de enkels van een geit. “Shagai Nyaslakh” heet het spelletje trouwens. “Ga je mee koeien melken”: werd er gevraagd. Ach waarom ook niet. Melk komt immers niet uit een pak. Zittend op een krukje nam ik de spenen in mijn hand en kneep er in zoals ik nog nooit in een speen had geknepen. Enji van vijf jaar oud kwam op haar paard naar me toe gegaloppeerd. Opa hielp haar van het volwassen paard af (géén pony !). Ze kwam naar me toe en schudde haar hoofdje toen ze zag dat ik nog altijd geen druppel melk in de emmer had liggen. Ze nam plaats tussen mijn benen en pakte mijn handen met haar handjes vast en begon langzaam maar stevig te knijpen. Die kleine had kracht ! Meteen daarna voelde ik een straaltje warme melk in mijn schoen lopen. Dié was er uit dacht ik. Nu nog leren mikken. Toen de emmer half vol was stond ik op en draaide me om en….. jawel hoor…. met mijn witte gympen stond ik in een koeienflater. Enji moest hard lachen toen ze mijn gezicht zag. Achja, in ieder geval had ik deze kleine dreumes aan het lachen gemaakt. Arghhhh…….

Moogy heeft net mijn bed opgemaakt en nog wat hout op de houtkachel gegooid. Vannacht wordt het -5℃ dus ik kan wel ieder beetje warmte gebruiken. Met een dikke trui en mijn joggingbroek aan stapte ik in een bed zonder matras. De vulling van het kussen bestond uit oude T-shirts die over elkaar heen waren getrokken. Buiten stonden 1000 paarden, of waren het er 2000? Ik weet het niet. Het is nu 20:30u en stikkeduister. Ik ga nu schaapjes tellen i.p.v. paardjes. Morgen sta ik weer vroeg op. Goodnight/saikhan amraarai🌙

Het is 03:12u en ik zit stijf in bed. Een paar honden blaffen en ene jankt als een wolf. Ik schakel de zaklampfunctie op mijn I-phone in en ga op zoek naar de Varta-accu naast mijn bed. Het losse ringvormige uiteinde van het koperdraadje druk ik handig om de minpool en de Ger-tent wordt terstond van binnen verlicht. Moet ik buiten gaan kijken ? Het is behoorlijk koud. Als ik uitadem zie ik de damp uit mijn mond komen. Aangezien het gejank aanhoud doe ik het toch. Ik haal het schuifje van het deurtje en binnen twee tellen sta ik onder een deken van miljoenen sterren die flikkeren tegen een pikzwarte achtergrond. De volle maan schijnt over de kudde paarden, koeien, schapen en geiten. Dit doet me herinneren aan mijn overnachting in de woestijn van Australië midden in het Red Centre nabij Uluru. Dit soort aanblikken heb je alleen maar daar waar géén lichtvervuiling is. Machtig mooi. Zo ook hier op de steppe in Mongolië. Waarschijnlijk was het de volle maan die ervoor zorgde dat dat hondje jankte. Jacky doet dat thuis ook. Maar dat doet ze ook als ze een ambulance hoort. Eenmaal weer binnen begonnen mijn darmen op te spelen. “Oh nee”,dacht ik. “Die nootjes van gisteren”. Stom natuurlijk maar daar had ik nu niks aan. Moest ik dan nu werkelijk in de kou naar buiten en die 75 meter in het donker naar de wc lopen ? En ook nog bij volle maan?? Ok, de volle maan is maar een gedachtenspel maar stiekem dacht ik toch terug aan die film van vroeger: “American werewolf in Londen”. Ik pakte mijn Zwitsers multifunctioneel zakmes uit mijn rugtas en hield het in de palm van mijn hand. Het paste er maar net in. Hiermee kreeg je nog geen fles bier opengemaakt. Laat staan dat dat dingetje me ging beschermen tegen de scherpe, slaande klauwen van zo’n beest. Maar ik nam het toch mee. Wie weet kwam het nog van pas. In de vrieskou liep ik in mijn joggingbroek door het natte gras naar het schijthok. Laten we het vooral geen wc noemen. Met de zaklamp op mijn iphone kon ik enigszins zien waar ik liep. De koeien, schapen en geiten lagen overal op de grond en ik moest goed uitkijken wilde ik er niet over struikelen. Bij de wc aangekomen lagen er allemaal geiten voor het hok. “Oh nee”, dacht ik. Niet dat óók nog. Met een luide “BOEHHHH” stonden ze gelukkig op en kon ik mijn dingetje doen. Nee, ik ging me nu niet druk maken om 3-of 4 lagen toiletpapier. Wij westerse mensen zijn het niet gewend om op je hurken te moeten poepen. Hier in Azië doen ze dat alleen maar op deze manier. Zo weten de mensen hier zich geen raad met een wc-pot zoals wij die kennen. Ze laten dan hun broek zakken tot op hun enkels, klimmen boven op de pot en met hun schoenen op de wc-bril zitten ze gehurkt te kakken. In Australië hangen informatiebordjes in sommige restaurants op de wc waarop met foto’s staat aangegeven hoe je een westerse wc dient te gebruiken. Gezien de kou had ik de neiging om mijn joggingbroek niet helemaal uit te trekken maar om hem alleen te laten zakken tot op mijn enkels. Wat kon er mis gaan dacht ik. Denkende aan een mislukte nachtelijke beurt in het stadspark van Sittard trok ik mijn joggingbroekje toch maar uit en ging gehurkt zitten in de kille buitenlucht met vóór me een enkele tientallen geiten die me aankeken. ’s Morgens om 09:00u stond het ijs nog altijd op de vooruit van de auto dus het moest flink gevroren hebben toen ik daar zat. En zo voelde het ook aan ! Hierna ging ik weer lekker slapen in mijn bedje. Overigens geen weerwolf gezien. De dag erna nam ik afscheid van de familie. Ik werd nog getrakteerd op een lekkere lunch van rundvlees. Met een scherp mes sneed de kleine Enji het vlees van het koeienbot en gaf dat stukje aan me met haar mini handjes.

Ze draaide het dopje van mijn flesje cola en bracht het flesje naar mijn mond. Ik moest drinken. Ze nam zelf ook een slokje. Snel, voordat mamma het zag. Daarna liep ze naar buiten om hout te sprokkelen. Vijf minuten later kwam ze terug met een grote stapel hout op haar kleine armpjes. Daarna moest ze van haar moeder de wastrommel gaan vullen met vuile was. Voor de grap tilde ik haar op en zette haar met haar kont in de bovenlader. Snel sprong ze er weer af. De hele ochtend heb ik met haar gespeeld. Ik moest haar karretje waarin ze was gaan zitten, trekken en ik fungeerde als klimrek. Ze was helemaal geobsedeerd door de grappige fluittoon wat ik kon maken met mijn lippen. Dat had ze nog nooit gehoord. De familie ging zich langzaam voorbereiden op de naderende winter. Dan werden alle tenten afgebroken en verhuisden ze naar de bergen. Daar was het minder koud. Ik beloofde Muugü dat ik tegen die tijd spullen zou opsturen. Ook voor Enji. Dit was een heel aparte ervaring die ik niet zal vergeten.

Chefchaouen

Na vijf uur rijden kwamen we 340 km noordelijker aan in Chefchaouen. Onderweg hadden we ons verreden op de autosnelweg. Aangezien de volgende afslag 75 km verderop lag zouden we dus 150 km om moeten rijden. Daar hadden we geen zin in. Om de vijf kilometer was er een kleine opening in de vangrail. Aangezien het én Ramadan én zondag was, was er niet veel verkeer op de weg dus even later deden we effetjes stout en staken we door de opening in de vangrail heen om op de andere weghelft terecht te komen. Gelukkig was er geen politie in de buurt en binnen tien minuten zaten we dus weer on track.

De laatste drie uur reden we door het Rif-gebergte en zagen veel van het mooie groene landschap. De talrijke scherpe haarspeldbochten moest je niet té hard nemen. Soms was er een vangrail maar meestal niet. Af en toe was er een stuk weg van de berg afgebrokkeld en gewoon naar onderen gevallen. Dan moest je eventjes naar de linkerbaan uitwijken.

Langs de weg zagen we veel ezels waarop oude mannetjes zaten zoals bij ons op een scootmobiel. Onderweg weg moest ik af en toe afremmen omdat paard en wagen 🦄 voor je reed. Die haalde we dan heel rustig in om het beestje niet al te veel aan het schrikken te maken. Ooievaars zaten in hun nesten langs de weg hun jonkies te voeren.

Geitenhoeders 🐐 mepten voorzichtig op de kont van hun geitjes om ze de juiste kant op te dirigeren. Het verkeer was erg rustig kortom: het voelde heel anders dan de grote drukke stad Casablanca met ontelbare knallende brommertjes.

Onderweg ergens eten lukte helaas niet. Tijdens de Ramadan zijn de restaurants en barretjes overdag gesloten. Maar de markten zijn wel gewoon open. Hier kochten we allemaal lekkere Marokkaanse koekjes en sort-of-croissants. De plaatselijke bevolking deed superaardig en probeerden zowaar engels te spreken. We werden tijdens het rijden aangehouden door een agent op een controlepost. In Marokko geldt nog altijd de hoogste terreurdreigingsfase dus om de 25 km is er een roadblock met spijkermatten op de weg. Maar toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen wenste hij ons een fijne vakantie en mochten we meteen doorrijden.

Chefchaouen benader je met de auto vanaf de bovenzijde. Je kijkt dan vanaf een berg omlaag naar het heilige stadje met allemaal blauwe huisjes. Joodse immigranten bevolkten vroeger deze plek en besloten de huisjes blauw te verven als een weerspiegeling van de blauwe hemel zodat als ze door de nauwe, knusse steegjes zouden lopen, ze op ieder hoekje aan God konden denken. Hier hadden we voor 18,50€ een hotelletje geboekt met een Arabische kamer. Het hotelletje zelf heeft niet alleen Arabische maar ook Andalusische invloeden. Steile trappen brengen je naar de rooftop waar we morgenvroeg ons ontbijt gaan oppeuzelen. Vanaf het dakterras heb je een mooi uitzicht over het blauwe stadje met zijn acht moskeeën. Vanuit ons hotelletje was het 10 minuten lopen naar de Medina. Hier waren we voor gekomen. Alleen maar blauwe huisjes, steile trapjes, gezellige terrasjes en een gemoedelijk sfeertje. Vanavond gaan we eens kijken of we een plekje kunnen krijgen bij restaurant Lalla Messouda ,een typisch Marokkaans restaurant. Tijdens mijn reizen heb ik de naam van dit restaurant al drie keer horen vallen. Let’s see 🍽

Lekker vispannetje
Politieman die zich netjes legitimeert

Maramba market Zambia

De Maramba markt is een markt waar mensen uit drie landen inkopen komen doen. De markt is kleurrijk, levendig en bruist van de activiteit. Hier verkopen de lokale mensen van alles; “chitengies” (felgekleurde stof), fruit, groenten, granen en rijst, curiosa, potten en pannen gemaakt van oude auto’s, landbouwwerktuigen, kippen, kralen en kleding. Hij ligt in Livingstone (Zambia) net over de grens met Zimbabwe en Botswana. De weg er naar toe is best leip. Je loopt als het ware aan de zijkant van een geasfalteerde weg door de vrije natuur. Links en rechts steken dan olifanten en neushoorns over en hangen stoere bavianen aan een tak te wachten tot wat lekkers voorbij komt. De meeste locals gaan te voet of met een fiets. Zij kunnen zich goed verdedigen met de dikke baboon-sticks die ze altijd bij zich dragen. Alleen de echte hongerige bavianen wagen zich dan nog om een voetganger met een plastic zakje aan te vallen. De rest blijft rustig zitten want ze zijn heel bang om een klap met die stok te krijgen. In een andere blog zal ik eens een stukje schrijven over de aanval op mijn reismaatje Harmke en ik door een groep bavianen.
Op dit soort Afrikaanse markten valt me altijd op dat heel veel mensen hetzelfde verkopen. Ik vroeg aan Ruth, de barmeid van het hostel, wat nu het verschil maakte of er bij verkoper A vis werd gekocht of bij verkoper B. Dat maakte geen verschil zei ze. Mensen kopen gewoon bij iemand wat. Ze hebben geen voorkeur. Ik vond dat een beetje een raar antwoord maar blijkbaar werkt het hier zo op die manier. Zo verkochten zeker 25 mensen gedroogde vis. Ik zie het al voor me op de donderdagochtend op de markt in Sittard. Vanaf het Tempelplein tot aan café Tapas alleen maar vis. Dat zou een flinke concurrentieslag veroorzaken waarbij niemand van die visboeren zou kunnen overleven.
In onze maag zullen deze vissen het trouwens niet lang volhouden. Ze worden weliswaar gedroogd maar ze liggen de hele dag onder een dikke laag vliegen in de zon. Met een dode kip aan het einde van een stok worden de vliegen weggejaagd. We verwennen heden ten dage onze magen dermate met goed, schoon voedsel dat we nog geen bacterie meer kunnen weerstaan. Afrikanen daarentegen happen alles weg zonder dat hun poeperd vaak hoeft te hoesten. Het was toch een aparte dag op deze markt. Zo zag ik hoe verf werd gemaakt van kleurpoeder (chitengies) en parafine. Ik zag kappers en mensen die insecten verkochten. Ik heb toch altijd de neiging om zo’n beestje in mijn mond te proppen.

Even naar de kapper
Kinderen vonden het leuk om eens een vreemde te zien. Ze schreeuwden lachend “Mzungu”, hetgeen zoiets betekend als bleekscheet.
Op de foto gaan vonden ze geweldig
Zongedroogde rupsen zijn een delicatesse in Zambia
Jolly Boys Backpackers hostel waar ik verbleef in Livingstone, Zambia
Even rusten

Nee. Mensen die zeggen dat zo’n insect lekker is hebben een pan af. Het is gewoon ranzig en ook maar nét binnen te houden. Ik doe het puur om de uitdaging. Zo nam ik vorig jaar in Cambodja met een paar makeraden een tapasschoteltje tarantula’s en schorpioenen voor mijn rekening en als hoofdgerecht een tijgerpython in een lekkere currysausje. Dat laatste was wél lekker. Maar de rest smaakte dof en muf.
In het midden van de markt was een klein cafeetje. Wederom was ik weer de enige blanke op die markt dus ook in dat kroegje. Er klonk geen muziek maar er hing wel een jukebox aan de muur. Ene die jullie nog nooit hebben gezien. In een koelkast achter de bar stonden een paar flessen bier. De aanwezige locals keken me raar aan en riepen weer: ”Mzungu !”. Niet netjes maar ach, ik voelde me niet gediscrimineerd.

Hier wordt kleurstof gemaakt voor o.a.textiel te verven
Handmatig schoonmaken van vis
Eén van de enkele tappunten van water. Er staan altijd mensen in de rij !
Stapels parafineblokken
Een naaister
Ruth begeleidde me deze dag en liet me vanalles zien
Duizenden visjes

Dus stelde ik me voor als de grote, zware “Mzungu” uit Nederland. Ze wisten überhaupt niet waar Nederland, Spanje of Frankrijk lag dus maakte ik er maar Europa van. Ze begonnen meteen te lachen en gaven me een hand. Later op die dag had ik in een ander locaal café (club Limpos) een discussie met een paar Zambianen. Ze zaten al flink onder de olie dus ik hield me enigszins op de vlakte toen mijn buurman begon over zijn huisaapje. Hij had een aap in huis ! Ik vroeg of de aap niet beter in het wild kon worden gelaten: zijn natuurlijke habitat. Hij antwoordde heel kordaat dit: “jullie gaan op zondagmorgen naar gefrustreerde olifanten en andere dieren kijken in een dierentuin. Als aldaar een babyneushoorntje wordt geboren haalt het het nieuws. Hij zal nooit in vrijheid leven. Jullie trainen dolfijnen in dolfinaria om door een hoepel te springen. Jullie hebben parkieten in een kooitje. Jullie houden katten en honden als huisdier op de vijfde etage van een flat”.
Zijn boodschap: kijk eerst eens naar jezelf. En daar had ie gelijk in. Ik werd er zelfs even stil van. Hier had ik niet 1,2,3 van terug. Ik had misschien kunnen zeggen dat onze parkieten en poezen zijn gedomesticeerd maar dan had hij waarschijnlijk geantwoord dat de apen in zijn land pas halverwege dat traject zaten maar dat dat wel goed zou komen. Nederland-Zambia 0-1.
Later die dag bezocht ik nog een traditioneel dorpje waar een stam woonde (Simonga-stam). Heel interessant om te zien hoe de mensen daar wonen. We kennen de beelden wel allemaal van TV. Arme sloebers met maar één kraan waaruit grondwater werd omhooggepompt. Áls het er al was.

African food
Emmertjes met pigment
Koffiebonen
Emmertjes pigment
Dtof weven is een beroep !
Hete kooltjes voor in de strijkbout
Bar is open !
Bij de kapster
De lokale hanenboer waar je je kip kon laten dekken
De timmerman maakte een stoel
Plattelandsdorpje

Bad Münstereifel…

Heino, de zanger, was tot voor kort de grootste attractie van Bad Münstereifel. Maar zijn café is al lang weg en hij zelf is verhuisd naar het Kurhaus, een paar honderd meter de berg op. We konden door twee stadspoorten de houten stadskern binnenwandelen. Omgeven door een metershoge stenen stadswal ligt Duitslands nieuwste outlet shopping centre. Maar gelukkig waren de winkeltjes dicht en konden we genieten van een lege stadskern met allemaal mooie houten vakwerkhuisjes 😍

Angkor Wat.

Rond 04:30u werd ik wakker gemaakt door de nachtwaker. De tuktuk-driver stond al voor de deur van mijn hostel The Siem Reap Chilled Backpacker waar ik drie nachten had geboekt voor in totaal acht euro. Je leest het goed: 8 euro. Incl. zwembad want dat had ik wel nodig na zo’n dagje in de jungle. Voor dag en dauw zou Arun me voor 15 euro van Siem Reap naar Angkor Wat brengen en me een dag lang rondkarren door het 1000 km2 (200.000 voetbalvelden) grote tempelcomplex, goed verborgen in de jungle en één van de hoogtepunten van mijn reis door Cambodja. Begin jaren ’90 kwamen hier nog geen 10.000 toeristen per jaar. Nu zijn het er al 2,5 miljoen. Vóórdat ik het gigantische complex binnen mocht moest ik eerst een dagpas laten maken met een foto van mijn hoofd er op.

Daarna reden we het complex binnen: tussen de ruim duizend mooie tempels lagen dorpjes met restaurantjes, markten, winkeltjes en barretjes. De bouw van deze stad begon in 890 n.Chr. en duurde in totaal 500 jaar. Angkor was de hoofdstad van het Khmer-rijk en domineerde van het jaar 800 tot 1432 een groot deel van Zuidoost-Azië. Op haar hoogtepunt woonden er één miljoen mensen tegen 25.000 mensen destijds in Londen. Rond 1900 werd de stad pas herontdekt, 400 jaar nadat de regering had besloten de hoofdstad te verkassen naar de huidige hoofdstad Phnom Penh. Angkor Wat werd teruggenomen door de jungle en alleen de stenen tempels waren blijven staan. Overal zag ik eeuwenoude tempels overwoekerd door bomen en struiken. Jongeren uit mijn hostel gingen drie dagen lang tientallen tempels bezichtigen. Ik vond één dagje wel genoeg omdat ze in principe allemaal wel een beetje op elkaar leken en ik wilde het niet saai laten worden. Daarnaast zijn van de 1000 tempels er nog maar 100 een bezoek waard. De rest is gedegradeerd tot een bergje stenen waar je niet meer goed uit kan opmaken wat het is geweest. Derhalve koos ik de drie mooiste tempels uit en liet de rest links liggen. Achter op mijn tuktuk sprong ineens een aapje en bleef zeker 10 minuutjes lang met ons meerijden. Te lui om te lopen zeker. Hij bleef me maar aankijken alsof ik een zak banaantjes voor hem had. Eenmaal aangekomen bij Angkor Wat hupte ik uit de tuktuk. De chauffeur liep even mee om af te spreken waar we elkaar weer zouden treffen. Hij vertelde me dat de rode steentjes waar we over liepen allemaal scherven waren van eeuwenoude potten. Ik stapte meteen opzij, bang dat ik wat fouts deed maar aan zijn lach zag ik dat het niet erg was om er over heen te lopen. Miljoenen mensen waren we immers voor gegaan in deze toeristische attractie die door Lonely Planet met stip op nummer één staat. Zeker, Las Vegas is met 40 miljoen bezoekers de drukstbezochte attractie ter wereld. Vergeet echter niet dat 95% van alle bezoekers Amerikanen zijn die nooit het land uit gaan. Gewoon vanwege het feit dat ze gemiddeld maar 12 verlofdagen per jaar hebben en dat ze zich buiten de VS onveilig voelen. Ik ben nog nooit in Vegas geweest maar ik weet ook niet zeker of ik dat wel wil. Buiten het feit dat alles over de top is hou niet zo van Amerikanen die denken dat ze de enigen zijn op de wereld en dat ook uitstralen naar hun medemens.

De mooiste tempels die ik heb bezocht vond ik:

Angkor Wat

Omdat het de grootste tempel is met een mooie vijver ervoor waarin de tempel mooi weerspiegelt.  

Mooie zuilengangen
Bhoeddistisch offerblok
Angkor Wat van boven gezien
Vanuit de helicopter kun je goed zien hoe groot Angkor Wat is. De stad ligt diep verscholen in de jungle van Cambodja
Cambodjaanse monnik beklimt de trappen van de Angkor Wat tempel
Boeddhistisch offerblok

Ta Prohm

Eigenlijk de meest bekende. Ta Prohm is de tempel die onder het grote publiek vooral erg bekend is geraakt vanwege de film Tomb Raider met Angelina Jolie in de hoofdrol De tempel was helemaal overwoekerd met Ceiba Pentandra bomen en struiken. Ta Prohm vond ik toch wel de allermooiste tempel in het Angkor gebied, vooral vanwege de samensmelting met de jungle. Doordat de tempel zo overwoekerd wordt door de jungle leek het wel rechtstreeks uit een filmset zoals die van Indiana Jones of Tomb Raider afkomstig.

Tomb Raider met Angelina Jolie

 

Bayon tempel

Waarom ik deze ook mooi vond weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ik al kapot moe was na het bezoeken van die andere twee tempels. Ik had nog twee uur de tijd dus dacht:”why not”. Vergis je niet. Je bent de hele dag aan het klimmen over blokken waarvan sommige zo hoog zijn dat je je knieën er aan stoot. Trappen zijn zo steil dat je bijna achterover valt (en niet allemaal met leuning). Hierna gingen we een dorpje in om wat te eten. Ik bestelde een Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad. Wanneer je de Cambodjaanse kookwijze vergelijkt met die van de buurlanden, valt op dat de Cambodjanen minder kruiden en specerijen gebruiken. Ik vond dat wel goed zo. Lekker mild ! Ik probeerde net zoals Cambodjanen op een van riet of rijsthalmen gevlochten mat te eten in een kleermakerszit. En dan i.p.v. mes en vork met mijn rechterhand (linkshand is voor het toilet) het eten naar mijn mond te brengen. Als toetje had ik Sticky rice. De rijst had de hele nacht geweekt en werd daarna in bananenbladeren in een sigaarvorm in een op maat gezaagde bamboekoker gedaan, zodat de binnenkant bedekt was.  

Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad
Sticky rice (bamboe gevuld met rijst en zoete kokosmelk)
Bayon tempel
Bayon tempel
Rijstboeren
Het aapje dat met ons mee reed
Dit meisje was 10 jaar en werkte in het restaurant van haar moeder. Ze ging niet naar school.
Meisje in schoolkleding

El Salvador

Gered uit de jungle van El Salvador

El Salvador. Een land waar welgeteld één vliegtuig halfvol met toeristen per maand landt. Alléén al op Ibiza landen in het hoogseizoen ieder uur tien volle vliegtuigen . Na de burgeroorlog in de jaren ’80 is het land niet meer uit de problemen gekomen. Het land staat momenteel bekend om zijn corruptie en armoede terwijl jeugdbendes van MS13 (Mara Salvatrucha) het land terroriseren. Niet echt een sexy bestemming om heen te gaan maar ach….waar is niks ?

Uitzicht vanuit het zwembad

We waren met de hele groep de Rio Paz die Guatemala scheidt van El Salvador, overgestoken en lagen aan het zwembad van ons hotelletje El Tejado, gelegen op een berg van ons uitzicht te genieten. In de verte zagen we zwarte rook uit drie vulkanen komen. Het was die dag erg heet (34°c) en de rit hierheen was erg vermoeiend geweest. Op de weg hierheen lagen allemaal omlaag gevallen rotsblokken dus we moesten zigzagrijdend er doorheen. Het heerlijke koele zwemwater kwam dus als geroepen.

Bovenste rij: Hans, Sabine, Ran, Arie, Lotte, Oscar, Henri, Ellen, Onderste rij: Rowena, Nestor, Annie, Ellen
Always a gentleman 🙂

De dag erna werd ik al om 05:30u wakker gemaakt door mijn wekker. Ik zou met Ina, Sylvia en de zusjes Sabine en Rowena gaan kano varen op het mooie meer van Suchitlán. We aten Pupusas als ontbijt. Dit zijn tortilla’s gemaakt van maisdeeg gevuld met kaas, chicharrón en bonen. Het was nog frisjes op het meer maar de temperatuur zou snel gaan stijgen. We zaten midden in het broedseizoen en zagen heel veel soorten vogels die hier kwamen paren. Mijn camera had ik op mijn kamer gelaten omdat ik bang was dat de kano zou omslaan en mijn camera in het water zou belanden. Dit soort gebeurtenissen zijn mij niet vreemd. Ina had hem gelukkig wél bij wel bij zich (dus alle foto’s zijn van Ina).

Na de lunch vertrok een gedeelte van onze groep voor een hike in de jungle in het Cinquera National Reserve. Hier zouden we een oude guerilla-keuken gaan bezoeken. Ze hadden smalle tunnels gegraven waar de rook van het vuur 🔥 honderden meters verder dan de plek van de keuken, kon ontsnappen. Dit alles naar een voorbeeld van de Vietcong tijdens de Vietnam-oorlog. Zodoende zou de verblijfplaats nooit gevonden kunnen worden. Interessant natuurlijk ! Ik zou eerst meegaan maar na ruggenspraak met mezelf gehad te hebben leek het me toch fijner om bij het hotel te blijven. Ik had al een vermoeiende activiteit gehad en wilde even met mijn Servische reismaat Nestor bij het zwembad van het hotel bieren. Om 19:00u was het avondeten dus we hadden de hele middag eens lekker niets te doen. Echter, rond etenstijd brak er lichtelijke paniek uit onder het keukenpersoneel. De junglehike-groep was niet teruggekeerd van hun trip en ze kregen geen contact gemaakt met de gids die hun zou begeleiden tijdens de tour. Rond 20:00u schakelden we lokale politie maar in om eens te gaan onderzoeken wat er aan de hand was. Om een lang verhaal kort te houden: rond 01:30u ’s nachts arriveerde de groep pas weer bij het hotel. Wat was er nu gebeurd ?

Meer van Suchitlán
Meer van Suchitlán
Meer van Suchitlán
De Koninginnenpage
Witte zilverreiger

Tijdens hun hiking-tour door de jungle moest een berg beklommen worden. Bij de top aangekomen was een noodweer losgebroken en op de vlucht voor het onweer vluchtte de groep met de gids weer naar onderen waarbij ze werden ingehaald door het regenwater wat zich op de berg had verzameld. Beneden aangekomen kwamen ze tot hun schrik tot de conclusie dat ze zaten ingesloten tussen de eerder overgestoken kolkende rivier welke eerst een nietsbetekenend, rustig kwakkelend stroompje was en het oerwoud. De rivier oversteken was geen optie want ze zouden subiet worden meegesleurd door het vieze bruine schuimende water. In de tussentijd was het donker geworden. Vanwege de duisternis en de regen besloot men te gaan schuilen bij twee hokjes met een afdak. Niemand wist dat dit een oude schuilplaats was van guerilla-strijders uit de burgeroorlog. Hier bleven ze uren zitten wachten op hulp en maakten stokken met scherpe punten om giftige spinnen en slangen buiten de hut te houden. De hulpdiensten waren inmiddels door de chauffeur van de 4×4 ingeschakeld . Door het snel stijgende water van de rivier was zijn auto bijna weggespoeld. Snel was hij naar het nabij gelegen dorp teruggereden om hulp te zoeken. Ze hadden contact gezocht met ex-guerilla strijder Don Rafael die destijds jarenlang vanuit dit stukje van de jungle regeringsdoelen had aangevallen. Hij was in het dorpje opgegroeid en kende dit gebied dus op zijn duimpje. Samen zijn ze met hem en de dorpelingen via een oude geheime strijdersroute de jungle ingegaan om mijn reiskameraden te gaan zoeken. Na een aantal uren werden ze gevonden. Hij had er op gegokt dat ze zijn schuilplaats van jaren geleden hadden gevonden om te kunnen schuilen voor de regen. En jawel hoor ! Ze zaten er ! Ze waren inmiddels begonnen met het rantsoeneren van water en wilden héél graag terug naar het hotel. Eenmaal teruglopende naar het dorp moest nog een Landpuntslang ontweken worden. Van dit slangetje wil je géén tandjes in je been hebben. Ze zijn giftig en aan een beet kun je sterven. Onderweg gaf de ex-guerilla de jonge gids flink op zijn flikker. Hoe hij het in zijn hoofd had gehaald om met deze slechte weersvoorspellingen de berg te beklimmen. De arme jongeman kreeg er verbaal flink van langs.

Landpuntslang in El Salvador. Zij zorgen voor de meeste beten bij mensen en zijn giftig en dodelijk.

Onderweg van de jungle naar het hotel was hun 4×4 met geblindeerde ramen nog aangehouden door twee nerveuze politieagenten. Met getrokken pistolen waren ze op de auto afgelopen. Op dit tijdsstip kwam je normaal gezien op deze weg geen auto’s meer tegen dus ze wisten ook niet wat ze zouden aantreffen achter die zwarte raampjes. Ik was nog wakker gebleven en zat aan de bar een biertje te drinken. De kok maakte snel nog wat lekkers te eten klaar want ze hadden natuurlijk erge honger. Plots kwam er een baby wolfspin onder het shirt van Albert vandaan (zie foto) en viel op de grond. Zijn vrouw Corina had deze per ongeluk “meegenomen” uit de jungle en eenmaal in de 4×4 mepte ze iets bij haar oor weg. Niet wetende dat dit een spin was. Daarna was ze van plek geruild met Albert en de spin was onder zijn shirt gekropen. Ik was zó blij dat ze weer ongedeerd “thuis” waren maar tevens vond ik het superjammer dat ik dit avontuur had moeten missen. Tot op de dag van vandaag helpen mijn oud-reisgenoten me hieraan herinneren als ze me taggen in een of ander verhaal over El Salvador wat ze op facebook tegenkomen. Hahaha.

De steile klim naar de waterval
Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet

Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
René de gids die zich lelijk vergiste in de regen
Situatie vóór de regenbui
De beek die veranderde in een kolkende rivier
Oude Indigo-werkplaats in het oerwoud. Hier werd uit planten Indigo gewonnen.
Oude loopgraaf van de burgeroorlog in El Salvador
Dorpelingen
Politie en dorpelingen helpen mee zoeken
Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
Eindelijk gered !
Baby Wolfspin die onder het shirt van Albert kroop

Hermitage, St.Petersburg.

Tegenover mijn hostel ligt een eerlijke eetzaak met de naam Shtolle of in het Russisch Штолле. Hier krijg je gewoon natural Russian food waar je voor een paar roebelkes gewoon kotelet met aardappeltjes en groenten kan eten. Gewoon degelijke kost zoals onze moeders ons dat vroeger ook onder onze neus schoven. Ik vraag me wel eens af welke kok nog lekker kan koken zonder koksroom, marinades en weet ik wat voor een kruiden waar je twee dagen lang plezier van hebt op de pot.

Menukaart lunchroom Shtolle
Lunchroom Sjtolle

Hierna liep ik te voet richting de Hermitage : met drie miljoen kunstobjecten niet alleen de grootste maar ook het omvangrijkste museum ter wereld. Overigens kunnen ze maar 5% er van tonen omdat ze gewoonweg niet meer plek hebben. Er waren ook “nog oude” gedragsregels: Bij binnenkomst titel en rang afzetten, zowel de hoed als de degen. Aanspraken gebaseerd op geboorteprivilege, arrogantie of andere soortgelijke sentimenten moeten ook bij de deur worden achtergelaten (letterlijk vertaald). Bij binnenkomst viel mijn mond terstond open.

Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage

Alleen het kasteel van Versailles bij Parijs en de Sagrada familia in Barcelona waren zo mooi als dit. Ik besefte meteen dat ik hier een week vermaak zou kunnen hebben ware het niet dat er zoooveeel Chinezen rondliepen. Bohh. En ze willen allemaal tegelijk door dat ene deurtje. Sommige zelfs met een Gro Pro op hun voorhoofd gebonden. Waarschijnlijk om het thuisfront maar niks te hoeven laten missen. Ik heb eens Chinezen op mijn kamer gehad. Chinezen maken je het ’s nachts wakker. Niet dat ze zoals Nederlandse vrouwen tot diep in de nacht hardop praten over “problemen” maar dat doen zij op een hele andere manier. Overdag vullen ze van die plastic zakjes met weet-ik-wat voor eetbare shizzle (ze eten werkelijk alles met een hartslag), en ’s nachts trekken ze met een knorrende maag zo’n krakend zakje openen en beginnen ze te smikkelen. Meestal wordt dat vocaal begeleid met het nodige gesmak want over het algemeen eet de Chinees met zijn mond open. Lig je op het onderste bed van een stapeleenheid dan zou je zomaar eens het geluk kunnen hebben dat er wat omlaag valt. Recht op je pan dan wel. Zo vertrok ik jaren geleden vanuit Cairns Australië met een catamaran richting het Great Barrier reef in de Koraalzee. Met 2600 km het grootste rif ter wereld. Heel indrukwekkend moet ik gedacht hebben toen ik boekte. Echter bij aankomst stak zo’n klein stormpje op. Deze meneer is sowieso niet zo’n zwemwonder en toen ik eenmaal in het water méér water door mijn neus naar binnen haalde dan dat ik door mijn mond weer naar buiten kon duwen besloot ik maar weer aan boord te gaan. Het nadeel van alleen reizen is dat je wel eens wordt misbruikt als vulmiddel. Zo ook die dag. Een hele groep Chinezen had de betreffende catamaran afgehuurd. En ik paste daar best wel nog bij moet de regelneef van het boekingskantoor hebben gedacht. Aldus zat ik tijdens de BBQ met 40 Chinezen om me heen. Zij houden er een ander soort manieren dan wij westerlingen op na. Zo laten ze de indruk achter dat ze continu met elkaar liggen te fitten want ze yellen er op los like hell. Ook hebben ze hele vrouwelijke trekjes want ze praten allemaal door elkaar en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze elkaar niet verstonden of niet begrepen. 1-0 voor China. Echter, dat “ruziën” gebeurt dan net zoals bij ons aan tafel. Daar waar wij intermezzo’s van stilte invoeren (omdat we onze mond vol hebben), lult de doorsnee Chinees je de oren van je kop. Zelfs met volle mond.

Hermitage
Hermitage waterzijde

Voeg daarbij nog aan toe dat er zee verse garnalen op de BBQ lagen te roken én het feit dat de Chinees deze niet met de hand pelt maar binnensmonds met zijn tong, dan ontstaat er een schouwspel voor je ogen waar een Lowlands-foodfight nog de hik van krijgt. Knalroze armpjes en beentjes vlogen door de lucht. Kopjes met sprietjes werden vakkundig vanuit de mond richting het tafellaken gelanceerd. Ik wist niet wat ik zag. Zoveel garnaal. En dan die geluiden. Als er ooit een wereldkampioenschap “boeren laten” wordt gehouden, zet je tientje dan op een Chinees. Die gaat winnen. Geheid. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Ik ben opgestaan en naar het upperdeck gelopen. Nadat ik boven mijn t-shirt van de velletjes had ontdaan vroeg ik me af waar het soms zó mis kan gaan bij mensen. Ik dwaal af.


Kerk van de Verlosser op het bloed

Kerk van de Verlosser op het bloed

In ieder geval ben ik twee uurtjes in de Hermitage geweest en daarna ben ik over een bruggetje over de rivier de Moyka naar de Kerk van de Verlosser op het Bloed gelopen. Een plek waar veel marktkraampjes staan dus ook veel mensen komen. Hier heb ik mijn hobby fotografie goed kunnen uitoefenen. Zo waren er veel bruidspaartjes die er een fotoreportage maakten maar ook veel levende beelden en straatentertainment. ‘s Avonds bluste ik de avond af met een lekker biertje. Een Russische jongedame wilde wel eens met iemand uit Amsterdam drinken. Zie de foto’s van de gevolgen.

Rockstar Café
Rockstar Café
Kijk hoe je “Heineken” schrijft in het Russisch. Halve liter 3,30€.
Rockstar Café

Nazi submarine bunker

“Snel, geef me het brood”, smeekte Raymond het Duitse jongetje langs de weg. Het jongetje gaf hem vlug twee sneetjes oudbakken brood en kreeg er een houten speelautootje voor terug. Het rantsoen voor gevangenen was heel karig en bevatte niet meer dan 500 kcal per dag. Héél wat minder dan de 2500 kcal die een volwassen man dagelijks nodig had. Hij deed zwaar werk in de bouw van Albert Speer’s onderzeebootfabriek. Hij moest zakken cement van 50 kg op zijn schouder een ladder omhoog sjouwen en deze in één van de tien betonmengtrommels handmatig leegmaken. Ondanks dat Raymond minder woog dan een zak cement lukte hem dit te doen gedurende tien uur per dag. Om het beton goed vloeibaar te houden werd er een geelkleurige stof aan toegevoegd zodat het beton de te bouwen fabriek in kon worden gepompt. Saboteurs lieten de toevoeging van deze stof vaak achterwege zodat de leidingen verstopt raakten en kapot scheurden. Ze deden er alles aan om te voorkomen dat er straks iedere 56 uur een onderzeeboot gemonteerd zou kunnen worden. Raymond had dan een halve dag vrij die hij vervolgens goed benutte om autootjes van hout te maken. Na een dag hard werken liepen de 12.000 dwangarbeiders vanaf de fabriek in anderhalf uur tijd door een aantal dorpjes naar hun barakken. Onderweg ruilde hij het autootje tegen een paar sneeën brood bij Duitse jongetjes. Raymond Portefaix werd in april 1945 door de Britten bevrijd en keerde terug naar Frankrijk waar hij tot 1989 advocaat was in Parijs. Hij stierf in 1995 op 69-jarige leeftijd.

Angelica en ik bezochten deze interessante plek en waren erg onder de indruk. Mocht je hier heen willen kopieer dan onderstaande GPS-coördinaten in google maps.

53.2168530, 8.5062500

Raymond Portefaix
De fabriek in aanbouw
12.000 dwangarbeiders werkten 10 uur per dag
De u-boot die in de fabriek geassembleerd zou worden
Schade aan de fabriek tijdens een luchtaanval

Cemetery King Size Dick

“Houd je doekje voor je mond”: beet de monnik zijn pupil toe toen hij zich over het stervende lichaam van de plaatselijke scharenslijper boog. Net op dat moment kwam het stervende lichaam met een droge hoest weer even tot leven. Het was te laat. Kleine bacteriën drongen door in de mond van de 18-jarige monnik Andulf. Hij werkte net twee weken in de leprozerie de Melatenhof in Keulen. Snel spoelde hij zijn mond met bier op advies van zijn leermeester. Hierna moest hij 30 dagen wegblijven van anderen om verdere verspreiding te voorkomen. Was hij besmet met deze rare ziekte ? Zou hij binnen nu en twee jaar klauwhanden of stompvoeten krijgen ? Zou hij blind worden zoals vele andere monniken die hier werkten ? Sinds de Arabieren in 1056 delen van Spanje hadden bezet had lepra kans gezien west-Europa binnen te dringen. Miljoenen mensen raakten sindsdien invalide. Anno 2021 is er nog steeds géén vaccin. Nederland telt per jaar 5-10 Leprapatiënten die de ziekte hebben meegenomen uit het buitenland.  De melaatsen die in de 12e eeuw stierven in deze leprozerie werden begraven op het kerkhof waar we vandaag waren. Wel liefst 55.000 graven zijn in dit mooie park van bijna 90 voetbalvelden groot, te bewonderen. Je kunt gerust je boterhammen meenemen want je bent hier wel een paar uurtjes zoet. In de derde grootste stad van Duitsland met bijna drie keer zoveel inwoners als Amsterdam ligt een grote groene oase van rust. Door één van de acht ingangen wandelden we het park binnen. Hier was weinig deutsche structuur te herkennen want buiten de rechte hoofdpaden heb je ook veel kleine paadjes tussen de graven door. Veel graven liggen verstopt achter dichtbegroeide struiken of bomen. Overledenen zijn niet alleen onder een stele, een zerk of in een graftombe begraven maar sommigen liggen gewoon onder een dikke kei of onder een hoopje aarde. De arme sloebers liggen aan de buitenzijde van het immens grote kerkhof. De notabelen en rijkeren hebben mooie praalgraven en liggen dicht bij het kruispunt van de twee hoofdwegen van het park. We vonden het raar dat er complete gezinnen met kleine kinderen of verliefde jongeren hand in hand rondliepen. Gewoon, ter ontspanning. Het is dan wel een kerkhof maar de mensen in Keulen zien het meer als een gigantisch park waar je gewoon een wandeling maakt en je kleine kinderen leert fietsen. Er zijn ook hele bijzondere graven. Zo zijn de baby-en kindergrafjes uitbundig versierd met speelgoed in alle kleuren. Maar er zijn ook grappige grafteksten te lezen zoals die van de “Familie KING SIZE DICK”. Ook zagen we een graf met allemaal vlaggetjes boven een fraai uitgedost hoopje aarde van waarschijnlijk een heel geliefd iemand vanwege het feit dat ze hem de König der Körnerstrasse noemden. Kortom: houd je zoals ik méér van kerkhoven dan van stijve babyborrels dan is dit je plek.

Bay of islands…

Met een catamaran vertrok ik vanuit Pahia en verkende the Bay of islands in het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland. Ik zag tijdens deze cruise hele mooie, subtropische eilanden, Maori-erfgoedlocaties, vele goudgele stranden en talloze baaitjes met elk hun eigen charme. Ik genoot van het uitzicht vanaf zee terwijl ik tussen de 144 eilanden van de baai doorzweefde. De dolfijnen zwommen naast de boot waardoor ik ze goed van dichtbij kon zien en soms zelfs konden aanraken. Bij het pittoreske plaatsje Russell ging ik aan wal om iets te eten in één van de vele cozy restaurantjes. Een jongen hakte hout om de pizzaoven warm te houden. Naast me werd een jong vogeltje gevoerd door zijn pa. Ik bestelde hier een visschotel op de plek waar de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland ontstond. In het begin van de 19e eeuw kwamen handelaren en walvisvaarders hier aan land omdat er een ideale natuurlijke haven aanwezig was en Russel werd hiermee het eerste handelscentrum van Nieuw-Zeeland. In 1840 was het zelfs voor korte tijd de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ik maakte een korte strandwandeling op Omura bay waar ik een Oystercatcher schelpjes zag breken. Haar jong keek goed toe hoe het truukje werd uitgevoerd. Hierna stapte ik terug op de catamaran en gingen terug de zee op. Na 10 minuten zagen we een rotsformatie met de naam Hole in the Rock. De naam verklapt het al: er zat een heel groot gat in de rots. Aangezien het weer ons gunstig gestemd was konden we er door heen varen.

Oystercatcher met haar jong, altijd bezig met schelpjes kraken

Cape Reigna

De kaap wordt vaak gezien als het noordelijkste punt van het Noordereiland en daarmee als het noordelijkste punt van geheel Nieuw-Zeeland. Een andere kaap, net ten westen van Cape Reinga is Cape Maria van Diemen, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman zo heeft genoemd tijdens zijn reis in 1642. Tasman dacht dat hij het noordelijkste punt van het nieuwe land Staten Landt had ontdekt.

Cape Reinga
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
mooi strandje in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
in de verte Urupukapuka Island
Omura bay
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Butterfish cafe-restaurant
Butterfish cafe-restaurant
Aanlegsteiger dorpje Russel
Dorpje Russel vanaf de berg
Awaawaroa bay