Bad Münstereifel…

Heino, de zanger, was tot voor kort de grootste attractie van Bad Münstereifel. Maar zijn café is al lang weg en hij zelf is verhuisd naar het Kurhaus, een paar honderd meter de berg op. We konden door twee stadspoorten de houten stadskern binnenwandelen. Omgeven door een metershoge stenen stadswal ligt Duitslands nieuwste outlet shopping centre. Maar gelukkig waren de winkeltjes dicht en konden we genieten van een lege stadskern met allemaal mooie houten vakwerkhuisjes 😍

Angkor Wat.

Rond 04:30u werd ik wakker gemaakt door de nachtwaker. De tuktuk-driver stond al voor de deur van mijn hostel The Siem Reap Chilled Backpacker waar ik drie nachten had geboekt voor in totaal acht euro. Je leest het goed: 8 euro. Incl. zwembad want dat had ik wel nodig na zo’n dagje in de jungle. Voor dag en dauw zou Arun me voor 15 euro van Siem Reap naar Angkor Wat brengen en me een dag lang rondkarren door het 1000 km2 (200.000 voetbalvelden) grote tempelcomplex, goed verborgen in de jungle en één van de hoogtepunten van mijn reis door Cambodja. Begin jaren ’90 kwamen hier nog geen 10.000 toeristen per jaar. Nu zijn het er al 2,5 miljoen. Vóórdat ik het gigantische complex binnen mocht moest ik eerst een dagpas laten maken met een foto van mijn hoofd er op.

Daarna reden we het complex binnen: tussen de ruim duizend mooie tempels lagen dorpjes met restaurantjes, markten, winkeltjes en barretjes. De bouw van deze stad begon in 890 n.Chr. en duurde in totaal 500 jaar. Angkor was de hoofdstad van het Khmer-rijk en domineerde van het jaar 800 tot 1432 een groot deel van Zuidoost-Azië. Op haar hoogtepunt woonden er één miljoen mensen tegen 25.000 mensen destijds in Londen. Rond 1900 werd de stad pas herontdekt, 400 jaar nadat de regering had besloten de hoofdstad te verkassen naar de huidige hoofdstad Phnom Penh. Angkor Wat werd teruggenomen door de jungle en alleen de stenen tempels waren blijven staan. Overal zag ik eeuwenoude tempels overwoekerd door bomen en struiken. Jongeren uit mijn hostel gingen drie dagen lang tientallen tempels bezichtigen. Ik vond één dagje wel genoeg omdat ze in principe allemaal wel een beetje op elkaar leken en ik wilde het niet saai laten worden. Daarnaast zijn van de 1000 tempels er nog maar 100 een bezoek waard. De rest is gedegradeerd tot een bergje stenen waar je niet meer goed uit kan opmaken wat het is geweest. Derhalve koos ik de drie mooiste tempels uit en liet de rest links liggen. Achter op mijn tuktuk sprong ineens een aapje en bleef zeker 10 minuutjes lang met ons meerijden. Te lui om te lopen zeker. Hij bleef me maar aankijken alsof ik een zak banaantjes voor hem had. Eenmaal aangekomen bij Angkor Wat hupte ik uit de tuktuk. De chauffeur liep even mee om af te spreken waar we elkaar weer zouden treffen. Hij vertelde me dat de rode steentjes waar we over liepen allemaal scherven waren van eeuwenoude potten. Ik stapte meteen opzij, bang dat ik wat fouts deed maar aan zijn lach zag ik dat het niet erg was om er over heen te lopen. Miljoenen mensen waren we immers voor gegaan in deze toeristische attractie die door Lonely Planet met stip op nummer één staat. Zeker, Las Vegas is met 40 miljoen bezoekers de drukstbezochte attractie ter wereld. Vergeet echter niet dat 95% van alle bezoekers Amerikanen zijn die nooit het land uit gaan. Gewoon vanwege het feit dat ze gemiddeld maar 12 verlofdagen per jaar hebben en dat ze zich buiten de VS onveilig voelen. Ik ben nog nooit in Vegas geweest maar ik weet ook niet zeker of ik dat wel wil. Buiten het feit dat alles over de top is hou niet zo van Amerikanen die denken dat ze de enigen zijn op de wereld en dat ook uitstralen naar hun medemens.

De mooiste tempels die ik heb bezocht vond ik:

Angkor Wat

Omdat het de grootste tempel is met een mooie vijver ervoor waarin de tempel mooi weerspiegelt.  

Mooie zuilengangen
Bhoeddistisch offerblok
Angkor Wat van boven gezien
Vanuit de helicopter kun je goed zien hoe groot Angkor Wat is. De stad ligt diep verscholen in de jungle van Cambodja
Cambodjaanse monnik beklimt de trappen van de Angkor Wat tempel
Boeddhistisch offerblok

Ta Prohm

Eigenlijk de meest bekende. Ta Prohm is de tempel die onder het grote publiek vooral erg bekend is geraakt vanwege de film Tomb Raider met Angelina Jolie in de hoofdrol De tempel was helemaal overwoekerd met Ceiba Pentandra bomen en struiken. Ta Prohm vond ik toch wel de allermooiste tempel in het Angkor gebied, vooral vanwege de samensmelting met de jungle. Doordat de tempel zo overwoekerd wordt door de jungle leek het wel rechtstreeks uit een filmset zoals die van Indiana Jones of Tomb Raider afkomstig.

Tomb Raider met Angelina Jolie

 

Bayon tempel

Waarom ik deze ook mooi vond weet ik niet. Waarschijnlijk omdat ik al kapot moe was na het bezoeken van die andere twee tempels. Ik had nog twee uur de tijd dus dacht:”why not”. Vergis je niet. Je bent de hele dag aan het klimmen over blokken waarvan sommige zo hoog zijn dat je je knieën er aan stoot. Trappen zijn zo steil dat je bijna achterover valt (en niet allemaal met leuning). Hierna gingen we een dorpje in om wat te eten. Ik bestelde een Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad. Wanneer je de Cambodjaanse kookwijze vergelijkt met die van de buurlanden, valt op dat de Cambodjanen minder kruiden en specerijen gebruiken. Ik vond dat wel goed zo. Lekker mild ! Ik probeerde net zoals Cambodjanen op een van riet of rijsthalmen gevlochten mat te eten in een kleermakerszit. En dan i.p.v. mes en vork met mijn rechterhand (linkshand is voor het toilet) het eten naar mijn mond te brengen. Als toetje had ik Sticky rice. De rijst had de hele nacht geweekt en werd daarna in bananenbladeren in een sigaarvorm in een op maat gezaagde bamboekoker gedaan, zodat de binnenkant bedekt was.  

Amok, een curry met vis, gestoomd in bananenblad
Sticky rice (bamboe gevuld met rijst en zoete kokosmelk)
Bayon tempel
Bayon tempel
Rijstboeren
Het aapje dat met ons mee reed
Dit meisje was 10 jaar en werkte in het restaurant van haar moeder. Ze ging niet naar school.
Meisje in schoolkleding

El Salvador

Gered uit de jungle van El Salvador

El Salvador. Een land met welgeteld één vliegtuig halfvol met toeristen per maand. Alléén al op Ibiza landen in het hoogseizoen iedere uur tien volle vliegtuigen . Na de burgeroorlog in de jaren ’80 is het land niet meer uit de problemen gekomen. Het land staat momenteel bekend om zijn corruptie en armoede terwijl jeugdbendes van MS13 (Mara Salvatrucha) het land terroriseren. Niet echt een sexy bestemming om heen te gaan maar ach….waar is niks ?

Uitzicht vanuit het zwembad

We waren met de hele groep de Rio Paz die Guatemala scheidt van El Salvador, overgestoken en lagen aan het zwembad van ons hotelletje El Tejado, gelegen op een berg van ons uitzicht te genieten. In de verte zagen we zwarte rook uit drie vulkanen komen. Het was die dag erg heet (34°c) en de rit hierheen was erg vermoeiend geweest. Het heerlijke koele zwemwater kwam dus als geroepen.

Always a gentleman 🙂

De dag erna werd ik al om 05:30u wakker gemaakt door mijn wekker. Ik zou met Ina en de zusjes Sabine en Rowena, gaan kano varen op het mooie meer van Suchitlán.  We aten Pupusas als ontbijt. Dit zijn tortilla’s gemaakt van maisdeeg gevuld met kaas, chicharrón en bonen. Het was nog frisjes op het meer maar de temperatuur zou snel gaan stijgen. We zaten midden in het broedseizoen en zagen heel veel soorten vogels die hier kwamen paren. Mijn camera had ik op mijn kamer gelaten omdat ik bang was dat de kano zou omslaan en mijn camera in het water zou belanden. Dit soort gebeurtenissen zijn mij niet vreemd.  Ina had hem gelukkig wél bij wel bij zich (dus alle foto’s zijn van Ina). Daarbij beschikt Ina over een heel goed zichtvermogen. Zo kon ze van grote afstand al zien wat voor een soort vogel ze voor haar lens had. Zo’n beetje dezelfde gave als Geert Wilders. Als die een jongen een steen ziet gooien kan hij bij 360 pixels al zien dat het om een Marokkaan gaat. Na de lunch vertrok een gedeelte van onze groep voor een hike in de jungle in het Cinquera National Reserve. Ik zou eerst meegaan maar na ruggenspraak met mezelf gehad te hebben leek het me toch fijner om bij het hotel te blijven. Ik had al een vermoeiende activiteit gehad en wilde even met mijn Servische reismaat Nestor bij het zwembad van het hotel bieren. Om 19:00u was het avondeten dus we hadden de hele middag eens lekker niets te doen. Echter, rond etenstijd brak er lichtelijke paniek uit onder het keukenpersoneel. De junglehike-groep was niet teruggekeerd van hun trip en ze kregen geen contact gemaakt met de gids die hun zou begeleiden tijdens de tour. Rond 20:00u schakelden we lokale politie maar in om eens te gaan onderzoeken wat er aan de hand was. Om een lang verhaal kort te houden: rond 01:30u ’s nachts arriveerde de groep pas weer bij het hotel. Wat was er nu gebeurd ?

Meer van Suchitlán
Meer van Suchitlán
Meer van Suchitlán
Witte zilverreiger

Tijdens hun hiking-tour door de jungle was een noodweer losgebroken en zaten ze ingesloten tussen een overgestoken kolkende rivier welke eerst een nietsbetekenend, rustig kwakkelend stroompje was en het oerwoud. De rivier oversteken was geen optie want ze zouden subiet worden meegesleurd door het vieze bruine schuimende water. In de tussentijd was het donker geworden. Vanwege de duisternis en de regen was de gids zijn oriëntatie kwijtgeraakt waardoor ze steeds dieper de jungle inliepen. Na een poosje rondgedwaald te hebben vonden ze een schuilplaats met een afdak. Niemand wist dat dit een oude schuilplaats was van guerilla-strijders uit de burgeroorlog. Hier bleven ze uren zitten wachten op hulp en maakten stokken met scherpe punten om giftige spinnen en slangen buiten de hut te houden. De hulpdiensten waren inmiddels ingeschakeld. Deze hadden contact gezocht met ex-guerilla strijder Don Rafael die destijds jarenlang vanuit dit stukje van de jungle regeringsdoelen had aangevallen. Hij was in dit dorpje opgegroeid en kende dit gebied dus op zijn duimpje. Samen zijn ze met hem en de dorpelingen de jungle ingegaan om mijn reiskameraden te gaan zoeken. Na een aantal uren werden ze gevonden. Hij had er op gegokt dat ze zijn schuilplaats van jaren gelden hadden gevonden om te kunnen schuilen voor de regen. En jawel hoor ! Ze zaten er !  Ze waren inmiddels begonnen met het rantsoeneren van water en wilden héél graag terug naar het hotel. Eenmaal lopende naar het dorp nabij het oerwoud moest nog een Landpuntslang ontweken worden. Van dit slangetje wil je géén tandjes in je been hebben. Ze zijn giftig en aan een beet kun je sterven.

Lanspuntslang in El Salvador. Zij zorgen voor de meeste beten bij mensen en zijn giftig en dodelijk.

Onderweg van de jungle naar het hotel was hun 4×4 met geblindeerde ramen nog aangehouden door twee nerveuze politieagenten. Met getrokken pistolen waren ze op de auto afgelopen. Op dit tijdsstip kwam je normaal gezien op deze weg geen auto’s meer tegen dus ze wisten ook niet wat ze zouden aantreffen achter die zwarte raampjes. Ik was nog wakker gebleven en zat aan de bar een biertje te drinken. De kok maakte snel nog wat lekkers te eten klaar want ze hadden natuurlijk erge honger. Plots kwam er een baby wolfspin onder het shirt van Albert vandaan (zie foto) en viel op de grond. Zijn vrouw Corina had deze per ongeluk “meegenomen” uit de jungle en eenmaal in de 4×4 mepte ze iets bij haar oor weg. Niet wetende dat dit een spin was. Daarna was ze van plek geruild met Albert en de spin was onder zijn shirt gekropen. Ik was zó blij dat ze weer ongedeerd “thuis” waren maar tevens vond ik het superjammer dat ik dit avontuur had moeten missen. Tot op de dag van vandaag helpen mijn oud-reisgenoten me hieraan herinneren als ze me taggen in een of ander verhaal over El Salvador wat ze op facebook tegenkomen. Hahaha.

Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet

Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
René de gids die zich lelijk vergiste in de regen
De beek die veranderde in een kolkende rivier
De gevonden schuilplek in het oerwoud
Oude loopgraaf van de burgeroorlog in El Salvador
Dorpelingen
Politie en dorpelingen helpen mee zoeken
Ex-guerilla strijder Don Rafael met pet
Baby Wolfspin die onder het shirt van Albert kroop

Hermitage, St.Petersburg.

Tegenover mijn hostel ligt een eerlijke eetzaak met de naam Shtolle of in het Russisch Штолле. Hier krijg je gewoon natural Russian food waar je voor een paar roebelkes gewoon kotelet met aardappeltjes en groenten kan eten. Gewoon degelijke kost zoals onze moeders ons dat vroeger ook onder onze neus schoven. Ik vraag me wel eens af welke kok nog lekker kan koken zonder koksroom, marinades en weet ik wat voor een kruiden waar je twee dagen lang plezier van hebt op de pot.

Menukaart lunchroom Shtolle
Lunchroom Sjtolle

Hierna liep ik te voet richting de Hermitage : met drie miljoen kunstobjecten niet alleen de grootste maar ook het omvangrijkste museum ter wereld. Overigens kunnen ze maar 5% er van tonen omdat ze gewoonweg niet meer plek hebben. Er waren ook “nog oude” gedragsregels: Bij binnenkomst titel en rang afzetten, zowel de hoed als de degen. Aanspraken gebaseerd op geboorteprivilege, arrogantie of andere soortgelijke sentimenten moeten ook bij de deur worden achtergelaten (letterlijk vertaald). Bij binnenkomst viel mijn mond terstond open.

Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage

Alleen het kasteel van Versailles bij Parijs en de Sagrada familia in Barcelona waren zo mooi als dit. Ik besefte meteen dat ik hier een week vermaak zou kunnen hebben ware het niet dat er zoooveeel Chinezen rondliepen. Bohh. En ze willen allemaal tegelijk door dat ene deurtje. Sommige zelfs met een Gro Pro op hun voorhoofd gebonden. Waarschijnlijk om het thuisfront maar niks te hoeven laten missen. Ik heb eens Chinezen op mijn kamer gehad. Chinezen maken je het ’s nachts wakker. Niet dat ze zoals Nederlandse vrouwen tot diep in de nacht hardop praten over “problemen” maar dat doen zij op een hele andere manier. Overdag vullen ze van die plastic zakjes met weet-ik-wat voor eetbare shizzle (ze eten werkelijk alles met een hartslag), en ’s nachts trekken ze met een knorrende maag zo’n krakend zakje openen en beginnen ze te smikkelen. Meestal wordt dat vocaal begeleid met het nodige gesmak want over het algemeen eet de Chinees met zijn mond open. Lig je op het onderste bed van een stapeleenheid dan zou je zomaar eens het geluk kunnen hebben dat er wat omlaag valt. Recht op je pan dan wel. Zo vertrok ik jaren geleden vanuit Cairns Australië met een catamaran richting het Great Barrier reef in de Koraalzee. Met 2600 km het grootste rif ter wereld. Heel indrukwekkend moet ik gedacht hebben toen ik boekte. Echter bij aankomst stak zo’n klein stormpje op. Deze meneer is sowieso niet zo’n zwemwonder en toen ik eenmaal in het water méér water door mijn neus naar binnen haalde dan dat ik door mijn mond weer naar buiten kon duwen besloot ik maar weer aan boord te gaan. Het nadeel van alleen reizen is dat je wel eens wordt misbruikt als vulmiddel. Zo ook die dag. Een hele groep Chinezen had de betreffende catamaran afgehuurd. En ik paste daar best wel nog bij moet de regelneef van het boekingskantoor hebben gedacht. Aldus zat ik tijdens de BBQ met 40 Chinezen om me heen. Zij houden er een ander soort manieren dan wij westerlingen op na. Zo laten ze de indruk achter dat ze continu met elkaar liggen te fitten want ze yellen er op los like hell. Ook hebben ze hele vrouwelijke trekjes want ze praten allemaal door elkaar en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze elkaar niet verstonden of niet begrepen. 1-0 voor China. Echter, dat “ruziën” gebeurt dan net zoals bij ons aan tafel. Daar waar wij intermezzo’s van stilte invoeren (omdat we onze mond vol hebben), lult de doorsnee Chinees je de oren van je kop. Zelfs met volle mond.

Hermitage
Hermitage waterzijde

Voeg daarbij nog aan toe dat er zee verse garnalen op de BBQ lagen te roken én het feit dat de Chinees deze niet met de hand pelt maar binnensmonds met zijn tong, dan ontstaat er een schouwspel voor je ogen waar een Lowlands-foodfight nog de hik van krijgt. Knalroze armpjes en beentjes vlogen door de lucht. Kopjes met sprietjes werden vakkundig vanuit de mond richting het tafellaken gelanceerd. Ik wist niet wat ik zag. Zoveel garnaal. En dan die geluiden. Als er ooit een wereldkampioenschap “boeren laten” wordt gehouden, zet je tientje dan op een Chinees. Die gaat winnen. Geheid. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Ik ben opgestaan en naar het upperdeck gelopen. Nadat ik boven mijn t-shirt van de velletjes had ontdaan vroeg ik me af waar het soms zó mis kan gaan bij mensen. Ik dwaal af.


Kerk van de Verlosser op het bloed

Kerk van de Verlosser op het bloed

In ieder geval ben ik twee uurtjes in de Hermitage geweest en daarna ben ik over een bruggetje over de rivier de Moyka naar de Kerk van de Verlosser op het Bloed gelopen. Een plek waar veel marktkraampjes staan dus ook veel mensen komen. Hier heb ik mijn hobby fotografie goed kunnen uitoefenen. Zo waren er veel bruidspaartjes die er een fotoreportage maakten maar ook veel levende beelden en straatentertainment. ‘s Avonds bluste ik de avond af met een lekker biertje. Een Russische jongedame wilde wel eens met iemand uit Amsterdam drinken. Zie de foto’s van de gevolgen.

Rockstar Café
Rockstar Café
Kijk hoe je “Heineken” schrijft in het Russisch. Halve liter 3,30€.
Rockstar Café

Nazi submarine bunker

“Snel, geef me het brood”, smeekte Raymond het Duitse jongetje langs de weg. Het jongetje gaf hem vlug twee sneetjes oudbakken brood en kreeg er een houten speelautootje voor terug. Het rantsoen voor gevangenen was heel karig en bevatte niet meer dan 500 kcal per dag. Héél wat minder dan de 2500 kcal die een volwassen man dagelijks nodig had. Hij deed zwaar werk in de bouw van Albert Speer’s onderzeebootfabriek. Hij moest zakken cement van 50 kg op zijn schouder een ladder omhoog sjouwen en deze in één van de tien betonmengtrommels handmatig leegmaken. Ondanks dat Raymond minder woog dan een zak cement lukte hem dit te doen gedurende tien uur per dag. Om het beton goed vloeibaar te houden werd er een geelkleurige stof aan toegevoegd zodat het beton de te bouwen fabriek in kon worden gepompt. Saboteurs lieten de toevoeging van deze stof vaak achterwege zodat de leidingen verstopt raakten en kapot scheurden. Ze deden er alles aan om te voorkomen dat er straks iedere 56 uur een onderzeeboot gemonteerd zou kunnen worden. Raymond had dan een halve dag vrij die hij vervolgens goed benutte om autootjes van hout te maken. Na een dag hard werken liepen de 12.000 dwangarbeiders vanaf de fabriek in anderhalf uur tijd door een aantal dorpjes naar hun barakken. Onderweg ruilde hij het autootje tegen een paar sneeën brood bij Duitse jongetjes. Raymond Portefaix werd in april 1945 door de Britten bevrijd en keerde terug naar Frankrijk waar hij tot 1989 advocaat was in Parijs. Hij stierf in 1995 op 69-jarige leeftijd.

Angelica en ik bezochten deze interessante plek en waren erg onder de indruk. Mocht je hier heen willen kopieer dan onderstaande GPS-coördinaten in google maps.

53.2168530, 8.5062500

Raymond Portefaix
De fabriek in aanbouw
12.000 dwangarbeiders werkten 10 uur per dag
De u-boot die in de fabriek geassembleerd zou worden
Schade aan de fabriek tijdens een luchtaanval

Cemetery King Size Dick

“Houd je doekje voor je mond”: beet de monnik zijn pupil toe toen hij zich over het stervende lichaam van de plaatselijke scharenslijper boog. Net op dat moment kwam het stervende lichaam met een droge hoest weer even tot leven. Het was te laat. Kleine bacteriën drongen door in de mond van de 18-jarige monnik Andulf. Hij werkte net twee weken in de leprozerie de Melatenhof in Keulen. Snel spoelde hij zijn mond met bier op advies van zijn leermeester. Hierna moest hij 30 dagen wegblijven van anderen om verdere verspreiding te voorkomen. Was hij besmet met deze rare ziekte ? Zou hij binnen nu en twee jaar klauwhanden of stompvoeten krijgen ? Zou hij blind worden zoals vele andere monniken die hier werkten ? Sinds de Arabieren in 1056 delen van Spanje hadden bezet had lepra kans gezien west-Europa binnen te dringen. Miljoenen mensen raakten sindsdien invalide. Anno 2021 is er nog steeds géén vaccin. Nederland telt per jaar 5-10 Leprapatiënten die de ziekte hebben meegenomen uit het buitenland.  De melaatsen die in de 12e eeuw stierven in deze leprozerie werden begraven op het kerkhof waar we vandaag waren. Wel liefst 55.000 graven zijn in dit mooie park van bijna 90 voetbalvelden groot, te bewonderen. Je kunt gerust je boterhammen meenemen want je bent hier wel een paar uurtjes zoet. In de derde grootste stad van Duitsland met bijna drie keer zoveel inwoners als Amsterdam ligt een grote groene oase van rust. Door één van de acht ingangen wandelden we het park binnen. Hier was weinig deutsche structuur te herkennen want buiten de rechte hoofdpaden heb je ook veel kleine paadjes tussen de graven door. Veel graven liggen verstopt achter dichtbegroeide struiken of bomen. Overledenen zijn niet alleen onder een stele, een zerk of in een graftombe begraven maar sommigen liggen gewoon onder een dikke kei of onder een hoopje aarde. De arme sloebers liggen aan de buitenzijde van het immens grote kerkhof. De notabelen en rijkeren hebben mooie praalgraven en liggen dicht bij het kruispunt van de twee hoofdwegen van het park. We vonden het raar dat er complete gezinnen met kleine kinderen of verliefde jongeren hand in hand rondliepen. Gewoon, ter ontspanning. Het is dan wel een kerkhof maar de mensen in Keulen zien het meer als een gigantisch park waar je gewoon een wandeling maakt en je kleine kinderen leert fietsen. Er zijn ook hele bijzondere graven. Zo zijn de baby-en kindergrafjes uitbundig versierd met speelgoed in alle kleuren. Maar er zijn ook grappige grafteksten te lezen zoals die van de “Familie KING SIZE DICK”. Ook zagen we een graf met allemaal vlaggetjes boven een fraai uitgedost hoopje aarde van waarschijnlijk een heel geliefd iemand vanwege het feit dat ze hem de König der Körnerstrasse noemden. Kortom: houd je zoals ik méér van kerkhoven dan van stijve babyborrels dan is dit je plek.

Bay of islands…

Met een catamaran vertrok ik vanuit Pahia en verkende the Bay of islands in het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland. Ik zag tijdens deze cruise hele mooie, subtropische eilanden, Maori-erfgoedlocaties, vele goudgele stranden en talloze baaitjes met elk hun eigen charme. Ik genoot van het uitzicht vanaf zee terwijl ik tussen de 144 eilanden van de baai doorzweefde. De dolfijnen zwommen naast de boot waardoor ik ze goed van dichtbij kon zien en soms zelfs konden aanraken. Bij het pittoreske plaatsje Russell ging ik aan wal om iets te eten in één van de vele cozy restaurantjes. Een jongen hakte hout om de pizzaoven warm te houden. Naast me werd een jong vogeltje gevoerd door zijn pa. Ik bestelde hier een visschotel op de plek waar de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland ontstond. In het begin van de 19e eeuw kwamen handelaren en walvisvaarders hier aan land omdat er een ideale natuurlijke haven aanwezig was en Russel werd hiermee het eerste handelscentrum van Nieuw-Zeeland. In 1840 was het zelfs voor korte tijd de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ik maakte een korte strandwandeling op Omura bay waar ik een Oystercatcher schelpjes zag breken. Haar jong keek goed toe hoe het truukje werd uitgevoerd. Hierna stapte ik terug op de catamaran en gingen terug de zee op. Na 10 minuten zagen we een rotsformatie met de naam Hole in the Rock. De naam verklapt het al: er zat een heel groot gat in de rots. Aangezien het weer ons gunstig gestemd was konden we er door heen varen.

Oystercatcher met haar jong, altijd bezig met schelpjes kraken

Cape Reigna

De kaap wordt vaak gezien als het noordelijkste punt van het Noordereiland en daarmee als het noordelijkste punt van geheel Nieuw-Zeeland. Een andere kaap, net ten westen van Cape Reinga is Cape Maria van Diemen, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman zo heeft genoemd tijdens zijn reis in 1642. Tasman dacht dat hij het noordelijkste punt van het nieuwe land Staten Landt had ontdekt.

Cape Reinga
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
mooi strandje in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
in de verte Urupukapuka Island
Omura bay
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Butterfish cafe-restaurant
Butterfish cafe-restaurant
Aanlegsteiger dorpje Russel
Dorpje Russel vanaf de berg
Awaawaroa bay

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP

Finland

Op jacht naar het Noorderlicht

Het Noorderlicht. Eindelijk heb ik het gezien maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik toch enigszins teleurgesteld ben. Waarom ? Ik ben dus gisteravond met een Finse fotograaf meegegaan. Hij woont in Rovaniemi en hij weet waar de beste spots liggen om het Noorderlicht te kunnen zien. Buiten het feit dat er geen bewolking mag zijn is het ook belangrijk dat er geen lichtvervuiling is. Dus geen straatlantaarns, hotelverlichting of maneschijn. Als laatste moet de Kp-index goed zijn en natuurlijk moet er genoeg Zonnewind aanwezig zijn (!).
Ik kwam met hem in gesprek in de hazenlippenbar zaterdagavond. Zo noem ik de bar omdat ik op een uur tijd zeker zes personen met een hazenlipje spotte. Hij ging zondagavond op Poollicht-jacht en hij wilde me wel meenemen. Dit geluk heb ik weer dacht ik nog. Normaal gesproken zou met zoveel geluk op het moment suprême óf mijn SD-kaartje ineens vol zijn óf mijn batterij van het foto-apparaat zomaar leeg óf zo’n heel garnizoen yellende Chinezen bewapend met selfie-sticks ineens voor mijn lens opduiken. Hij pikte me met zijn jeep op bij het hostel en na een half uurtje rijden kwamen we aan op de open spot. Hij pakte zijn foto-materiaal uit en toen hij zijn kermis eenmaal had opgesteld was het wachten op dat wat komen ging. Daar stonden we dan beiden bij -12c naar boven te kijken. Ik voelde me net zo’n hondje wat tijdens het poepen naar boven naar zijn baasje staarde en er kwam maar niets. Toen we al een uur op die heuvel stonden te vernikkelen van de kou zei hij ineens: ”wel opletten he?”. Hij begon ineens als een bezetene te fotograferen en ik keek maar naar de donkere lucht maar ik zag niets. Hij zei:” je moet héél goed kijken”. En inderdaad. Ik moest heel goed kijken wilde ik een groen lapje licht zien. Was dit nu het Noorderlicht vroeg ik mezelf af en wachtte met fotograferen tot het fenomeen zich wat duidelijker toonde. Ik had eerlijk gezegd gehoopt op zo’n euforisch gevoel zoals ik vroeger als kind had toen mijn vader in zijn café voor de eerste keer de schakelaar van de disco-bol indrukte. Maar nee. Niets van dat alles. Nog geen oehs en ahhs. Géén kippenvel. Ik vroeg of dit “het” was. “Vind je het niet mooi dan ?”: vroeg hij. Ik grabbelde in mijn foto-rugtas en liet hem een folder zien waarin machtig mooie foto’s van het Noorderlicht stonden. Die knallende groene strepen, díe wilde ik zien. Niet die vage onduidelijke groene veegjes. “Ohhhh maar wacht maar zei hij, dat komt straks wel”. Voordat ik de juiste settings op mijn camera had ingesteld was het feest alweer voorbij. The show was over. Gelukkig had Lätti genoeg foto’s geschoten. Bij hem thuis aangekomen zette hij de foto’s op zijn IMAC. Vervolgens trok hij de foto’s door een fotoprogramaatje heen die de groene kleur zodanig deed versterken dat het begon te lijken op die in het foldertje. Helaas kwam ik met een fles Finse Karhu bier aan mijn lippen tot de conclusie dat het groene licht wat ik had gezien is not what you see is what you get. De foto’s zijn schijnbaar getruukt. Je kunt zelfs app-jes downloaden om de foto’s te bewerken. Helaas het is waar. Ik kreeg een paar fotootjes mee als aandenken en nadat hij me weer had afgezet bij het hostel droop ik stilletjes af naar de mannen-dormitory. Het is nu 05:00u in de morgen en schrijf deze ervaring op de kleine luchthaven in Lapland. Over een kwartier gaat mijn vlucht van Rovaniemi naar Helsinki en daarna vlieg ik meteen door naar Düsseldorf. Ik denk dat dit de laatste keer zal zijn dat ik een zo’n koude omgeving als Lapland bezoek. Maar toch ben ik blij dat ik het gedaan heb want ik heb hele mooie, aparte dingen gezien en gedaan. Toch heeft koude ook zijn beperkingen. Iedere dag jezelf inpakken om naar buiten te gaan. Je vrijheidsberoving in zo’n arctic pak. Nooit eens op een terrasje kunnen gaan zitten met de slippertjes en kort broekje aan. Tijdens het lopen ben je altijd op je hoede voor uitglijers. Kortom een heel ander way of living. Wintersportfanaten zullen me wellicht tegenspreken. En terecht uiteraard. Zij hebben een hobby als skiën of langlaufen en dat doe je in een skipak. Ik ben helaas niet ontworpen voor twee weken lang iedere dag hetzelfde te doen. Zeker van langlaufen zie ik totaal niet het nut. Ik ga me dan vervelen en anderen de kont uit hangen of mijn vriendin aan haar haren trekken. Of de hele dag in de kroeg hangen of meehelpen een appartement te latexen zoals destijds in de Dominicaanse Republiek. “Life finds a way”: zeg ik maar.

Likje van een Husky
Lynx gespot
Arctic pak
Iglohutje
Eland
noorderlicht.jpg

Limbo geeft les op een Filipijnse school

Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieërden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water.

Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheden sport die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Nee, dikke kindjes zagen we hier niet. Ook geen playstations trouwens.

Het veroveren van meisjes door jongetjes gebeurde hier op dezelfde manier als bij ons vroeger in de jaren ‘80 in de dorpen. Als je een meisje leuk vond trok je haar aan haar haren of je verkocht haar een trap onder haar hol. Als de liefde wederzijds was lachte ze naar je. Trok ze een dik gezicht dan was een tweede poging bij voorbaat al kansloos. Of je moest misschien wat harder trappen 😂🤦🏻

Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦

Hier probeer ik uit te leggen waar Europa ligt
de wc
de keuken was gewoon in de klas