Mensen die Engels spreken vinden de naam Fucking vaak zeer aanstootgevend. Per 1 januari 2021 is de naam daarom gewijzigd van Fucking naar Fugging.
Cognac
Mijn demente ex-schoonmoeder zong altijd:’ altijd is cognacje ziek, midden in de week……’
Pornic
In dit dorpje ligt iedereen om 19:00u in bed.
Kotzen
Meinköt
Ohne Worte
Benzin
Benzin for free !
Kalifornien
Californië in Germany !
Sorbets
All scoops for free in this town !
Spy
A spy’s true power lies not in the gadgets they wield or the secrets they keep, but in their ability to blend like a shadow, adapt like a chameleon, and reveal the truth like a master of disguise.
Neuken in de Keuken-strasse
Het toegangssteegje naar het A&O-hostel op de Reeperbahn in Hamburg draagt een Nederlandse naam 🙂
Kotzebue
Helemaal klaar ermee…..
Alf
Alf was mijn beste vriend in mijn pubertijd. Iedere dag weer voor de TV.
Langweiler
Dit dorpje is zóóó saai.
Sul
Petting
In dit dorpje is een uurtje per dag aaien verplicht !
Maffe
Negers
Stampei
Rue de la Poepe
Hier mogen hondjes op de straat poepen.
Raar
Köttwein
Pisweg
Neggerndorf
Kissing
Hoelang een rit ook duurt: er is altijd een plekje voor een kusje.
Beffendorf
“Stoppen ! Hier en nu ! “: schreeuwde Angelica bij het binnenkomen van dit dorpje. En van schrik belandden we in de berm.
Brasilien
Brazile in Germany ! Braaaazillll ! Lalalalala
La Vagina
Helaas hadden ze het plaatsnaambordje gestolen. Dit gebeurt ook vaker met bordjes van het plaatsje “Fucking” in Oostenrijk. Het ging daar zó hard dat ze het plaatsje een andere naam hebben gegeven. Ik vind dat ik hem of haar mag meetellen.
Memmendorf
Chemin du Sau
Rotkopf
Géén commentaar !!
Beffe
Titz
Women cannot wear both a mouth mask and a bra, so: Free the titty, protect the city, Free the breast, protect the rest 🙌🏻
Rimmen
Boerenhol
Slettestrand
Reet
Beffen
Neukoog
Oberkotzau
Neger
Windischletten
Kontjeweg
Kloten
Eendekotsweg
Bitsch
Klithuse
Cola
Retie
Auw bei Prüm
Boring
Aars
England (Germany)
Champagne
Leuk
Horní
Horní Lideč (German: Ober Litsch) is a Czech municipality in the Zlín region, and is part of the Vsetín district. Horní Lideč has 1447 inhabitants. There is nothing else to do in Horní Lideč.
Vrede
Vrede means “peace” in Dutch. It’s a little settlement in Namibia where we passed by with our 4×4.
Condom
In this little French town:”Cover your stump before you hump”. You don’t see many children in this town.
Humor
Humor is a little settlement in Namibia. They do not have the money to buy a sign. So they take a tire and paint the name of the village on it.
Orgy
Finally set up a threesome tonight. Two people couldn’t make it, but I still got a good time. Be careful driving into town, as tourists are known to stop by the roadside to take pictures of their Orgy experience.
Pussy
Mike Tyson gives you a signature and asks were you live. Be aware of your answer ! 300 people live in a Pussy.
Kut way (kut means cunt in Dutch)
In this street you can get your hair done. I did. Looked really “kut”.
Domme (means “stupid person” in Dutch)
In this French town the average IQ is 119. Strange.
La Biche
La Biche is just a little town in France and you pronounce the village like ” Bitche”. In this village 89% is female.
Anus
Anus had just 19 households. You have to wait for six hours for a bus passes by in Anus.
Poepershoek (means “shitcorner” in Dutch)
Poepershoek is a hamlet in the municipality of Steenwijkerland, in the Dutch province of Overijssel. There is nothing to do in Poepershoek.
Amen
Amen is a village in the Dutch province of Drenthe. Approximately 100 people live in Amen (in 2019). For a long time Amen was no more than a few farms. The school that opened in 1819 was demolished again in 1853 due to lack of students. The cooperative dairy was also short-lived, from 1903 to 1913. The largest number of inhabitants was Amen just after the Second World War, when the village had 147 inhabitants. They don’t have a church in Amen.
Bathmen
Bathmen is a small village in the Dutch province of Overijssel. 5650 people are living in this town. There are no bat caves of movie theaters in Bathmen.
Goor (means “extreem dirty” in Dutch)
Goor is a town in the Overijssel province in the Netherlands. The Eternit factory was located in Goor, which in the past incorporated asbestos in its products. The company was able to collect free asbestos waste for a long time, for example to use it for hardening yards and country roads. Pretty “goor” …
Hoerejacht (means “whore hunt” in Dutch)
The ‘Hoerejacht’ in Enkhuizen has been chosen by the listeners of the BNN radio program ‘Wout’ on 3FM as ‘Ugliest street name in the Netherlands’. The Brommie and Tommiestraat in Almere and the Slettenhaarsweide in Nijverdal ended at number 2 and number 3.
Rectum
Rectum is a hamlet in the Dutch province of Overijssel. On January 1, 2010, it had 370 inhabitants. In this village they speak a separate dialect and it can be very smelly.
Sexbierum
A lot of Beer and Sex in this 1715 soul-counting village in Friesland the Netherlands
Slettenhaarsweide (means “slut hair meadow” in Dutch)
In December 2005 “Hoerejacht” was heard by the listeners of the BNN radio program Wout! chosen as ‘Ugliest Street Name in the Netherlands’ on 3FM. The Brommy and Tommystraat in Almere and the Slettenhaarsweide in Nijverdal ended at number 2 and number 3.
Tällibahn
People with heavy beards pay double in this Swiss cable car.
Kuttingerweg (kut means cunt in Dutch)
Rott
Rott is een van de oorspronkelijk zeven ‘rotten’ (buurtschappen) van het Zuid-Limburgse dorp Vijlen, dat in de Nederlandse gemeente Vaals ligt. Rott bestaat uit een dertigtal huizen aan één lange, glooiende straat die dezelfde naam draagt. De buurtschap ligt ten westen van Vijlen, en ten westnoordwesten van Vaals. Het Vijlenerbos ligt ten zuiden van Rott.
Kuttekoven (kut means cunt in Dutch)
Kuttekoven is a small village in the Belgian province of Limburg. The village had 80 inhabitants in 2006. In the Dutch language we say: “in this village is géén kut to do”.
Op zaterdag 10 juni 1944, vier dagen na D-day, naderden soldaten van een SS-eenheid dit kleine dorpje. Het was een zonnige dag en in Oradour stonden de mannen te wachten voor de distributie van de tabak toen de eerste SS-ers het dorpsplein opreden. Daarna ging het allemaal heel snel en volgens een draaiboek dat vaak werd gebruikt bij het vernietigen van dorpen in Rusland. Alle inwoners werden verzameld onder het mom van dat er een algemene identiteitscontrole zou worden uitgevoerd. Heel belangrijk was dat alle inwoners rustig zouden blijven en dat er geen paniek zou mogen uitbreken. Dat zou namelijk de effectiviteit van deze komende massamoord niet ten goede komen. Duitse SS-soldaten deden dan ook heel goed hun best om het vertrouwen te winnen van de bevolking. Ze namen baby’s op de arm, voetbalden met de jeugd, maakten praatjes met de inwoners en lachten er op los. Hier namen ze een paar uur de tijd voor. Toen de bevolking was gerustgesteld nam de SS-pelotoncommandant het woord en vertelde op rustige toon dat voor een snelle controle allereerst de mannen van de vrouwen moesten worden gescheiden. Hierna werden de mannen in een zestal groepjes gescheiden en naar verschillende plekken in het dorp gebracht. Daarna zou iedereen naar huis kunnen. Wat opviel is dat voor ieder groepje mannen automatische machinegeweren stonden opgesteld maar dit deed de alarmbellen niet afgaan. Opeens klonk er gezellige dansmuziek uit luidsprekers en men luisterde verheugd naar de mooie muziek. Niet veel later klonk er een harde knal dat als startsignaal dienst deed om tientallen machinegeweren aan het werk te zetten waarmee de mannelijke inwoners op de diverse plekken in het dorpje werden doodgeschoten. De vrouwen en kinderen werden vervolgens in de dorpskerk opgesloten. Deze werd opgeblazen met dynamiet. De verstikkende rook zorgde ervoor dat iedereen naar buiten wilde vluchten. Echter, buiten de kerkdeuren begonnen de machinegeweren er ook op los te ratelen. De vrouwen en kinderen hadden slechts één keuze: sterven. Ze hadden twee keuzes waardoor: de kogel of de verstikkende rook. Slechts één vrouw wist te ontsnappen door uit een raam te springen. Daarna werd de rest van het dorp verwoest. In een paar uur werd een compleet dorp met koelbloedige efficiëntie vernietigd. 642 mensen vonden die dag de dood, slechts zes dorpelingen wisten te ontsnappen. Het dorp is redelijk groot en het is inderdaad zo dat je het gevoel krijgt dat de bewoners plots zijn verdwenen wat natuurlijk ook zo is. De auto van de dokter staat nog midden op een plein, de naaimachines in de winkel en in de garage staan auto’s. De meeste gevels staan nog rechtop, maar de rest van de huizen is compleet verwoest. Ook de tramrails en bovenleidingen zijn nog intact. Deze tref je vlakbij het kerkje, daar waar de vrouwen en kinderen de dood vonden. Ik was vandaag de eerste die het dorpje om 09:00u binnenliep. Het regende heel licht. De straatklinkers waren nat. Een grijze mistwolk hing tussen de overblijfselen wat ooit gebouwen waren waar gezinnen woonden . Overal stonden oude auto’s. De naamplaatjes op de gevels gaven aan wie er gewoond hadden. Cafe Chez Compain, smid Jean Depierrefiche, garagehouder Pierre Poutaraud. Dit zijn van die plekjes waar ik even stil wordt. Ieder jaar bezoek ik wel een plekje waar in één van de twee wereldoorlogen iets naars gebeurd is. Waarom ik doe kan ik niet precies uitleggen. Het is een bepaalde interesse die ik als kind al had.
Grotten van Padirac:
Onderweg naar mijn bestemming kwam ik een aantal wel hele mooie kastelen tegen. Mijn navigatie leidde me door kleine dorpjes, kerken, boerderijtjes, gehuchtjes van drie huisjes groot maar ook langs kastelen waar huizen gebouwd waren binnen de stevige, dikke slotmuren.
Château des Milandes
Château de Castelnaud-la-Chapelle
Les Jardins de Marqueyssac
Alle huizen hier zijn gebouwd met stenen uit de streek. Niet gebouwd met gebakken stenen zoals bij ons. Zelfs de dakpannen zijn gemaakt van natuursteen. In iedere tuin zie je een kleurenpracht van bloemen. Ik weet niet meer hoevaak ik gestopt ben om even alles te bekijken en om een kiekje te maken. Iedere morgen koop ik in een lokaal winkeltje een vers stokbrood en een smakelijk uitziende streekworst. Deze eet ik dan op naast een kwakkelend beekje. Heerlijk vind ik dat. Onderweg stopte ik even bij de grotten van Padirac. Ik heb al heel wat grotten mogen zien maar deze zijn toch de mooiste. Van de buitenzijde zie je een groot gapend gat met een diameter van 35 meter en 55 meter diep. Met een lift kun je vervolgens omlaag gaan en na een kleine wandeling stap je in een bootje om een tochtje te doen op een ondergrondse rivier. Ik kan wel ellenlange verhalen gaan vertellen over 100 miljoen jaar geleden zus en zo maar dat zal jullie worst wezen. Dus gewoon even foto’s kijken lijkt me het beste.
Vannacht blijf ik slapen bij Loulou. Een wat ouder vrouwtje die samen met haar man had besloten om hun pensioentje wat aan te vullen met de verhuur van een kamer van hun huisje. De onderverdieping zou hélemaal voor mezelf zijn. Het huisje ziet er erg knus uit maar na vijf minuten had ik al in de gaten dat er geen zak van klopte. In mijn kamer staat een houten vaste trap met een luik. Als ik het luik open kom ik uit naast de tafel in hun woonkamer waar ook de deur naar hun slaapkamer zit. Dan moet ik twee meter lopen om op de badkamer annex wc uit te komen. Ik zie het al gebeuren. Hij ligt op de bank voetbal te kijken en net als een goal gaat vallen zwiep ik dat luik open met de tekst:”effe poepen ! ”. Dit kun je toch niet menen ? De keuken ligt ook op de begane grond, net naast mijn slaapkamer. Dus iedere keer als die vent zijn fles bier leeg heeft moet ie door dat luikje naar de koelkast in de keuken of wat ? Ik heb net een pizza gegeten in het enige restaurantje wat hier open was. Ik zat daar helemaal alleen aan een tafeltje van vier. Om me heen stonden zeker twaalf tafeltjes leeg. Kwam er ineens een vent binnen en ging aan het tafeltje naast me zitten. Vervolgens bleef ie me aangapen. Dot was zo gênant. Ik bedoel. Er waren genoeg tafeltjes vrij. En me dan zo aankijken ? Ik spreek geen woord Frans en hij begon in die taal zijn verhaal af te steken. En ik maar “ja” knikken. Ik was zó begripvol. Nadat ie me zo’n 10 minuten had aan liggen malsen zei ik ineens:” je ne parle pas Francais”. Dat was mijn redding. Hij zweeg. Ik stond op, betaalde mijn rekening en ging terug naar mijn hol. Ik mis mijn mancave 😩.Oradour-sur-Glane is een dorpje waar de tijd heeft stilgestaan. Maar ik ben hier niet voor niets. Morgen méér !
Update: ik werd wakker om 04:00u en de pizza meldde zich terstond. Ik vind het nooit leuk om bij mensen thuis te moeten schijten. Verschrikkelijk. Ik weet niet hoeveel verjaardagen ik al vroegtijdig heb afgebroken door eerder naar huis te gaan gewoon omdat de grote boodschap zich aandiende en ik geen zin had om mensen met een kleine boodschap voor een gesloten deur te laten wachten totdat meneer uitgedampt was. Ik knipte het nachtlampje aan en stond heel voorzichtig op uit het krakende bed. Alles kraakt en piept hier want deze hele hut is van hout gemaakt. Trede voor trede klom ik omhoog totdat mijn hoofd het luik raakte. Heel voorzichtig maakte ik het luikje open en duwde het langzaam omhoog. Toen het bijna rechtop stond klapte het ineens naar achteren en sloeg met een luide bonk tegen de slaapkamermuur van Loulou en haar man. Zo dan. Waren die nu ook even wakker zeg. Het was een veel te kleine pot. Zo ene met een maalsysteem omdat de afvoerbuis natuurlijk te smal was. Voordat ik lekker rustig zat wiebelde de hele pot tweemaal heen en weer. Naast me stond een wasmachine. Daarboven waren horizontale plankjes gemonteerd die allemaal doorgebogen waren en bijna bezweken onder het gewicht van talloze flesjes en potjes met pilletjes.Hier woonde een medisch wonder. “Om door te kunnen trekken hoef je alleen maar op dit knopje te duwen”: had Loulou me nog uitgelegd. Maar bij mij gaan de meest simpele dingen altijd fout. Er gebeurde helemaal niets. De stekker zat er toch goed in ? Jawel hoor. Wederom duwde ik op het knopje. En wéér gebeurde er niets. Verdomme. Ik kon dit toch niet zomaar achter laten ? Maar er zat niets anders op. Met een diepe zucht daalde ik maar weer de houten trap af richting mijn bed. Vijf minuten later hoorde ik iemand naar de badkamer lopen en jawel: de wc maakte een ratelend geluid. Hij deed het weer 🙈.
Andorra
Via Rental cars had ik een huurauto gescoord voor de prijs van 4€ per dag. In totaal dus 48€ voor de komende 12 dagen. Ik vraag me in Spanje altijd af hoe ze auto’s kunnen verhuren tegen deze belachelijk lage prijzen. Voeg daaraan nog toe dat de Spaanse autoverhuurders niet vooraan stonden toen de efficiency -award werd uitgereikt -het duurde 35 minuten voordat ik met mijn huurcontract eindelijk in mijn auto zat- en je lacht je helemaal dood om dit bedrag. Na twee uur bereikte ik de grens van Andorra, een dwergstaatje ingeklemd tussen Frankrijk en Catalonië, een autonome gemeenschap binnen Spanje. Andorra ligt in de Pyreneeën en met maar 65.000 inwoners is het land zelfs kleiner dan zuid-Limburg. Ik meende altijd dat Andorra een beetje bij Frankrijk hoorde maar dat bleek toch niet waar te zijn want bijna iedereen spreekt hier Catalaans. Dit land heeft zelfs twee opperhoofden: een Spaanse bisschop én de president van Frankrijk. Zou Macron het zelf weten ?? Door Karel de Grote gesticht om Frankrijk te beschermen tegen de Moren maar nu al 700 jaar zonder wapengekletter. Het leger is daarom maar opgedoekt. Als het hommeles wordt dan mogen Frankrijk en Spanje de defensieve taken op zich nemen. Bij de grens aangekomen zag ik dat de bestuurder van de auto voor me zijn paspoort liet zien aan de douanebeambte. Shit dacht ik. Das waar ook. Andorra is geen lid van de EU dus wordt het paspoort gecontroleerd maar die zat in mijn koffer in de achterbak. Gelukkig mocht ik van de beste kerel doorrijden zonder een controle. Na een half uur zat ik al in de hoofdstad Andorra de Vella. Deze stad ligt tussen twee bergen. De huizen zijn dermate dicht op elkaar gebouwd dat je allemaal van die McDrive weggetjes hebt (hier noemen ze de McDrive trouwens McAuto). Om op de parkeerplaats achter het hotel te komen moest ik heel scherp indraaien om op een klinkerpad te komen wat ineens 22% omlaag dook. Met in totaal 5x voor-en achteruit rijden stond mijn überlelijke rode Hyundai op zijn plekje. Het voetbalstadion van het nationale team wordt bijna opgeslokt door een weg en een aantal hoge appartementen. Als een voetballer een beetje slecht mikt dan schiet ie zo de flessen bier van tafel. Met zijn maximale capaciteit van 1800 mensen is het natuurlijk bomvol iedere interland. Maar de Andorrokanen bakken er ook niets van he. Ze verliezen doorgaans altijd met een nulletje of 6. Ik heb het eenmaal meegemaakt dat ze wonnen: tegen wit-Rusland of zo. Het zijn in principe gewoon amateurs. Maar áls ze winnen dan gaat het land ook helemaal uit de plaat. Andorra is best goedkoop. Een pot bier kost 2€ en de Marlboro’s kosten 3,85€. Het is een belastingparadijs waardoor veel mensen en bedrijven hier hun geld naar toe brengen. De hele hoofdstad ligt overhoop. Werkelijk overal wordt gebouwd en verbouwd. Ze zijn hier ook helemaal verliefd op rotondes. Van die ieniemienie rotondes. Ik weet niet hoeveel ik er ben tegengekomen op een kilometer afstand. Ik heb gewoon een lamme arm van het sturen gekregen. Dit stadje is gewoon te krap gebouwd om kruispunten aan te leggen. Werkelijk om de 50 meter duikt er er een rotonde voor je neus op. Het liefst hadden ze er allemaal ene op de slaapkamer. Andorra is een echt wintersportland. Stukken goedkoper dan Oostenrijk en Zwitserland dus voor de sneeuwliefhebbers: grijp je kans. Ik overnachtte in hotel Sant Jordi. Een ietwat oubollig hotelletje maar voor een hele nette prijs kun je je ogen met een gerust hart sluiten. De kamers zijn schoon en je ligt helemaal in het centrum. De volgende morgen stond ik al om 07:00u op om te vertrekken naar Lourdes in Frankrijk. Je kunt het land maar op vier plekjes verlaten. Ik koos de grens van Frankrijk en vertrok van helemaal het westen van het land naar het oosten waar de grens lag. Na 45 minuten rijden kwam ik erachter dat de grensovergang dicht was voor wegwerkzaamheden. Jezus. Kon ik weer helemaal terug rijden. Achteraf gezien een gelukkige keuze want nu mocht ik helemaal door de Pyreneeën toeren. Onderweg zag ik veel rotsblokken op de weg liggen. Een stuk berg had er geen zin meer in. Ze waren druk bezig met alle rotsblokken van de baan te krijgen. In restaurant les Ares op de top van een besneeuwde berg at ik een heerlijke Cannelloni met brood, olijven en spinazie. De hut werd warm gestookt met hout hetgeen een aangename geur verspreidde. Door het beslagen raam keek ik omhoog naar de besneeuwde bergtoppen: de eeuwige sneeuw wat nooit smelt. Hoe oud zal dit ex-water zijn ? Één miljoen jaar ? 100 miljoen jaar ? Hoe zou water van 100 miljoen jaar oud smaken ? Een uur later passeerde ik de grens met Spanje en weer een uur later zat ik in Frankrijk op weg naar Lourdes. Even bidden 🙏🙏🙏
Lourdes
Waarom ik naar Lourdes ga ? Ik heb in tegenstelling tot mijn RK vermelding in mijn paspoort totaal niets met het geloof. Of het nu de Islam, het Boeddhisme, of het katholicisme is. Ik kan het me zelf niet aan doen om in iets te geloven waarnaar wetenschappers al bijna 2000 jaar hun best doen om bewijs van Zijn bestaan te vinden. Van de andere kant heeft het geloof wel wat. Ik bedoel: hoe krachtig moet het geloof wel niet zijn als mensen hun leven opofferen voor iets waarvan ik denk dat het niet bestaat. Ik kijk dan niet alleen naar de Islamitische zelfmoordenaars van onze tijd maar ook naar de christelijke kruisvaarders die in de vroege Middeleeuwen richting het Morgenland oftewel de Levant trokken om Jeruzalem te heroveren van de Islamieten en de Joden. Dat is dan de negatieve kracht van het geloof. Een positief voorbeeld vind ik de rust die mensen krijgen tijdens het belijden van hun geloof. Toen ik het stadje met 17.000 inwoners binnen reed deed me dat meteen denken aan Valkenburg. Overal hotels, restaurantjes en souvenirwinkeltjes. Je struikelde bijna over de lege, plastic flessen die je bij de bron kon gaan vullen met heilig Lourdes-water. Het enige wat me aantrekt aan het geloof zijn de mooie gebouwen. Tempels, kerken, moskeeën noem maar op. Mijn voorkeur gaat echter uit naar de kerken want die vind ik het mooist. Niet alleen vanuit architectonisch oogpunt maar ook het gevoel voor detail. Zo ook de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis die gebouwd is boven de Grot van Massabielle waar in 1858 het dorpsmeisje Bernadette Soubirous 18 visioenen had waarin een in het wit geklede vrouw haar vertelde dat ze hier een kerk moest laten bouwen. Kijk, hier gaat het mis. Hadden ze in die tijd de psychologische kennis van nu gehad dan had ze iedere dag wat pilletjes in haar mik gekregen en was Lourdes gewoon een boerendorpje gebleven. En volgens mij geldt dat voor alle heiligen. Wonderen bestaan mijns inziens niet alhoewel veel Tottenham-supporters dat niet met me eens zullen zijn. Ik heb geen vertrouwen in het geloof. In geen enkel geloof. Allemaal leuke verhalen. Dat dan weer wel. Maar zolang er mensen geloven dat twee pinguins vanuit Antarctica naar het midden-Oosten zwommen om zich op de Ark van Noah bij de rest van de dieren te voegen dan kun je je afvragen wie er een steekje los heeft. Geloof en hoop gaan echter hand in hand. Als de medische wetenschap is uitgepoept dan neemt hoop het over. Je enige houvast. Mijn vader dacht er ook zo over. Mijn moeder niet. Ze steekt nog altijd kaarsjes aan indien er iets gebeurd is. Vroeger werd er bij ons thuis ook gebeden voordat we gingen eten. Vanaf mijn 10e zijn we daar mee gestopt. Toen mijn vader het eindstadium van zijn ziekte had bereikt liet hij zich door een pastoor het heilige sacrament der Zieken toedienen. Hij vroeg drie dagen van te voren of ik daar bij wilde zijn. Toch wel wantrouwend vroeg ik hem waarom hij nu in de eindfase van zijn leven ineens de kerk weer ruimte gaf. Hij antwoordde toen:” Stel…. stel ik heb het mijn hele leven verkeerd gehad. Stel er is wél een God en een hemel. Dan gaat mam naar de hemel en ik niet. Dan kunnen we elkaar nooit meer zien. En daarom laat ik nu de priester komen”. Uiteraard ben ik hierbij aanwezig geweest. Ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat mensen in het laatste stadium van hun leven bereid zijn om toenadering tot het geloof te zoeken. Hoop doet leven.
Overigens: je krijgt géén melding van een update van deze blog. Wil je deze blog blijven volgen dan s.v.p. Om de twee dagen even op de link in je email klikken.
Aangekomen in Krakau, Polen, waar ik de komende 6 dagen zou verblijven, wist ik dat ik minstens één van die dagen naar het nabijgelegen concentratiekamp Auschwitz zou gaan. Dat was mijn plan. Maar op mijn tweede dag in Kraków, hoorde ik in de kroeg mensen vertellen over een verlaten nazi-werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog net buiten het centrum van de stad. Het werkkamp bevond zich in een oude kalksteengroeve die langzaam was vergaan en weer door de natuur werd teruggenomen. Dit verlaten werkkamp diende ook als decor set voor de film Schindler’s list van Steven Spielberg.
In een tijdperk waarin tolerantie weer ter discussie wordt gesteld wilde ik een meer persoonlijke ervaring voelen dan de ervaringen welke ik in mijn leven heb opgedaan bij de toeristische herdenkingsmonumenten en musea. De steengroeve bevindt zich aan de zuidkant van de rivier de Wisla. Laat ik niet moeilijk doen; ik geef jullie gewoon de GPS-coordinaten. Zet je auto op 50.037907 19.953386 en loop dan naar 50.0365 19.9561. Deze cijfertjes gewoon even kopiëren in Google Maps en je mobieltje brengt je naar deze plek. Naar de wc gaan is moeilijker. Hier wandelen dagelijks mensen om hun hond uit te laten dus zo spannend is het niet.
Toen ik aan kwam regende het pijpenstelen en de sfeer was heel droevig. Daar stond ik dan boven aan de rand van de groeve en keek omlaag naar een plek waar duizenden mensen door uitputting waren gestorven of geëxecuteerd. Los grind onder mijn voeten brak de oorverdovende stilte toen ik de rand verliet. Ik moest me goed vasthouden aan bomen en struiken want het pad liep heel stijl af. In de verte hoorde ik honden blaffen en ik hoopte dat ze goed aangelijnd waren. De Liban-steengroeve in Krakau, Polen, werd in 1873 opgericht als onderdeel van een kalksteen bedrijf, “Liban en Ehrenpreis”, eigendom van twee Joodse industriële families uit Podgórze.
Gebouwen en een spoorlijn werden gebouwd met de kalksteen welke werd opgegraven uit de groeve. Tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1942 tot 1944 namen de nazi’s de Liban-steengroeve over en gebruikten gevangenen uit het nabijgelegen dwangarbeidskamp Plaszów om handenarbeid te verrichten in diezelfde steengroeve. De Liban-steengroeve werd pas bekend door Steven Spielberg die deze locatie gebruikte om het Plaszów-werkkamp uit zijn film Schindler’s List na te bootsen. Hij wilde de werkelijke locatie van het Plaszów dwangarbeidskamp niet gebruiken uit respect voor de duizenden gevangenen die op bevel van SS-commandant Amon Goeth in het kamp werden uitgeroeid. Hier stierven ongeveer 8.000 mensen door executie. Spielberg bouwde kazernes, wachttorens, hekpalen gespannen met prikkeldraad en zelfs een pad vol met Joodse replica grafstenen in de verlaten Liban-steengroeve.
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Waarschijnlijk koos hij de steengroeve omdat het niet alleen tot de juiste verbeelding sprak met zijn enorme kalkstenen rotspartijen, maar ook vanwege de roestige kalkovens en andere steengroeve-machinerieën die op de plek werden achtergelaten. Het grafsteenpad werd opnieuw gemaakt door Spielberg. De Nazi’s gebruikten in Plaszów echter échte grafstenen van Joodse begraafplaatsen om zodoende de wegen naar het kamp te plaveien zodat de Joodse gevangenen gedwongen werden om over de overblijfselen van hun voorouders te lopen op hun weg van en naar het werk. Dit om de Joden compleet te vernederen. Toen ik over deze grafstenen liep had ik wel meteen een krachtig historisch besef. Ik kreeg een goede indruk van hoe het geweest moest zijn om gedwongen handenarbeid te verrichten in dit werk kamp waar ontsnappen niet mogelijk was.
English version:
Arriving in Krakow, Poland, where I was going to stay for the next 6 days, I knew that I would go to the nearby Auschwitz concentration camp for at least one of those days. That was my plan. But on my second day in Krakow, I heard people talking in the pub about an abandoned Nazi labor camp from World War II just outside the city center. The labor camp was in an old limestone quarry that had slowly decayed and was taken back by nature. This abandoned labor camp also served as a set for the film Schindler’s list of Steven Spielberg. In an era where tolerance is being challenged again, I wanted to feel a more personal experience than the experiences I have had in my life at the tourist memorial monuments and museums. The quarry is located on the south side of the Wisla River but I just give you the GPS coordinates 50.036624, 19.956340. Just copy in Google Maps and your cell phone will take you to this place.
People walk their dogs here every day, so it’s not that mysterious. When I arrived it was raining cats and dogs and the atmosphere was very sad. I stood there at the top of the quarry and looked down at a place where thousands of people had died by exhaustion or been executed . Loose gravel under my feet broke the deafening silence when I left the edge. I had to stick to trees and shrubs because the path was very steep. I heard dogs barking at a certain distance and I kept hoping that they were on a good leash. The Liban quarry in Krakow, Poland, was founded in 1873 as part of a limestone company, “Liban and Ehrenpreis”, owned by two Jewish industrial families from Podgórze. Buildings and a railway line were built with the limestone that was excavated from the quarry. During the Second World War from 1942 to 1944, the Nazis took over the Liban quarry and used prisoners from the nearby Plaszów Forced Labor Camp to do manual labor in the quarry for construction work that took place during wartime. The Liban quarry was only known by Steven Spielberg who used this location to simulate the Plaszów labor camp from his movie Schindler’s List. He did not want to use the actual location of the Plaszów Forced Labor Camp out of respect for the thousands of prisoners who were exterminated in the camp by order of SS commander Amon Goeth. About 8,000 people died here from execution. Spielberg built barracks, watchtowers, fence posts strung with barbed wire, and even a path full of Jewish tombstone replicas in the abandoned Liban quarry. He probably chose the quarry because it appealed to the right imagination not only with his huge limestone rock formations, but also because of the rusty lime kilns and other quarry machines that were left on the site.The tombstone path was recreated by Spielberg. In Plaszów, however, the Nazis used real tombstones from Jewish cemeteries to pave the roads to the camp so that Jewish prisoners were forced to walk over the remains of their ancestors on their way to and from work. This is to completely humiliate the Jews. When I walked over these tombstones I immediately had a strong historical sense. I got a good impression of what it must have been like to do forced manual labor in this work camp where escaping was not possible.
Aangekomen in Krakau, Polen, waar ik de komende 6 dagen zou verblijven, wist ik dat ik minstens één van die dagen naar het nabijgelegen concentratiekamp Auschwitz zou gaan. Dat was mijn plan. Maar op mijn tweede dag in Kraków, hoorde ik in de kroeg mensen vertellen over een verlaten nazi-werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog net buiten het centrum van de stad. Het werkkamp bevond zich in een oude kalksteengroeve die langzaam was vergaan en weer door de natuur werd teruggenomen. Dit verlaten werkkamp diende ook als decor set voor de film Schindler’s list van Steven Spielberg.
In een tijdperk waarin tolerantie weer ter discussie wordt gesteld wilde ik een meer persoonlijke ervaring voelen dan de ervaringen welke ik in mijn leven heb opgedaan bij de toeristische herdenkingsmonumenten en musea. De steengroeve bevindt zich aan de zuidkant van de rivier de Wisla. Laat ik niet moeilijk doen; ik geef jullie gewoon de GPS-coordinaten. Zet je auto op 50.037907 19.953386 en loop dan naar 50.0365 19.9561. Deze cijfertjes gewoon even kopiëren in Google Maps en je mobieltje brengt je naar deze plek. Naar de wc gaan is moeilijker. Hier wandelen dagelijks mensen om hun hond uit te laten dus zo spannend is het niet.
Toen ik aan kwam regende het pijpenstelen en de sfeer was heel droevig. Daar stond ik dan boven aan de rand van de groeve en keek omlaag naar een plek waar duizenden mensen door uitputting waren gestorven of geëxecuteerd. Los grind onder mijn voeten brak de oorverdovende stilte toen ik de rand verliet. Ik moest me goed vasthouden aan bomen en struiken want het pad liep heel stijl af. In de verte hoorde ik honden blaffen en ik hoopte dat ze goed aangelijnd waren. De Liban-steengroeve in Krakau, Polen, werd in 1873 opgericht als onderdeel van een kalksteen bedrijf, “Liban en Ehrenpreis”, eigendom van twee Joodse industriële families uit Podgórze.
Gebouwen en een spoorlijn werden gebouwd met de kalksteen welke werd opgegraven uit de groeve. Tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1942 tot 1944 namen de nazi’s de Liban-steengroeve over en gebruikten gevangenen uit het nabijgelegen dwangarbeidskamp Plaszów om handenarbeid te verrichten in diezelfde steengroeve. De Liban-steengroeve werd pas bekend door Steven Spielberg die deze locatie gebruikte om het Plaszów-werkkamp uit zijn film Schindler’s List na te bootsen. Hij wilde de werkelijke locatie van het Plaszów dwangarbeidskamp niet gebruiken uit respect voor de duizenden gevangenen die op bevel van SS-commandant Amon Goeth in het kamp werden uitgeroeid. Hier stierven ongeveer 8.000 mensen door executie.
Spielberg bouwde kazernes, wachttorens, hekpalen gespannen met prikkeldraad en zelfs een pad vol met Joodse replica grafstenen in de verlaten Liban-steengroeve. Waarschijnlijk koos hij de steengroeve omdat het niet alleen tot de juiste verbeelding sprak met zijn enorme kalkstenen rotspartijen, maar ook vanwege de roestige kalkovens en andere steengroeve-machinerieën die op de plek werden achtergelaten. Het grafsteenpad werd opnieuw gemaakt door Spielberg. De Nazi’s gebruikten in Plaszów echter échte grafstenen van Joodse begraafplaatsen om zodoende de wegen naar het kamp te plaveien zodat de Joodse gevangenen gedwongen werden om over de overblijfselen van hun voorouders te lopen op hun weg van en naar het werk. Dit om de Joden compleet te vernederen. Toen ik over deze grafstenen liep had ik wel meteen een krachtig historisch besef. Ik kreeg een goede indruk van hoe het geweest moest zijn om gedwongen handenarbeid te verrichten in dit werk kamp waar ontsnappen niet mogelijk was.
English version:
Arriving in Krakow, Poland, where I was going to stay for the next 6 days, I knew that I would go to the nearby Auschwitz concentration camp for at least one of those days. That was my plan. But on my second day in Krakow, I heard people talking in the pub about an abandoned Nazi labor camp from World War II just outside the city center. The labor camp was in an old limestone quarry that had slowly decayed and was taken back by nature. This abandoned labor camp also served as a set for the film Schindler’s list of Steven Spielberg. In an era where tolerance is being challenged again, I wanted to feel a more personal experience than the experiences I have had in my life at the tourist memorial monuments and museums. The quarry is located on the south side of the Wisla River but I just give you the GPS coordinates 50.036624, 19.956340. Just copy in Google Maps and your cell phone will take you to this place.
People walk their dogs here every day, so it’s not that mysterious. When I arrived it was raining cats and dogs and the atmosphere was very sad. I stood there at the top of the quarry and looked down at a place where thousands of people had died by exhaustion or been executed . Loose gravel under my feet broke the deafening silence when I left the edge. I had to stick to trees and shrubs because the path was very steep. I heard dogs barking at a certain distance and I kept hoping that they were on a good leash. The Liban quarry in Krakow, Poland, was founded in 1873 as part of a limestone company, “Liban and Ehrenpreis”, owned by two Jewish industrial families from Podgórze. Buildings and a railway line were built with the limestone that was excavated from the quarry. During the Second World War from 1942 to 1944, the Nazis took over the Liban quarry and used prisoners from the nearby Plaszów Forced Labor Camp to do manual labor in the quarry for construction work that took place during wartime. The Liban quarry was only known by Steven Spielberg who used this location to simulate the Plaszów labor camp from his movie Schindler’s List. He did not want to use the actual location of the Plaszów Forced Labor Camp out of respect for the thousands of prisoners who were exterminated in the camp by order of SS commander Amon Goeth. About 8,000 people died here from execution. Spielberg built barracks, watchtowers, fence posts strung with barbed wire, and even a path full of Jewish tombstone replicas in the abandoned Liban quarry. He probably chose the quarry because it appealed to the right imagination not only with his huge limestone rock formations, but also because of the rusty lime kilns and other quarry machines that were left on the site.The tombstone path was recreated by Spielberg. In Plaszów, however, the Nazis used real tombstones from Jewish cemeteries to pave the roads to the camp so that Jewish prisoners were forced to walk over the remains of their ancestors on their way to and from work. This is to completely humiliate the Jews. When I walked over these tombstones I immediately had a strong historical sense. I got a good impression of what it must have been like to do forced manual labor in this work camp where escaping was not possible.
Mijn keuze om een extra halve nachtdienst verlof te nemen bleek achteraf geen slechte te zijn. Zodoende had ik enigszins een beetje slaap gehad voor een reis die heel lang zou gaan duren. Om 14:00u vertrokken we naar Schiphol. Om 20:30u namen we het vliegtuig naar Abu Dhabi alwaar we om 06:00u zouden arriveren. Om 10:00u hingen we weer in de lucht om rond 22:30u local time te landen in de heerlijke warmte van de hoofdstad van de Filipijnen, Manilla. Toch een kleine 20 uur onderweg geweest. Ons hostel lag in een buitenwijkje. Vlakbij de sloppenwijken van Manila. Op de Filipijnen worden de doden niet echt meer geteld. Sommigen houden het op ruim 8000, anderen op 9000. Duidelijk is dat de willekeur en terreur van de keiharde strijd van president Rodrigo Duterte tegen drugscriminaliteit niet voorbij zijn. Zo werd in een politiebureau in de hoofdstad Manilla achter een kast een clandestiene gevangenis ontdekt waar gevangenen zaten die nergens geregistreerd waren. Niemand zal het merken als die worden vermoord. Gemaskerde anti-drugs eenheden van de politie vermoorden niet alleen drugsdealers maar ook drugsverslaafden gewoon midden op straat in de sloppenwijken. De lijken laten ze liggen. Niemand die zich er om bekommerd. Vandaag gingen we eens kijken. Gewoon nieuwsgierig. Morgen komt president Trump met president Duterte praten. De mensenrechten zullen hoog op de agenda staan.
Dag 3/4
Met het vliegtuig vlogen we in een uur tijd naar het eiland Palawan. We hadden op de luchthaven een uur in het vliegtuig vast gezeten omdat meneer Trump wilde landen en dan moest het luchtruim vrij zijn. De hoofdstad Puerto Princesa deed erg armoedig aan. Ik had natuurlijk weer een cheap hostel geboekt en dat was ook te merken aan de kamer. We sliepen in een nasty bed met allemaal ondefinieerbare vlekken in het beddenlaken. De gezamenlijke douche had alleen koud water en het gebruikte wc-papier moest je in een vuilnisbak droppen i.p.v. doortrekken. Overigens kon je je kont ook gewoon met de waterslang die naast de wc op de grond lag, afspoelen. In ieder geval een stuk beter als bij -5c op een gegraven gat schijten op de verlaten steppe in Mongolië twee maanden geleden. De weg naar pubstreet was weliswaar geasfalteerd maar de stoep aan weerszijden bevatte vele brekebeentjes. Hierdoor werden we gedwongen op straat te lopen. Het verkeer hier knalt je van links en van rechts voorbij dus het werd even uitkijken. De pubs zijn uitermate gezellig. Ik was blij dat ik weer deel mocht uitmaken van het Aziatische uitgaansleven. Toch heel anders als in Europa waar het meer draait om zien en gezien worden. Hier zit iedereen met zijn modderige teenslippers en vlekkerige shirtje gewoon eurobier te drinken. Op het podium staan drie foute meiden zich uit de naad te werken. Ze brengen hedendaagse muziek ten gehore maar de voorrondes van the Voice zouden ze niet halen. Maar daar gaat het niet om. Ze hebben fun en dat slaat over op het publiek. Als meisje A aan het zingen is checked meisje B even haar berichtjes op haar foon. Als ze aan de beurt is om het refrein te zingen dan doet ze dat onder het appen. Zonder naar het publiek te kijken. Meisje C kwebbelt ondertussen even met een Fransman wat voorbij loopt. Een en al chaos op het podium. De drummer heeft niet eens in de gaten dat hij zijn drumstick heeft laten vallen. Als een Spaanse meid aan het tafeltje voor het podium een nieuw flesje bier aan haar lippen zet stormen de drie meiden naar haar toe, onderbreken hun song en schreeuwen “shot shot shot” met als bedoeling dat ze die fles bier moet leeg atten. Dat deed ze dan ook. Tot genoegen van het publiek. Daarna zongen ze hun Britney Spears nummer verder. ‘s Nachts terug gekomen in het hostel kwam ik op de badkamer een kakkerlak tegen. Aangezien kakkerlakken kunnen bijten en je met salmonella kunnen besmetten besloot ik toch maar diegene met bardienst er bij te halen. Eer hij daar was met zijn blik en veger, was de vogel helaas al gevlogen.
‘s Morgens vertrokken we al vroeg naar de Underground river. Deze ondergrondse rivier kun je bereiken door eerst met een bootje naar een eilandje te varen, een stukje te lopen door het oerwoud en uiteindelijk weer in een bootje te stappen waarna het bootje een grot invaart. Het imposante grottenstelsel bevat twee rivieren boven elkaar. Ze zijn verbonden middels watervallen. Daarbij lekt er veel water naar beneden waardoor je telkens nat regent. Het wemelt er van de vleermuizen, groot en klein. Ze scheren rakelings langs je hoofd maar door hun echo-systeem raken ze je niet. Dat was maar goed ook. Sommige vleermuizen hebben hondsdolheid en dat wil je hier niet krijgen. In het stukje woud kwamen we wat aapjes tegen en ook een joekel van een varaan. Die kunnen heel hard met hun staart meppen maar gelukkig was hij op zoek naar een avondmaaltijd en met zijn lange tong propte hij steeds weer iets eetbaars naar binnen.
Overal op straat heb je van die kleine ondernemers die altijd wel wat lekkers te eten hebben in hun klaarstaande pannetjes. Voorbijgangers tillen het deksel van een pan omhoog om even te neuzen wat er in zit. Vinden ze het niet lekker dan sjokken ze gewoon verder. Voor een snel ontbijtje bestaande uit rijst en twee spiegeleieren met een flesje cola betaalde ik 0,80€. Je schaamt je bijna om geen fooi te geven. De uitbaatster onderhield drie kinderen. Een jongen van acht jaar sneed de groenten en een meid van zes jaar oud trok haar broertje van twee jaar, die met zijn blote piel naast me zat, van zijn krukje. Blijkbaar vonden ze dit niet gepast. Even later stopte ons local busje die ons van Puerto Princesa naar het noorden van het eiland zou brengen. In het busje zaten allemaal Filipinos die ook naar het noorden gingen. Voor hun is dit de goedkoopste manier van reizen. Per persoon betaal je 500 pesos (8,30€). De rit duurde vijf uur. Je betaalde dus zo’n 1,70€ per uur. Ik heb het alleen goedkoper meegemaakt in het Andes-gebergte. Daar reden coaches (grote bussen) voor één euro per uur. Geen geld.
Er gaat maar één weg naar het noorden. Al het verkeer ging over deze tweebaans weg waardoor deze tocht van 180 km zolang duurde. Onderweg slapen honden gewoon op de weg of ze riskeren zo’n last minute oversteek zonder uit te kijken. Gewoon om de chauffeur het moeilijk te maken volgens mij. De pestkoppen. Toch weten de chauffeurs al zigzaggend over de weg deze hondjes goed te ontwijken. Tenminste: ik heb geen honden zien liggen die het niet meer deden. Angelica heeft vijf uur met de handen voor haar ogen gezeten. Iedere keer als ik zei:” bohhh, dat was close”, verstijfde ze van schrik. Ik besloot er maar mee op te houden. Not funny en slecht voor haar hart.
Langzaam veranderde het landschap. Mooie palmbomen en schitterende vergezichten. We naderden El Nido. Welcome in paradise ! Van hier uit gaan we island-hoppen.
Dag 5/6 El Nido, Palawan
Ons hostel is supermooi. The Outpost Beach Hostel is een backpackers hostel maar je kunt er ook een priv’ekamer boeken.. Hier voel ik me toch meer thuis dan in een hotel. Alles gaat altijd lekker gladjes. Het personeel bestaat vaak uit mensen die ook veel reizen dus die weten je ook meteen van het goede advies te voorzien. Ze weten wat speelt. De zee bevond zich op vier (!) meter van de trapjes naar de bar. Daartussen in bevond zich een kleine strip met zand. In het hostel zat vanwege de goedkope prijzen uiteraard veel jeugd. En die hebben altijd goede zin ! Je kunt het hostel hier boeken.Ook het dorpje is heel leuk. Genoeg te zien. Mensen werken, gaan naar school, doen hun dingetje. Zoals bij ons, alleen anders.‘s Avonds reden we met een locale tricycle richting het dorpje El Nido. Een tricycle is niet meer dan een klein brommertje waar de plaatselijke Jan Handig een karretje tegenaan heeft gefixed. We pasten nét met ons tweetjes erin. Voor 50 pesos (0.80€) bracht hij ons naar het dorpje.Wemoesten pinnen. Alle pinautomaten worden hier zwaar bewaakt. Het maximale wat je per dag kan pinnen is 10.000 pesos (165€). Dat zou dus de ultieme buit zijn na een klap in je nek. Maar ook ieder restaurant heeft een gewapende bewaker. Zelfs ons hostel aan zee heeft er ene. Als je op de site kijkt van buitenlandse zaken dan zie je dat van het eiland Palawan de kuststreek oranje is gekleurd m.a.w. te vermijden gebied. Nu weet ik ook dat die heren die de reisadviezen verzinnen heerlijk kunnen overdrijven. De enige keer dat ik wat meemaakte in een kuststreek was in de Keniaanse havenstad Mombassa, zo’n 15 jaar geleden. Ik zat met een blonde langharige vuilnisman uit de Achterhoek ‘s nachts aan de bar samen met de keniaanse barman de dag af te bieren. Opeens kwam de hotelmanager met de mededeling dat hij was gewaarschuwd dat Somalische piraten op zee waren gespot op zo’n 10 km afstand van ons strand. Ter verdediging had het Keniaanse leger een tiental soldaten naar ons hotel gestuurd om de boel te bewaken. Die arriveerden inderdaad een half uurtje later toen ik met mijn kompaan aan het biljarten was. Nieuwsgierig als ze waren gingen ze met hun kalashnikovs rondom de biljart staan om te kijken wat we er van bakten. Degene met zijn Rocky Balboa shirtje aan zei dat hij tegen de winnaar wilde spelen. Even later mocht ik het tegen hem opnemen. Om zijn handen vrij te houden had hij zijn geweer even rechtop tegen de biljartkast aangezet. Echter, dat ding stond lelijk in de weg toen ik wilde aanleggen voor een punt te maken. Ik vroeg heel lief of ik zijn AK47 even mocht verplaatsen. Hij knikte toestemmend. En daar liep ik dan met zijn wapen naar de hoek van de bar en legde hem daar op de grond. Niemand keek er van op. Ook deze meneer legde uiteindelijk het loodje en na het vieren van deze zegen kroop ik in bed. ‘s Morgens liep ik vanuit mijn kamer naar buiten en onder het balkon lag Rocky te slapen op een bedje met het geweer als kussen onder zijn hoofd. Er was uiteindelijk geen aanval geweest die nacht. Wel hadden ze die week 12 man in het dorpje waar ik verbleef ter plekke opgehangen. Gewoon, omdat ze tijdens de verkiezingen die werden gehouden op het moment dat ik daar was,op de tegenstander van de zittende president (Kenyatta) hadden gestemd. Mijn advies luidt dan ook: nooit naar Afrika gaan als er verkiezingen zijn. De situatie kan zo maar uit de hand lopen. Het respect voor het leven kan dan heel snel verdwijnen.Hier op de Filipijnen heeft men soms last van de tereurgroep IS. Echter, deze zitten in de provincie Mindanao. Een flink stuk hier vandaan. No worries 😊.
Dag 7 Blog update Filipijnen (Islandhopping Expeditie Robinson eilandjes)
Vanuit het hostel liepen we de rustige zee in. De windstilte zorgde er voor dat de zee zo glad was als een biljartlaken. De temperatuur van het water was heerlijk warm. Één groot bad voor je deur. Het was ongeveer 100 meter lopen en op het laatst kwam het water tot aan je middel. Opdrogen kon je op de boot. De groep bestond uit voornamelijk engelse en Australische twintigers die in ons hostel verbleven. De meesten hadden nog kleine oogjes van het drinken de avond van te voren. Veel van het vervoer over water in de Filipijnen gebeurt met de zogenaamde Outrigger (Bangka). Dit is een type kano met een of meerdere drijvers langs de zijkant bevestigd aan een of beide zijden van de boot. De Outrigger heeft een veel grotere stabiliteit en zeewaardigheid ten opzichte van de traditionele kano. Kleine boten hebben vaak slechts 1 drijver aan bakboordzijde, terwijl grotere boten er een aan beide zijde hebben. Met deze boot gingen we de zee op en na een half uurtje kwamen we aan op het eerste eiland: Pinagbuyutan island. Een helse regenbui barstte los en iedereen op de boot werd kletsnat. Onze tassen hadden we gelukkig droog weg kunnen zetten. Er zat niets anders op dan maar het warme badwater in te duiken. Eenmaal in het water boeide het niet meer zo veel. Dit was een prachtig eilandje. Erg klein maar heel hoog. Ik waande me net zo’n Robinson Crusoë. Alleen maar palmbomen en een wit strand. Prachtig 😍. Het volgende eiland was Snake Island (het had de vorm van een slang). Op het eilandje zat één aap. Die kwam ook meteen naar ons toe gelopen. Aangezien hij uiterst agressief scheen te zijn werd hem door Jay-Jay, de lolbroek van de bemanning, een banaan in zijn mond geschoven. Dat zou hem even rustig houden zodat de groep hem rustig kon passeren. We wilden immers naar de top van de berg klimmen zodat we een mooi uitzicht hadden. Eenmaal weer onder stond er een tafel op het strand. Met een surfplank werd het lopend buffet van onze boot naar het strand gebracht. Op het menu stond rijst, kip, vis, groenten en fruit. De mannen hadden dit ondertussen aan boord bereid. Heel apart zo’n buffetje in zee. Hierna gingen we naar West Entalula Island. Paradijselijk witte stranden waar we konden snorkelen. Natuurlijk zagen we allemaal mooie visjes in allerlei bonte kleuren. Het enige visje wat ik herkende was het papegaai-visje. De big lagoon op Miniloc Island was alleen te bereiken met een kano die je kon huren van een drijvend kanoverhuurbedrijfje. Eenmaal aangekomen in de lagoon viel onze mond open van verbazing. Het water was vrij ondiep, je zou in principe kunnen lopen maja: we hadden nu al betaald voor de kano 😂. Aan weerszijden van de strip water waren hele hoge, mooi groen bekleedde rotsen die datgene wat je schreeuwde met een echo terugkaatsten. We echter maar een uurtje de tijd maar net genoeg om dit moois in ons op te slaan.
We sloten deze trip af op 7 Commandos Beach. Hier namen we een kokosnoot om te drinken. Op het strand was een volleybalveldje en met de hele boot deden we een wedstrijdje beachvolleybal. Zo sloten we deze mooie dag af. ‘s Avonds aten we lekker vis van de BBQ op het strand van el Nido. Super lekker !
Dag 8,9,10 Schoolbezoek El Nido
Gewoon allerlei leuke dingetjes gedaan. Een dagje een ATV gehuurd en daarmee door de modder geknald en op een aangewezen stukje strand langs de waterkant gescheurd. Altijd leuk. Maar het leukste was het bezoek aan een school. Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieerden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water. Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheid sporten die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦
Dag 12 Iwahig gevangenis (gevangenis zonder muren)
Een bezoek aan de Iwahig gevangenis. Deze gevangenis huisvest gevangenen met een hele zware gevangenisstraf. De mensen die we ontmoet hebben zijn allen veroordeeld voor moord of meervoudige moord. Het frappante aan deze gevangenis is dat het geen muren heeft. Iedereen kan zomaar ontsnappen. Maar toch kiezen ze er voor om dat niet te doen. De regel is simpel. Als je niet ontsnapt dan mag je in de gevangenis in Palawan blijven, je mag tennissen, voetballen, zelf koken, tuinieren, je familie en vrienden mogen langskomen, je mag zelfs aan je vriendin knabbelen zo vaak je wilt. Je hebt dus heel veel privileges. Probeer je te ontsnappen dan ga je linea recta terug naar de gevangenis van Manilla. Daar zit je in een grote cel met 180 man waar plaats is voor 20 man. Je word gedwongen je bij een bende aan te sluiten om te kunnen overleven. Doe je dat niet dan overleef je geen twee weken. Moord en doodslag is er aan de orde van de dag. Iedere bende heeft een leider. Als deze even zijn benen wil strekken dan wordt hij geëscorteerd door ongeveer 300 bendeleden die hem beschermen tegen vijandige leden van een andere bende.
Aldus Jason, een 40-jarige inmate met twee inkttraantjes onder zijn rechteroog, die ons te woord stond. Bij aankomst moesten we ons even melden bij een kantoortje. We wisten niet wat we moesten verwachten en hadden gehoopt op een bewapende cipier die ons zou begeleiden. Helaas was dat niet zo dus in ons uppie moesten we maar contact zien te maken. De zwaar getatoeëerde Jason kwam lachend op ons af en stelde ons enigszins gerust. Zijn ouders hadden vroeger in Manilla een zaak. Op een avond hoorde hij geluid bij het tuinhek. Door het geopende raam vernam hij dat de twee mannen zijn vader wensten te spreken. Toen zijn vader de voordeur opende werd hij meteen neergeschoten. Jason werd getroffen door twee kogels en raakte buiten westen. Toen hij bij kwam in het ziekenhuis bleken zijn jongere zusje, zijn vader en moeder te zijn vermoord. Beroving was de reden. Jason was diverse malen naar de politie gegaan om een aanklacht in te dienen maar kreeg telkens geen gehoor. Na een jaar besloot hij de moordenaars van zijn familie te vermoorden. Na deze dubbele moord stapte hij met het wapen naar de politie en deed zijn verhaal. Hij kreeg 22 jaar cel. Hiervan had hij 17 jaar in de gevangenis van Manilla gezeten. Wegens goed gedrag kwam hij in aanmerking voor de Iwahig gevangenis, een droom voor iedere Filipijnse gevangene. Hier zat hij al twee jaar en moest er nog drie. Toen hij het verhaal vertelde kreeg hij tranen in zijn ogen. Iedere dag stonden ze om 05:00u op en gingen aan het werk op het land. Daarna werd er gedoucht en konden ze hun dag verder invullen. Ik mocht van hem dit verhaal op FB zetten maar over bepaalde dingen mocht ik niet schrijven. Als slot kregen we een heuse gangsterdans te zien á la de Backstreet boys. Na twee uurtjes zijn we weer gegaan. Een superervaring rijker ! #neverbored#. Wil je zien hoe het er in een Filipijnse gevangenis aan toegaat kijk dan op youtube:
There are two available walking routes. The local Aboriginals prefer not to climb the rocks, but stay on these paths. The walking routes are closed if it is too dangerous to walk on them (too much wind, too hot or during rescue operations).
Ayers Rock Uluru. The world famous rock and something that symbolises Australia. A six hours drive from my Alice Springs Backpack hostel backpackershostel NYA to Uluru in the Victoria desert. Three days staying in the desert. 43°C and in the sun even hotter. Every time the same question:” does everybody have 3 liters of water ?”. You will get dehydrated and you will not even notice. You can book the same tour I did here.
Our bus without A/C
It is very important to drink a glass of water every 15 minutes. We wore fly nets, as it took too much energy to swat them constantly. We needed every piece of energy. We suffer, but hell, do we love this place! Unique panoramas, massive rocks. We didn’t mind getting beaten by the extreme heat, it was all worth it! We’re hunting some fire-wood for the bonfire tonight. A hard job. The men seek for the wood and cut it with their hands and feet. The women gather the wood and bring it to the bus. Teamwork. Everybody knows what to do. At an open spot we make base-camp in the middle of nowhere. The men create a wooden “wigwam”. The women prepare the meal. Chili !!!.
We get our sleeping bags from the bus and everybody is looking for a nice spot by the fire. With a stick we draw“the circle of trust” to protect us against bugs on the ground. We search for three Dingo-rocks. Medium stones which we will throw behind the alfa-Dingo when a Dingo group wants to attack us. This will make him panic and flee. The whole group will follow his lead.Till 02:00am we were drinking ice cold beers and soon we felt human again. This felt so good! We ended the day in our sleeping bags and swags. Looking up to the sky, we all agreed with our SUPER-guide Adam:the view is only possible in the desert . We’ve seen many stars in our lives but this??? Thousands??? Hundreds of thousands??? Millions??? No idea. We even saw four shooting stars. Some of us have a special star up there. Sleep well dad.
Dutch version:
Ayers Rock Uluru. Dé alom bekende berg en synoniem voor Australië.
Valley of the Winds, peak, Uluru-Kata Tjuta National Park, Australia
Drie dagen woestijn. Maar eerst een zes uur durende rit van mijn backpackershostel NYA Alice Spings naar Uluru in de Victoria woestijn bij een temperatuur van 43°C en in de volle zon nog veel warmer. Iedere keer wéér die vraag:” everybody still got 3 liters of water ?”. Je droogt uit en je hebt niets in de gaten. Ieder kwartier een glas water. We dragen vliegennetjes. Het wegslaan van die beestjes kost zoveel energie die we wel beter kunnen besteden.
Kings Canyon is a canyon in the Northern Territory of Australia located at the western end of the George Gill Range about 323 kilometers southwest of Alice Springs and about 1,316 kilometers south of Darwin within the Watarrka National Park.
Het is écht af zien. Maar wat is het mooi hier. Unieke vergezichten. Machtige rotspartijen. Het is het allemaal waard. Hier doe ik het voor. We gaan op zoek naar hout voor onze bonfire vanavond. Hard werken. De mannen gaan op zoek naar bruikbaar hout.Takken breken we met onze handen en voeten. De vrouwtjes brengen alles naar ons busje. Teamwork. Iedereen helpt mee. Op een afgelegen plek maken we ons base-camp. In the middle of nowhere. Een open plekje. De mannen maken een mooie “wigwam” van takken. De meiden beginnen het avondeten voor te bereiden. Chili !!!😋😋😋. De vlam gaat er in. Nóg meer hitte.
Bonfire in the desert with a nice cool beer !
We halen onze slaapzakken van de bus en iedereen zoekt een plekje dichtbij het kampvuur. Rondom je slaapplek kras je met een stokje “the circle of trust” in het zand zodat ongedierte geen kans krijgt om je te steken. Nét die kleine groef in het zand is een tiende graad koeler. Met zijn pootjes voelt het insect dat temperatuurverschil hetgeen hij niet vertrouwt en daardoor een andere weg kiest.
Kata Tjuta, also known as Mount Olga or the Olgas, is a rock formation in Central Australia, in the Uluru-Kata Tjuta National Park, located in the Northern Territory.
Iedereen zoekt drie Dingo-rocks. Middelgrote stenen die we -indien een groep hongerige Dingo’s nadert- áchter het alfa-mannetje moeten gooien. Als hij vervolgens in paniek raakt dan slaat hij op de vlucht en neemt de hele groep mee. Tot 02:00u ’s nachts wordt er ijskoud bier gedronken en we beginnen ons warempel weer mens te voelen. Wat kan dat een mens goed doen.
Wave rock formation
We eindigen de dag in een slaapzak. We kijken omhoog en de gids had gelijk. Dit zie je alleen maar in een woestijn waar geen wolken zijn. Ik heb al heel wat sterrenhemels mogen aanschouwen. Maar dit heb ik nog nooit gezien en dat zal ook nooit meer gebeuren denk ik. Duizenden? Honderduizenden? Miljoenen? Geen idee. Zelfs vier vallende sterren gezien. Én één speciaal sterretje ….. Goodnight dad 🍺💫Een leuke anekdote: ik spaar visitekaartjes. Onderweg stopten we bij het Mt.Ebezener roadhouse. Achter de bar stond een grote, kale, zwaar getatoeëerde man met de naam Alex Carter. Ik vroeg hem of hij een visitekaartje voor me had. Hij vroeg waarom ik dit kaartje wilde aangezien ik hier waarschijnlijk toch nooit meer zou terugkomen. Ik antwoordde hem dat ik al mijn verzamelde visitekaartjes thuis in mijn mancave tegen de muur plakte. Als een soort aandenken maar ook als muurdecoratie. Dat vond hij een reuzeleuk idee. Echter, hij had zijn laatste visitekaartje weggegeven en de volgende partij zou pas morgen komen. Maar hij zou het wel leuk vinden als ik zijn rijbewijs aan de muur zou hangen. Ik zei:” ben je helemaal gek geworden ?”. “Als de politie je aanhoudt ben je de Sjaak”. Hij zei:” diezelfde agent die zich hier iedere avond ligt te bezatten en straalbezopen op huis aan rijdt ? “Jongeman, dit is de woestijn. Hier hebben we andere regels”: lachte hij. “Neem het rijbewijs maar gerust mee. No worries and enjoy !”.
Alex Carter’s rijbewijs hangt nu bij mij thuis aan de muur.Bartender Alex Carter Mt.Ebezener roadhouse
In the extremely cold high Norths of Sweden, deep in the snowy woods where the wood stoves are always burning and where the treetops touch the blue sky, there is a place inspired by friendship, designed by genius, made by magic, perfect and pure. This is Tree-hotel owned by Kent & Britta. I met this couple on my road trip in Finnish and Swedish Lapland in March 2018. The tree houses are quite remote in an area where not many people come. The reception and the very cozy restaurant are located on the snowy road. The decor of the restaurant is in the 50s and 60s style and feels very warm. After four hours of driving I was dying for an ice-cold beer. Then I went out looking for the hidden gems. The road went very steep and I had to hold onto the railing that was made of rope. If you were just outside the footpath, you would slip into the snow up to your hips. If you are in the area of this place then I definitely recommend a visit!
In het extreem koude hoge noorden van Zweden, diep in de besneeuwde bossen waar de houtkachels altijd branden en waar de boomtoppen de blauwe lucht raken, is een plek geïnspireerd door vriendschap, ontworpen door een genie, gemaakt door magie, perfect en puur. Dit is het Tree-hotel van Kent & Britta. Ik ontmoette dit stel tijdens mijn roadtrip door Fins en Zweeds Lapland in maart 2018. De boomhutten zijn redelijk afgelegen in een gebied waar niet veel mensen komen. De receptie en het gezellige restaurant bevinden zich aan de besneeuwde weg. De inrichting van het restaurant is in de stijl van de jaren 50 en 60 en voelt erg warm aan. Na vier uur rijden had ik zin in een ijskoud biertje. Daarna ging ik naar buiten op zoek naar de verborgen parels. De weg ging erg steil omhoog en ik moest me vasthouden aan de leuning die van touw was gemaakt. Als je je net buiten het voetpad begaf, zakte je weg in de sneeuw tot aan je heupen. Als je in de buurt bent van deze plek, dan raad ik zeker een bezoek aan!
Met onze 4×4 reden we door de woestijn naar het kustplaatsje Lüderitz. Bijna ter plekke reden we langs een luguber uitziend verlaten dorpje. Kolmanskop is een spookstadje in het zuidwesten van Namibië. In Namibië konden we niet ontsnappen aan de Duitse koloniale geschiedenis van het land. Overal in het land zagen we typisch Duitse konditoreien waar ze je in perfect Duits aanspreken. De Duitse kolonisten vestigden zich in Kolmanskop toen hier in 1908 kostbare diamanten werden gevonden. Een Duitser kreeg in dat jaar van zijn arts in München het advies om op zoek te gaan naar frisse zeelucht. Dat zou beter zijn voor zijn astma. Hij verhuisde maanden later naar Duits zuidwest-Afrika (nu Namibië). Hij werd aan het werk gezet aan het spoor en moest met zijn schep en bezem 20 km rails zandvrij houden. Het spoor liep dwars door de duinen en de wind zorgde ervoor dat het zand continu op de rails terecht kwam. Tijdens het schoonmaken zag hij ineens iets schitteren op zijn schep. Toen hij het zand op de schep beter bekeek zag hij dat het een diamant was. Samen met een partner kocht hij naast het spoor een stuk grond en begon te graven. Bingo! De diamanten stormloop was begonnen. Hij stichtte een stadje met de naam Kolmanskop. In de hoogtijdagen huisvestte het stadje meer dan 700 gezinnen. Toen de diamantprijs aan het einde van de eerste wereldoorlog daalde, volgde een ware exodus en al snel vertrokken de laatste bewoners. Een spookstad was geboren. De swingende deuren van het historische casino geven Kolmanskop een spookachtige uitstraling. Toen we onze ogen sloten verbeelden we ons dat we 100 jaar terug in de tijd waren. We zagen paarden galopperen door de lange winkelstraat, we zagen mensen dansen in de danszaal, mensen die wilden gokken in het casino en verleidelijk kijkende hoeren achter het raam. Maar nu waait het hete woestijnzand recht in de huizen door de eens zo prachtige hoofdstraat. We liepen van huis naar huis en we hielden de slangensporen in het zand goed in de gaten. Er was zelfs een ziekenhuis. Overal lagen hopen zand achter de deuren. Boven de deurpost stond geschreven wie er in het huis had gewoond: de dokter, de tandarts, de bakker, de slager, enz. Ik vond zelfs een oude pot met vaseline. Er stond zelfs een stuk tekst op: Chesebrouch New York. Na wat onderzoek op het internet kwamen we erachter dat de fles oorspronkelijk dateerde uit 1920. Cheers! Dit is geweldig! Na Pripjat, Tsjernobyl, is dit de coolste spookstad waar we ooit zijn geweest.
Na mijn laatste nachtdienst twee biertjes en een Sambuca gedronken te hebben viel ik al snel rond 07:30u in slaap. Om 10:30u had ik de wekker gezet om op te staan. Om 11:45u stonden we bij mam voor de deur die ons snel naar het station in Sittard bracht. Mijn buurvrouw Esther zou wederom 24 dagen lang op Jacky, de parkieten en het huis passen. Zonder haar zouden al die reizen niet mogelijk zijn. Na een snelle tussenstop in Frankfurt en Addis Abeba, Ethiopië landden we 20 uur later in Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Het viel me de weken hiervoor op dat niet iedereen wist waar Namibië lag. Het is sinds 1990 een kersvers land ten noorden van zuid-Afrika dat zich van 1915 tot 1990 “eigenaar” mocht noemen van deze zeer ruige omgeving. In dit land wonen 15% blanken die Afrikaans spreken, een taal die 95% bestaat uit Nederlandse woorden zoals wij die spraken in de 17e eeuw. Best wel grappig.
We hadden van Kim Paffen, Nichon Wouters en Sandy Schoonwater nuttige tips gekregen over Namibië en één van deze tips was een overnachting in Urban Camp en uit eten bij Joe’s Beerhouse. Urban camp is een campsite waar je kunt glampen, een luxe vorm van kamperen in een tentje welke al voor je is opgebouwd. Met complete bedden en verlichting. Warme douches en warempel een ieniemienie zwembad. In Joe’ Beerhouse aten we een overheerlijke spies van stukjes kudu, springbok, oryx en zebra. Allemaal lekkere biefjes waarvan de zebra uiterst mals was. Het was een restaurant waar we onze ogen uitkeken. Allemaal prullaria wat de eigenaar bij elkaar verzameld had. Die persoon moet een gigantisch gevoel voor fantasie hebben: wat een inrichting van zijn zaak: chapeau ! Aan de bar maakten we kennis met een gekleurde local die hartstikke bezopen was. Hij had zijn blanke maat vandaag verloren en was heel emotioneel. Hij zat continu aan ons maar niet op een onvriendelijke manier. Later schoven Frans en Fleur aan welke we hadden leren kennen in de rij voor de douane. Een vriendelijk koppel woonachtig op het Damrak in Amsterdam. Met 20 uur reizen en twee vliegangsttabletten in mijn mik duurde het maar vier halve litertjes voordat ik het bekende koekkoek-gevoel kreeg. Nadat de taxi ons had afgezet belandden we in ons tentje voor een welverdiende slaap.Om 06:00u maakte de wekker een einde aan ons gesnurk. Na een heerlijke warme douche en een superontbijt stapten we in onze 4×4 en gingen we inkopen doen in de grootste shopping Mall van het land. En nu gaan we op weg…. het avontuur gaat beginnen !! 👌🏻😊👊🏻
Dag 3: Kalahari-woestijn (280 km)
Na twee uur rijden passeerden we de Tropic of Capricorn oftewel de Steenbokskeerkring. Een bijzonder punt op aarde. De zon staat dan éénmaal per jaar loodrecht boven deze breedtegraad op de aarde.Dat is op 22 december. Het begin van de astrologische zomer op het zuidelijk halfrond. Bij ons het begin van de winter. Het zal de meesten onder jullie géén zak interesseren natuurlijk maar ik wilde het toch even vermeld hebben. Misschien leuk om tussen de soep en de aardappelen deze info te delen met jullie kids. Alhoewel, ik vraag me af en toe af of de jeugd nog wel interesse heeft in dit soort zaken. Op vandaag spelen kinderen van vijf al zes verschillende schietspelletjes op een iphone 7. Op die leeftijd frummelde ik nog van die lange regenwormen uit de grond, trok ze uit elkaar en gooide ze daarna in mijn zelf gemaakte moddersoep. Mijn eerste autodidactische biologie-lesjes. Daarna verslond ik het ene na het andere boek over keerkringen 😜🙈.We stopten even snel om een plasje te doen. Ik stapte uit en liep zo’n 10 meter van de 4×4 vandaan. Iets trok even mijn aandacht waardoor ik niet oplette waar ik stond te piesen. Ik zou niet Ran heten als ik niet met mijn patas in een giga mierenhoop stond. Bijna zo groot als veldmuizen gingen ze meteen tot de aanval over. Ik had dat pas in de gaten toen het begon te kriebelen op mijn onderbenen. Snel sloeg ik dat zesbenig tuig van me af en verdween fluks in onze 4×4. Een paar kilometer verder vlogen we ineens door de lucht. Jihaaa. Efkes met vier bandjes los van het loeihete asfalt. Ach ja, een verkeersdrempel. Zomaar, uit het niets. Niet gemarkeerd met fluorescerende witte wegenverf, geen bordjes langs de weg om vaart te minderen. Leg hem daar maar neer dan. Sjonge jonge….Na drie uurtjes rijden bereikten we de campingsite in de Kalahari woestijn. Ik heb al een open-air overnachting gehad in de Victoria woestijn in Australië, geslapen in een Gehr-tent bij een nomadenfamilie in de Gobi-woestijn in Mongolië, vorig jaar geknort in een saunatent in de Sahara met Angelica en nu samen bakken in de Kalahari in een tentje op het dak van de Toyota Hilux. Toch al vier van de acht grootste woestijnen ter wereld bezocht. Nummer één en twee zal ik waarschijnlijk nooit aandoen (Antarctica en de Noordpool).Toen ik me ‘s morgens wilde losmaken van Angelica hoorde ik hetzelfde geluid als wat je hoort als je na 20 minuten je probeert los te maken van een zonnebank. Helemaal sticked together. Het tentje op het dak opzetten gaat me warempel gemakkelijker af dan hier links rijden met het stuur rechts. Wat een gedoe: als ik richting wil aangeven gaan de ruitenwissers als bezetenen heen-en weer. Richting aangeven doe je dus ook met rechts. Het schakelen doe je met je linkerhand. Van de één schakel ik helaas rechtstreeks naar de vier i.p.v. de twee. Bij ons trek je de pook licht naar je toe als je van de één naar de twee schakelt. Hier moet je de pook van je af duwen. Maar dat vergeet ik altijd waardoor de versnelling automatisch naar de vier gaat. Kwestie van wennen denk ik. We wachten rustig af wat de komende weken zoal brengt.We besloten een wandeling te maken door de woestijn. Een uurtje moest wel kunnen gezien mijn lichaam. Na 20 minuten kregen we al dikke vingers, dikke benen en mijn kont begon te jeuken. Meteen keerden we maar terug. Randdebielen. Bij 48c vol in de zon hiken in de woestijn. Niet doen dus ! Dat doe je ‘s morgens om 06:00u maar niet om 15:00🙈. We namen de 4×4 en reden naar de Arib Lodge. Daar zitten hele rijke mensen die 250€ voor een lodge betalen. Wij betaalden maar 25€ voor een eenvoudig kampeerplekje. Voor dat geld zitten we dan voor straf helemaal alleen in de vrije natuur zónder airco en moeten we nondeju zelf koken. Voor dat geld hebben zij ook nog eens een zwembad. Wij mochten daar echter ook in. En dát wisten die rijke mensjes lekker niet. Héérlijk die verkoeling. In de verte zagen we Oryxen en kraanvogels maar het konden evengoed ook Kudu’s en woestijnduiven zijn geweest. Zoveel verstand heb ik nu ook weer niet van die beestjes.
‘s Avonds gingen we eerst hout sprokkelen in de woestijn en daarna hadden we een heerlijke BBQ. Na een korte wip in de warme tent op het dak van onze 4×4 vielen we in slaap onder een fonkelende sterrenhemel zoals je die alleen maar in een woestijn kan zien. Ofwel mijn camera ofwel mijn technische kennis van het apparaat laten het niet toe om een mooie foto te maken van het hemeldek waaronder wij vannacht mogen pitten. Derhalve heb ik even ene van het net geplukt. Iemand die ooit in een woestijn heeft geslapen kan dit beamen: Five Billion Star Hotel. Truste 🌙💫
Dag 4-5 Kokerbomenwoud, Lüderitz, ghost-diamondtown Kolmanskop (590 km)
Hoe word je multi-miljonair ? Vind als astma-patiënt een diamantje, koop het land en start een diamond-rush en hark het geld binnen. Later meer. Vandaag zouden we de langste route moeten afleggen. Volgens routeplanner Maps Me (fantastisch werkend programma, óók zonder internet) kregen we 600 kilometertjes voor ons kiezen. Derhalve stonden we heel vroeg op. Ik slaap sowieso heel slecht op vakanties. Maximaal vier of vijf uur per nacht. Nu ik dit type staat er bijvoorbeeld 04:11u op de klok. Waarom ik slecht slaap weet ik niet. Waarschijnlijk door de adrenaline die het reizen in me losweekt. Iedere dag staat er wel weer wat spannends te wachten. Verslavend gewoon. Tijdens het afbreken van ons tentje op het dak van de 4×4 gleed de ladder onder me vandaan. Angelica stond “gelukkig” achter me en zodoende kon haar lichaam de strijd aangaan met die van mij. Getuige de dikke paars-bruine plek op haar bovenbeen mogen we stellen dat mijn lichaam de match had gewonnen. Zonder gekheid: als ze er niet had gestaan was ik gevallen en had ik me waarschijnlijk lelijk bezeerd. Via de rode, zanderige woestijnweg kwamen we bij de uitgang van het park. Deze tweebaansweg was gelukkig verhard. In Mariental bezochten we een supermarkt om een ontbijtje te scoren. Je hebt in Namibië eigenlijk maar één stad: Windhoek. Met 320.000 inwoners de absolute nummer één hier qua bevolkingsdichtheid. Mariental heeft er 12.500. Een groot dorp dus. Daarna reden we door naar Keetmanshoop alwaar we het Kokerbomenwoud en de Giant’s Playground bezochten. Hier zijn rotsblokken op een bizarre manier op elkaar gestapeld. De naam zegt het al: alsof een reus met de rotsen heeft gespeeld. Dit is ontstaan door omhooggestuwde magma dat is geërodeerd. Vanaf de parkeerplaats loopt een wandelpad door de Giant’s Playground. Even verderop ligt het Kokerbomenwoud. De kokerboom is een holle boom die in Namibië en Zuid-Afrika voorkomt. Bijzonder aan deze plek is dat dit de enige plek in Namibië is waar ze in een bos bij elkaar staan. Het is geen bos zoals we dat in Nederland kennen. De bomen staan wat verder uit elkaar maar hier noemen ze het een bos. Ok dan. Wat zij willen. Maar ik noem het geen bos.Via een verharde weg reden we nu van oost naar west Namibië, helemaal naar Lüderitz aan de zee. Lüderitz is een typisch Duits havenstadje met opvallend veel typische huizen uit de jaren 1900-1915. Even ervoor ligt Kolmanskop. In Namibië ontkom je niet aan de Duitse koloniale geschiedenis van het land. Overal in het land vind je nog typisch Duitse konditoreien waar je in vloeiend Duits wordt aangesproken.
De Duitse kolonisten vestigden zich in Kolmanskop toen hier in 1908 kostbare diamanten werden gevonden. Een Duitser kreeg in dit jaar van zijn huisarts het advies om de zeelucht op te zoeken. Dat zou beter zijn voor zijn astma. Hij vertrok maanden later naar Duits zuid-west Afrika (nu Namibië). Hij werd te werk gesteld bij het spoor en moest 20 km rails zandvrij houden. Dit spoor loopt namelijk door de duinen en de wind zorgt ervoor dat het zand op de rails komt. Tijdens zo’n veegactie zag hij wat schitteren op zijn schep. Toen hij nader keek bleek dit een diamant te zijn. Samen met een partner kocht hij vervolgens een stuk land en begon te graven. Bingo ! De diamantrush was begonnen. Hij stichtte een dorpje; Kolmanskop. In de hoogtijdagen huisvestte het dorpje meer dan 700 families. Toen aan het einde van de eerste wereldoorlog de diamantprijs daalde volgde een exodus en al snel vertrokken de laatste bewoners. Een ghost town is geboren. De klapperende deuren van het historische casino geven Kolmanskop een spookachtig uiterlijk. Als je je ogen sluit en je je 100 jaar terug waant dan zie je de paarden galopperen door de lange winkelstraat, je ziet mensen dansen in de danszaal, mensen die een gokje willen wagen in het casino en verleidelijk kijkende hoeren achter de ruit. Maar nu waait het hete woestijnzand door de eens zo prachtige hoofdstraat, rechtstreeks de huizen in. We trokken van huisje naar huisje.Er was zelfs een ziekenhuis. Overal die bergen zand achter de deur. Boven de deurpost stond geschreven wie er gewoond had: de dokter, de tandarts, de bakker, de slager enz. Dit is geweldig ! Na Pripjat, Chernobyl, is dit de vetste ghosttown waar ik ooit ben geweest. Je kunt het ook nog eens nalezen in deze aparte topic Ghosttown Kolmanskop
Dag 6-7 Sossusvlei-Sesriem-Naukluft NP
We vertrokken al heel vroeg naar de prachtige Sossusvlei met zijn zeldzame flora en fauna. Een rit van 600 km door het dorre, woestijnachtige Namib-Naukluft National Park, het grootste wildpark van Afrika, derde grootste ter wereld. Twee rondtrekkendezuid-Afrikaanse boeren verklaarden ons voor gek. We zouden maar één uurtje asfalt hebben. De rest zou bumpy gravelrijden zijn. Ik ben niet gewend om op gravel te rijden. Het gevaar zit hem niet in de stenen en keien op de weg maar meer in de snelheid. De wielen van de 4×4 worden in het spoor vóór je, getrokken. Je bent dus continu aan het corrigeren met het stuur. Je kunt dus ook zomaar van de weg afraken. Aangezien de berm hier een stuk lager ligt dan de weg komt de 4×4 dan schuin in de berm te liggen waardoor deze zal omkiepen. Uitkijken geblazen dus.Onderweg kwamen we een verlaten treinstation tegen. We vroeger ons af wie hier nu vroeger opgestapt zou zijn want in de verre omtrek was geen dorpje of nederzetting te zien. Even verderop stonden een aantal wilde paarden naar ons te kijken. Helemaal lonely in het dorre, grasloze landschap. Waar dronken ze water ? Wat aten ze ? Her en der stond een plukje gras. Toch zagen ze niet ondervoed uit. De weg doorkliefde het ruige landschap. Links en rechts van de weg hadden ze draad gespannen zodat de wilde paarden niet konden oversteken. Spaarde paarden. Maar je lievelingsmerrie zal maar aan de overkant van de weg staan. Daar sta je dan als dekhengst 🙈🦄. Bij het dorpje Aus namen we een ontbijtje. Hier hadden ze hele rare huisjes. Net van die UFO-schotels zo leek het maar volgens mij waren het van die markeringsboeien die je wel eens op zee ziet. In dit land kunnen ze blijkbaar alles gebruiken.We naderden de gevaarlijke gravelweg. Gelukkig bleek deze heel breed te zijn. In het begin moest ik even wennen aan het schuiven van de 4×4. Maar na een half uurtje had ik genoeg vertrouwen opgebouwd en kon ik gas geven. De autoverzekering dekt schade als je onder de 80 km/uur blijft dus daar hield ik me netjes aan. Soms moest Angelica me er aan herinneren dat ik al op 100 km/uur zat waarop ik meteen gas minderde. In de nederzetting Helmeringhausen namen we een lunchbreak en schoven aan tafel bij drie zuid-Afrikaanse jongens die vanuit tegengestelde richting waren gekomen en ons van enkele nuttige tips voorzagen. Hier stonden oude verroeste auto’s uit de jaren ‘50. We stapten weer in en zetten voort richting onze campsite in Sossusvlei. Onderweg begon mijn maag te borrelen. De deutsche currywursten begonnen zich te melden maar hier was nergens een wc te bekennen. We moesten vóór het donker op de campsite zijn. Er is hier natuurlijk geen straatverlichting zoals bij ons en met 80 km/uur heb je in het donker zó een overstekende Kudu aan je bullbar plakken. Daar waar de geleerden van Rijkswaterstaat in ons land zich al bekreunen bij 5 cm sneeuw en uit kostenoverweging bijna de Giro d’Italia verzoeken de naam te veranderen in Giro 555, sjokt de doorsnee Namibiër met zijn aftands karretje over rode gravelwegen bezaaid met stenen en gruis. Niet voor niets hebben we twee reservebanden bij ons. Maar dit heeft wel wat. Lekker knallen door het immens ruige landschap. Onderweg zagen we giraffes, gnoes, struisvogels en wat kleiner rondlopend wild. We maakten heel wat korte tussenstops voor alles eens goed te bekijken en kiekjes te maken.De campsite Sossus Oasis is geweldig. Een zwembad midden in de middle of nowhere. Een winkeltje, een tankstation en onder het douchen zie je de giraffes en de gnoes lopen.‘s Avonds bij de bbq komen de coyotes naar je toe. Ik had wat botjes van de lamskoteletjes voor de tent gegooid. Zo’n ieniemienie coyote pakte het botje en ging er op zitten bijten. En dan spreek ik over een afstand van vijf meter. Toen ik hem ving in de lichtbundel van mijn zaklamp pakte hij het botje en verdween in de duisternis. We hoorden wel nog het gekraak van het botje op de achtergrond.Toen ik me omdraaide stond ineens zijn vader pal naast me op zo’n vier meter afstand. Deze was zo groot als een geit. Angelica schrok een beetje en wisselde zekerheidshalve maar van krakende campingstoeltje.Op zo’n momenten begint blijkbaar mijn verdedigingsmechanisme te werken en produceer ik geluiden die je op dit continent hierna nooit meer zult horen.Het beestje liep maar snel weg. “Mafkees”: hoorde ik hem nog denken.De dag erna bezochten we de Big Daddy in Sossusvlei. Met zijn 325 meter hoogte één van de grootste duinen ter wereld.Dune 45 is eigenlijk het mooiste duin maar de allermooiste spot is Deadvlei. Hier staan bomen die eeuwen geleden gestorven zijn. Dit plaatje zag dus 900 (!) jaar geleden hetzelfde uit. Met 40 graden was het niet te doen om in een dikke twee uur tijd de Big Daddy te beklimmen. Alleen al van het lopen naar de Deadvlei waren we best moe.
Big Daddy sunset by John Dubro
Hierna namen we een kijkje in de canyon. We daalden af en liepen de canyon in die miljoenen jaren geleden ontstaan is door de eroderende werking van het water. Nu stond de rivier droog en kon je er doorheen lopen.In de namiddag doken we het zwembad in om wat verkoeling te zoeken. We spraken met een pas getrouwd jong Duits stel dat volgend jaar een gezinnetje wilde stichten. Dit werd hun laatste reis. Change of life. Van het onbezorgde, avontuurlijke reizigers leven naar de dagelijkse structuur en verantwoordelijkheden. Morgen gaan we naar Swakopmund. Een bruisend stadje volgens de mensen die we hier spraken. Let’s see. Goodnight ! 🌙💫🦒🐺🦟
Dag 8-9 Sossusvlei-Solitaire-Walvisbaai-Swakopmund (350 km)
350 km rijden door de loeihete, droge en oudste woestijn ter wereld: de Namib. 350 km door elkaar geschud worden in de 4×4. Een helse tocht. We hadden genoeg te eten en te drinken ingeslagen in onze 12V-koelkast. Hij kon zelfs vriezen. We hadden onze twee 80-litertanks volgegooid met diesel. Genoeg voor 1600 km gas geven. We zouden niet veel mensen tegen gaan komen. Namibië is na Mongolië het dunst bevolkte land ter wereld. En in de Namib-woestijn zouden we dat nóg méér merken.Na een uur rijden kwamen we aan in Solitaire, een dorpje met géén huizen maar met een aantal slaapaangelegenheden om te kunnen overnachten, een tankstation, een autoreparatiewerkplaats en een bakery waar je de “wereldberoemde” apple pie kon eten: de apple pie van Moose. Peter, de eigenaar van de drie gebouwen in Solitaire, woonde hier samen met zijn schoonbroer Moos wiens vrouw en kinderen hem hadden verlaten. Ze waren naar de stad Windhoek getrokken. Eenmaal per jaar bezochten ze hem met Kerstmis. Tussen Sossusvlei en Swakopmund is 450 km niks. Helemaal niks. Behalve deze drie gebouwen in Solitaire. Wie wil hier nu hier wonen ? Deze twee mannen dus. Moose overleed een aantal jaar geleden. Hij wordt ter plekke op een leuke manier herdacht.We startten de 4×4 en reden verder. Nog drie uur te gaan op deze hobbelige weg. Dit stuk van de Namib-woestijn was wel interessant om te rijden. Veel bochtwerk en vaak op en neer. Van te voren had ik veel must sees in mijn Maps Me geprogrammeerd. Deze zouden we allemaal tegenkomen. Ene daarvan was de Big Euphorbia Virosa, een joekel van een cactus. Haar melk, door de San-stam heksenmelk genoemd, is kankerverwekkend en wordt op vandaag nog steeds gebruikt om te jagen op dieren. De met heksenmelk doordrenkte punt van de pijl doorboort de nek van het dier en het gif veroorzaakt binnen een aantal minuten blindheid. Het beestje is hulpeloos en dan gemakkelijk te doden. Daarna gooien ze hem op de fiets en gaan naar huis.
Onder het rijden verbeeld ik me in dat datgene wat ik nu zie, die eindeloze droge, kale vlaktes wel eens ons toekomstbeeld in Europa zou kunnen worden. Tenminste, als de vegans de macht krijgen. Zover is het gelukkig nog niet maar de groep moet ook niet té groot worden. Nu communiceren ze nog met elkaar via social media kanalen zoals Facebook en treffen ze elkaar op georganiseerde events waar ze samen sloten muntthee weglebberen. Ze smeden samen met dierenwelzijnorganisatie Peta snode plannen om de meatlovers het gevoel te geven dat het hun schuld is dat deze dieren zo verschrikkelijk lijden. Deze bullshit gaat er bij mij niet in. Ik vind daarentegen dat ze best wat respect mogen hebben voor ons meatlovers. Kijk, hoe méér koeien er in ons land rond grazen, des te minder groen blijft er over om te eten voor deze gasten. Dáár hoor je ze nóóit over ?!? Altijd maar zeiken dat we iets fouts doen als we een lekker steakje weghappen. Of ik heb de snapper kapot of zij 😜😂.Voor de tweede keer passeerden we de Tropic of Capricorn maar nu vanuit het zuiden. Twintig kilometer verderop zagen we het grottenstelsel la Grotta maar het ging zó steil bergaf dat we dit maar skipten. Bij het Granadula viewpoint hadden we een machtig overzicht over dit geweldig mooi stukje van het Naukluft NP. Een woestijn hoeft niet altijd lelijk te zijn. Dit deed ons denken aan het Atlasgebergte in Marokko.We reden over de Kuiseb brug waaronder een rivier hoorde te stromen. Misschien héél lang geleden. Het land zucht onder de droogte. Ik zie soms foto’s van stromende rivieren maar dat lijkt al een eeuwigheid geleden. Zie ook: https://www.parool.nl/buitenland/-voedselcrisis-door-droogte-in-namibie~a3472248/ Zo’n 150 km verder kwamen we weer in de bewoonde wereld van Walvis Baai. Hier hadden we een leuke quadtocht door de duinen. Pelican point was helaas gesloten voor publiek maar langs de weg zaten heel veel pelikanen en flamengos. Vanuit Walvisbaai reden we over 30 km geasfalteerde weg naar Swakopmund.‘s Avonds in Kücki’s pub kwamen we Franske uit Meyerton tegen. Een 49-jarige zuid-Afrikaan met een Nederlands paspoort. In Maastricht geboren maar op zijn 9e naar zuid-Afrika geëmigreerd. Hij sprak nog Limburgs, weliswaar gebrekkig maar vooruit dan maar. Hij was in die 40 jaar nog nooit iemand tegen gekomen die Limburgs tegen hem had gesproken. Hij was helemaal van de kaart en werd emotioneel. Tegen zijn Afrikaanse vissersmaten begon hij al snel op te scheppen over zijn Limburgse roots. We werden er al snel verlegen van. We kregen bier en schnapps van hem aangeboden.
De spookhaai (Elephant shark). Met zijn neus stofzuigt hij de zeebodem op zoek naar wat lekkers. Af en toe komt hij in de netten van een visser.
In de kroeg hingen overal carnavalsmedailles. Ieder jaar in juli viert de Duitse bevolking zowel in Walvis Baai als in Swakopmund het zg. Kuska: het Namibisch Carnaval. Dit stukje Duitse cultuur werd in de laat 19e eeuw meegenomen door de Duitse kolonisten.
In dit kuststadje met 45.000 inwoners zouden we twee nachtjes blijven in een hostel. De uitbater Dumeni uit Angola heette ons van harte welkom. De poets-en wasvrouw Justin vertelde ons dat ze uit het noorden van het land kwam. Haar man had haar verlaten en haar twee kinderen bleven bij haar ouders. Éénmaal per maand ging ze met een lokaal busje naar haar familie. De tocht duurde dertien uur. Gisteren hebben we in een shoppingmall veel voedsel ingekocht want de komende dagen gaan we Damaraland in. Hier zijn geen of weinig winkels.Wat ons hier op viel: het winkelpersoneel is heel gemeend vriendelijk. Géén “goedendag-fijn weekend-bonnetje erbij-script” wat ze bij ons aan de kassa opdreunen. Nee. Gewoon vriendelijk. De net gedweilde vloer wordt met een stuk karton drooggewapperd. Grappig om te zien. Het kassameisje houdt met haar linkerhand een plastic zakje open en met haar rechterhand trekt ze het blikje bier over het rode “bliebblieb”-kruis en het verdwijnt zo linea recta het zakje in. Allemaal kleine dingetjes die ons opvallen. De shoppingmall was trouwens supermodern. Zoals bij ons in het westen. Alleen de melk komt nog uit een vat en worden de flesjes nog gevuld met de hand. Verser kan niet 😊👌🏻Vandaag gaan we via Skeleton coast naar het noorden. Het regent. Eens kijken wat de dag brengt. Doei doei ! 🚗
Dag 10 Swakopmund-Skeleton Coast-Palmwag (450 km)
Ondanks dat we een flinke rit voor de boeg hadden vertrokken we pas om 09:00u. 25 km verderop ontbeten we in Henties Baai. Een klein dorpje met surfdudes en leuke restaurantjes. Na twee sunny-sides-up op toast trokken we verder naar Skeleton Coast. De kuststreek is heel saai. Geen waaiende palmbomen maar kale, lelijke stranden met een wilde zee. De zee is heel visrijk. Overal zie je 4×4’s met gele zuid-Afrikaanse nummerborden. Op de bullbar zitten vier kokers. In de kokers zitten joekels van hengels. Met de neus van de 4×4 richting zee geparkeerd wordt er gevist. Door de eeuwen heen zijn hier vele schepen vergaan. Niet alleen schepen spoelden hier aan maar ook dode walvissen. Vandaar de naam Skeleton coast. Onderweg stopten we bij Cape Cross seal reserve: een zeehondenkolonie van misschien wel 10.000 zeehondjes. De stank was ondraaglijk en we stonden allebei te kokhalzen met de deurgreep nog in onze handen. Ja, ik ook. Jezus mina…. waar lagen de lijken ??? We baanden ons een weg door de zeehonden heen richting een loopbrug. Hier stond je als het ware tussen de zeehonden in. Heel veel babyzeehondjes zochten hun moeder om even wat melk te tappen. Dikwijls namen ze de tepel van een andere mamma hetgeen een heftig gegrom opleverde. Wrong nippel…. next nippel ! Gewoon te lui om te kruipen. Ze pakken gewoon de eerste de beste tepel die ze verdenken van de juiste inhoud. Na hun voeding gingen ze weer spelen met hun makeraden. Één baby-zeehondje was zó nieuwsgierig dat hij ons bleef achtervolgen. Ik kon mijn Go Pro vlak voor zijn gezicht houden. Hij bleef maar snuffelen. Her en der zag je ook dode zeehondjes liggen. Ze hadden het niet gehaald helaas. Ook lagen een aantal zeehondjes dood te gaan. Ze werden niet geholpen of zo. Dit is de keiharde werkelijkheid. Daar waar de mens zijn uiterste best doet om de soortgenoot in leven te houden, daar stoot de dierenwereld stervende soortgenoten af. Heel zielig maar hier moet de knop helaas even om. Als het aan Angelica had gelegen hadden we er al drie in de achterbak liggen. Zij heeft de gave om de pijn van dieren te voelen. Zo moest ik muis vriendelijke muizenvallen in mijn boerderij zetten i.p.v. die klapmuizenvallen waarbij de nek van de muis in één klap gebroken wordt. Ook moet het raam van de keuken open als ik kook. Anders vergas ik onze parkieten zegt ze. Of is het een stille hint over van mijn “kookkunsten”. We naderden de gate van Skeleton Coast. Al na 10 km zagen we de resten van een gestrand schip liggen. Ernaast lag de schedel van een gestorven olifant. Even verderop was een olieboortoren omgevallen. De laatste druppel olie moet hier heel lang geleden omhoog gepompt zijn geworden.We bezochten nog een verlaten diamantmijn maar je raad het al: alle diamantjes waren weg. Twee uur lang reden we door een deprimerend maanlandschap. We kwamen niemand tegen. De lucht was aardedonker. Ieder moment van de dag is het hier bewolkt. In de verte keken we naar Damaraland. Hier was de lucht blauw. Met 80 km/uur knalden we over de gravel welke bezaaid was met steentjes en gruis. Onze 4×4 hobbelde op en neer. Ik krijg steeds meer vertrouwen in de 4×4. Ik durf nu de bochten wat sneller te nemen en weet inmiddels dat de achterzijde dan een beetje wegslipt. De banden hebben we van druk afgelaten tot een druk van 150 kPa zodat de wegligging beter is. Bij Torra Bay aangekomen zagen we enkele vakantiehuisjes. Deze waren alleen te huur in december en januari. Wie hier gaat overnachten is knotsgek. Hier is niets te zien. Maar dan ook hélemaal niets. Één groot maanlandschap zonder struiken laat staan bomen. Één grote lege vlakte met donkergrijs gruis en stenen. Op de achtergrond zag je de onstuimige zee met het witte schuim op de golven. Snel weg hier ! Bij de Springbokwasser gate verlieten we Skeleton Coast. Helaas een teleurstelling omdat we vrij weinig skeletten hadden gezien. Deze zouden meer naar het noorden liggen: richting Angola. Vanaf hier was het nog anderhalf uur rijden naar onze camping bij de Palmwag Lodge. Onderweg zagen we kraampjes met mooie stenen, woestijnbloemen, Oryx-horens, Springbok-horentjes en skulls van zebra’s. Voor 5€ kocht ik ene. Die hang ik naast de onderkaak incl. de tanden van die vermoedelijke Duitser die ik ooit eens in mijn tuin heb opgegraven. Gezien de Duitse helm die ik ernaast had gevonden een casualty of war.Onderweg slaakte Angelica een gilletje. Naast de weg stond een joekel van een giraffe. Het was al aan het schemeren dus hij viel niet zo op. Z’n brother stond aan de andere kant van de weg. Machtig mooi die beesten. Ene stelde zich heel mooi fotogeniek op dus mijn camera ratelde er op los.In het donker kwamen we aan bij de Lodge. We zitten hier in een gebied met mond-en klauwzeer hetgeen betekent dat we geen vlees mee naar buiten mogen nemen. We hadden net voor vijf dagen vlees ingeslagen damn. Hans de nachtbewaker vertelde ons dat deze camping geen omheining heeft. Jimbo de huisolifant liep soms tussen de tenten door maar deed geen kwaad. Je mocht hem alleen niet benaderen.
Foto Palmwag Lodge
Heel af en toe kwamen leeuwen de camping op maar daarvoor liepen ‘s nachts bewakers rond. Deze mannen zijn dermate getraind dat ze ieder takje horen kraken. Hans vergezelde ons met de bbq. We hadden hem uitgenodigd. Urenlang vertelde hij over zijn leven in Namibië. ‘s Morgens om 06:00u werd ik wakker en moest naar de wc. Nu weet ik dat leeuwen ‘s morgens vroeg jagen omdat het dan nog koel is. Het pad naar de wc’s was 20 meter. Hans was nergens te bekennen. Het was aardedonker en muisstil. Zou ik het doen ? Wish me luck 🦁.
Dag 11 Palmwag Himba tribe
De vrouwen van de Himba-stam kenmerken zich door hun extravagante haardracht. Met geitenvet en oker maken ze staartjes en versieren deze vervolgens. Aan het uiteinde van zo’n staartje bengelt een zwarte knot heen en weer. Wellicht om de vliegen van zich af te meppen. Ze wassen zich namelijk niet. Maar toch, als de wind goed staat, ruik je ze niet. Dat komt omdat ze zich insmeren met een mengsel van geitenvet, oker en kruiden. Ze hebben parelwitte tanden en altijd een brede smile op hun gezicht. Op hun 10e verjaardag worden twee ondertanden uit hun onderkaak geslagen met een stok en een steen. Op Angelica’s vraag waarom al deze vrouwen zo’n dikke tieten hadden antwoordde ik kordaat: om melk te geven. Om hun heen liepen nogal wat van die kleine krullekopjes. Van die mini-Himbaatjes. Ze kwamen meteen naar ons toe. We deelden een zak chips uit en dat ging er maar al te graag in bij de kids. De vrouwen waren naakt. Tenminste hun borsten. En Angelica had gelijk: wat een joekels. Ik deed de grootste moeite om weg te kijken maar op een of andere manier lukte dat niet. Zeker niet toen ze blootvoets een dansje gingen uit voeren waarbij veel gesprongen werd. Ze stampten onder luid gejoel uit alle macht op de grond en het verbaasde ons dat de kleine scherpe steentjes geen pijn deden aan hun voeten. Waarschijnlijk hielp de twee centimeter dikke eeltlaag ook een handje.De kinderen gaan hier niet naar school, gewoonweg vanwege het feit dat hier geen scholen zijn. Dat is hier ook niet nodig. Ze leren voornamelijk hoe ze zich staande kunnen houden in hún cultuur. In dit land spelen geen discussies over of kinderen wel of geen breuken en staartdelingen moeten kunnen begrijpen. In Nederland is dat momenteel een hot item. Ik ben het er overigens niet mee eens. Kinderen moeten de rekentechniek “delen” onder de knie hebben. Zo niet: dan vervalt later hun recht om zich te “vermenigvuldigen”. Dan houden ze het maar op “aftrekken”.We reden nog even verder in de omgeving en kwamen bij de nederzetting “Humor”. Yess, alweer een plekje erbij voor mijn verzameling “rare plaatsnamen”. En in een ravijn zagen we een oude vrachtwagen uit de jaren ‘60. Alles wat hier neerstort laat men liggen. En zo gebeurt het dus dat men hele oude auto’s ziet liggen.Toen we de gate uitreden werd ons gevraagd of we vlees bij ons hadden. Dat hadden we gelukkig op de camping laten liggen. De koelkast had ik gedemonteerd en stond aan de stroom om alles koel te houden. De gate was namelijk een checkpoint van het ministerie van landbouw. Onze camping lag in een gebied waar mond-en klauwzeer was uitgebroken. Mijn zebra-skull en mijn gevonden ruggengraat van een weet-ik-wat-voor-een-dier kon ik inleveren en zou verbrand worden. Verdorie ! De bijl die normaal gesproken achter op de 4×4 zat gemonteerd stond nog op de camping. Deze moest ik eerst uitkoken voordat hij de gate uit mocht. Dit heb ik dan ook maar gedaan.
Dag 12-13 bezoek Damara-stam in Twyfelfontein
Trots liet ik mijn uitgekookte bijl aan de ambtenaar bij de gate zien. Ik had totaal geen idee waarom ik de bijl moest uitkoken. Waarschijnlijk dachten ze dat ik met die bijl dieren met de mond-en klauwzeerziekte had onthoofd of zo. En dat het besmette bloed er af moest. Ja weet ik veel. Ik zou het anders ook niet weten. Ik hak er alleen iedere dag hout mee voor de bbq. Voor de rest niets. Voor de zekerheid had ik het hele kookproces maar gefilmd. Je weet maar nooit met die gasten hier. Voor hetzelfde geld namen ze de bijl in beslag. Dan kan het baasje weer dokken bij het autoverhuurbedrijf. Dacht het niet. Ik vond het raar dat ze bij de wagen vóór ons helemaal geen aandacht schonken aan de bijl die zoals bij ons vast gemonteerd zat aan de achterzijde van hun 4×4. De ambtenaar keek naar mijn filmpje en vroeg waarom ik dit had gedaan. Ik antwoordde hem dat zijn collega me gisteren had medegedeeld de bijl uit te koken. Hierop barstte de ambtenaar in lachen uit. De tranen liepen over zijn wangen. Hij riep de commandant en zijn vrouwelijke collega erbij. Ook zij hielden het niet droog. Hij vertelde me dat ik het waarschijnlijk verkeerd verstaan had. De bijl mocht altijd mee naar buiten maar eventuele ongekookte eieren dus niet. Zijn collega had gisteren gezegd “you have to boil the eggs” maar ik had verstaan: “you have to boil the “axe”.Die drie kwamen niet meer bij van het lachen en ik voelde me steeds kleiner worden. Uiteindelijk kon ik de humor er wel van inzien. Ik had hem ook nog vol trots het filmpje laten zien 🙈. Ohjee, ik voelde me echt dom. Maar ik had een paar mensen wel een goede dag bezorgd haha. De rit door Damaraland naar Twyfelfontein is erg mooi. Mooie rode bergen die er heel puisterig uitzien. Ik bedoel eigenlijk te zeggen dat de bergen hier niet zo uitzien als bij ons. Ik zal het proberen uit te leggen: pak een bak lijm en lijm alle keien die je vind op elkaar.Zó zien de bergen hier uit. Allemaal reusachtige keien op elkaar gestapeld. Onderweg stopten we bij Doro Nawas Luxe lodge. Hier namen we een drankje bij een supermooi uitzicht. De bediening was erg vriendelijk. Met een welkomstdrankje en een warm handdoekje voor je handen en gezicht te verfrissen stonden ze ons op te wachten. Dát overkomt ons niet vaak in Sittard. Zeker driekwart van het horecapersoneel mag hier op cursus. Twaalf kilometer verderop kwamen we terecht bij een groepje Damara’s. Ze spreken een hele rare taal. Onder het praten maken ze klak-geluiden met hun tong tegen het gehemelte. Hetzelfde geluid wat wij maken als we op een paard zitten en hem op gang willen krijgen. Hier viel nummer vier vandaag van zijn stoel terwijl ik het “klakken” aan het uitproberen was. Toen ik mijn gram wilde terughalen en hem vroeg om “Scheveningen” uit spreken vloeide een perfecte uitspraak uit zijn mond. Dju… de enige Damara met een talenknobbel. Wij komen hem weer tegen. De vrouwen lopen hier ook naakt. Ze maken kraaltjes en kettinkjes. Een vrouwtje vertelde ons iets over de geneeskrachtige werking van allerlei plantjes en kruiden. Een man “de chief” maakte ons iets wijs over het fabriceren van messen en daarna werd er een spelletje gespeeld. Een soort Back Gammon maar dan met kiezelsteentjes en als inzet: Angelica (!). Diegene die won mocht Angelica voor een nacht in zijn hut trekken. Daar ik dit spelletje voor de eerste keer speelde deden we hier maar niet aan mee. Daarna werd er nog een er-staat-een-paard-in-de-gang dansje gedaan en iedereen deed mee. Hier zijn de mensen nog puur. Ze versieren zich weliswaar met kraaltjes en kettinkjes maar gaan zich niet ontsieren met wanna be tatouages, botox-Ducky Duck-lippen of van die überlelijke spitse heksengelnagels. Ook de wenkbrauwen van de vrouwen worden hier met rust gelaten. Het gedrocht der tijden: wenkbrauwen epileren. Ik word er nog altijd tuureluur van als ik weer zo’n jonge meid zie langslopen. Ik vraag me nog altijd af: wááróm ?? Naar mijn mening hechten mannen nog altijd méér waarde aan een mooi geschoren poesje dan aan mooie geëpileerde wenkbrauwen. Het is net wat je als vrouw wilt: een fantastische likbeurt downunder of een laf kusje op je voorhoofd
Dag 14-16 Etosha NP (320 km)
De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote park. Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één groot wildpark en kom je alle soorten dieren tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do en dont’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond-en klauwzeer uitbraak.Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoe’s, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor een volle bus rochelende Chinezen. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In eenflits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon hem wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. Een neushoorn verraadt zich namelijk vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje. Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebras en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong uit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon. Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in 🐾🦁🐺.De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren vanwaaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chefkok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand 😕. Zo is het leven nu eenmaal in Namibië. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk. Toen ze met een bekende van haar sprak viel ons op dat ze tijdens het praten met haar tong klikte. Dat deden alleen leden van de San-stam. Zij was dus lid van de San-stam ! Al snel vroeg ik haar of ze tegen me wilde praten met die funny klikgeluidjes. En dat klinkt zo:
De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele “ribbels” in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu wegstrepen. We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn gopro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard in wiens klauwen ze lag. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere fotos van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight ! 🐾🌙💫🦁
Dag 17-22 Otjiwarongo, Waterberg, Okanjima Nature Reserve, Spitzkoppe (480 km)
In Otjiwarongo verbleven we in een mooi guesthouse met zwembad. Helaas was de vrouw des huizes niet zo aardig. De locatie maakte echter veel goed ook al lag het guesthouse in een foute wijk. Het was echter goed beveiligd met camera’s en je kon niet over de muur klimmen want overal waren elektrische draden gespannen met 220V spanning (zie tweede foto hieronder).‘s Middags gingen we inkopen doen bij de plaatselijke Super Spar (hier bestaat de Spar nog). Ik zal uitleggen hoe het shoppen hier verloopt. Je rijd de parkeerplaats op waarna een parkingguard met een geel hesje je een plekje aanwijst. Voor 0,50€ houd hij je auto in de smiezen. Je neemt een winkelkarretje waar je geen muntje in hoeft te gooien. Allemaal flauwekul hier. Iedereen brengt zijn karretje gewoon nog netjes terug. Verdwaalde karretjes worden door het personeel verzameld en teruggebracht. Je doet je inkopen in een winkel die je kunt vergelijken met een Albert Heyn. Alleen nog luxer. Jawel ! We keken onze ogen uit. Wat een groot assortiment. En dan de prijzen: 0,10€ voor een Kaiserbrötchen, 0,38€ voor een fles cola zero. 3,15€ voor vier BBQ-steaks. Bij zowel de brood-als vleesafdeling hadden ze haarnetjes op met handschoentjes aan. Dus qua hygiëne kunnen ze er hier ook wat van. De vloer werd gedweild en met een stuk karton droog gewaaid😂👌🏻. Er waren zeker 10 kassameisjes aan het werk. Ze hadden allemaal een big smile en waren supervriendelijk. Je boodschappen werden ingepakt in een gratis plastic of papieren zakje. De jeugd werd bij het naar buiten gaan van top tot teen gefouilleerd. Niemand mekkerde en ze gingen zelfs al in de rij klaar staan om gevisiteerd te worden. Soms werd een klant er uit gepikt en diens karinhoud werd vergeleken met datgene wat op de kassabon stond. Hier liep niemand met iets naar buiten wat niet betaald was. Vroeger liep ik als kind met een gulden een snoepwinkeltje binnen en kwam naar buiten met twee blikjes cola, 10 trekdropstaven, 10 geel roze schuimpjes, 3 rolletjes Hubabubba kauwgoms, 5 dropveters en 600 gram eetpapier. Op vandaag hangen overal die klote camera’s. Buiten gekomen kwam de parkingguard je al tegenmoet. Hij hield het verkeer tegen en hielp je met uitparkeren. Bedelaars hield hij op afstand met een gevaarlijk uitziende stok die aan zijn broeksriem bengelde. Daar wilde je geen klappert van krijgen. Als ik op reis ben ga ik altijd naar de kapper. Niet dat het persé hoeft maar ik vind het gewoon leuk. Kapperszaken in Afrika zijn heel apart. Het is meer een soort social club. Men komt naar binnen om te theekransen. De kapster was bezig met het invlechten van nephaar bij een kroeskoppie. Andere klanten hielpen haar gewoon. De Afrikaanse schone in de stoel werd zodoende geholpen door vier vrouwen waarvan er ene zelfs een babbie op schoot had. Zelfs Angelica mocht meehelpen invlechten. De kapper die mij zou helpen was al bezig om zijn tondeuse klaar te maken. De mesjes werden van te voren gesmeerd en schoongemaakt met spiritus 😂😳. De zaak stonk er naar. Knippen met een schaar doen ze hier niet. Kroeshaar laat zich niet knippen helaas. Daarvoor moet een tondeuse uit de la getrokken worden. Ondanks het feit dat ze hier weinig ervaring hebben met het knippen van westers, stijl haar had de beste man met grappig hoedje, goed werk verricht. Ik betaalde de kapper 6€ en gaf hem nog een eurootje fooi. Over kappers gesproken: zo’n 15 jaar geleden reisde ik tweemaal per jaar. In de winter naar Afrika en in het voorjaar naar midden-Amerika. De laatste jaren reis ik low-budget en kan ik 4-5 keer per jaar reizen. Je zou zeggen dat mijn reishonger dan eindelijk eens gestild zou moeten worden. Helaas. Ik voel me af en toe net een lustkapper die zijn derde filiaal opent. Méér méér ! Het Waterberg plateau biedt een gigantisch mooi uitzicht. We reden de berg omhoog zodat je echt ver kon kijken. De wrattenzwijnen en bavianen liepen heel vlak langs onze 4×4. Ook op weg ernaar toe stonden ze pal naast de rijbaan gras te eten. In het begin was het wel even tricky. Je rijd toch met 80 km/uur langs die beestjes. Één schrikbeweging en ze plakken in de grill. Angelica zat op het puntje van haar stoel. Maar gelukkig zijn deze dieren wel wat verkeer gewend en schrikken niet meer zo snel. Halverwege de berg kwamen we bij een begraafplaats van Duitse soldaten die gesneuveld waren tijdens de Slag om Waterberg in 1904 https://www.nrc.nl/nieuws/2004/08/12/een-duits-excuus-na-honderd-jaar-7697350-a112062 De Duitse bezetter vermoordde in 1904 60.000 van de 80.000 leden van de Herero-stam. De eerste genocide van de 20e eeuw was een feit. Die begraafplaats had wat mij betreft 10x zo groot mogen zijn 😉Gelukkig was het Cheetah opvangtehuis van CCF een leuker plekje. Hier worden kleine cheetah-cubs of cheetahs die niet meer in het wild kunnen leven opgevangen en verzorgd. De meeste cheetahs kunnen niet in het wild leven. Ze waren als “kitten” aan hun lot overgelaten omdat hun moeder was gestorven. Niemand heeft ze leren jagen. De stukken vlees die ze iedere dag krijgen gevoerd moet nog in stukken worden gesneden. Ze krijgen een karkas niet eens open gemaakt. Niemand heeft ze dit ooit geleerd, aldus de Amerikaanse oprichtster van de CCF organisatie, Dr.Laurie Marker waar we een kort gesprek mee hadden. Haar wereldwijde organisatie https://cheetah.org/ heeft tot doel om te voorkomen dat de cheetah wordt uitgeroeid. Zo wordt er hier research gedaan naar niet alleen het gedrag van de cheetah maar ook hoe bepaalde ziektes kunnen worden overwonnen. Namibië noemen ze ook wel de cheetah-hoofdstad van de wereld. In het gebied waar we nu zitten (Otjiwarongo) komen de meeste cheetahs ter wereld voor. En we hebben er heel wat gezien ! Uit onderzoek bleek dat de meeste cheetahs afgeschoten werden door locale boeren. Niet vanwege hun vacht of als trofee maar gewoon om hun veestapel te beschermen. Is natuurlijk wat over te zeggen. CCF ontwikkelde een programma waarbij Anatolische herdershonden uit Turkije werden getraind om de veestapel te beschermen. De honden werden zodanig getraind dat ze een cheetah op grote afstand kunnen waarnemen/ruiken. Op dat moment beginnen ze massaal te blaffen waardoor de cheetah niet meer in de buurt durft te komen. De honden leven samen met schapen, geiten, ezels en ander vee zodat ze gewend aan elkaar zijn. Door dit truukje toe te passen werden er ineens bijna geen cheetahs meer afgeschoten. We spraken met een aantal meiden die hier vrijwilligerswerk deden. Ze kwamen uit Engeland, VS, Duitsland, Australië en een meid uit Den Haag. Dit was natuurlijk wat anders dan 6 weken zomervakantie met je earphones op je hoofd iedere dag op het terras hangen of met je voetjes in het water hangen bij de Hateboer in Sittard. Wil je eens écht wat leuks en spannends maar vooral wat nuttigs doen ? Wordt dan vrijwilliger in een CCF organisatie in Namibië en vul dit formulier in: https://cheetah.org/volunteer-survey/De dag erna gingen we voor het laatste doel van deze reis (op het eten van een schapenkop na dan). De Spitzkoppe is een granieten eilandberg in de Namib-woestijn. Deze steekt zo’n 700 meter boven het omliggende landschap uit en de top ligt op 1.784 meter boven zeeniveau. De weg ernaar toe was de zwaarste die we hebben moeten afleggen. Onze 4×4 heeft uitstekend werk geleverd ondanks het feit dat we hem flink op zijn pens hebben geslagen. Wat heeft het karretje geleden zeg. Maar vandaag bereikte hij zijn hoogtepunt. Zijn banden piepten toen we over de puntige rotskeien reden. Allebei schoven we van links naar rechts door onze auto. Ik had de druk inmiddels als verlaagd naar 65 kPa om meer grip op het zand en de keien te krijgen. Ik schakelde de 4×4 in zijn turbo en in zijn 4WD-optie. Nu ging het beter. 35 km door eigenlijk onbegaanbare paden. Af en toe zagen we huisjes gemaakt van golfplaten. Hier woonden de armsten van het land. Ver verwijderd van de maatschappij. Zich in leven houdend van wat het beetje landbouw hun bracht. Iedere dag een aardappel en een ei. Af en toe een stukje vlees. Leven in de Namib-woestijn bij 35-40c is niet niks. De rivieren in dit land staan al jaren droog. Het water is schaarst. Mens, dier en plant lijden ontzettend in deze streek van Namibië. Kinderen lopen rond in kleding welke bij ons de kringloopzaak nog niet eens zou bereiken. Na een dik uur rijden kwamen we aan bij deSpitzkoppe en kwamen we erachter dat evenwijdig aan de route die we hadden afgelegd een veel snellere en betere weg was 😂🙈. Achja, weer wat meegemaakt. Bij de receptie zat een meid continu haar neus op te halen. “Lekker he?”, zei ik. “Sure”, antwoordde ze. Lekker zonder zakdoekje. In de jaren ‘70 kreeg ik hem in mijn broekzak geduwd. Ik vond dat toen als kind al een vies dingetje. Als je de inhoud van je loopneus in dat doekje had gedropped vouwde je hem op en verdween hij weer in je broekzak. Soms voelde dat een beetje nat/koud aan op mijn been. Dan wist je dat je snotje tegen je bovenbeen zat aan te schuren. Op zo’n momenten verging me de honger en at ik gewoon niets. Nu blijkt dat dat vroeger altijd een foute keuze is geweest. Waarom ? Zo’n doekje zit helemaal vol met bacteriën. Bij iedere poetsbeurt druk je die bacteriën weer terug in je gezicht. Lekker dan…zo werd je dus nooit beter. In die tijd werden zakdoekjes op verjaardagen gewoon cadeau gedaan. Moet je je voorstellen ?!? In principe houd je iemand dus ziek met die vadsige doekjes. Het aller aller vettigste was als mijn oma zo’n klef zakdoekje uit haar mouw toverde (haar jurk had geen zakken) en langs mijn mondhoeken ging om niet-geconsumeerde chocoladepasta te verwijderen. Met een beetje spuug er op ging ze met dat doekje langs mijn mond. Ik ging helemaal over mijn nek. In principe smeerde ze háár bacteriën gewoon door mijn smoel ?! Anno 2019 mag je je neus gewoon ophalen en de gehele inhoud gewoon doorslikken. Iets wat ik dus al sinds mijn jonge jeugd doe. Je maagzuur doodt de bacteriën en klaar is Klara. Overigens heeft men onlangs becijferd dat men tijdens een middelmatige verkoudheid per dag 78x zijn neus ophaalt en dat in totaal een halve liter snot wordt afgeslikt. Ik zeg maar zo: alles beter dan je snotje dumpen in dat laffe zakdoekje. Maar dju, ik dwaal weer eens af. De camping was de soberste camping die ik ooit bezocht heb. De enige luxe was een soort Dixie-toilet. Voor de rest niets. Geen water, geen electriciteit, helemaal niets. Maar we hadden bier en genoeg BBQ-vlees. We lagen pal tegen de berg aan en hadden een wonderschoon uitzicht. Tijdens de BBQ kregen we bezoek van rock hyraxes (Kaapse klipdas). Alles wat over was ging in hun bekkie. Ze waren er maar al te blij mee. ‘s Avonds in de tent deden we van de warmte geen oog dicht. Zelfs met vijf halve litertjes bier lukte het niet. Vanaf 01:30u lag ik te draaien op het dunne matrasje. Angelica werd helemaal tuureluur van me. Uiteindelijk ben ik maar in de 4×4 gekropen en heb getracht daar een oogje dicht te doen. Ik hoorde rare geluiden die ik niet kon plaatsen. Rond 04:00u reed er een auto voorbij hetgeen erg raar was in dit gebied. Stropers ? Aan de andere zijde van de berg zouden veel luipaarden zitten volgens Arib, een Zimbabwaanse knul die op de camping werkte en ons een uurtje vergezelde. Rond 06:00u kwam de zon op en alle bergen kleurden mooi rood. Tijd om Angelica wakker te maken en terug te gaan naar Windhoek: onze laatste bestemming van deze fantastische rondreis. Hier gaan we nog een aantal dagen uitrusten in een guesthouse met zwembad en AIRCO !! Ahhh. Bedankt allemaal voor het lezen. Mijn blogs worden steeds meer gewaardeerd. Súper ! Volgens de statics werd deze blog maar liefst 1410 keer bekeken. In de maand Februari bezochten 1862 unieke personen uit 49 landen Dutch Traveljunk en bekeken samen 4350 blogs. Dit geeft me een leuk gevoel en dus een goede reden om er mee door te gaan. Ook al was dit in den beginne niet de intentie. Tot de volgende keer. In april in Chernobyl 👌🏻☠️. Nu eerst nog een avondje zuipen met John, Nick en Julia !
Een nieuwe interieurtrend die we de laatste tijd veel voorbij zien komen is de wereld kaart. Wereldkaarten zijn er in allerlei soorten en maten. Je kunt zodoende voor elke inrichting wel een bijpassende wereldkaart kopen. Daarnaast kun je met deze wanddecoratie heerlijk wegdromen over je volgende reis. Lijkt zo’n hippe wanddecoratie jou ook wel wat? Lees dan snel verder en doe inspiratie op over de vele verschillende soorten wereldkaarten.
De verschillende materialen
Een wereldkaart kan op verschillende materialen afgedrukt worden. Denk bijvoorbeeld aan een foto op hout, tuinposter, aluminium of glas. Maar je kunt natuurlijk ook een foto op canvas bestellen. Elk van deze materialen heeft een eigen karakter. Glas is bijvoorbeeld modern en strak, terwijl hout een landelijke uitstraling heeft. Een wereldkaart op aluminium is daarentegen industrieel. Door het materiaal te kiezen dat bij jouw stijl past zal de wereldkaart perfect tot z’n recht komen in je interieur.
Unieke wereldkaarten
Naast verschillende materialen zijn er ook veel verschillende soorten wereldkaarten waaruit je kunt kiezen. Een van die soorten is de historische wereldkaart. Deze kaart heeft een uniek vintage uiterlijk. Een originele decoratie voor elke muur! Daarnaast kun je kiezen voor een trendy wereldkaart. Bij een trendy wereldkaart kun je aparte designs verwachten. Een kaart met stippenpatroon of een waterverf wereldkaart bijvoorbeeld. Bij trendy wereldkaarten gaat het om het ontwerp, niet om de informatie. Lijkt het jou toch leuker om een geografische kaart aan de muur te hebben waarop de ligging van elk land duidelijk is weergegeven? Kies dan voor een normale wereldkaart met landnamen en hoofdsteden.
Grote wereldkaarten
Voor iedereen die op zoek is naar een echt opvallende muurdecoratie is een grote wereldkaart perfect. Zo’n grote wereldkaart kan een complete muur vullen. Een mooie manier om een grote wereldkaart toe te voegen aan je interieur is door middel van wereldkaart fotobehang. Een complete muur bedekt met kaart klinkt misschien heftig, maar het resultaat kan heel mooi zijn! Vooral wanneer je kiest voor een wereldkaart met rustige kleuren, zoals zwart en wit.
Wij zijn helemaal fan van deze interieurtrend! Er is zoveel keuze als het gaat om wereldkaarten dat deze trend in elk interieur toe te passen is. Naast wereldkaarten is er een andere soortgelijke wanddecoratie trend die we veel terug zien komen in de interieurbladen en woonprogramma’s: stadskaarten. Stadskaarten zijn hippe en gedetailleerde weergaven van jouw favoriete steden. Een zwart-witte weergave van de wijken van Amsterdam bijvoorbeeld. Super leuk en helemaal hip. Bekijk de foto’s hieronder voor nóg meer inspiratie.
Tongariro Alpine Crossing ascending Mt.Doom (Lord of the Rings)
My fellow traveller Dutchie Maureen from Rotterdam, next to me in the bus asked me if I had the guts to sign up to the Tongariro Alpine Crossing. The answer wasn’t easy for me. I saw some of my travel mates that had posted photos on social media about their Tongariro Crossing experiences which lasts 7 hour and 30 minutes hiking. My eyes bulged out of their sockets and I threw my hands up in the air whilst thinking, “fair play guys, but this kind of shizzle is not for me.” I’m not afraid to admit that with my 107 Kg, my perfect drinking and smokings skills I’m not the fittest person strolling on Earth and I honestly didn’t think I was capable of conquering the most beautiful one day hike in the world. I must say, the scenic photos were already urging my mind to think differently, but being the strong minded person I am, I stuck with the, “it’s not for me,” mentality.
I was snuggled up whilst sitting on my window seat on the coach listening to my Muse playlist. I had already been finding the short scenic walks in New Zealand quite heavy so the fact that I was still thinking about possibly adding my name to the clipboard for a 6-8 hour hike was beyond me! I couldn’t ignore the fact that a part of me wanted to accomplish this.I knew it would be a challenge, I knew I would love it and hate it at the same time, I knew that if I did complete it I would feel proud (as well as relieved). But you can not compare a 6-8 hour hike with hanging out in a pub for 6-8 hours which I manage easily with two fingers in my nose. As the clipboard came back around, I got hold of it before it got back to the coach driver and I signed myself up! Yeahh ! I was IN…..and that meant a lot to me. The hike is 19.6 kilometers and ascends 765 meter and descends 1126 meters. Wtf !The transport picked us up at 5:00am the next day. It was a 1 hour drive from our hotel to the starting point of the hike. On the way there I reread messages from my friends who wished me the best whilst listening to Muse until my phone battery expectedly died. I thought I would have been snoozing at that time of the morning,I guess the excitement and nerves were more than kicking in. We were only the two of us and I had already made a pact to stick together, take regular breaks and enjoy the experience to the max. I had my snacks, lunch, 3 liters of water, my old school camera as well as my nerves at the ready. I was all set (well, just about).We arrived at the start of the Tongariro Alpine Crossing at 6:30am. We did a quick toilet stop, gear check and exchanged words of encouragement before setting off. The start of the trail was like the beginning of a great movie: it left a long lasting impression and created excitement for what was yet to come. There was a traffic light with the signal green. That traffic light warned the hikers for volcanic activity. But we checked the activity on this site before we left https://www.geonet.org.nz/volcano/tongariro. Also, in this part of New Zealand they register almost every day an earthquake. When you want to do this hike: check this site for nearby earthquakes https://www.geonet.org.nz/volcano/eqstats/tongariroThere was no path at all? There was a peg in the ground every 20 meters. There was no path at all? There was a peg in the ground every 20 meters. Here you had to walk to. How you got there did not matter. The two of us reached the part called “the Devil’s staircase” it has an uninviting name for a reason: it was a tough obstacle to defeat!Although it felt great to overcome that section of the hike, Tongariro Crossing was taking its toll on me. There was no path at all ? There was a peg in the ground every 20 meters. Here you had to walk to. How you got there did not matter.I was damp because of sweating, I had a slight stitch in my lower back and my calf muscles cried for a long break.The beautiful views soften the pain. My eyes were spoiled by my surroundings. Pain and sweat were no longer in my mind. This hike definitely had its ups and downs, not just because of the nature of the trail itself, but because of the physical and emotional demand it came with.The part I found most difficult was the steep, never ending slope that I very ungracefully stepped/ almost slid down (I felt like Bambi, who knows what I actually looked like!). I nervously watched others fall on their butts and one lady managed to full forwards onto loose rocks.I found all of this very unsettling, but I actually felt a lot better after I took my first drop backwards. It reminded me that I am human and that it’s ok to fall as long as I get back up. After making it down the slope, the eggy sulphate smell combined with our setting was indescribable. Seeing the three volcanoes with different characteristics married with vibrantly colored lakes, assorted rocks and moody candy floss clouds gave a whole new meaning to natural beauty. I felt like the worst of the hike was over and the rest would be easier to manage from that point onwards, a little presumptuous of me, right?The hike continued to be visually stimulating and the trail seemed to be a lot kinder on my mind and body compared to before. From now on it went downhill. We walked over volcanic rocks and at each step we slipped down the mountain for a quarter of a meter. This was so nice. Soon we found out that you could also run down the mountain instead of walking.With every step we put down our feet disappeared into the volcanic ash.For some strange reason Maureen and I had assumed that we were a lot closer to the end of the trail than we actually were. We realized the reality of our position when we reached the lodge. Our facial expressions were exhaustedly shocked. One of the sign posts stated that we had an estimated 1 hour and 30 minutes left!Although we took regular breaks, ate lunch and drank water frequently, the hike had been extremely challenging. So challenging to the point we had built up a false hope of it being over shortly. Reality check completed. It was time to stop whining and complete the hike! I clumsily rolled my ankle whilst stepping down on to a mesh type fixture on the path. I stopped briefly to review the situation and apply some numbing cream that Maureen had at hand. The people that were passing had stopped to make sure that I was ok and were ready to step in. I reassured everyone that I was alright and able to continue – and that I did.Actually, we had nothing to complain about. The weather was fantastic. We fully enjoyed the sun. I have a number of friends who have done this hike. They did not see anything because of the rain and the misty weather. Still other friends were standing in front of a red traffic light. They were not allowed to walk because of the volcanic activity.Maureen occasionally kept looking at me every now and then to make sure everything went well with me. I was as good as I could and sooo ready to see the end of the course. Right, left, right, left … a lot of muddy steps later, we made it! The Tongariro Alpine Crossing took about 9 hours to complete (including many short breaks and a lunch break). The feeling of relief and pride was much greater than I had predicted and my smile went from faded to marked. In the evening we took a few beers to celebrate this day. Cheerz ! Mount Ngauruhoe (volcano) is the real name for Mount Doom. Mt.Doom is a fictional volcano in J.R.R. Tolkien’s Middle-earth legendarium. It is located in the northwest of the Black Land of Mordor and close to Barad-dûr.
Occasionally the volcano emits stones. Here, just before we entered the lodge, a stone fell through the roof.