100 days of Genocide, Rwanda 🇷🇼

Lake Bunyonyi

Op weg naar Rwanda 🇷🇼 bezochten we het prachtige Lake Bunyonyi om daar te overnachten. De reis naar hoofdstad Kigali was té lang om in één keer te doen. Het meer lag verscholen tussen groene heuvels en wat ons opviel was de enorme stilte. We hebben héérlijk van de grill gegeten in het restaurant van de lodge.  

Grensovergang Uganda 🇺🇬- Rwanda 🇷🇼

Bij de Ugandese grens ging alles rustig. Wij lieten onze paspoorten zien en kregen een stempel. Gelukkig hadden we een visum voor oost-Afrika aangeschaft waar niet alleen Uganda maar ook Rwanda bij zat. Daarna liepen wij een stukje naar de Rwandese kant. Het verschil was meteen merkbaar: alles zag er heel schoon en georganiseerd uit  en de beambten waren erg vriendelijk.

De douane controleerde onze koffers met een scanapparaat, maar dat was zo gebeurd. In Rwanda viel ons direct op hoe netjes de wegen waren. De heuvels leken nog groener dan in Uganda.

Eerst handen desinfecteren.
Dan temperatuur opmeten.
En go !

Kigali Genocide Memorial Centre

Hoe ontstond de Genocide in Rwanda in 1994 ? Een terugblik:

1. In 1933 voerden de Belgen verplichte identiteitskaarten in waarop werd vermeld of je Tutsi of Hutu was. Iemand met meer dan tien koeien werd als Tutsi geregistreerd, iemand met minder als Hutu. Daarbij waren Tutsi’s blanker en stonden ze volgens de Belgen dichterbij het Europese ras en dus hadden de Tutsi’s een hogere intelligentie en een aangeboren talent voor leiderschap

Kwibuka 31 (2025) markeert de 31e herdenking van de genocide in Rwanda in 1994 tegen de Tutsi.

2. Er heerste chronische ondervoeding door overbevolking en er waren misoogsten door erosie.

Jong kind met ingeslagen schedel.

3. Er groeide een aversie van arm tegen rijk: verarmde jongere boerenzonen die niets meer te verliezen hadden vonden al snel hun weg naar radicale Hutu-milities.

Voordat de doden werden begraven werden ze ontdaan van kleding.

4. In de jaren ‘40 ontstond een dramatische hongersnood, waarbij meer dan 300.000 mensen (15% van de toenmalige bevolking) stierven.

Foto’s van de vermoorde mensen.

5. Hutu’s werden kwaad en in de jaren ‘60 werden tienduizenden Tutsi’s vermoord. Tussen de 40-70% van de overlevende Tutsi’s ontvluchtten Rwanda.

Sommige schedels vertonen gaten, veroorzaakt door knuppels.

6. Zij waren niet overal welkom en in Uganda  werden ze op grote schaal vervolgd en wilden daarom terug naar Rwanda maar mochten het land niet in. 

7. In 1990 viel vanuit Oeganda het door Tutsi-vluchtelingen geleide RPF Rwanda binnen met de bedoeling zich er blijvend te vestigen.

Verbrijzelde schedel.

8. Twee maanden na de invasie van het RPF, publiceerde de krant Kangura de “Hutu Tien Geboden”. Zowel Tutsi-burgers als Hutu’s die zich niet aan de geboden hielden waren vanaf nu verdacht. 

9. Vanaf juli 1993 werden Hutu’s verder opgehitst via de Radio Télévision Libre des Mille Collines (RTLM)

10. Januari 1994 komen de eerste berichten aan bij het VN-hoofdkwartier over geheime voorbereidingen voor volkerenmoord.

Er liggen 250.000 mensen begraven in deze memorial.

11. Op 6 april 1994 werd een vliegtuig met daar in o.a. de zittende Hutu-president van Uganda uit de lucht geschoten. De president kwam daarbij om het leven. Er werd aangenomen dat Tutsi’s de aanslag hadden gepleegd.

Tuzahora tukwibuka = Wij zullen je altijd herinneren

12. Meteen daarna begon het regeringsleger op grote schaal Tutsi’s te vermoorden. 

13. Duizenden mensen verzamelden zich in kerken, scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen. Dat gebeurde in veel gevallen op aanwijzing van plaatselijke leiders en geestelijken die ze bescherming beloofden. In werkelijkheid liepen de slachtoffers daarmee in de val en speelden ze de milities alleen maar in de kaart. De slachtoffers werden systematisch vermoord met machetes, met kogels en handgranaten, door de gebouwen waarin ze zaten opgesloten in brand te steken of met bulldozers met de grond gelijk te maken. Vrouwen en kinderen werden niet gespaard. In veel gevallen werden slachtoffers eerst gemarteld en verkracht.

14. De genocide in Rwanda eindigde op 18 juli met de overwinning van het RPF en de vlucht van de interim-regering, de milities en het leger naar de omliggende landen.

Onder deze stenen platen rusten 250.000 vermoorde mensen.

15. Van de Tutsi’s die tijdens de genocide in Rwanda woonden is 70 à 75% vermoord (675.000). Ook 50.000 Hutu’s en 10.000 Twa (Pygmeeën) stierven.

De rozentuin.

16. Behalve gewone burgers zijn zo’n 100 medewerkers van het Internationale Rode Kruis, 500 rechters en juristen en 48 journalisten vermoord.

De 10-jarige David werd doodgemarteld.
De 4-jarige Ariane werd met een mes door haar oog doodgestoken. Ze hield van cake.

De Hutu geboden

Deze geboden werden gepubliceerd in het Kangura magazine in 1990. Vier jaar vóór de genocide.

  1. Alle Hutu’s zijn verraders als ze een Tutsi-vrouw of minnares nemen. 
  2. Alle Hutu’s moeten weten dat onze Hutu-dochters waardiger en gewetensvoller zijn dan Tutsi-vrouwen.
  3. Alle Hutu’s moeten weten dat de Tutsi oneerlijk is in zaken. Zijn enige doel is etnische superioriteit.
  4. Een Hutu wordt als verrader gezien als hij of zij een een zakelijke alliantie aangaat met een Tutsi.
  5. Een Hutu wordt als verrader gezien als hij of zij een geld investeert in een Tutsi-bedrijf.
  6. Een Hutu wordt als verrader gezien als hij of zij geld leent aan een Tutsi.
  7. Een Hutu wordt als verrader gezien als hij of zijn zakelijke gunsten verleent aan Tutsi’s (het verlenen van importvergunningen, bankleningen, bouwgrond, het toekennen van overheidsopdrachten, enz.).
  8. De strategische politieke, administratieve, economische, militaire en veiligheidsposities moeten voor Hutu’s gereserveerd zijn.
  9. De onderwijssector (leerlingen, docenten) moet een Hutu-meerderheid hebben.
  10. De Rwandese strijdkrachten moeten uitsluitend uit Hutu’s bestaan. De oorlogservaring van 1990 leert ons dit. Geen enkele militair mag met een Tutsi-vrouw trouwen.
  11. Hutu’s moeten stoppen met medelijden te hebben met Tutsi’s.
  12. Hutu’s, waar ze zich ook bevinden, moeten verenigd, onderling afhankelijk en bezorgd zijn over het lot van hun Hutu-broeders.
  13. Ze moeten zich voortdurend verzetten tegen Tutsi-propaganda.
  14. Hutu’s moeten sterk en waakzaam zijn tegen hun gemeenschappelijke Tutsi-vijand.

Nyamata Church, Genocide Memorial

De Rwandese Genocide begon in dit gedeelte van het land in april 1994. Vele Tutsi’s zochten toen bescherming in kerken. Ongeveer 10.000 mensen kwamen in de katholieke kerk van Nyamata samen en sloten zichzelf in. In de muren van de kerk zijn gaten zichtbaar die de daders maakten om zo granaten in de kerk te gooien. De resten van het -inmiddels zwart geworden- bloed zagen we tot op het plafond. De aanwezigen in de kerk werden daarna volgens de gids gedood door kogelschoten of machetes. In het plafond van de kerk zijn de kogelgaten nog steeds zichtbaar. Het witte kleed over het altaar vertoont nog bloedvlekken omdat een baby uit een levende, zwangere vrouw werd gesneden. De stoffelijke resten van de mensen werden begraven, de kledij en identiteitskaarten bleven over waardoor het mogelijk werd om mensen te identificeren als Hutu of Tutsi. Veel mensen uit de omgeving werden gedood na het bloedbad in de kerk. De overblijfselen van 50.000 mensen liggen er begraven.

Het altaar met daarop het bebloede kleed. Op het kleed werd de baby met een mes uit de buik van een levende, zwangere vrouw gesneden.
De schedels van de 50 000 mensen die begraven liggen in de kerk.
Ingang kerk. Het hangslot zit er nog op. Met een mortier werd de ijzeren deur opengeblazen. De vloertegels zijn daardoor vernield.

Persoonlijke verhalen

Mensen vonden me toen ze naar de kerk kwamen op zoek naar overlevenden. Ze vroegen of ik met een machete was geraakt. Ik zei ‘nee’, maar ze zeiden: ‘Je bent verwond.’ Ze brachten me naar het nabijgelegen kraamziekenhuis. De Interahamwe kwamen daar de volgende dag en begonnen te hakken en te doden. Ik bedekte mezelf en mijn zusje met het bloed van de doden en kroop onder een bed. ’s Middags klonk er weer gefluit en getrommel. De dag van het doden was voorbij. Ik nam mijn zusje mee en vluchtte naar het Muzi-moeras.
In 1992 reed ik in mijn taxi toen een auto uit Gako op een landmijn reed. Ze hielden me tegen en zeiden dat ik het had gedaan. Ze namen me mee naar Gako met anderen en noemden ons infiltranten. Overdag werd er geslagen, ’s nachts werd er gemoord. Als Silas nachtdienst had, vertelde hij degenen die kwamen moorden dat hij orders had gekregen om te wachten op de majoor, die de gevangenen zelf wilde doden. De majoor was aan het front. Elke nacht dat mensen het overleefden, bad Silas hardop. Hij loog voor ons; hij keerde zich tegen hen. En door daarna te bidden, kregen we vertrouwen in hem. Hij riskeerde zijn eigen leven voor ons. Ik heb Gako overleefd, dankzij Silas.
Na de genocide was ik chauffeur voor het RPF en herkende ik Silas, die bij het benzinestation in Gako werkte. Stel je voor, hij was lid geworden van het RPF!
In 1994 probeerde ik met mijn gezin naar Burundi te vluchten. Maar ik zag hoe mijn man werd vermoord en mijn kinderen werden verspreid. Dagenlang liep ik met mijn nichtje op mijn rug. Ik raakte volledig de weg kwijt en wist niet meer waar ik was. Een auto met soldaten stopte. Toen kwamen er enkele Interahamwe naar de soldaten toe en vroegen: “Zullen wij voor haar zorgen?” Een van de soldaten was Silas, en hij zei: “Nee, ik zal haar zelf doden. Jullie kunnen gaan.” Nadat de anderen waren vertrokken, zei Silas tegen me: “Ik ga doen wat ik kan, zodat jouw bloed niet aan mijn handen zal kleven, in Godsnaam.” Hij pakte mijn hand en bracht me naar een nabijgelegen bosje, en zei dat ik niet mocht bewegen tot hij terugkwam. Ik dacht dat Silas niet meer terug zou komen, maar dat deed hij wel. Hij hielp het kind dragen en we liepen een flink stuk. Bij de grens met Burundi zwaaide hij me gedag. Ik zocht meteen een struikje in de buurt op en viel in slaap. De volgende ochtend stak ik de grens over.
Na de genocide nodigde Silas mij en anderen die hij had gered uit in zijn huis, waar we verhalen deelden. Later heb ik hem gesteund toen hij zijn oudste zoon verloor.
Ubumuntu – menselijkheid, grootmoedigheid – was mijn drijfveer. Het kwam voort uit wat mijn ouders me hadden geleerd en uit mijn lidmaatschap van de Pinksterkerk. Hoe kon ik als christen iemand kwaad doen? Dit alles gaf me energie. Ook al wist ik dat ik mijn leven riskeerde, ik zou het proberen.
Op een nacht brachten een andere soldaat en ik achttien mensen naar Burundi. Ik kende ze niet. We liepen in de stromende regen en complete duisternis door een bos en dichte struiken met doornen. Mijn grootste angst was dat we mensen zouden verliezen tijdens de reis. Om bij elkaar te blijven, liepen we hand in hand op elkaars schouder. We zetten ze af bij een bord dat de grens aangaf. Een andere nacht nam ik een vrouw en het kind dat ze droeg mee. Toen werd ik ontdekt en moest ik de reis naar een veilige plek zelf maken.
Vandaag de dag zijn sommige mensen die ik heb geholpen als mijn kinderen; sommigen als mijn ouders.
De overblijfselen werden gewoon in zakken gepropt.

Antonia Locatelli

In maart 1992 was ze getuige van de massamoorden op Tutsi’s in de regio Bugesera, ten zuiden van Kigali. In een poging om 300 tot 400 Tutsi’s te redden, belde ze de Belgische ambassade, de Franse radiozender RFI en de BBC.

“Ik weet dat de mensen die deze moorden hebben gepleegd van buitenaf kwamen. Ze werden met regeringsvoertuigen aangevoerd. In tegenstelling tot wat er wordt beweerd, is het geen volkswoede tegen de Tutsi, maar een opzettelijke actie van de regering om politieke moorden te plegen.”

Antonia Locatelli in een telefoongesprek met de Franse zender RFI, 9 maart 1992[1]

In de nacht van 9 op 10 maart 1992 werd ze doodgeschoten door een groep presidentiële lijfwachten die vanuit Kigali waren gearriveerd. Haar moord werd de volgende ochtend op RFI bekendgemaakt.

Haar begraafplaats naast de kerk.
De overdekte begraafplaats.
De grafkelder.
Sommige grafkisten liggen open. In iedere kist liggen ongeveer 50 lijken.
De duisternis van 60 dappere mensen. We ontwaken en we openen, je droeg in je hart. laten we er tegenaan gaan, tante
In het onderste raam zie je hoe mensen hebben geprobeerd de ijzeren tralies te verbuigen om aan het bloedbad te kunnen ontsnappen.

Belgian Peacekeepers Memorial

In de vroege ochtend van 7 april 1994 kreeg een groep van tien Belgische para-commando’s een belangrijke opdracht. Zij moesten de Rwandese premier, Agathe Uwilingiyimana, beschermen en haar naar de radiozender begeleiden.

Al snel omsingelden Rwandese regeringssoldaten de woning van de premier. De Belgen waren zwaar in de minderheid en hadden strikte orders van de Verenigde Naties: zij mochten niet zomaar schieten, alleen uit zelfverdediging. De Rwandese soldaten dwongen de Belgen om hun wapens af te geven op enkele pistolen na. Ze vertelden hen dat ze naar een VN-kamp zouden gaan voor hun eigen veiligheid.

Dat bleek een valstrijk. De tien Belgen werden overgebracht naar Kamp Kigali, een legerbasis van de Rwandezen. Daar sloeg de sfeer volledig om. De Rwandese soldaten waren woedend omdat zij dachten dat België achter de aanslag op hun president zat. De Belgen werden aangevallen met bajonetten en geweren.

Ondanks hun hopeloze positie vochten de para-commando’s voor hun leven. Een paar van hen wisten zich urenlang te verschuilen in een klein gebouw, maar nadat een granaat via het dak naar binnen was gegooid raakte iedereen gewond en werden ze uiteindelijk afgeslacht met kapmessen. Alle tien de Belgische militairen kwamen die middag om het leven.

Het zwaar beschoten gebouw in kamp Kigali waar de 10 Belgen zich hadden verschanst.
Links in de hoek viel de granaat.
Duidelijk zijn de shrapnel inslagen te zien in de muur.
Nabestaanden uit België kwamen naar hier om teksten op dit bord te schrijven.
10 gedenktekens markeren de 10 soldaten die omkwamen. De horizontale inkepingen vertegenwoordigen de leeftijd van de gevallenen.
De 10 Belgische soldaten.

Hotel des Mille Collines

Hotel des Mille Collines (duizend heuvels) in Kigali was vroeger een luxe hotel maar tijdens de genocide in Rwanda in 1994 redde manager Paul Rusesabagina méér dan 1200 mensen door ze in het hotel te verstoppen. 

Buiten vochten mensen, maar binnen probeerde Paul iedereen rustig te houden en te beschermen. Door slim te onderhandelen met Hutu-milities lukte het hem om de mensen in leven te houden.

Het zwembad waaruit de 1200 verstopte Tutsi’s moesten drinken omdat het water in de stad was afgesloten.

Dit moedige verhaal werd later wereldberoemd door de film Hotel Rwanda. Het hotel zelf is nu weer een gewoon, luxe hotel in de stad en we gingen er een drankje doen. Vóórdat we naar binnen mochten moesten we eerst door een metaaldetector.

De lobby.
Eerst door een metaaldetector.

Motel The Happy Hour Kigali, Rwanda 🇷🇼

Voor 10€ per nacht konden we niet veel verwachten. Zo was er niet alleen geen warm water…. Er was helemaal géén water. Verder moest ik met ducktape (wat ik altijd bij me heb) alle kieren in ramen afplakken want de kans op een steek van een malaria-mug was hier groot. Onze chauffeur Leo krijgt minimaal eenmaal per jaar malaria zei hij. Tijdens onze reis kreeg zijn dochter malaria. Binnen drie dagen was ze er weer boven op. Het diner was trouwens wél heel lekker ! Twee kleuters aten mijn bord met friet op haha.

Eet maar lekker junke.

Vrienden van Dutch Traveljunk

Loop eens binnen bij de vrienden van Dutch Traveljunk. Allemaal leuke mensen die ik persoonlijk ken 🙂

Rowan Falchi Jewelry

Rowan leerde ik een jaartje of 12 geleden kennen in mijn stamkroeg. In die tijd was ze al heel kunstzinnig en haar hoofd zat boordevol ideeën. In 2014 studeerde ze af als sieraden ontwerper aan de kunstacademie in Maastricht waar ze het vak goudsmid leerde. Als ik langs haar huisje op de Putstraat loop zie ik vaker een lampje schijnen aan een tafeltje. Achter dat tafeltje maakt ze weer wat héél moois :).

Kijk even op haar website: https://falchi-jewelry.com/

Pascal Verjans

Pascal maakt speciaal voor jou iedere taart op maat, kleur en smaak zoals jij het wilt. Bel even 06-27339770. Laatst nog een taartje bij hem gehaald in Tüddern. Bel even 06-27339770 en bestel die taart !

Eetcafé San Blas, Schin op Geul

Met eigenaar/kok Johnnie heb ik heel wat leuke momenten beleefd in onze stamkroeg Tapas. John dook vroeger wel eens van de bar af en ik ving hem dan op. Slecht voor de rug maar goed voor de borrelpraat. Samen met zijn vrouw Sonja runnen ze nu dit zuid-Amerikaanse restaurant. Wil je lachen vraag dan naar zijn beroemde broodje ‘gitaar’ als je daar gaat eten ! Of vraag eens naar de beroemde sok van hotel Atlanta in Amsterdam !

https://www.facebook.com/eetcafesanblas

Café the Groove, Sittard

Eigenaar Patje ken ik inmiddels ook al 15-20 jaar. Vroeger stond Patje vóór de bar en nu erachter. Prima gast en zorgt voor een geweldige stemming in zijn kroegje op de Putstraat in Sittard. Zoek de kroeg eens op ! Véél live-bands !

https://www.facebook.com/cafethegroove

Gastrobar Olijf, Sittard

Beryl en Lars ken ik van het stappen en onze vaste Pinkpop-camping groep. Hele lieve mensen met het hart op de goede plek én een hart voor hun nieuwe zaak. Hun tapas-kaart onderscheidt zich van de andere tapas-zaken. Zeker in de zomer is het op het terras héérlijk toeven en ook binnen is het heel gezellig.

https://www.facebook.com/olijfsittard

Restaurant MEDS

https://www.restaurantmeds.nl/

NOUS – Petits Lofts B&B van Angela & Kay Steuns

Onlangs nog een verrassingsbezoek gebracht aan Angela en Kay uit Sittard. Zij had een zaak in Sittard en hij werkte bij defensie. En wat doe je op een dag. Je pakt je boeltje bij elkaar en vertrekt met de kids naar Frankrijk en begint een bed & breakfast. Halloooo dan !

https://www.facebook.com/NOUSlofts.France

Geef een reactie