Walking with a Cheetah

Wat te doen met Cheeta-weesjes ?

IMG_6743.jpg

Wat zou je doen als je deze Cheeta welpjes moederziel alleen in het gras zag liggen ? Het gebeurt maar al te vaak dat de moeders van deze welpjes vroegtijdig komen te overlijden door bijvoorbeeld een ziekte. Aangezien de jonge jachtluipaardwelpjes zich niet kunnen verdedigen belanden ze meestal in de buik van een roofdier.

Gelukkig zijn er in veel landen in Afrika weeshuizen die deze weesjes opvangen. In het Cheeta opvangtehuis van CCF in Namibië worden kleine cheeta-cubs of oudere cheeta’s die niet meer in het wild kunnen leven, opgevangen en verzorgd.

Niemand heeft ze ooit leren jagen. Het vlees dat ze hier iedere dag krijgen gevoerd moet voor ze in stukjes worden gesneden anders krijgen ze het niet afgeslikt. Ze kunnen geen vlees kapotscheuren laat staan een karkas met hun vlijmscherpe kaken en klauwen, open maken. Niemand heeft ze dit ooit geleerd, aldus de Amerikaanse oprichtster van de CCF organisatie, Dr.Laurie Marker waar we een kort gesprek mee hadden. Haar wereldwijde organisatie https://cheetah.org/ heeft tot doel om te voorkomen dat de cheeta wordt uitgeroeid.
Momenteel leven er 3000 cheeta’s in Namibië is daarmee is de populatie hier het hoogst van alle landen van Afrika.

Laurie Marker

Anatolische herdershonden

Zo wordt er hier research gedaan naar niet alleen het gedrag van de cheeta maar ook hoe bepaalde ziektes kunnen worden overwonnen. Namibië noemen ze ook wel de cheeta-hoofdstad van de wereld. In het gebied waar we nu zitten (Otjiwarongo) komen de meeste cheeta’s ter wereld voor. En we hebben er heel wat gezien ! Uit onderzoek bleek dat de meeste cheeta’s afgeschoten werden door locale boeren. Niet vanwege hun vacht of als trofee maar gewoon om hun veestapel te beschermen. Is natuurlijk wat over te zeggen. CCF ontwikkelde een programma waarbij Anatolische herdershonden uit Turkije werden getraind om de veestapel te beschermen.

De honden werden zodanig getraind dat ze een cheeta op grote afstand kunnen waarnemen/ruiken. Op dat moment beginnen ze massaal te blaffen waardoor de cheeta niet meer in de buurt durft te komen. De honden leven samen met schapen, geiten, ezels en ander vee zodat ze gewend aan elkaar zijn. Door dit truukje toe te passen werden er ineens bijna geen cheeta’s meer afgeschoten. We spraken met een aantal meiden die hier vrijwilligerswerk deden. Ze kwamen uit Engeland, VS, Duitsland, Australië en een meid uit Den Haag. Dit was natuurlijk wat anders dan 6 weken zomervakantie met je earphones op je hoofd iedere dag op het terras hangen of met je voetjes in het water hangen in een Maasplas. Wil je eens écht wat leuks en spannends maar vooral wat nuttigs doen ? Wordt dan vrijwilliger in een CCF organisatie in Namibië en vul dit formulier in: https://cheetah.org/volunteer-survey/

Zambia

Ook in Zambia heb je een soortgelijke organisatie waarbij ze jonge weesjes trainen om weer in het wild te kunnen worden uitgezet. Om wat geld bij elkaar te harken mag je met een jachtluipaard een wandelingetje maken.

IMG_6767

Je krijgt wel twee dringende adviezen mee:

1. Niet vóór haar gaan lopen want dan kan ze niet goed meer zien. Dan wordt ze pissed en kan ze gaan grommen.

2. Als ze op de grond ligt en je aait haar kan het zijn dat ze zich ineens omdraait. Op dat moment moet je je naar achteren laten vallen of snel opstaan. Zodoende ontwijk je de scherpe klauwen van het beest en spaar je je een armpje want die gaat er geheid vanaf als de nagels jouw huid doorboren.Bekijk het filmpje vooraan in de blog en je ziet me nog net snel opstaan.

IMG_6707
5 seconden voordat ik snel moest opstaan

Wanneer je ooit een kat hebt gehad, weet je dat deze dieren scherpe nagels hebben die ze op ieder moment in en uit kunnen trekken. Dit geldt voor alle katachtigen ter wereld, behalve het jachtluipaard. Bij deze dieren staan de nagels altijd in de “uitstand”. Ze kunnen niet ingetrokken worden. Dat heeft verschillende redenen. Jachtluipaarden gebruiken hun nagels namelijk constant. Zo hebben ze de nagels nodig om extra grip te hebben tijdens een harde sprint, maar ook wanneer ze een prooi willen overmeesteren en wanneer ze rondwandelen over het ruige terrein van de savanne. Zonder hun nagels zouden ze gemakkelijk uitglijden.

Jachtluipaard

IMG_6706.jpgIMG_6818.jpg

Het jachtluipaard is het snelste landzoogdier ter wereld. Hij haalt een topsnelheid van gemiddeld 100 km per uur. In ongeveer drie seconden kan hij een snelheid van tachtig kilometer per uur halen! De topsnelheid houdt hij echter maar ongeveer 30 seconden vast. Het komt niet vaak voor dat een jachtluipaard zo hard rent. Het kost veel energie. Een jachtluipaard haalt deze snelheden door de bouw van zijn lichaam. Hij weegt namelijk niet veel en zijn gewrichten zijn flexibel. Door de lange poten en het kantelen van zijn heupen en schouderbladen kan de jachtluipaard extra grote sprongen maken. Doordat hij zijn nagels niet kan intrekken, dienen deze als grip tijdens de zigzaggende achtervolging. Het zijn eigenlijk een soort noppen die wij hebben onder onze voetbalschoenen!

IMG_3586.jpg

Chefchaouen

Na vijf uur rijden kwamen we 340 km noordelijker aan in Chefchaouen. Onderweg hadden we ons verreden op de autosnelweg. Aangezien de volgende afslag 75 km verderop lag zouden we dus 150 km om moeten rijden. Daar hadden we geen zin in. Om de vijf kilometer was er een kleine opening in de vangrail. Aangezien het én Ramadan én zondag was, was er niet veel verkeer op de weg dus even later deden we effetjes stout en staken we door de opening in de vangrail heen om op de andere weghelft terecht te komen. Gelukkig was er geen politie in de buurt en binnen tien minuten zaten we dus weer on track.

De laatste drie uur reden we door het Rif-gebergte en zagen veel van het mooie groene landschap. De talrijke scherpe haarspeldbochten moest je niet té hard nemen. Soms was er een vangrail maar meestal niet. Af en toe was er een stuk weg van de berg afgebrokkeld en gewoon naar onderen gevallen. Dan moest je eventjes naar de linkerbaan uitwijken.

Langs de weg zagen we veel ezels waarop oude mannetjes zaten zoals bij ons op een scootmobiel. Onderweg weg moest ik af en toe afremmen omdat paard en wagen 🦄 voor je reed. Die haalde we dan heel rustig in om het beestje niet al te veel aan het schrikken te maken. Ooievaars zaten in hun nesten langs de weg hun jonkies te voeren.

Geitenhoeders 🐐 mepten voorzichtig op de kont van hun geitjes om ze de juiste kant op te dirigeren. Het verkeer was erg rustig kortom: het voelde heel anders dan de grote drukke stad Casablanca met ontelbare knallende brommertjes.

Onderweg ergens eten lukte helaas niet. Tijdens de Ramadan zijn de restaurants en barretjes overdag gesloten. Maar de markten zijn wel gewoon open. Hier kochten we allemaal lekkere Marokkaanse koekjes en sort-of-croissants. De plaatselijke bevolking deed superaardig en probeerden zowaar engels te spreken. We werden tijdens het rijden aangehouden door een agent op een controlepost. In Marokko geldt nog altijd de hoogste terreurdreigingsfase dus om de 25 km is er een roadblock met spijkermatten op de weg. Maar toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen wenste hij ons een fijne vakantie en mochten we meteen doorrijden.

Chefchaouen benader je met de auto vanaf de bovenzijde. Je kijkt dan vanaf een berg omlaag naar het heilige stadje met allemaal blauwe huisjes. Joodse immigranten bevolkten vroeger deze plek en besloten de huisjes blauw te verven als een weerspiegeling van de blauwe hemel zodat als ze door de nauwe, knusse steegjes zouden lopen, ze op ieder hoekje aan God konden denken. Hier hadden we voor 18,50€ een hotelletje geboekt met een Arabische kamer. Het hotelletje zelf heeft niet alleen Arabische maar ook Andalusische invloeden. Steile trappen brengen je naar de rooftop waar we morgenvroeg ons ontbijt gaan oppeuzelen. Vanaf het dakterras heb je een mooi uitzicht over het blauwe stadje met zijn acht moskeeën. Vanuit ons hotelletje was het 10 minuten lopen naar de Medina. Hier waren we voor gekomen. Alleen maar blauwe huisjes, steile trapjes, gezellige terrasjes en een gemoedelijk sfeertje. Vanavond gaan we eens kijken of we een plekje kunnen krijgen bij restaurant Lalla Messouda ,een typisch Marokkaans restaurant. Tijdens mijn reizen heb ik de naam van dit restaurant al drie keer horen vallen. Let’s see 🍽

Lekker vispannetje
Politieman die zich netjes legitimeert

Maramba market Zambia

De Maramba markt is een markt waar mensen uit drie landen inkopen komen doen. De markt is kleurrijk, levendig en bruist van de activiteit. Hier verkopen de lokale mensen van alles; “chitengies” (felgekleurde stof), fruit, groenten, granen en rijst, curiosa, potten en pannen gemaakt van oude auto’s, landbouwwerktuigen, kippen, kralen en kleding. Hij ligt in Livingstone (Zambia) net over de grens met Zimbabwe en Botswana. De weg er naar toe is best leip. Je loopt als het ware aan de zijkant van een geasfalteerde weg door de vrije natuur. Links en rechts steken dan olifanten en neushoorns over en hangen stoere bavianen aan een tak te wachten tot wat lekkers voorbij komt. De meeste locals gaan te voet of met een fiets. Zij kunnen zich goed verdedigen met de dikke baboon-sticks die ze altijd bij zich dragen. Alleen de echte hongerige bavianen wagen zich dan nog om een voetganger met een plastic zakje aan te vallen. De rest blijft rustig zitten want ze zijn heel bang om een klap met die stok te krijgen. In een andere blog zal ik eens een stukje schrijven over de aanval op mijn reismaatje Harmke en ik door een groep bavianen.
Op dit soort Afrikaanse markten valt me altijd op dat heel veel mensen hetzelfde verkopen. Ik vroeg aan Ruth, de barmeid van het hostel, wat nu het verschil maakte of er bij verkoper A vis werd gekocht of bij verkoper B. Dat maakte geen verschil zei ze. Mensen kopen gewoon bij iemand wat. Ze hebben geen voorkeur. Ik vond dat een beetje een raar antwoord maar blijkbaar werkt het hier zo op die manier. Zo verkochten zeker 25 mensen gedroogde vis. Ik zie het al voor me op de donderdagochtend op de markt in Sittard. Vanaf het Tempelplein tot aan café Tapas alleen maar vis. Dat zou een flinke concurrentieslag veroorzaken waarbij niemand van die visboeren zou kunnen overleven.
In onze maag zullen deze vissen het trouwens niet lang volhouden. Ze worden weliswaar gedroogd maar ze liggen de hele dag onder een dikke laag vliegen in de zon. Met een dode kip aan het einde van een stok worden de vliegen weggejaagd. We verwennen heden ten dage onze magen dermate met goed, schoon voedsel dat we nog geen bacterie meer kunnen weerstaan. Afrikanen daarentegen happen alles weg zonder dat hun poeperd vaak hoeft te hoesten. Het was toch een aparte dag op deze markt. Zo zag ik hoe verf werd gemaakt van kleurpoeder (chitengies) en parafine. Ik zag kappers en mensen die insecten verkochten. Ik heb toch altijd de neiging om zo’n beestje in mijn mond te proppen.

Even naar de kapper
Kinderen vonden het leuk om eens een vreemde te zien. Ze schreeuwden lachend “Mzungu”, hetgeen zoiets betekend als bleekscheet.
Op de foto gaan vonden ze geweldig
Zongedroogde rupsen zijn een delicatesse in Zambia
Jolly Boys Backpackers hostel waar ik verbleef in Livingstone, Zambia
Even rusten

Nee. Mensen die zeggen dat zo’n insect lekker is hebben een pan af. Het is gewoon ranzig en ook maar nét binnen te houden. Ik doe het puur om de uitdaging. Zo nam ik vorig jaar in Cambodja met een paar makeraden een tapasschoteltje tarantula’s en schorpioenen voor mijn rekening en als hoofdgerecht een tijgerpython in een lekkere currysausje. Dat laatste was wél lekker. Maar de rest smaakte dof en muf.
In het midden van de markt was een klein cafeetje. Wederom was ik weer de enige blanke op die markt dus ook in dat kroegje. Er klonk geen muziek maar er hing wel een jukebox aan de muur. Ene die jullie nog nooit hebben gezien. In een koelkast achter de bar stonden een paar flessen bier. De aanwezige locals keken me raar aan en riepen weer: ”Mzungu !”. Niet netjes maar ach, ik voelde me niet gediscrimineerd.

Hier wordt kleurstof gemaakt voor o.a.textiel te verven
Handmatig schoonmaken van vis
Eén van de enkele tappunten van water. Er staan altijd mensen in de rij !
Stapels parafineblokken
Een naaister
Ruth begeleidde me deze dag en liet me vanalles zien
Duizenden visjes

Dus stelde ik me voor als de grote, zware “Mzungu” uit Nederland. Ze wisten überhaupt niet waar Nederland, Spanje of Frankrijk lag dus maakte ik er maar Europa van. Ze begonnen meteen te lachen en gaven me een hand. Later op die dag had ik in een ander locaal café (club Limpos) een discussie met een paar Zambianen. Ze zaten al flink onder de olie dus ik hield me enigszins op de vlakte toen mijn buurman begon over zijn huisaapje. Hij had een aap in huis ! Ik vroeg of de aap niet beter in het wild kon worden gelaten: zijn natuurlijke habitat. Hij antwoordde heel kordaat dit: “jullie gaan op zondagmorgen naar gefrustreerde olifanten en andere dieren kijken in een dierentuin. Als aldaar een babyneushoorntje wordt geboren haalt het het nieuws. Hij zal nooit in vrijheid leven. Jullie trainen dolfijnen in dolfinaria om door een hoepel te springen. Jullie hebben parkieten in een kooitje. Jullie houden katten en honden als huisdier op de vijfde etage van een flat”.
Zijn boodschap: kijk eerst eens naar jezelf. En daar had ie gelijk in. Ik werd er zelfs even stil van. Hier had ik niet 1,2,3 van terug. Ik had misschien kunnen zeggen dat onze parkieten en poezen zijn gedomesticeerd maar dan had hij waarschijnlijk geantwoord dat de apen in zijn land pas halverwege dat traject zaten maar dat dat wel goed zou komen. Nederland-Zambia 0-1.
Later die dag bezocht ik nog een traditioneel dorpje waar een stam woonde (Simonga-stam). Heel interessant om te zien hoe de mensen daar wonen. We kennen de beelden wel allemaal van TV. Arme sloebers met maar één kraan waaruit grondwater werd omhooggepompt. Áls het er al was.

African food
Emmertjes met pigment
Koffiebonen
Emmertjes pigment
Dtof weven is een beroep !
Hete kooltjes voor in de strijkbout
Bar is open !
Bij de kapster
De lokale hanenboer waar je je kip kon laten dekken
De timmerman maakte een stoel
Plattelandsdorpje

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP