Die Suid-Afrikaanse Panoramaroete

Slecht nachtje gehad. Ik hoorde continu gekrab aan mijn tent. Iedere keer dat ik naar buiten ging om te kijken wat me uit mijn slaap hield rende iets weg voordat ik het kon vangen met de lichtbundel uit mijn zaklamp. Toen ik me omdraaide zag ik ineens op 15 meter afstand van mijn tent een aantal ogen flikkeren. Toen ik dichterbij kwam schenen het vier grote kudus te zijn. Die konden het niet zijn geweest. Die staan er niet bekend om dat ze aan tenten krabben maar ze zijn meer van het gras kauwen. All day, all night. Iedere keer dat ik ging liggen begon het gekrab weer. En wéér naar buiten en wéér niets zien. Ik ging helemaal over de zeik. Jezus man. Ik had gelukkig nog twee halfjes over van mijn sixpack. Dat werkt natuurlijk altijd voor de slaap😜.
Rond 08:00u zat ik aan het ontbijt met Shane en Hannah . Opeens zag ik een groep ratten uit een gat uit de grond kruipen. Dìt waren dus de beesten die me uit mijn slaap hadden gehouden. Van die vieze, dikke bruine ratten. Ene liep nog met een stuk tentzeil op zijn rug. Die kon het campingleven blijkbaar niet loslaten.
We zouden samen met de Rangers Bushman en Tshegofatso (Giorgio) de “Panorama-roete” gaan doen. Hiervoor moesten we wel even een dagje het park uit. Eén van de hoogtepunten tijdens mijn rondreis in Zuid-Afrika was toch wel de panoramaroute. De panoramaroute is een autoroute van 180 km lang die bol staat van de prachtige vergezichten en natuur. De route begint bij het plaatsje Sabie en eindigt bij de Erasmus-pas ook wel het begin van het Lowveld genoemd en is kenmerkend voor de diversiteit aan landschap in Zuid-Afrika. Van de vlakke bush tot fantastische vergezichten en indrukwekkende bergformaties. We zouden maar een klein stukje van de route gaan doen maar gelukkig wel het mooiste stukje. Na een uurtje scheuren kwamen we aan in township Hazyview. Hier barstte het van de carwash-installaties. Als mannen hier willen socializen gaan ze naar de carwash. Niet om de auto te poetsen maar gewoon om de dag even af te bieren. Lekker gezellig met het schuim op de mond de auto in het schuim zetten. Misschien iets voor in Sittard.

Effe chillen voor mijn tentje in het Krüger Nationaal Park.
Limburg über alles.

Taxi-oorlog

We kwamen terecht in een file. We stonden helemaal ingebouwd tussen taxi-busjes en kwamen geen meter vooruit. Ons viel op dat alle busjes leeg waren. Sommige chauffeurs deden heel agressief tegen ons. Zowel Bushman als Giorgio wisten niet waar dat aan lag. Opeens kwam Bushman er achter dat er een staking gaande was. En waar waarschuwen ze altijd voor in zuid-Afrika : justem…vermijd stakingen en conflictsituatie’s want deze kunnen ineens uit de hand lopen. “Bingo ! “:Dacht ik nog. “Waarom zou zoiets mij nou niet eens overslaan ?”
Via een zijweg kwamen we na een half uurtje uit de protestmars. De politie stond weliswaar reeds klaar om in te grijpen maar demonstraties in zuid-Afrika verlopen doorgaans wat minder mild dan dat boegeklepper bij ons op de Dam. Gespecialiseerde bewapende beveiligingsbedrijven werden ingeschakeld om de kinderen van de wat rijkere Zuid-Afrikanen veilig van school te halen. Ik wilde even uitstappen om een sigaret te roken maar allebei onze begeleiders schreeuwden tegelijkertijd:”stay inside !” Dit was serious shit. Gelukkig hadden we geblindeerde ramen.

Krantenartikel

Bushman kijkt zenuwachtig op zijn telefoon op zoek naar nieuws.
Vast in de taxi-oorlog.
Tja….

God’s window

Met wat vertraging arriveerden we bij God’s Window. Dit uitzicht moest God hebben gehad toen hij door het raam keek. Dat werd waarschijnlijk met deze naamgeving verondersteld. Een prachtig uitzichtspunt kijkend op het Lowveld/Highveld massief. Ik kon duidelijk het onderscheid zien tussen het lage veld en het hoge veld. Bij God’s Window liep ik via verschillende wandelpaden naar de verschillende uitzichtspunten. Helemaal bovenaan het wandelpad kwam ik in een hele kleine natuurlijke jungle. De uitkijkpunten van God’s Window waren werkelijk schitterend. Echter, toen we helemaal boven aankwamen zagen we niets dan een dichte mist. Giorgio had in de auto nog zo enthousiast verteld over hoe mooi het uitzicht zou zijn. En nu konden we nog geen vijftien meter ver kijken. Op mijn subtiele opmerking dat God vandaag waarschijnlijk geen zin had gehad om de ramen te lappen veranderde niets aan zijn teleurstelling. Hij liet me een foto zien hoe God’s window eigenlijk uit had moeten zien zónder die dikke mistwolken. En inderdaad: een heel mooi plaatje.

View from God's Window at Blyde River Canyon, Mpumalanga, South Africa
God’s window.

Lisbon waterfalls

Lisbon Waterfalls was wel erg mooi om te zien. We zouden in het meer gaan zwemmen maar zagen er vanaf toen we in de gaten kregen dat je er vier uur voor nodig had om naar onder en weer naar boven te klimmen. Ook kreeg ik een dejá-vu van een paar jaar geleden in Australië. Nabij Darwin, Northern Territories ligt het Litchfield National Park. Met twee franse jongens en Lucia was ik gaan zwemmen in het meer nabij de Florence Waterfalls. Toen ik uit het water kwam hadden twee joekels van bloedzuigers zich aan me vastgezogen. Met een mes kregen we ze er niet van afgesneden. Maar tegen een Marlborootje konden ze niet op. De weken erna liep ik wel nog met twee grote blauwe strepen op mijn arm over straat.

Lisbon Waterfalls
Lisbon Waterfalls.
Moehh.

Blyde River Canyon

Hierna vertrokken we naar Blyde River Canyon. Een canyon van welliefst 26 km lang en 800 meter diep. Met op de 9e plaats niet de langste van de wereld maar wel de groenste. Ik zag een enorme kloof met kliffen en rotsplateaus in bijzondere vormen. Door de kloof liep grotendeels de rivier Blyde River – naar het Nederlandse woord “blij”. De bijzondere omgeving rondom de Blyde River Canyon deed me denken aan de vergelijkbare Amerikaanse Grand Canyon. In de afgelopen miljoenen jaren had de rivier een kloof uitgeslepen waardoor steile bergwanden en gladde bergformaties waren ontstaan. Van dit soort uitzichten word ik altijd rustig en blij :). We zijn daarna gaan lunchen in het oude goudstadje Graskop. Ineens beseften we dat we nog terug moesten via dezelfde weg door Hazyview. Zou de staking nog aan de gang zijn ? Bushman checkte even het locale nieuws via zijn smart. Er was een taxioorlog aan de gang. Company A tegen B. Inzet was een lange straat waarvan club A het recht had gekocht om er hun diensten te mogen verlenen. Echter, club B trok zich niets van dat recht aan en ging er ook taxirijden. Club A bestond uit leden van de Swati-stam en club B uit leden van de Tsonga stam. Het nieuws vermelde dat taxi-chauffeurs op elkaar hadden geschoten met pistolen. Daarop was de politie gekomen en had in het wilde weg ook geschoten maar dan met rubberen kogels. Hierop hadden alle chauffeurs hun busje verlaten en waren ze weggevlucht.
Voor de zekerheid lieten we Hazyview maar links liggen. Hierdoor moesten we een noordelijkere ingang van het park zien te vinden. We hadden er geen trek in om in zo’n agressieve menigte terecht te komen en te eindigen met zo’n brandende Goodyear om onze toeristische nek.
Eenmaal weer veilig in het kamp aangekomen hadden we het over het thema stropers. In Zuid-Afrika kennen ze het begrip sociale uitkeringen niet. Geen werk is geen inkomen. Daarom is het misdaadcijfer hier ook zo hoog. In Johannesburg worden twee mensen per uur vermoord. Lees even goed: twee mensen per UUR (!). De grote jongens schakelen arme werkloze vaders in die hun 6-koppige kroost moeten voeden. Of ze effe wat neushorentjes willen neerknallen voor 100€. Als ze dan de ivoren horens inleveren krijgen ze het geld. De horens worden dan doorverkocht voor big money. De grote mannen worden nooit gepakt. Wél Jan met de pet: de feitelijke stroper alias de arme zak die de monden van zijn kids wil voeden. Niet goed te praten maar wel te begrijpen. Daarom: koop nooit ivoren dingetjes. Alleen dit kan de markt stoppen. Morgen verlaat ik het park en ga ik naar het noorden richting Zambia. Daar staat weer wat leuks te wachten. En oh ja….. de Kudu op de BBQ was heerlijk 🍗 ! Ook die bier met Benji was goed🍺.

Schitterend uitzicht over Blyde River Canyon.
Prachtig uitzicht op de Three Rondavels, oftewel: drie hele mooie berg torens bij de Blyde River Canyon.
Shane en Hannah.
Blyde River Canyon.
Blyde River Canyon.
Blyde River Canyon.

Jungle nabij God’s Window

Walking with a Cheetah

Wat te doen met Cheeta-weesjes ?

IMG_6743.jpg

Wat zou je doen als je deze Cheeta welpjes moederziel alleen in het gras zag liggen ? Het gebeurt maar al te vaak dat de moeders van deze welpjes vroegtijdig komen te overlijden door bijvoorbeeld een ziekte. Aangezien de jonge jachtluipaardwelpjes zich niet kunnen verdedigen belanden ze meestal in de buik van een roofdier.

Gelukkig zijn er in veel landen in Afrika weeshuizen die deze weesjes opvangen. In het Cheeta opvangtehuis van CCF in Namibië worden kleine cheeta-cubs of oudere cheeta’s die niet meer in het wild kunnen leven, opgevangen en verzorgd.

Niemand heeft ze ooit leren jagen. Het vlees dat ze hier iedere dag krijgen gevoerd moet voor ze in stukjes worden gesneden anders krijgen ze het niet afgeslikt. Ze kunnen geen vlees kapotscheuren laat staan een karkas met hun vlijmscherpe kaken en klauwen, open maken. Niemand heeft ze dit ooit geleerd, aldus de Amerikaanse oprichtster van de CCF organisatie, Dr.Laurie Marker waar we een kort gesprek mee hadden. Haar wereldwijde organisatie https://cheetah.org/ heeft tot doel om te voorkomen dat de cheeta wordt uitgeroeid.
Momenteel leven er 3000 cheeta’s in Namibië is daarmee is de populatie hier het hoogst van alle landen van Afrika.

Laurie Marker

Anatolische herdershonden

Zo wordt er hier research gedaan naar niet alleen het gedrag van de cheeta maar ook hoe bepaalde ziektes kunnen worden overwonnen. Namibië noemen ze ook wel de cheeta-hoofdstad van de wereld. In het gebied waar we nu zitten (Otjiwarongo) komen de meeste cheeta’s ter wereld voor. En we hebben er heel wat gezien ! Uit onderzoek bleek dat de meeste cheeta’s afgeschoten werden door locale boeren. Niet vanwege hun vacht of als trofee maar gewoon om hun veestapel te beschermen. Is natuurlijk wat over te zeggen. CCF ontwikkelde een programma waarbij Anatolische herdershonden uit Turkije werden getraind om de veestapel te beschermen.

De honden werden zodanig getraind dat ze een cheeta op grote afstand kunnen waarnemen/ruiken. Op dat moment beginnen ze massaal te blaffen waardoor de cheeta niet meer in de buurt durft te komen. De honden leven samen met schapen, geiten, ezels en ander vee zodat ze gewend aan elkaar zijn. Door dit truukje toe te passen werden er ineens bijna geen cheeta’s meer afgeschoten. We spraken met een aantal meiden die hier vrijwilligerswerk deden. Ze kwamen uit Engeland, VS, Duitsland, Australië en een meid uit Den Haag. Dit was natuurlijk wat anders dan 6 weken zomervakantie met je earphones op je hoofd iedere dag op het terras hangen of met je voetjes in het water hangen in een Maasplas. Wil je eens écht wat leuks en spannends maar vooral wat nuttigs doen ? Wordt dan vrijwilliger in een CCF organisatie in Namibië en vul dit formulier in: https://cheetah.org/volunteer-survey/

Zambia

Ook in Zambia heb je een soortgelijke organisatie waarbij ze jonge weesjes trainen om weer in het wild te kunnen worden uitgezet. Om wat geld bij elkaar te harken mag je met een jachtluipaard een wandelingetje maken.

IMG_6767

Je krijgt wel twee dringende adviezen mee:

1. Niet vóór haar gaan lopen want dan kan ze niet goed meer zien. Dan wordt ze pissed en kan ze gaan grommen.

2. Als ze op de grond ligt en je aait haar kan het zijn dat ze zich ineens omdraait. Op dat moment moet je je naar achteren laten vallen of snel opstaan. Zodoende ontwijk je de scherpe klauwen van het beest en spaar je je een armpje want die gaat er geheid vanaf als de nagels jouw huid doorboren.Bekijk het filmpje vooraan in de blog en je ziet me nog net snel opstaan.

IMG_6707
5 seconden voordat ik snel moest opstaan

Wanneer je ooit een kat hebt gehad, weet je dat deze dieren scherpe nagels hebben die ze op ieder moment in en uit kunnen trekken. Dit geldt voor alle katachtigen ter wereld, behalve het jachtluipaard. Bij deze dieren staan de nagels altijd in de “uitstand”. Ze kunnen niet ingetrokken worden. Dat heeft verschillende redenen. Jachtluipaarden gebruiken hun nagels namelijk constant. Zo hebben ze de nagels nodig om extra grip te hebben tijdens een harde sprint, maar ook wanneer ze een prooi willen overmeesteren en wanneer ze rondwandelen over het ruige terrein van de savanne. Zonder hun nagels zouden ze gemakkelijk uitglijden.

Jachtluipaard

IMG_6706.jpgIMG_6818.jpg

Het jachtluipaard is het snelste landzoogdier ter wereld. Hij haalt een topsnelheid van gemiddeld 100 km per uur. In ongeveer drie seconden kan hij een snelheid van tachtig kilometer per uur halen! De topsnelheid houdt hij echter maar ongeveer 30 seconden vast. Het komt niet vaak voor dat een jachtluipaard zo hard rent. Het kost veel energie. Een jachtluipaard haalt deze snelheden door de bouw van zijn lichaam. Hij weegt namelijk niet veel en zijn gewrichten zijn flexibel. Door de lange poten en het kantelen van zijn heupen en schouderbladen kan de jachtluipaard extra grote sprongen maken. Doordat hij zijn nagels niet kan intrekken, dienen deze als grip tijdens de zigzaggende achtervolging. Het zijn eigenlijk een soort noppen die wij hebben onder onze voetbalschoenen!

IMG_3586.jpg

Chefchaouen

Na vijf uur rijden kwamen we 340 km noordelijker aan in Chefchaouen. Onderweg hadden we ons verreden op de autosnelweg. Aangezien de volgende afslag 75 km verderop lag zouden we dus 150 km om moeten rijden. Daar hadden we geen zin in. Om de vijf kilometer was er een kleine opening in de vangrail. Aangezien het én Ramadan én zondag was, was er niet veel verkeer op de weg dus even later deden we effetjes stout en staken we door de opening in de vangrail heen om op de andere weghelft terecht te komen. Gelukkig was er geen politie in de buurt en binnen tien minuten zaten we dus weer on track.

De laatste drie uur reden we door het Rif-gebergte en zagen veel van het mooie groene landschap. De talrijke scherpe haarspeldbochten moest je niet té hard nemen. Soms was er een vangrail maar meestal niet. Af en toe was er een stuk weg van de berg afgebrokkeld en gewoon naar onderen gevallen. Dan moest je eventjes naar de linkerbaan uitwijken.

Langs de weg zagen we veel ezels waarop oude mannetjes zaten zoals bij ons op een scootmobiel. Onderweg weg moest ik af en toe afremmen omdat paard en wagen 🦄 voor je reed. Die haalde we dan heel rustig in om het beestje niet al te veel aan het schrikken te maken. Ooievaars zaten in hun nesten langs de weg hun jonkies te voeren.

Geitenhoeders 🐐 mepten voorzichtig op de kont van hun geitjes om ze de juiste kant op te dirigeren. Het verkeer was erg rustig kortom: het voelde heel anders dan de grote drukke stad Casablanca met ontelbare knallende brommertjes.

Onderweg ergens eten lukte helaas niet. Tijdens de Ramadan zijn de restaurants en barretjes overdag gesloten. Maar de markten zijn wel gewoon open. Hier kochten we allemaal lekkere Marokkaanse koekjes en sort-of-croissants. De plaatselijke bevolking deed superaardig en probeerden zowaar engels te spreken. We werden tijdens het rijden aangehouden door een agent op een controlepost. In Marokko geldt nog altijd de hoogste terreurdreigingsfase dus om de 25 km is er een roadblock met spijkermatten op de weg. Maar toen hij hoorde dat we uit Nederland kwamen wenste hij ons een fijne vakantie en mochten we meteen doorrijden.

Chefchaouen benader je met de auto vanaf de bovenzijde. Je kijkt dan vanaf een berg omlaag naar het heilige stadje met allemaal blauwe huisjes. Joodse immigranten bevolkten vroeger deze plek en besloten de huisjes blauw te verven als een weerspiegeling van de blauwe hemel zodat als ze door de nauwe, knusse steegjes zouden lopen, ze op ieder hoekje aan God konden denken. Hier hadden we voor 18,50€ een hotelletje geboekt met een Arabische kamer. Het hotelletje zelf heeft niet alleen Arabische maar ook Andalusische invloeden. Steile trappen brengen je naar de rooftop waar we morgenvroeg ons ontbijt gaan oppeuzelen. Vanaf het dakterras heb je een mooi uitzicht over het blauwe stadje met zijn acht moskeeën. Vanuit ons hotelletje was het 10 minuten lopen naar de Medina. Hier waren we voor gekomen. Alleen maar blauwe huisjes, steile trapjes, gezellige terrasjes en een gemoedelijk sfeertje. Vanavond gaan we eens kijken of we een plekje kunnen krijgen bij restaurant Lalla Messouda ,een typisch Marokkaans restaurant. Tijdens mijn reizen heb ik de naam van dit restaurant al drie keer horen vallen. Let’s see 🍽

Lekker vispannetje
Politieman die zich netjes legitimeert

Maramba market Zambia

De Maramba markt is een markt waar mensen uit drie landen inkopen komen doen. De markt is kleurrijk, levendig en bruist van de activiteit. Hier verkopen de lokale mensen van alles; “chitengies” (felgekleurde stof), fruit, groenten, granen en rijst, curiosa, potten en pannen gemaakt van oude auto’s, landbouwwerktuigen, kippen, kralen en kleding. Hij ligt in Livingstone (Zambia) net over de grens met Zimbabwe en Botswana. De weg er naar toe is best leip. Je loopt als het ware aan de zijkant van een geasfalteerde weg door de vrije natuur. Links en rechts steken dan olifanten en neushoorns over en hangen stoere bavianen aan een tak te wachten tot wat lekkers voorbij komt. De meeste locals gaan te voet of met een fiets. Zij kunnen zich goed verdedigen met de dikke baboon-sticks die ze altijd bij zich dragen. Alleen de echte hongerige bavianen wagen zich dan nog om een voetganger met een plastic zakje aan te vallen. De rest blijft rustig zitten want ze zijn heel bang om een klap met die stok te krijgen. In een andere blog zal ik eens een stukje schrijven over de aanval op mijn reismaatje Harmke en ik door een groep bavianen.
Op dit soort Afrikaanse markten valt me altijd op dat heel veel mensen hetzelfde verkopen. Ik vroeg aan Ruth, de barmeid van het hostel, wat nu het verschil maakte of er bij verkoper A vis werd gekocht of bij verkoper B. Dat maakte geen verschil zei ze. Mensen kopen gewoon bij iemand wat. Ze hebben geen voorkeur. Ik vond dat een beetje een raar antwoord maar blijkbaar werkt het hier zo op die manier. Zo verkochten zeker 25 mensen gedroogde vis. Ik zie het al voor me op de donderdagochtend op de markt in Sittard. Vanaf het Tempelplein tot aan café Tapas alleen maar vis. Dat zou een flinke concurrentieslag veroorzaken waarbij niemand van die visboeren zou kunnen overleven.
In onze maag zullen deze vissen het trouwens niet lang volhouden. Ze worden weliswaar gedroogd maar ze liggen de hele dag onder een dikke laag vliegen in de zon. Met een dode kip aan het einde van een stok worden de vliegen weggejaagd. We verwennen heden ten dage onze magen dermate met goed, schoon voedsel dat we nog geen bacterie meer kunnen weerstaan. Afrikanen daarentegen happen alles weg zonder dat hun poeperd vaak hoeft te hoesten. Het was toch een aparte dag op deze markt. Zo zag ik hoe verf werd gemaakt van kleurpoeder (chitengies) en parafine. Ik zag kappers en mensen die insecten verkochten. Ik heb toch altijd de neiging om zo’n beestje in mijn mond te proppen.

Even naar de kapper
Kinderen vonden het leuk om eens een vreemde te zien. Ze schreeuwden lachend “Mzungu”, hetgeen zoiets betekend als bleekscheet.
Op de foto gaan vonden ze geweldig
Zongedroogde rupsen zijn een delicatesse in Zambia
Jolly Boys Backpackers hostel waar ik verbleef in Livingstone, Zambia
Even rusten

Nee. Mensen die zeggen dat zo’n insect lekker is hebben een pan af. Het is gewoon ranzig en ook maar nét binnen te houden. Ik doe het puur om de uitdaging. Zo nam ik vorig jaar in Cambodja met een paar makeraden een tapasschoteltje tarantula’s en schorpioenen voor mijn rekening en als hoofdgerecht een tijgerpython in een lekkere currysausje. Dat laatste was wél lekker. Maar de rest smaakte dof en muf.
In het midden van de markt was een klein cafeetje. Wederom was ik weer de enige blanke op die markt dus ook in dat kroegje. Er klonk geen muziek maar er hing wel een jukebox aan de muur. Ene die jullie nog nooit hebben gezien. In een koelkast achter de bar stonden een paar flessen bier. De aanwezige locals keken me raar aan en riepen weer: ”Mzungu !”. Niet netjes maar ach, ik voelde me niet gediscrimineerd.

Hier wordt kleurstof gemaakt voor o.a.textiel te verven
Handmatig schoonmaken van vis
Eén van de enkele tappunten van water. Er staan altijd mensen in de rij !
Stapels parafineblokken
Een naaister
Ruth begeleidde me deze dag en liet me vanalles zien
Duizenden visjes

Dus stelde ik me voor als de grote, zware “Mzungu” uit Nederland. Ze wisten überhaupt niet waar Nederland, Spanje of Frankrijk lag dus maakte ik er maar Europa van. Ze begonnen meteen te lachen en gaven me een hand. Later op die dag had ik in een ander locaal café (club Limpos) een discussie met een paar Zambianen. Ze zaten al flink onder de olie dus ik hield me enigszins op de vlakte toen mijn buurman begon over zijn huisaapje. Hij had een aap in huis ! Ik vroeg of de aap niet beter in het wild kon worden gelaten: zijn natuurlijke habitat. Hij antwoordde heel kordaat dit: “jullie gaan op zondagmorgen naar gefrustreerde olifanten en andere dieren kijken in een dierentuin. Als aldaar een babyneushoorntje wordt geboren haalt het het nieuws. Hij zal nooit in vrijheid leven. Jullie trainen dolfijnen in dolfinaria om door een hoepel te springen. Jullie hebben parkieten in een kooitje. Jullie houden katten en honden als huisdier op de vijfde etage van een flat”.
Zijn boodschap: kijk eerst eens naar jezelf. En daar had ie gelijk in. Ik werd er zelfs even stil van. Hier had ik niet 1,2,3 van terug. Ik had misschien kunnen zeggen dat onze parkieten en poezen zijn gedomesticeerd maar dan had hij waarschijnlijk geantwoord dat de apen in zijn land pas halverwege dat traject zaten maar dat dat wel goed zou komen. Nederland-Zambia 0-1.
Later die dag bezocht ik nog een traditioneel dorpje waar een stam woonde (Simonga-stam). Heel interessant om te zien hoe de mensen daar wonen. We kennen de beelden wel allemaal van TV. Arme sloebers met maar één kraan waaruit grondwater werd omhooggepompt. Áls het er al was.

African food
Emmertjes met pigment
Koffiebonen
Emmertjes pigment
Dtof weven is een beroep !
Hete kooltjes voor in de strijkbout
Bar is open !
Bij de kapster
De lokale hanenboer waar je je kip kon laten dekken
De timmerman maakte een stoel
Plattelandsdorpje

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP

Rafting on the world’s wildest river,the Zambezi

White-water rafting op de Zambezi. Het verschil tussen white-water raften en raften zit hem in het feit dat bij whitewater raften het schuim op het water staat. Het is op sommige plekken gewoon een gevaarlijk kolkende rivier met golven van wel drie meter die over de boot heen slaan. IMG_6861Als puisterige puber zag ik in de ‘80-er jaren op TV een filmpje waarin mensen in een rubber bootje een wilde rivier afpeddelden. Ademloos zat ik te kijken. Wat een geweld. Naderhand bleek deze rivier helaas niet in Europa te liggen maar in Zambia. De Zambezi staat bekend als de “wildest one-day whitewater run in the World”. Er gaat viermaal zoveel water doorheen als de Colorado-river in de VS. De British Canoe Union classificeert deze rivier als een “categorie 5” hetgeen inhoudt: “extremely difficult, long and violent rapids, steep gradients, big drops and pressure areas”. Een rapid is een soort versnelling in het water. De versnelling vindt plaats omdat het water ondiep wordt en toch dezelfde hoeveelheid er doorheen moet. De versnellingen zijn onderverdeeld in categorieën 1 t/m 6 waarbij de 6 de gevaarlijkste is. Daarnaast zitten in de rivier allemaal kleine krokodillen maar die schijnen niets te doen. Maar dan toch 😂. Ook een infectie door de Bilharzia-parasiet schijnt door de snelheid van het water niet zoveel voor te komen zoals in andere Afrikaanse rivieren. Een infectie wil je hier niet krijgen. Je loopt uit alle gaten helemaal leeg. Ik heb het in Kenia eens gezien bij een Engelsman. Die viel op drie dagen tijd 11 kg af.

Kijk hieronder de heftige video:

DSC09352 DSC09331Eenmaal in de boot kregen we nog wat instructies. In de Zambezi kunnen her en der Whoopoo’s ontstaan. Dat zijn kleine draaikolkjes waar de boot niet meer uit komt. Ze ontstaan door twee stromen die onder elkaar door bewegen. Raak je hier in verzeild dan trekt de draaikolk je mee omlaag. Dat wil je allemaal niet. Ook de kreten werden nog eens uitgelegd. “Left-team back”, “foreward team forward”, “down!”, “jump!”. Het zat er weer in bij me. Ik heb al geraft in Costa Rica, Kenia, Brazilië, Nieuw-zeeland, Thailand en op diverse plaatsen in Europa. Nu voor de laatste keer dat ik het doe: the best ! We stapten met zijn achten in de boot. Ik probeer altijd links in het midden op de rand te gaan zitten. Dan kan ik mijn linkervoet onder het rubberen tussenschot plaatsen. Extra steun wat ik hard nodig zou hebben in deze route van 34 km. Het was bloody hot, de thermometer gaf 34ºC aan. We vertrokken. IMG_6878IMG_6863De eerste Whoopoo die we zagen moesten we zien te ontwijken. Met een boog manoeuvreerden we de raft om hem heen. Het zag inderdaad een beetje akelig uit. Daar wilde ik niet in terecht komen. De eerste rapid was een categorie 2. Deze was nog gemakkelijk te doen. De mannen in de reddingskano’s speelden wat met hun kano’s. Ze draaiden speels cirkeltjes en deden leuke truukjes. Voor hun was dit natuurlijk kattenpis. Ik zal niet alle rapids beschrijven maar de “washing machine” zal ik jullie niet onthouden. Dit was een categorie 5 en stond er om bekend heel erg zwaar te zijn. Drie waterstromen kwamen hier bij elkaar en zorgden voor een flink gekluts van water met hoge golven van wel vier meter hoog. Ik zag van afstand al dat dit moeilijk zou worden. Boyd schreeuwde er op los. Hij wilde in een goede positie terecht komen om de schade beperkt te houden. Natuurlijk heeft hij ook weet van wat er zich onder de waterspiegel bevindt. Hij zou niet willen dat we met ons hoofd op een rots zouden slaan indien de raft zou omslaan. We naderden de rapid. IMG_6869IMG_6870Nog 20 meter. Boyd schreeuwde zijn longen uit zijn lijf. “Rightteam backwards, faster, dig faster”. “Leftteam forward !”. Langzaam kwamen we in positie om de rapid hoofd te bieden. De voorkant van de boot werd ineens omhoog geworpen. We verloren het hele forward team. Ze werden binnen een seconde gelanceerd en ze verdwenen in de golven. We waren nog maar met zijn zessen over. Dit gingen we niet redden ! De tweede golf kwam over de boot heen en bij de derde golf flipte de hele boot. Met een smak kwam ik in het water terecht. Ik had nog net op tijd een teug lucht kunnen pakken. De komende 15 seconden zouden mijn longen het hiermee moeten doen. Ik werd onder water van links naar rechts en van boven naar onder gezogen. Vandaar de naam de “washing machine”. Sommige mensen verdienen gewoon de Darwin award bedacht ik me nog te laat. Het positieve eraan: de mens als groep gaat er natuurlijk op vooruit.IMG_6872DSC09567Toen ik weer boven kwam zag ik op 50 meter afstand Boyd op de boot staan. Met een touw probeerde hij de boot weer om te draaien. Iedereen lag in het water zijn longen leeg te hoesten. Dit was heavy. Ineens vonden we het niet meer zo leuk. Maar we moesten door. De rest bevond zich vrij dichtbij de raft. Ik was het verste verwijderd. De volgende rapid diende zich aan: the wrestling hole. Ik móest de raft zien de halen. Deze rapid mocht je niet in het water doen. Al heel snel kwam Rufty me oppikken in zijn reddingskanootje. Hij bracht me snel naar de raft zodat ik er in kon klimmen. Net op tijd. IMG_6875Na twee uur raften hadden we het eindpunt bereikt. De kabelbaan was kapot. Zoals met zoveel dingen in Afrika worden vele defecte zaken niet gerepareerd. Gewoon omdat ze de kennis en het materiaal er niet voor hebben. Dan laten ze het liggen en gaan ze old-school klimmen. Wij dus ook. De hele berg omhoog. Zigzaggend over een smal paadje. 200 meter omhoog klimmen in deze hitte. Ik was helemaal gaar en dan wordt de concentratie een stuk minder. Op het moment dat ik bijna boven was gleed ik uit. Met het rechterbeen haalde ik mijn linkerbeen omlaag en schoof met mijn blote benen twee meter omlaag. Net op tijd kon ik me vastgrijpen aan de wortels van een struik. Op een paar krassen en een pijnlijke knie na was ik er goed vanaf gekomen. Eenmaal boven wachtte ons een lekker flesje bier. Op de terugweg reden we door een traditioneel dorpje met van die echte lemen negerhutjes zoals we die in de boekjes zien. Ondanks het feit dat ik helemaal uitgeput was keek ik terug op een heel spannend dagje 😊👊🏻IMG_6877IMG_6879IMG_6876IMG_6877IMG_6860IMG_6868