Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP