Met de nachttrein van Bangkok naar Surat Thani
Rond 18:30u zaten we in de nachttrein naar Surat Thani achter een joekel van een fles Chang-bier. In de jaren ‘70 kreeg je de melk in zo’n soortgelijke fles door de melkboer aan de deur geleverd. Ik had er vier gekocht. Gewoon lekker voor het slapen gaan op de veel te smalle en korte bedjes. Na drie slokjes stond een Thaise oom agent al voor onze stoelen te brullen dat we geen bier mochten drinken in de trein. Snel kiepte ik de twee flessen leeg in de wc. Maar hij stond er op dat ik de twee niet-geopende flessen in mijn koffer zou opbergen. Gezien de krapte in het gangpad kon ik hier mijn koffer nooit openen dus ook de inhoud van deze twee flessen verdween in de wc. God vergeef me. Ik zal dit nooit meer doen. Na een rit van 12 uur kwamen we rond 06:30u aan in Surat Thani. Die nacht had ik zeker vier keer goed geslapen. De trein met voornamelijk backpackers wiebelde continu heen en weer. Angelica had het bedje boven me. De Thaise coupé-verantwoordelijke was wat laat dus hadden we zelf maar het bed afgebroken. Het is zo’n verfijnd kliksysteempje welke het niet meer doet als je iets te hard ergens op duwt. Eigenlijk meer iets voor de kleine vingertjes van die Thaise meid. Op het station in Surat Thani stond onze chauffeur Seksan ons op te wachten met een groot bord met mijn naam er op in zijn handen (Rindi ). Hij bracht ons eerst naar de Ta Khun market in To Rung. Hier aten we snel een klein hapje.
Een kwartier laten zaten we op een longtailboot op het Ratchaprapha stuwmeer. Lang geleden heeft de regering besloten om een groot gedeelte van het Khao Sok National Park onder water te zetten om zodoende stroom op te wekken. Her en der zie je de boomtoppen uit het water steken. Uitkijken dus. Niet zoals in 2008 toen we met de schroef zo’n boomtop nét onder de waterspiegel raakten en de boot stuurloos was geworden. Een uur lang heb ik toen rondgedobberd op het meer samen met Siska en Orlo. We zijn toen het water ingedoken om de boot voort te duwen maar dat houd je natuurlijk geen uren vol. Daarbij zitten er ook slangen in het water dus niet een al te beste situatie. Net toen we de moed hadden opgegeven zagen we een bootje in de verte. Orlo en ik begonnen zo hard als mogelijk op onze vingers te fluiten. Dat bleek gelukkig te werken. Een half uur later zat ik op de paalhut van die visser met een nijptang een net iets te grote gietijzeren schroef op maat te knippen zodat hij in zijn behuizing paste. Na de montage konden we terug naar onze eigen drijvende lodge op het water waar onze thuiskomst werd gevierd met een joekel van een gebakken vis en veel bier. Ik was zo blij als een pas gescheiden vrouw in een Dildo-shop.
Na een uurtje varen over dit sprookjesachtige mooie meer met zijn ontelbare groen begroeide inhammen kwamen we aan bij onze floating lodge. Een hele aardige local met de naam Yod bracht ons naar ons hutje. Het was erg klein en er lagen twee matrasjes op de vloer. Als je de steiger af liep kwam je in het sanitaire gedeelte. De wc’s moest je doortrekken door er bakje water overheen te gooien en in de douches stond een ton met water. In het water lag ook een bakje. Duidelijk. In de keuken was het personeel al bezig met de lunch. Aan de muur hing een poster van Hugh Heffner met enkele van zijn Playboy-bunnies. Wellicht als ode aan de man die ons puisterige pubertjes vroeger met één hand leerde lezen. Na een overheerlijke Thaise curry gingen we even naar ons hutje. Pal voor ons lagen enkele kayaks aan de steiger vast gemaakt. Vier Engelse meiden maakten met zo’n melkfles bier in hun linkerhand en de peddel in hun rechter aanstalten om een kayak te gaan betreden. Wat er in het kwartier daarna gebeurde zorgde voor buikpijn van het lachen. Sowieso, dat heerlijke accentje, vooral als iets misgaat. Voeg daaraan toe een paar twintigers die hun prioriteit méér bij de melkfles bier hebben liggen dan bij het betreden van de kayak zelf, dan speelt er iets moois voor je ogen af. Net toen ze eindelijk in de kayak zaten deelde ik hun mede dat ze achterste voren in de kayak zaten. Stomverbaasd keken ze me aan. Ach gut ja…. er is een voor-en achterzijde.
Dat werd draaien geblazen. De kayak stond met de voorzijde gericht naar de steiger. Ze begonnen te peddelen en de kayak dook onder de steiger in i.p.v. dat deze van de steiger áf bewoog. Ze hadden niet in de gaten dat je ook naar achteren kon peddelen. Misschien kun je je die gezichten vol ongeloof voorstellen. Wat voor een normaal mens een no-brainer zou zijn geweest braken zich hier vier Engelse “hoogblonde dolly’s” zich het hoofd hoe ze achteruit moesten peddelen. Met tranen in mijn ogen legde ik ze uit hoe het werkte. Ze waren gelukkig sportief en lachten met ons mee. Daarna gingen ze het meer op maar ze wisten niet hoe ze moesten sturen dus knalden ze op een gemotoriseerde boot. Wederom volgde een uitleg. Ze hadden het blijkbaar nog altijd niet gesnapt want twee minuten later zaten ze vast bovenop een grote boomstam welke in het water lag. Op dat moment maakte een druppeltje zich los van van mijn bijna 47- jaar oude blaas. Ook voor haar beginnen de jaren te tellen. Het verbaasde me trouwens dat er best veel van die gespierde dudes stonden toe te kijken en niks deden. Blijkbaar wisten zij zich ook geen raad. Onder het mom: brains are the new six-pack trokken we nog maar eens een melkflesje open.
Het is 04:00u in de morgen dat ik dit schrijf op de steiger voor ons loeihete hutje. Om me heen is het stikkedonker en muisstil. Behalve dan het continue gesjirp van alles wat kruipt en springt in de jungle. Ik ga maar weer eens proberen te slapen in deze hitte. Helaas géén airco wat ik op standje Elfstedentocht kan zetten maar een lafjes langzaam draaiende piepende ventilator. De hitte hier maakt ons moe. Het is continu 30c. Zodoende liggen we best vroeg in bed. Maar dat houdt dus ook in dat ik iedere nacht rond 4:00u wakker ben. Na een uurtje plafonddienst sta ik dan maar eens op of ga ik wat schrijven op de veranda. Buiten stond een Engelse fotograaf waarmee ik de praat raakte. Hij werkte voor een grote oliereus en woonde in China. Vandaag zou hij zijn vrouw en dochter gaan ophalen aan land. We besloten samen wat foto’s te gaan maken van de mooie mistnevels op het meer. Het paaldorpje wordt omringd door torenhoge kalksteen rotsen. Sommige rotsen zijn wel 300 meter hoog. Het meer is zo indrukwekkend en zo gigantisch dat je je even helemaal alleen op de wereld waant. Rond 08:00u hadden Angelica en ik ontbeten en werden we weer met de longtailboot naar de pier gebracht. We kwamen langs groen beboste rotsen, kleine eilandjes en kleine drijvende huisjes waar je kunt slapen. Onze driver Seksan stond reeds te wachten en na een uurtje rijden kwamen we aan bij een plek waar we konden kanoën. Ik had mijn fotoapparatuur bij me waardoor het me niet verstandig leek om mee te gaan. De kano was van rubber en het zag er allemaal niet echt stabiel uit. Angelica ging derhalve alleen met de begeleider de rivier af. Een uurtje later en een leuke ervaring rijker hadden we weer samen lunch. Klongsok Village in het Khao Sok NP was ons volgende doel. Dit is een heel klein dorpje dat dient als uitvalbasis voor het immens grote Nationaal Park. Het park herbergt één van de oudste regenwouden op deze planeet en het staat bekend als één van de mooiste natuurparken in Thailand. Het is een populaire bezienswaardigheid in Thailand, maar gek genoeg is het er nooit heel erg druk. Je hoort hier niets anders dan kabbelende riviertjes en de geluiden van krekels. Bij aankomst in onze river-cottage liepen de aapjes al rond het zwembad. Ene wilde onze kamer binnen lopen maar die jaagde ik al snel weg. Achter onze cottage stroomde het riviertje. Hier zouden we twee nachten blijven.







Khao Sok National Park
In 2008 bezocht ik voor het eerst in mijn leven het Khao Sok National Park, een paar jaar na de verwoestende tsunami. Naar mijn bescheiden mening toch een verborgen pareltje van Thailand met een van de oudste regenwouden ter wereld, enorme kalkstenen bergen die loodrecht de lucht in rijzen, diepe valleien, adembenemende meren, spannende grotten, wilde dieren en nog veel meer. We boekten slechts één nacht aan het Ratchaprapha-meer en dit was een onvergetelijke ervaring (!). We verbleven in Khao Sok Plern Prai Raft House, een comfortabel houten huisje midden in de natuur. Angelica en ik kwamen heel vroeg aan met de trein vanuit Bangkok in Surat Thani. Voor het station werden we opgehaald door een minibusje. Na een uur genieten van het uitzicht op de bergen en het bos en een korte stop bij een lokale markt, kwamen we aan bij de aanlegsteiger van het meer. We stapten in een longtailboot die er niet erg stabiel uitzag (gelukkig was dat niet het geval). We staken het meer over en voordat we het wisten, waren we alleen met de natuur. We hoorden geluiden van vogels, insecten en apen, maar konden ze helaas niet zien. Na een uur kwamen we aan bij onze drijvende lodge, die bestond uit een drijvende steiger en ongeveer 20 eenvoudige drijvende huisjes. De huisjes waren van hout en hadden alleen een matras. Het uitzicht was geweldig (!) Elk huisje had een kano waarmee we het meer verkenden. Na de kanotocht stapten we in een longtailboot en werden we rondgevaren om dieren in de jungle te spotten. We zagen apen en veel vogels. ’s Avonds genoten we van een heerlijke maaltijd met verse vis uit het meer, rijst, fruit en nog veel meer. De hemel stond vol heldere sterren en het beste van alles: er waren géén muggen (!).
De volgende ochtend werden we vroeg wakker om de zonsopgang te zien. We ontbeten en gingen rond het middaguur terug naar de steiger. Dit was zo’n geweldige uitstapje en ik kan het iedereen aanraden die van avontuur houdt.




























Het is daar prachtig! Weer een reden om nog eens terug te gaan naar Thailand.
Uiteraard. Al een paar keer geweest en het blijft mooi 🙂