Villa Marlier (hoe vermoorden we alle Joden)

Op 20 januari 1942 vergaderden, onder voorzitterschap van SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich, veertien top-SS-ers over hoe ze het uitmoorden van alle Europese joden konden bewerkstelligen. Deze vergadering wordt ook wel de Wannseeconferentie genoemd omdat de villa naast de Wannsee, een groot meer, lag. De notulen van deze conferentie van de hand van Adolf Eichmann kunnen hier ingelezen worden. Op de krakende houten vloer van de villa waar Angelica en ik nu stonden werden niet alleen plannen gemaakt om de Joden uit te moorden maar ook hoe ze de Joden zoveel mogelijk financieel konden uitbuiten. Daarbij moest de uitroeiing zo weinig mogelijk geld kosten.

Proces van vernietiging van de Joden

Het proces van vernietiging verliep in de zes concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk eigenlijk overal volgens hetzelfde concept:

  1. Joden zaten verspreid door heel Europa. In alle grote steden werden Judenviertels uit de grond gestampt. Een Judenviertel was de enige plek in een stad waar Joden mochten wonen. Dit bleek later een gouden zet te zijn geweest. Als de ovens in Auschwitz om lichamen vroegen werd uit de ‘voorraad’ Joden die in het concentratiekamp verbleven in de behoefte voorzien. De vrijgekomen plekken werden vervolgens weer aangevuld met Joden die waren opgepakt tijdens een razzia in een Judenviertel ergens in een Europese stad.
  2. Hierna werd familie aangeschreven om geld over te maken om hun familielid vrij te kopen. Na een aantal weken werd een tweede brief geschreven dat het geld niet was aangekomen. Het familielid werd verzocht het geld nogmaals over te maken. Uiteraard werd er niemand vrijgelaten. Het geld ging naar de Deutsche Reichsbank. Hiermee werd de oorlog gefinancieerd.
  3. Joden moesten bij aankomst in een concentratiekamp hun waardevolle spullen inleveren. Deze spullen werden verkocht aan Duitse handelaren die deze spullen weer met winst doorverkochten.  De winst ging naar de Deutsche Reichsbank.
  4. Joden moesten zich geheel ontkleden (inbeslagname van kleding en verborgen sieraden).
  5. Joden in werkkampen moesten keihard werken. Het eten wat ze kregen bestond uit caloriearme waterige koolsoep en brood. Soms was het eten niet eens gaar, andere keren was het bedorven. Mensen hadden zo’n honger dat ze alles aten wat ze kregen. Gevangenen stalen zelfs eten van elkaar. In heel extreme gevallen werd een Jood ’s nachts door medegevangenen vermoord en daarna werd zijn lichaam opgegeten. In kamp Bergen-Belsen zijn hier veel verhalen van bekend.
  6. Kinderen, vrouwen en ouderen gingen eerst ‘douchen’ om hun lichamen te ontdoen van luizen. Maar eerst werden ze kaal geschoren. De bergen haar werden verkocht aan handelaren die er pruiken, kussens of dekbedden van maakten.
  7. Ze werden met zoveel mogelijk mensen tegelijkertijd in de gaskamers gepropt om zo weinig mogelijk lucht over te laten. Het gebruik van gaskamers was al in 1942 bekend dus men wist wat er ging gebeuren. Velen schreeuwden dan ook uit wanhoop toen hun gedachten bevestigd werden. Leden van het Sonderkommando hebben later verteld dat moeders met kinderen soms als eerste in de gaskamers waren, misschien omdat ze toch vermoedden wat er komen ging en wilden dat het snel voorbij was. Overigens probeerde men in eerste instantie de Joden op andere manieren zoals massa-executies en met explosies, te vermoorden. Ook werden machines gebruikt om de lichamen te vermalen. De zogenaamde bottenbreekmachines.
  8. In eerste instantie werd gebruik gemaakt van het dure CO-gas. Hierna werd gebruik gemaakt van het goedkopere gewasbestrijdingsmiddel Zyklon-B. Het gas kwam van onderen, dus iedereen klom op elkaar om lucht te krijgen. De aanblik als de deur openging was gruwelijk. De lichamen waren in elkaar verstrengeld, ze hadden allemaal wanhopig gevochten voor een beetje lucht.
  9. Als de dood ingetreden was stripte het Sonderkommando de slachtoffers van alles wat bruikbaar was: juwelen, prothesen, gouden tanden.
  10. De graven liepen schuin af, zodat het menselijke vet dat bij de verbranding vrijkwam, kon worden opgevangen in een vat aan het uiteinde.Als het vuur uit dreigde te gaan, moesten de leden van het Sonderkommando wat vet uit het vat op de brandstapel gooien om het vuur te voeden.

Opzet concentratiekampen

De opzet van alle kampen was nagenoeg gelijk. Vanaf het aankomstplatform gingen de Joden over een smal en aan het oog onttrokken pad (“de sluis”), naar het gedeelte dat voor de vernietiging was ingericht. Hier stonden de gaskamers, de verbrandingsovens en daarachter de graven voor de as. De SS en de Trawniki’s woonden in een apart gedeelte. Hetzelfde gold voor de Joodse opzichters. Prikkeldraadafzettingen, deels gecamoufleerd met dennentakken, stonden rond het kamp. De afzetting stond niet altijd onder stroom, zoals in Auschwitz. Het geheel werd gecompleteerd door houten wachttorens. Er waren in een kamp niet veel SS-ers. De bewaking van gevangenen werd meestal uitgevoerd door mede-gevangenen die daarvoor een aardappel méér in hun soep kregen. Na een aantal maanden werden de bewakers vermoord en kwamen er weer nieuwe voor in de plaats.

Wir haben es gewusst

Al op 17 augustus 1941 kraakte de Engelse decodeermachine Enigma een bericht van een SS Cavalerie Brigade dat 7.819 executies in de buurt van Minsk waren uitgevoerd en dat diezelfde dag een rapport was ondertekend waarin melding werd gemaakt van 30.000 executies. Churchill had niets met deze info gedaan omdat hij bang was dat de Duitsers erachter zouden komen dat de Engelsen de Duitsers konden afluisteren. Pas in november dat jaar repte hij over de uitroeiing van de Joden. Pas in 1945 werden de Joden uit de kampen bevrijd. Vier jaar lang konden de Nazi’s zonder weerstand Joden vermoorden.

Dit alles werd besloten in deze kamer op de begane grond van dit huis.

Een plaquette naast de toegangspoort van Villa Marlier.
Het voorfront van Villa Marlier.
Dit was de woonkamer van de villa. Dit was de ruimte waar de Nazi’s vergaderden.
Uitzicht op de Wannsee.
De brief waarin gevraagd wordt om met ideeën te komen hoe de Joden kunnen worden uitgeroeid.
De uitnodigingsbrief om op 9-12-1941 om 12:00u aanwezig te zijn om de uitroeiingsplannen te komen bespreken. Uiteraard met ontbijt !
Zwarte mensen, oost-Europese mensen en Joden stonden op de lijst om vermoord te worden. Op het pamflet staat: wil je ze kwijt ? Stem dan Duitsnationaal.
Joodse winkels werden met pamfletten beplakt waarop stond dat ze in deze zaak geen produkten meer mochten kopen omdat het een Joodse zaak betrof.
Richard Stern was een Duitse soldaat en riep op om de Joden niet te vermoorden. O.a. zei hij dat er al 12.000 Joodse frontsoldaten voor Duitsland in de oorlog waren gevallen.
Joden werden te schande gemaakt.
Zieken die niet meer zouden herstellen konden op basis van deze brief uit hun lijden worden verlost. In de praktijk kwam het er op neer dat ze een spuitje kregen.
De originele brief die Plan Barbarossa voorstelt.
Op deze foto werden gevangengenomen Joden in een massagraf doodgeschoten. Ze moesten eerst hun eigen graf graven.
Foto van de Hitler Jugend.
Tot 1951 stond er op het belastingformulier van Joden een ‘J’ gedrukt.
Zoveel boeken over Adolf Hitler die er geschreven zijn.
Entree Villa Marlier.
Tuin van Villa Marlier.
Tuin van Villa Marlier.

Huis van Claus Schenk von Stauffenberg

Claus Schenk Graf von Stauffenberg was een Duits edelman . Tijdens het naziregime was hij kolonel en verzetsstrijder, die in samenwerking met anderen een bomaanslag pleegde op Adolf Hitler. De aanslag mislukte en Von Stauffenberg werd gearresteerd en geëxecuteerd. Voor mij is graaf Von Stauffenberg een icoon  van het verzet tegen het naziregime. Reden genoeg om eens naar het huis te rijden waar hij samen met zijn vrouw en kinderen woonde in de jaren ’30. Het huis staat er nog steeds en wel in een hele deftige buurt met allemaal huizen uit dezelfde tijd. De tuin zag er wat verwilderd uit. Naast het toegangspoortje hing een bordje met een tekst welke herinnert aan het feit dat deze held hier heeft gewoond. ZDe bomaanslag is verfilmd in de film Valkyrie, een Amerikaanse film uit 2008 waarin Tom Cruise Graf von Stauffenberg speelt.

De plaquette naast het poortje.
Het huis waar hij woonde in de jaren ’30.

Concentration camp Natzweiler

Paniek

Roman Hirk was in paniek. Het was 06:00u en hij stond in de crematieruimte. Zijn linkerhand hield hij op het warm watervat dat boven hem hing. Hij had géén lijken meer om te verbranden. Gisteravond werd de laatste gevangene té vroeg verbrand waardoor de boiler nu geen lekker warm water had. Wat moest hij nu doen ? Kampcommandant Egon Zill kwam over twee uur  een warm bad nemen. Hij wist dat Herr Zill meedogenloos was. Vorige maand had hij zijn honden een oude man laten verscheuren in zijn tuin. Vanuit zijn zwembad had hij met een sigaar in de mond lachend toegekeken. De oven was nog warm maar hij had niemand om er op te gooien. Hij liep richting de barak waar de gevangenen zaten. Eenmaal binnen kwam hij nazi-anatoom August Hirt tegen. Hij was vandaag ook al vroeg opgestaan om op zoek te gaan naar gevangenen om zijn virus-experimenten op uit te kunnen voeren. Ze stonden beiden in de lange gang. De gevangenen zaten in kleine cellen te wachten tot hun straf voorbij was. Tussen de cellen bevonden zich héle kleine cellen waar je alleen met opgetrokken benen in kon zitten en dus niet in kon staan. 

De Tottengasse tussen concentratiekamp en vrijheid.

Nacht und Nebel

 Gevangenen van ‘Nacht un Nebel’ moesten spoorloos verdwijnen. De familie mocht daarna nooit op de hoogte worden gebracht van het overlijden. Als deze speciale gevangenen ook maar het geringste fout deden kregen ze de doodstraf. Daartoe werden ze vóór hun executie vijf dagen lang opgesloten in dit kleine hok van 1,3 meter hoog wat eigenlijk bedoeld was als verwarmingsruimte voor de cel ernaast. Gevangene Pietersen was een Nederlandse verzetsstrijder en was drie weken lang werkzaam geweest in de steengroeve die graniet moest leveren voor Duitslands nieuwe hoofdstad Germania. Pietersen wist niet dat hij was ingedeeld als gevangene van het ‘Nacht und Nebel project’. Men had besloten dat Pietersen van de aardbodem moest verdwijnen. Men liet hem heel uitputtend werk doen waardoor hij extreem verzwakt was. Na een dag hard werken liep hij over het pad terug naar zijn barak toen een kampbewaker hem richting het onder spanning staande hekwerk duwde. De bewaker in de toren zag dit -zoals afgesproken- als een ontsnappingspoging en opende terstond het vuur. Helaas trof dit niet het gewenste doel en Pietersen belandde alsnog voor de kampraad waar hij ter dood werd veroordeeld.

De toegangspoort tot het kamp.

Executie

Hirk keek in het dossier en zag dat Pietersen over twee dagen zou worden opgehangen. Een gemeen lachje verscheen op zijn mond. Ineens klonken voetstappen in de gang van ‘der Bunker’ en voordat hij er erg in had zwaaide de deur open. Barakoverste Herr Ludendorf vroeg wat Hirk aan het doen was. Stotterend legde hij hem het probleem uit. Ludendorf besloot hem te helpen en voor een aanzienlijk geldbedrag werd de executiedatum twee dagen vervroegd. Terstond werd Pietersen uit zijn veel te kleine cel gehaald en naar Herr Hirt gebracht. Deze maakte met een Fenolinjectie rechtstreeks in het hart meteen een einde aan het leven van deze heldhaftige verzetsstrijder. Het lichaam van Pietersen zat helemaal onder de blauwe plekken. Afgelopen maand was hij tweemaal tot moes geslagen op de martelbok. Deze marteling had hij zonder te schreeuwen doorstaan. Het in het Duits meetellen van de stokslagen was een onderdeel van de straf. De minimum straf was vijf stokslagen maar hij kreeg altijd de maximale straf van 25 stokslagen. Hij dacht alleen maar aan zijn vrouw en drie kinderen in Beverwijk zo had hij zijn martelaar te kennen gegeven. Zijn medegevangenen stonden met tranen in hun ogen toe te kijken als hij geslagen werd. Nu lag hij op een ijzeren brancard en werd de oven in geschoven zodat kampcommandant Zill een warm bad kon nemen. Overigens kwam hij niet opdagen om 08:00 uur. Hij was geveld door de griep en bleef drie dagen in bed liggen.

De handel in as

Om geld te verdienen werd na de crematie de as in urnen gedaan. Deze urnen werden verkocht aan duitse gezinnen waarvan de man aan het front gestorven was. Als een duitse soldaat stierf werd dit niet meteen bekend gemaakt aan de nabestaanden. Na een aantal weken kregen ze te horen dat hun geliefde aan het front gestorven was. Zijn lichaam was inmiddels ter plekke gecremeerd zo werd hun voorgelogen. Indien men de urn met as wilde hebben dienden ze 100 Reichsmark over te maken. In principe kregen de nabestaanden dus een urn met de as van een verbrande kampgevangene. Toen Angelica en ik dit stukje tekst lazen keken we elkaar even zwijgend aan. Dit hadden we nooit voor mogelijk gehouden. Sjonge jonge.

De galg op het kamp.

De crematieruimte

Het kamp had één crematieoven. Rechtsboven het warmwatervat.
De hete afgassen van de verbrandingsoven stegen omhoog en verwarmden het over het warmwatervat circulerende warm water.
De oven aan de binnenzijde.
Rechts werden met een takel de doden uit de kelder omhoog getakeld en naar de oven links getransporteerd. Het warmwatervat werd verwarmd met de warmte die vrij kwam bij de verbranding van de lijken.
Materiaal wat gebruikt werd om het lijk in de oven goed te leggen.
As urnen.

Gevangenen

De sectie-tafel van August Hirt. Schuin aflopend zodat het bloed recht het putje in liep.
Angelica ligt hier in dezelfde ruimte als ‘Nacht und Nebel’- gevangene Pietersen.
Op de bok werden gevangenen vast gebonden en met een houten stok op hun rug geslagen tot ze gek werden van de pijn.
Gevangene Pietersen wordt door een kampbewaker richting de electrische draad geduwd.
Veel gevangenen pleegden zelfmoord.
Schaamhaar werd afgeknipt om luizen te voorkomen.
Schaamhaar.
Monument.

De villa van Kampcommandant Egon Zill

Incl. zwembad (!)

Oorlogsmuseum Overloon

Gigantische legpuzzel

Eindelijk een regenachtige dag om naar de gigantische legpuzzel van 2000 stukjes bommenwerper te gaan kijken in het oorlogsmuseum in Overloon. Hier zetten professionals de overblijfselen van de 4-motorige Lancaster welke was neergestort op 5 maart 1945, weer in elkaar. Met een enorme kracht heeft de bommenwerper zich destijds frontaal in een drassig weiland geboord. Na de crash is het toestel volledig weggezakt in de grond tot een diepte van zes meter. Alle zeven bemanningsleden zijn om het leven gekomen. Als je er voor staat zie je als het ware een plat silhouet van het toestel. Maar wel heel herkenbaar.

Detail op typemachine

Als je even inzoomt op de toets met het cijfertje 5 dan zie je erboven het SS-teken staan. In die tijd waren Duitse typemachines standaard voorzien van dit teken.

Vluchten naar Engeland

Op 12 mei slaagden Juliana, Bernhard en hun kinderen Beatrix en Irene erin met een gepantserde geldwagen van De Nederlandsche Bank Ijmuiden te bereiken en in te schepen voor Engeland.

Foto van vroeger

Grootmoeders tijd

Boodschappen doen zoals in grootmoeders tijd: dat gevoel kreeg ik toen ik voor deze glazen kasten stond. Ik waande me even terug in vroegere tijden bij het zien van producten die 80 jaar geleden gewoon verkrijgbaar waren bij kruidenierszaakjes

De fietsbrug die dwars door het museum loopt

Gezondsheidsmaatregelen na bordeelbezoek

Om er voor te zorgen dat je anderen niet besmette waren er regels opgesteld voor soldaten die naar de hoeren waren gegaan.

Infanterist op de fiets

Nederland had tijdens de mobilisatie twee regimenten Wielrijders. Het aantal infanteristen op het rijwiel (en op de motor) kwam op ongeveer 5600 man te staan. Op sommige fietsen waren automatische geweren en zelfs lichte kanonnen gemonteerd.

De LARC-60

Het voertuig kon met lading of personeel (200 soldaten) van een zeeschip door de branding naar de kust varen en daar op het strand de weg vervolgen naar depots in het achterland. De wielen zijn drie meter in diameter. Kijk maar hieronder op de afbeelding.

Velddouche
Binnenzijde North American B-25 Mitchell bommenwerper

Duitse begraafplaats Ysselsteyn

Nergens liggen in Nederland zoveel doden uit de Tweede Wereldoorlog bij elkaar als in het Limburgse dorp Ysselsteyn. In Margraten zijn 8300 soldaten begraven. Hier liggen 32.000 Duitse soldaten en 550 foute Nederlanders (NSB-ers). Vier keer zoveel. Toch is het vrij onbekend. Het kerkhof is een plek die bewust uit de publiciteit is gehouden. Duitse soldaten, Nederlandse SS’ers en Landwachters vonden daar hun laatste rustplaats. Te pijnlijk voor Nederlanders, maar ook uit angst voor de komst van neonazi’s. Openbaar vervoer stopt er niet en er is nauwelijks bewegwijzering. Ook zijn er een vijftal graven van Turkmenen die voor de Duitsers vochtten. Zij verkrachtten in 1944 het dochtertje van een boerengezin uit Noord-Holland. Hiervoor werden zij door de Duitsers ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Misschien liggen hun beulen ook wel hier ?!

Ook liggen er 1400 kindsoldaten begraven. Ze waren 17 jaar of jonger. Er liggen minimaal 43 kinderen jonger dan 16 jaar. Als ik een dwarsdoorsnede zou maken van wat ik vandaag heb gezien dan komt de gemiddelde leeftijd van de mensen die hier liggen uit op 21-24 jaar. Ik dacht even wat ik zelf deed met die leeftijd. Kroeg in, kroeg uit…..🍺

17 jaar en sneuvelen voor het vaderland.

Ook is er een graf van een ver familielid van prins Bernhard: Egmont Prinz zur Lippe Weissenfeld (1918). Hij was een held van de Luftwaffe, omdat hij 51 geallieerde tegenstanders uit de lucht had geschoten.

Bloedbad van Oradour-sur-Glane 🇫🇷

Laatste overlevende bloedbad overleden

https://nos.nl/artikel/2463376-laatste-overlevende-nazi-bloedbad-oradour-sur-glane-overleden

Het dorpje

Ik was vandaag de eerste die het dorpje om 09:00u binnenliep. Het regende heel licht. De straatklinkers waren nat. Een grijze mistwolk hing tussen de overblijfselen wat ooit gebouwen waren waar gezinnen woonden . Overal stonden oude autowrakken. De naamplaatjes op de gevels gaven aan wie er gewoond hadden. Cafe Chez Compain, smid Jean Depierrefiche, garagehouder Pierre Poutaraud. Dit zijn van die plekjes waar ik even stil wordt. Ieder jaar bezoek ik wel een plekje waar in één van de twee wereldoorlogen iets naars gebeurd is. Waarom ik dat doe kan ik niet precies uitleggen. Het is een bepaalde interesse die ik als kind al had.

Op zaterdag 10 juni 1944, vier dagen na D-day, naderden soldaten van een SS-eenheid dit kleine dorpje. Het was een zonnige dag en in Oradour stonden de mannen te wachten voor de distributie van de tabak toen de eerste SS-ers het dorpsplein opreden. Daarna ging het allemaal heel snel en alles gebeurde volgens een draaiboek dat vaak werd gebruikt bij het vernietigen van dorpen in Rusland. Alle inwoners werden verzameld onder het mom van dat er een algemene identiteitscontrole zou worden uitgevoerd. Heel belangrijk was dat alle inwoners rustig zouden blijven en dat er geen paniek zou mogen uitbreken. Dat zou namelijk de effectiviteit van deze komende massamoord niet ten goede komen. Duitse SS-soldaten deden dan ook heel goed hun best om het vertrouwen te winnen van de bevolking. Ze namen baby’s op de arm, voetbalden met de jeugd, maakten praatjes met de inwoners en lachten er op los. Hier namen ze een paar uur de tijd voor. Toen de bevolking was gerustgesteld nam de SS-pelotoncommandant het woord en vertelde op rustige toon dat voor een snelle controle allereerst de mannen van de vrouwen moesten worden gescheiden. Hierna werden de mannen in een zestal groepjes gescheiden en naar verschillende plekken in het dorp gebracht. Daarna zou iedereen naar huis kunnen. Wat opviel is dat voor ieder groepje mannen automatische machinegeweren stonden opgesteld maar dit deed de alarmbellen niet afgaan. Opeens klonk er gezellige dansmuziek uit luidsprekers en men luisterde verheugd naar de mooie muziek. Niet veel later klonk er een harde knal dat als startsignaal dienst deed om tientallen machinegeweren aan het werk te zetten waarmee de mannelijke inwoners op de diverse plekken in het dorpje werden doodgeschoten. De vrouwen en kinderen werden vervolgens in de dorpskerk opgesloten. Deze werd opgeblazen met dynamiet. De verstikkende rook zorgde ervoor dat iedereen naar buiten wilde vluchten. Echter, buiten de kerkdeuren begonnen de machinegeweren er ook op los te ratelen. De vrouwen en kinderen hadden slechts één keuze: sterven. Ze hadden twee keuzes waardoor: de kogel of de verstikkende rook. Slechts één vrouw wist te ontsnappen door uit een raam te springen. Daarna werd de rest van het dorp verwoest. In een paar uur werd een compleet dorp met koelbloedige efficiëntie vernietigd. 642 mensen vonden die dag de dood, slechts zes dorpelingen wisten te ontsnappen. Het dorp is redelijk groot en het is inderdaad zo dat je het gevoel krijgt dat de bewoners plots zijn verdwenen wat natuurlijk ook zo is. De auto van de dokter staat nog midden op een plein, de naaimachines staan nog in de winkel en in de werkplaats staan auto’s. De meeste gevels staan nog rechtop, maar de rest van de huizen is compleet verwoest. Ook de tramrails en bovenleidingen zijn nog intact. Deze tref je vlakbij het kerkje, daar waar de vrouwen en kinderen de dood vonden. Vooral de lichte regen maakte deze dag extra treurig.