Santa Claus village

Husky

Rovaniemi

Gisteravond arriveerde ik in Rovaniemi, Finland. Een groot dorp met dezelfde hoeveelheid inwoners als Sittard. Tijdens de landing keek ik door het raampje en zag nog net een knalrode zon achter de bossen verdwijnen. Onder me bevond zich één grote witte deken van dikke sneeuw. Prachtig om te zien.

Rovaniemi Lordi square
Rovaniemi Lordi square
Rovaniemi Lordi square
Rovaniemi
Rovaniemi

Spikes

Het vliegtuig taxiede naar zijn parkeerplekje. De landingsbaan was weliswaar ijsvrij maar de taxi-baan niet. Net toen de Boeing de laatste bocht wilde maken voelde ik het vliegtuig wegglijden. Een kleine spin. Niet te groot maar groot genoeg om de groep Chinezen voor me aan het schreeuwen te krijgen. Eenmaal buiten gekomen viel me op dat de wegen niet ijsvrij waren. Zelfs de stoepen niet. Mijn bus kwam al snel aangescheurd. Tijdens het remmen gleed hij niet weg. Naderhand zag ik dat alle banden waren voorzien van spikes: kleine metalen punten die ze in de rubberen banden hadden geschroefd. Deze vergrootten de grip op de wegen van ijs. Bij ons in NL zou het hele verkeer onder deze omstandigheden stop staan. Op deze wegen zou echt niemand willen gaan rijden. Zout strooien en sneeuw scheppen heeft hier evenveel zin als mijn busje poetsen bij mij in de straat met zoveel doorgangsverkeer. De laatste keer was volgens mij twee jaar geleden. Ik hou sowieso niet van auto’s. Als iemand me vroeg wat voor een auto ik had antwoordde ik steeds dat ik een Opel Vivaro bestuurde. Tenminste: dat dacht ik. Toen ik voor de eerste keer sinds twee jaar naar de TÜV ging om mijn busje te laten keuren zag ik ineens in de papieren staan dat ik de eigenaar was van een Nissan Primastar. Het zijn weliswaar precies dezelfde busjes maar ze dragen een andere merknaam. Zóveel geef ik om auto’s. Die van mij zit vol deukjes en krasjes en de cabine is één grote asbak. Héérlijk dat idee. Weer iets om me niet druk over te hoeven maken. Enfin.

Rovaniemi Airport

Bier

Ik slaap in een wel erg mooi hostel. De prijzen zijn hier echter stukken hoger dan de hostels waar ik doorgaans in verblijf. Het bier kost hier in de Roy Club 21€/liter. Ter vergelijk: Amsterdam 17,50€/liter, Sittard 11€/liter,Düsseldorf 7,50€/liter,Cambodja 1€/liter. Een stuk duurder dus. Het dubbele van de bierprijs in mijn stamkroeg. Waar ik eigenlijk een beetje moeite mee heb is het lopen over de stoep. Het voelt aan alsof je continu over de schaatsbaan in Glanerbrook loopt. Dus loop ik als zo’n zwangere eend al waggelend met kleine stapjes van A naar B. Maar dat doet dan ook iedereen hier.

Roy club
Hostel Koti

Santa Claus village

Goed voorbereid en vol goed doordachte plannen besloot ik de bus naar het zuiden te nemen. De bus die stopte ging helaas naar het Noorden. Ook goed. Met een groepje mensen van het hostel gingen we naar het Noorden, naar Santa Claus village. Eventjes buiten Rovaniemi hebben ze precies op de poolcirkel een klein dorpje gebouwd waar de goedzak zelf de hele dag zittend op een houten troon kleine en grote kindjes op zijn schoot trekt. Voor 40€ mogen ze er weer af. Uiteraard mét foto die je via internet kon downloaden. Óf voor 30€ een uitgeprinte versie op first quality keiglimmend fotopapier. Zelf kiekjes maken mocht uiteraard niet. Ik troostte me met de gedachte dat alle elfjes die hem het hele jaar door helpen met onze kadootjes in te pakken, ook te eten willen krijgen. Ik weet dat we met Cate Blanchette als Galadriel en Liv Tyler als Arwen zo’n zeventien jaar geleden op het witte doek qua elfjes heel erg verwend zijn geworden. Daar waar Arwen zich voor het mannelijke publiek ontsterfelijk maakte door te paard in een doorzichtig elfenjurkje Frodo redde van de Ringgeesten zo werd ik vandaag te woord gestaan door een elfje wat echt heel lelijk was. Zó lelijk dat zelfs de WA-verzekering haar niet wilde dekken. Geen betoverend goudblond haar. Nee. Gewoon zwarte sprietjes met daarover onhandig een rood-wit puntmutsje getrokken. Zelfs toen ze haar hoofd jeukte en het mutsje ietsjes omhoog schoof zag ik geen spitse oortjes. Wel zo’n lelijk tunneltje waar je met gemak een Tapas-aansteker kon doorluiken. Wat Madrid is voor Sinterklaas, is Rovaniemi voor de kerstman. Maar waarom Rovaniemi ?? Wij Nederlanders brachten Sinterklaas rond 1650 naar de Verenigde Staten. Zij verbasterden Sinterklaas naar Santa Claus. I.p.v. in pofbroekjes rondspringende zwarte Pieten kreeg de wit bebaarde gabber mooie elfjes met lieflijke, ondeugende spitsoortjes. En een paar honderd jaar later geven de Amerikanen ons de Kerstman weer terug en nu zitten we in principe te kijken met twee Sinterklazen. Of zie ik iets verkeerds ?

Huskies

In de verte hoorde ik hondjes blaffen. Huskieeees !!! Er zaten er zeker 12 voor een slee gespannen. Snel sprongen we er in en maakten een leuke rit door het besneeuwde bos. Tijdens de rit was een jaloers husky-teefje continu aan het bitchen met haar vriendje. Waarover werd me niet duidelijk. Waarschijnlijk had het mannetje wat teveel aandacht van het vrouwelijk schoon om hem heen. Tijdens de rit kreeg hij er zowaar letterlijk de schijt van. Hij poepte gewoon onder het rennen. Alleen het laatste stukje bleef er zo half uit steken. Die was te klein om er af te vallen maar je bleef hem wel ruiken. Dat wordt geheid krabben morgenvroeg. Zéker met deze temperaturen (-15c) 😂❄️🐶

Even de handjes warmen
Santa Claus village
Santa Claus village
Santa Claus village ligt precies op de poolcirkel

Finland

Op jacht naar het Noorderlicht

Het Noorderlicht. Eindelijk heb ik het gezien maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik toch enigszins teleurgesteld ben. Waarom ? Ik ben dus gisteravond met een Finse fotograaf meegegaan. Hij woont in Rovaniemi en hij weet waar de beste spots liggen om het Noorderlicht te kunnen zien. Buiten het feit dat er geen bewolking mag zijn is het ook belangrijk dat er geen lichtvervuiling is. Dus geen straatlantaarns, hotelverlichting of maneschijn. Als laatste moet de Kp-index goed zijn en natuurlijk moet er genoeg Zonnewind aanwezig zijn (!).
Ik kwam met hem in gesprek in de hazenlippenbar zaterdagavond. Zo noem ik de bar omdat ik op een uur tijd zeker zes personen met een hazenlipje spotte. Hij ging zondagavond op Poollicht-jacht en hij wilde me wel meenemen. Dit geluk heb ik weer dacht ik nog. Normaal gesproken zou met zoveel geluk op het moment suprême óf mijn SD-kaartje ineens vol zijn óf mijn batterij van het foto-apparaat zomaar leeg óf zo’n heel garnizoen yellende Chinezen bewapend met selfie-sticks ineens voor mijn lens opduiken. Hij pikte me met zijn jeep op bij het hostel en na een half uurtje rijden kwamen we aan op de open spot. Hij pakte zijn foto-materiaal uit en toen hij zijn kermis eenmaal had opgesteld was het wachten op dat wat komen ging. Daar stonden we dan beiden bij -12c naar boven te kijken. Ik voelde me net zo’n hondje wat tijdens het poepen naar boven naar zijn baasje staarde en er kwam maar niets. Toen we al een uur op die heuvel stonden te vernikkelen van de kou zei hij ineens: ”wel opletten he?”. Hij begon ineens als een bezetene te fotograferen en ik keek maar naar de donkere lucht maar ik zag niets. Hij zei:” je moet héél goed kijken”. En inderdaad. Ik moest heel goed kijken wilde ik een groen lapje licht zien. Was dit nu het Noorderlicht vroeg ik mezelf af en wachtte met fotograferen tot het fenomeen zich wat duidelijker toonde. Ik had eerlijk gezegd gehoopt op zo’n euforisch gevoel zoals ik vroeger als kind had toen mijn vader in zijn café voor de eerste keer de schakelaar van de disco-bol indrukte. Maar nee. Niets van dat alles. Nog geen oehs en ahhs. Géén kippenvel. Ik vroeg of dit “het” was. “Vind je het niet mooi dan ?”: vroeg hij. Ik grabbelde in mijn foto-rugtas en liet hem een folder zien waarin machtig mooie foto’s van het Noorderlicht stonden. Die knallende groene strepen, díe wilde ik zien. Niet die vage onduidelijke groene veegjes. “Ohhhh maar wacht maar zei hij, dat komt straks wel”. Voordat ik de juiste settings op mijn camera had ingesteld was het feest alweer voorbij. The show was over. Gelukkig had Lätti genoeg foto’s geschoten. Bij hem thuis aangekomen zette hij de foto’s op zijn IMAC. Vervolgens trok hij de foto’s door een fotoprogramaatje heen die de groene kleur zodanig deed versterken dat het begon te lijken op die in het foldertje. Helaas kwam ik met een fles Finse Karhu bier aan mijn lippen tot de conclusie dat het groene licht wat ik had gezien is not what you see is what you get. De foto’s zijn schijnbaar getruukt. Je kunt zelfs app-jes downloaden om de foto’s te bewerken. Helaas het is waar. Ik kreeg een paar fotootjes mee als aandenken en nadat hij me weer had afgezet bij het hostel droop ik stilletjes af naar de mannen-dormitory. Het is nu 05:00u in de morgen en schrijf deze ervaring op de kleine luchthaven in Lapland. Over een kwartier gaat mijn vlucht van Rovaniemi naar Helsinki en daarna vlieg ik meteen door naar Düsseldorf. Ik denk dat dit de laatste keer zal zijn dat ik een zo’n koude omgeving als Lapland bezoek. Maar toch ben ik blij dat ik het gedaan heb want ik heb hele mooie, aparte dingen gezien en gedaan. Toch heeft koude ook zijn beperkingen. Iedere dag jezelf inpakken om naar buiten te gaan. Je vrijheidsberoving in zo’n arctic pak. Nooit eens op een terrasje kunnen gaan zitten met de slippertjes en kort broekje aan. Tijdens het lopen ben je altijd op je hoede voor uitglijers. Kortom een heel ander way of living. Wintersportfanaten zullen me wellicht tegenspreken. En terecht uiteraard. Zij hebben een hobby als skiën of langlaufen en dat doe je in een skipak. Ik ben helaas niet ontworpen voor twee weken lang iedere dag hetzelfde te doen. Zeker van langlaufen zie ik totaal niet het nut. Ik ga me dan vervelen en anderen de kont uit hangen of mijn vriendin aan haar haren trekken. Of de hele dag in de kroeg hangen of meehelpen een appartement te latexen zoals destijds in de Dominicaanse Republiek. “Life finds a way”: zeg ik maar.

Likje van een Husky
Lynx gespot
Arctic pak
Iglohutje
Eland
noorderlicht.jpg