Huizen zonder mensen, een snelweg zonder verkeer, een kroeg zonder bier, wat moet je op zaterdagavond hier ? Het huis van God gesloten, mensen wonen in tenten, een voetbalclub zonder ballen waarom zijn alle huizen vervallen ?
Het gehuchtje Morschenich moest plaats maken voor de Hambach dagbouwactiviteiten van de RWE bruinkoolcentrale. De 494 inwoners verkochten één voor één hun huis aan deze energiereus en kregen een nieuw huis aangewezen in Morschenich-Neu, een nieuw uit de grond gestampt Duits dorpje, 7 km verderop. Een leuke bezigheid in deze Corona-tijd. Géén mensen dus safe ! Kopieer onderstaande getallen in Google Maps en je smartphone wijst je de weg. In de omgeving is nog méér te zien. Zelfs een verlaten buitenkartbaan.
In de hoofdstad van Oman, Muscat, gingen we een supermarkt binnen om het assortiment te bekijken waaruit de doorsnee islamitische burger van dit sultanaat zijn keuze kon maken.
De bakkerij De versafdeling. Hier kon je vers voorbereide gerechten in een bakje krijgen. Thuis hoefde je het alleen maar op te warmen. De verse visafdeling. In veel landen waar ik kom zoals ook in Oman is de vis die je kunt kopen de catch of the day. Hij is dan het meest vers. In Nederland hanteren we een andere definitie van vers. We vinden dat we vis minstens 3-5 dagen na gevangen te zijn moet laten besterven (in dit rottingsproces krijg je mals visvlees door middel van het afbreken van het collageen met enzymen). Dit zou de smaak ten goede komen. Ook de bereiding wordt daarmee vergemakkelijkt. Het is net een keuze wat je lekker vind natuurlijk. Ik geef de voorkeur aan de lokale markten waar de vis nog spartelend op het ijs in de bak ligt. Niet leuk voor de vis natuurlijk. Die stikt in principe. Maar hij is wel superlekker en nog heel stevig vanwege de rigor mortis (lijkstijfheid) die na de slacht intreedt en die enkele dagen kan aanhouden zoals hieronder dit stuk tonijn met een doorsnede van 25 cm (!) Wat dachten jullie van deze lamspootjes dan ? Of deze schapentong ?Varkenspootjes importeren ze gewoon uit Nederland Of het hart van een koe dan ? Of gevulde schapenmaag dan ? In Schotland noemen ze dit Haggis
Klokslag 23:07u vertrok onze bus naar Oman. Gisteren waren we naar het busstation Abu Hail gegaan om bustickets te kopen voor vandaag. De tickets voor de ochtend-en middagrit waren reeds uitverkocht. Alléén voor de nachtbus waren nog twee plekjes vrij en enkel te bemachtigen op vertoon van je visum. Op de website van Oman stond echter geschreven dat je de visa bij de grensovergang “on arrival” kon kopen. Helaas was deze info gedateerd. Dan maar eens online proberen. Op de officiële Oman-website van de regering kreeg ik geen account aangemaakt. Het lukte me wel om visa te bestellen via een Visa-website in Barcelona. Per stuk betaalde ik ineens 55$ i.p.v. 15$. Het visum van Angelica kreeg ik meteen in mijn emailbox maar die van mij helaas niet. Met als gevolg dat we dus geen bustickets kregen. Pas op de dag van vertrek heb ik via via mijn visum kunnen krijgen. Dat was even 24 uur peentjes zweten. Bedenk even dat we de auto in Muscat al gehuurd hadden en alle slaaplocaties al geboekt/betaald waren. Onze reis heeft helaas 12 uur vertraging opgelopen waardoor we een aantal geplande spots maar moeten skippen. Dubai kent een uitstekend wegennet waardoor we binnen twee uur de grenspost van Dubai bij Al Wajajah-Hatta hadden bereikt. In eerste instantie wilde ik in Dubai een auto huren en zelf naar Oman rijden maar er kwamen zoveel huurauto’s die vanuit Dubai naar Oman gingen niet meer terug bij de eigenaar dat de verhuurboys er maar mee waren gestopt.
Een kwartier later stopten we bij een Omaanse controlepost. Iedereen moest de bus uit en zijn koffer op een tafel in de buitenlucht aanbieden ter controle. Meestal heb ik dit soort controles bij aankomst op een luchthaven maar als je over de weg rijd zijn de controleposten leuker. Zo stond ik eens bij de grensovergang van Honduras naar Nicaragua 🇳🇮met een thermometer onder mijn oksel. Boven de 38c kon ik mijn stempeltje wel vergeten.Weer een kwartier later kwamen we aan bij een tweede checkpoint alwaar we onze stempel op vertoon van onze visa in ons paspoort kregen. We waren binnen ! 🇴🇲Foto’s maken bij de grens was ten strengste verboden dus moest ik het maar weer eens stiekem doen. In het douanegebouw was een Spar-winkeltje waar ik een stuk worst kocht. Het vlees was erg hard. Als ik dat had geweten had ik vanmorgen een ander gebit in mijn mond gedaan. Eenmaal buiten pakte ik mijn iphone om een foto te maken van Yasser, onze beer van een chauffeur, die op zijn bordeelsluipers en in een witte djellaba aan kwam gelopen.Meteen toen hij mijn Iphone zag wees hij me er op dat het maken van foto’s hier absoluut verboden was. Helemaal vergeten !! Tja. Vergeetachtigheid. Bij de een zit de oorzaak in een vloeitje, de ander zegt dat het een vorm van hoogbegaafdheid is en weer een ander wijt het aan een té druk leven. “Mijn geheugen is miserabel slecht” zei ik net nog tegen de liefde van mijn leven. Angelica: “hoe slecht is het dan ?” Ik:”hoe slecht is wat ? “ Dat bedoel ik dus. Af en toe voel ik me net zo’n Alzheimertje en denk aan later: iedere dag nieuwe vrienden maken, iedere dag nieuwe gerechten proeven en met Pasen mijn eigen eitjes verstoppen. Laat maar komen dan !
De geplande route en de hotspots van onze reis
Dé hotspots liggen in het noorden van het land
Dag 2: Muscat de hoofdstad
Bij het spiksplinternieuwe vertrekterminal van het vliegveld van Muscat stapten we uit de nachtbus en liepen meteen door naar binnen voor onze huurauto op te halen. Ik vroeg me af waarom ze een vertrekhal “terminal” noemen als vliegen zo veilig is als ze beweren. Omdat we in Dubai vertraging hadden opgelopen was onze huurauto alweer door verhuurd aan een ander. Gelukkig kregen we snel een andere auto. Een nieuwe Suzuki Liana uit 2019 waarvan de autogordels nog in het plastic zaten. Aangekomen in Muscat gingen we eerst even een dutje doen want tijdens zo’n nachtelijke busreis ben ik op mijn alerts en doe ik geen oog dicht. Op onze kamer van het appartement was alles aanwezig. Zelfs een vaatwasser. Maar die was kapot. Ik kreeg meteen een flashback naar vroeger. Ik was 12. De vaatwasser was kapot gegaan. Het zou twee weken duren voordat de nieuwe kwam. We hadden afgesproken dat ieder één week de afwas zou doen. Mijn broer Dave en ik de eerste week en mijn ouders de tweede week. Toen onze week voorbij was kwam er toevallig een vrachtwagen langsrijden met de nieuwe vaatwasser 😅🖕🏻.Snel gingen we naar de Mutrah Souk, een traditionele Arabische markt onder een houten dak. De spulletjes die verkocht worden staan heel chaotisch opgesteld. Prijzen staan nergens vermeld. Loop je voor een paar teenslippers naar binnen dan loop je even later naar buiten met een flesje Amouage, het duurste parfum ter wereld welke hier wordt aangeboden. Als Nederlander kun je hier je hart ophalen. Afdingen kunnen ze hier als de beste. De vuistregel is 30% korting met cash geld. 10% korting met je creditcard. Dus gewoon lekker cash meenemen 😉. Achter de Souk bevindt ze de Mutrah corniche: een promenade langs de kustlijn waar mensen op en neer paraderen om hun nieuwste patta’s te showen aan het zittend overwegend mannelijk publiek. Hier zitten ze gewoon een kopje thee te leuten. Zonder ipad, zonder macbook, zonder iphone. Gewoon een beetje zwijgend rondkijken. Psychos…Bij restaurant Royal House had Angelica tiger-gamba’s. Ik eet de komende 10 dagen alleen maar lamsvlees. Dat heb ik mezelf thuis beloofd. Als hoofdgerecht nam ik Shuwa: hét lekkerbekken van Oman. De ober maakte me wijs dat dit lamsvleesgerecht gemarineerd was in Omani specerijen, vervolgens verpakt was in bananenbladeren en gedurende twee dagen in een zandoven was geplaatst. Ik geloofde hem op zijn hemelsblauwe ogen en een half uur later had ik geen spijt van mijn keuze. Die man wist waar hij het over had. Waar kom je ze nog tegen dan ? Súperlekker !
Dag 3: Muscat-Sur
Al heel vroeg vertrokken we naar de Sultan Qaboos moskee met op de achtergrond de ruige Hajarbergen. Een hele grote moskee met een capaciteit van 20.000 mensen die daar kunnen gaan bidden in het gigantische complex. Een vrouw gooide een zwarte Boerka over Angelica’s schouders zodat alles goed bedekt was 🧝🏽♀️. Nu mochten we naar binnen. Aan het plafond hing de grootste kroonluchter die we ooit hadden gezien. Wel liefst 9000 kg zwaar en bezet met 600.000 stukjes kristal. Ik heb ze niet nageteld maar ik geloofde de man die dat vertelde op zijn woord. Je zult ze maar moeten poetsen. Een dik uur later zaten we in de auto op weg naar Sur in het oosten. Onderweg stopten we even bij de Bimmah sinkhole in het Hawiyat Najm park. Op een dag was hier gewoon een gat in de grond geslagen en met de tijd was het volgelopen met water. Mensen zagen het nu als een openbaar zwembad en zwommen er baantjes in het heldere turquoise water. De lokale bevolking gelooft nog altijd dat hier een meteoriet is ingeslagen. Vandaar ook de naam Hawiyat Najm: de vallende ster. We hadden van te voren een aantal vissen gekregen van een groepje Omani mannen die een weekendje aan het kamperen waren bij zee. Ze waren redelijk bezopen en heel vriendelijk. Uit respect kreeg Angelica geen hand, maar ze boden haar meteen een stoel aan en een kopje koffie. Ikzelf mocht van de whiskey die ze bij zich hadden proeven. De vissen heb ik later maar weggegeven aan de toezichthouder van de sinkhole. Hij was er blij mee want hij was zijn boterhammetjes vergeten vanmorgen. Hetzelfde als in Dubai genieten vrouwen hier een voorkeurspositie. In Dubai mogen mannen op straffe van een geldboete niet naast vrouwen zitten in de trein. De vrouwen zijn heel mondig en wijzen je meteen op hun recht als je hun gedeelte binnen stapt. Hetzelfde zagen we met wachtrijen. Er zijn aparte wachtrijen voor single mannen en wachtrijen voor gezinnen met vrouwen. Ongeveer 75% van de vrouwen is hier gesluierd maar we hebben niet de indruk dat de vrouwen hier onderdrukt worden. Integendeel ! Ze doen dit uit respect naar hun man toe. Geen enkele andere man mag hun lichaam zien. Onder de boerka zit natuurlijk Victoria’s geheimpje. En dat willen ze alleen voor hun man houden. Dat is even een ander verhaal dan dat wij kennen. Iedere man mag meerdere vrouwen hebben. Dit idee is heul lang geleden geboren. Toen vrouwen weduwe werden als de mannen niet meer terugkeerden van het oorlogsfront met de Christenen. Een weduwe mocht dan aansluiten bij een andere familie zodat ze onderhouden kon worden en niet aan de bedelstaf raakte zoals bij ons in het westen het geval was. Er was maar één voorwaarde. De man van de familie mocht de weduwe alleen toelaten als hij in staat was haar te kunnen onderhouden én dat hij haar hetzelfde behandelde als zijn eigen vrouw. Hier lijkt mij absoluut niks mis mee. We zagen een oud vrouwtje. Ze was 102 jaar en keek naar de mensen die voorbij liepen. We kwamen met haar in gesprek. Ik vroeg haar of ze een goed leven had gehad . Ze begon te lachen en antwoordde bevestigend. Toen ik haar vroeg of ze niet bang was om te sterven zei ze:”tuurlijk niet, ik heb een mooi leven gehad. En daarbij sterven er vrij weinig mensen van 102 jaar oud”. Geweldige humor ! Onderweg naar Sur kwamen we nog een 2000 jaar oud gebouwtje tegen. Hier lag vroeger het stadje Qalhat waar Marco Polo rond 1300 nog zijn handelswaar probeerde te verslijten. Van het stadje was niks meer over. Alleen het uit zandsteen en koraal (!) gebouwd huisje stond er nog. Hierna bezochten we in Sur een bouwplaats voor originele houten Arabische boten, Dhows genaamd 🛶. Heel interessant om te zien hoe deze boten met de hand worden gemaakt. In tegenstelling tot bij ons worden hier nog heel veel spullen met de hand gemaakt. Bij ons is dingen maken niet meer hip. Wie kan nog nu nog zelf iets maken ? Veiligheidsregels zoals helmen, handschoenen en brillen kennen ze hier niet. Gewoon lekker met de slippertjes aan het werk. Zelf mocht ik even meehelpen een stukje plafond te maken. Leuk toch ? Dit krijg je bij ons op het werk niet geregeld. Om 22:00u liepen we onder begeleiding over het strand om te kijken hoe schildpadden eitjes legden in het zand van het Ras al Jinz reserve. Even verderop waren ze net uitgekomen en we bekeken een schildpadje 🐢 wat zijn weg zocht naar de zee. Na een rit van een dik uur kwamen we rond 01:00u aan in Tiwi. Een heel klein dorpje waar iedereen al sliep. Op één jongen na. Hij wees ons door de wirwar van nauwe steegjes de weg naar ons guesthouse. De douche was helaas kapot dus gingen we maar met het zand tussen onze tenen ons bed in. Goodnight 💫🌙
Dag 4: de Wadi’s van Oman
Eindelijk ! Ons doel bereikt. Jongens, jongens, wat is moedertje Aarde toch mooi😍💥. De Wadi’s van Oman stonden al heel lang op mijn bucketlist. De eerste drie dagen waren natuurlijk ook mooi maar toch ben ik gedurende die dagen in een gezonde spanning vanwege datgene waarvoor we naar Oman 🇴🇲 zijn gekomen: de Wadi’s ⛰🏝Oman bestaat voor 80 procent uit woestijn, maar dat wil niet zeggen dat er geen groene natuur te vinden is. Integendeel. In een groot aantal schitterende schaduwrijke valleien, zogenoemde wadi’s, vind je heerlijk zoet water omgeven door groene palmen en planten. En hier liepen we door heen. Klauterend over dikke rotsblokken, met een bootje of te voet door het water, soms uitglijdend over de gladde stenen, langs palmbomen, zwemmend door het water. Lekker even outdoor.
Wadi Shab
Tijdens een hike van een uur heen en een uur terug liepen we langs de meest heldere smaragdgroene poelen, grote rotsen en indrukwekkende kliffen. We kwamen langs verschillende kleine poelen, waar het prachtige en heldere turquoise water zeer uitnodigend was om even een duik te nemen. Maar we moesten even wachten tot we bij de laatste poel waren aangekomen want alleen hier mocht gezwommen worden. Op de terugweg kwamen we op het idee om terug te lopen via de Aflaj, een soort irrigatiesysteem waarbij kleine, smalle aquaductjes het water van de bergen geleidelijk naar de moestuintjes van de dorpjes leidden.Dit was stukken korter omdat we niet meer over de rotsen hoefden te klimmen. Het bootje terug vertrok al over 45 minuten en we waren al laat.
Wadi Tiwi
Tahir, de eigenaar van het guesthouse bood ons een 4WD-tour aan om deze Wadi te bezoeken. Hij zou ons gedurende twee uur door de bergdorpjes rijden en ons de huizen laten zien waar zijn familie woonde. Ook zou hij ons kennis laten maken met zijn vrienden. Dit aanbod konden we natuurlijk niet afslaan. Onze auto was niet geschikt voor de zeer steile wegen door de bergen. De wegen waren zo smal dat je wel eens vast stond op een weggetje en dat één van de twee auto’s 🚗 een stuk moest terugzetten om baan te maken voor zijn tegenligger. Zolang dat een local was ging het nog. Maar een toerist als bestuurder had heel wat werk te verzetten. Logisch ook. Wij zijn het niet gewend om op dit soort paden te rijden. Wadi Tiwi kent wederom smaragdgroene wateren en grote rotspartijen, maar ook oude dorpjes en plantages. De wadi spreidt zich namelijk uit over 36 kilometer waar dorpjes zich hebben gevestigd. In de dorpjes worden dadels, mango’s en bananen geteeld vanwege de vruchtbare grond. We zijn de Wadi helemaal tot in het laatste van de negen dorpjes gereden (Miba). De weggetjes maakten gevaarlijke bochten en het betonnen wegdek was niet altijd zonder gaten. Gelukkig kende Tahir deze bergweggetjes als zijn broekzak.
Wadi Bani Khalid
Ook deze Wadi vertoonde veel gelijkenissen met Wadi Shab en Tiwi. We zijn blij dat we de drie mooiste Wadi’s van Oman hebben mogen zien. Morgen gaan we naar Nizwa. Het wordt een flinke rit maar ook dit gaat zich vast lonen. Eerst gaan we in bed nog even nagenieten van alle foto’s van vandaag. Helaas hebben we geen bier 🍺 om de avond af te blussen. Dat is hier vanwege de strenge wetgeving even schaars als een broodje kroket in Zimbabwe 🇿🇼. Doei ! Knor 💫🌙
Dag 5-6 Nizwa-Jabar Shams
Voor een benzineprijs van 0,48€/liter hoef je in Oman niet op de kilometers te letten als je een roadtrip maakt. Waar je wel voor moet uitkijken zijn de vele flitspalen in dit land. Ik heb ze een half uur lang geteld: om de vijf kilometer stond er ene klaar om jouw nummerbord op de gevoelige plaat vast te leggen. Wat dan wel weer helpt is het zenuwachtig makend piepgeluidje wat in je auto klinkt als je te hard rijd. Wil je dus harder rijden dan toegestaan dan dien je de autoradio flink hard te zetten wil je dat geluidje niet meer horen. In Namibië maakten we voor de eerste keer kennis met dit systeem en het werkte goed. Misschien iets voor bij ons ? Wat we minder vonden waren de snelheidsbegrenzers in de vorm van betonnen drempels op de weg. Deze werden niet altijd middels bebording aangekondigd. Dan doemde ineens voor je zo’n betonnen bult op en moest je vol in de remmen anders maakten zich vier wielen los van de grond.
Kasteel Jibreen
05:30u. Als ik dan weer eens eerder wakker ben dan Angelica en ik haar bekijk dan weet ik bijna zeker dat ze het in het testpanel moet hebben gezeten van de ontwikkeling van de nieuwste slaaptablet. Haar lichaam heeft het nooit 100% kunnen verwerken. Ik besloot me tijdens het douchen maar weer eens te scheren. In Oman heeft iedere man een goed verzorgde baard. Ik hoef dat niet. Bij ons is het de laatste jaren bij de mannen een trend om weer een baard te dragen. 100 jaar geleden trokken mannen met baarden bomen uit de grond, slachtten ze kippen en varkens met hun blote handen en werkten 12 uur per dag gedurende zes dagen in de week. Nu staan ze bij de DM in Tüddern te twijfelen welke gezichtscrême het beste voor hun type huid is 🔫.
Al heel vroeg (07:30u ) zaten we in ons cheap huurautootje op weg naar Jabal Shams, één van de trekpleisters van Oman. Onderweg stopten we bij kasteel Jibreen. De mooi gedecoreerde vertrekken gaven een goed beeld van hoe het leven op het kasteel moet zijn geweest eeuwen geleden. De entree was met 1,10€ (!) per persoon, supergoedkoop.
Fort Bahla
Even verderop lag dit mooie fort. Fort Bahla staat op de UNESCO werelderfgoedlijst en heeft de status van het belangrijkste historische monument van het sultanaat. Ook hier was de entree 1,10€ per persoon. Onderweg stopten we bij een lokale markt waarbij vanaf de achterklep van de auto een visser zijn vissen te koop aanbood en ze ook nog eens schoonmaakte en in stukken sneed.
Misfat al Abriyyin
Dit kleine dorpje lag helemaal boven op een berg en er was maar één slingerweg naar toe. Bij de ingang van het dorpje stond een bord waarop stond dat zowel mannen als vrouwen uit respect voor de lokale bevolking een lange broek/rok dienden te dragen. Twee Italiaanse vrouwen meenden dat niet te hoeven doen. Sommige mensen hadden de baarmoeder nooit mogen verlaten. Het traditionele dorpje was gebouwd op rotsen en de meeste huizen waren gebouwd van leem. Het was één grote wirwar van nauwe gezellige steegjes en ontelbare ongelijke, steile trapjes. Boven de steegjes waren de gebouwen met elkaar verbonden. Schitterende dadelpalmen waaiden boven de terrassen en in een authentiek restaurant mochten we een hele schaal dadels “uit eigen tuin” proeven. De bewoners leven in eerste instanties van datgene wat hun eigen tuin te bieden heeft en daarnaast wat de toeristen nodig vinden om uit te geven. Alle tuinen werden van water voorzien door de Aflay, een ongekend irrigatiesysteem wat ik alleen nog maar in Oman heb gezien.
Jabal Shams
Al 10 km vóór Jabal Shams werden we door een Omani op een parkeerplaats aangesproken op het feit dat de berg met onze auto 🚗 niet te bereiken was. Hij zou ons er naar toe rijden voor 20 Rial per persoon. Omgerekend zouden we dan 90€ kwijt zijn geweest ware het niet dat ik het niet vertrouwde. Op de plek waar het asfalt overging naar een hobbelig kiezelpad stonden een drietal locals. Voor 15 Rial voor twee personen bracht hij ons naar boven. Dit was een stuk goedkoper. De weg was zeer zeker hobbelig maar achteraf gezien hadden we dit gemakkelijk met onze eigen auto kunnen doen. We zijn vorig jaar met een Fiat Panda het Atlasgebergte van Marokko 🇲🇦 overgestoken dus enige ervaring hadden we al. Eenmaal boven aangekomen genoten we van het mooie uitzicht van de hoogste berg van het Hadjargebergte in het noordwesten van Oman.
Nizwa fort
In dit fort zagen we een aantal vrouwen die op traditionele wijze hun beroep aan het uitoefenen waren. Hierna gingen we iets eten in deze stad. Het viel ons op dat in het restaurant maar drie tafeltjes stonden. Aan de achterzijde waren een aantal tafeltjes afgeschermd door schotten. Door een gordijn kon het personeel de ruimte binnenlopen om de klanten te bedienen. De Omani hechten veel waarde aan privacy werd ons uitgelegd. Achter het gordijn kon ook de boerka even af zodat de vrouwen fatsoenlijk konden eten zonder hun kleding vies te beknoeien. Dit stukje privacy zie je ook terug in de bouw van een huis. Eerst wordt de grond aangekocht. Vervolgens wordt er eerst een twee meter hoge muur om het perceel heen gebouwd. Pas daarna begint men met de bouw van het huis. Voor onze begrippen een beetje vreemd. Zeker gezien het feit als je ‘s avonds in het donker een ommetje met de hond maakt en overal de huizen naar binnen kan kijken. ’s Avonds vielen we heerlijk in slaap in deze mooie Airbnb in Nizwa. Het huis was 300 jaar oud en helemaal gerenoveerd. Op sommige plekken was de originele lemen muur nog zichtbaar. Onze handen gleden over het materiaal wat gemaakt was van stro, leem en kamelenpoep.Nog een leuk detail: als mannen elkaar hier groeten dan gaat dat anders als bij ons. Ze stellen niet één vraag (hoe gaat het ?) waarna ze één antwoord krijgen (goed), maar ze stellen zeker tien vragen. Hoe gaat het met jou, je broer, je zus, je vader, je moeder, leeft je goudvis nog, woon je nog fijn, doen de kinderen het goed op school enz. Deze vragen (en antwoorden) zijn dermate ingebakken dat de een het antwoord al gegeven heeft voordat de ander de laatste medeklinkers uit zijn mond heeft laten vallen. En dat gesprekje gaat dan supersnel. Heel grappig om te horen.
OLIJF is een Mediterraanse Gastrobar gevestigd op de hoek van de Putstraat en Paardestraat. Met een warme inrichting en charmante locatie is dit de ideale plek om te genieten, zowel aan de bar of in het restaurant. De naam OLIJF is ontstaan, omdat olijven, in welke vorm dan ook, de basis vormen voor de Mediterraanse keuken. Een puur, eerlijk en overheerlijk product. Eigenschappen waar ook wij voor staan en die we vertalen naar ons menu.
Lars, Beryl en hun enthousiast team staan voor U klaar !
Kantoor Duitsland:
Zum Klufgen 1
52538 Tuddern( Selfkant)
Im gebaude der Kreissparkasse
Weten wat de eerst stap is om meer geld te krijgen voor jouw huis?
Wauw!!! Wij willen jou feliciteren……
Je bent namelijk zo slim geweest om tot hier te komen, en dat is de eerste stap.
Het is makkelijk om dingen te laten liggen
maar jij doet dat dus niet.
en ALLEEN ZO krijg je méér geld
voor jouw huis
En weet je……, baat het niet, dan schaadt het niet.
Want het kost eigenlijk géén moeite om even te kijken wat onze methode inhoudt.
En het is slim omdat je er juist veel mee kunt verdienen.
De Bestseller Methode | Méér Geld, Hetzelfde Huis
Ontdek hoe je tot 30% meer kijkers krijgt voor je pand en hoe je gemiddeld genomen tot 18.000 euro meer voor je huis kunt krijgen.
Geef ons jouw huis in de Verkoop en je krijgt direct onze ‘Meest Waardevolle Aanpak Ooit’.
De BESTSELLER methode:
✔️Gratis Topvideo met ingebakken Plattegrond.
✔️Gratis Waardebepaling Vooraf zonder verplichtingen
✔️Gratis Explosieve Marketing met o.a. betaalde advertenties op facebook en KijkMijnHuis
✔️Gigantisch: 400.000 hits per op jaar op 140 panden
✔️Geruststellend: meer dan 2500 klanten gingen je reeds voor
✔️Garantie: Verkopen wij niet dan betaal je geen courtage!
Wij vertellen je ook iets dat je moet weten maar wat de meeste Makelaars nooit zullen prijsgeven.
STEL JE VOOR DAT HET ALLEMAAL LUKT!!
We zijn er zeker van dat onze methode werkt. Het is ook onderzocht en gepubliceerd door Metronieuws en RTL Z. Vraag hier binnen 20 seconden je Gratis Waardebepaling aan en weet snel wat de BestSeller Methode voor jou kan betekenen.
We werden al vroeg bij ons hotel in Kuching opgepikt door onze gids. In een klein, gezellig vissershaventje namen we plaats aan boord van een klein, houten motorbootje. Deze bracht ons vliegensvlug naar het zandstrand van Bako NP. We moesten van de kapitein tijdens het uitstappen in zee uitkijken voor krokodillen want deze schenen heel kort aan het strand te zitten. We deden onze schoenen uit en sprongen één voor één van de boot voorzichtig in het water. De Maleise kapitein vroeg waar we vandaan kwamen. “Nederland”: riep ik met harde stem om de nog lopende buitenboordmotor te overstemmen. De man moest hard lachen. Er lopen hier apen rond die ze “Nederlanders” noemen. De officiële naam luidt de Proboscis monkey maar de Maleise bevolking noemt deze aap Orang Belanda ofwel de Nederlander, waarmee ze de gelijkenis met de eerste scheepslui en missiepaters bedoelden, die in de 17e eeuw op Borneo voet aan wal hadden gezet. Zij hadden in de ogen van de lokale bevolking net zo’n grote lange neus en een bolle buik als de neusaap. Tja…. daar stond ik dan als Nederlander met bierbuikje tot mijn knieën in het water. Angelica en de kapitein moesten lachen. Vervolgens begon hij over Wesley Sneijder, Arjen Robben en Rafaël van de Vaart en zijn mooie vrouw Sylvie Meis. Ouch, wrong touch. Ik moet dat wijf niet. Dat zijn geen vrouwen maar gold-diggers pur sang. Ze laat geen kans liggen en gaat liggen als ze de kans krijgt. Ze heeft meer zakken op haar kin gehad dan de kolenboer van Munstergeleen vroeger op zijn rug. Meteen bij aankomst werden we verwelkomd door een tweetal neusapen. Eigenlijk dé reden om naar Bako NP te gaan. Ze zaten heel kortbij en dit was mijn Kodak-momentje. Ze hadden echt een dik buikje en een neus welke me deed denken aan een vriend van me uit Sittard (W.P.-> 😘😂👌🏻). Even verderop zagen we een aantal gifgroene slangen. Volgens onze Chinese gids Alex (Chinezen hebben allemaal een Engelse bijnaam) was dit de Pope’s Pit Viper. Dit weet ik zeker omdat Alex een krasje op zijn tong had en alles 20x tot vervelens toe herhaalde. Hun giftandjes in onze handjes zou het gif in het bloed door onze aderen transporteren en eenmaal aangekomen bij het hart de hartspier lamleggen. Dan ben je dus zwaar de lul. Met mijn zoomlens hoefde ik gelukkig niet té dichtbij te komen. Minder geluk had ik toen we aan de hike over de rotsen begonnen. Na een half uur zagen we een tweetal Siamang apen op een leuning zitten. Ik heb altijd een drietal lenzen in mijn tas. Ze hebben een klik samen. Échte cameraatjes. Ik had een lens op m’n camera zitten waarbij ik eigenlijk té dichtbij moest komen. Maar de apen vonden dit zo te zien niet erg. Ze gaapten zelfs uit verveling. Hun hoektanden werden hierbij ontbloot en waren zeker drie centimeter lang en vlijmscherp. Die waren niet bedoeld om blaadjes te kauwen. Die waren bedoeld om het vlees van het bot van hun prooi te scheuren. Om zich te verdedigen tegen té dichtbij komende fotografen. Om met hun tanden ons lichaam te penetreren en ons bloed te voorzien van de rabiës die ze al hun hele leven met zich meedragen. Alle apen, honden en katten in zuid-oost Azië dragen dit virus met zich mee en jaarlijks overlijden ook genoeg mensen hier aan. Mijn fototas lag open op de grond en ik besloot mijn telelens te nemen. Ik zette twee stappen achteruit. De aap keek me aan. Nog een stap achteruit. Ik mocht niets doen wat hem niet beviel. Zijn rabiës zou er dan voor zorgen dat hij ineens héél agressief zou worden. En dat werd hij ineens ! Hij wachtte op een moment dat hij de aanval in zou zetten. Het leek alsof hij mijn zwakke plek aan het zoeken was. Ik vroeg Angelica om mijn camera en cameratas te nemen en weg te gaan. Onder me lag de stok die ik had gebruikt tijdens de hike. Deze raapte ik langzaam op en verloor zijn ogen niet uit het oog. Toen brulde hij hard en kwam mijn richting op met wijd opengesperde mond, zijn vlijmscherpe gele tanden goed zichtbaar. Ik schreeuwde ook en maakte me groot en zwaaide met mijn stok zo hard ik kon. Waarschijnlijk had hij al vaker klappen van een stok mogen ontvangen want dit bleek te werken. Langzaam gingen we achteruit. Stapje voor stapje. Als een volleerd Aikido-fighter zwaaide ik met de stok heen en weer en produceerde van dat Bruce-Lee-katten-gemiauw wat ik heb geleerd tijdens mijn pubertijd toen ik mezelf naar het leven stond tijdens de uitvoering van mijn vechtoefeningen met mijn zelfgemaakte Tsjakko op mijn slaapkamertje. Alex, de gids, had het geschreeuw gehoord en vroeg wat er aan de hand was. Nadat we hem dat in geuren en kleuren hadden verteld deelde hij ons mee dat we veel geluk hadden gehad. De hike was supermooi. De trail bestond uit klimpartijen over rotsen en boomstammen. Steil omhoog en ook weer steil omlaag. We liepen over krakende houten bruggetjes en sprongen over kuilen in de grond. Onderweg kwamen we een legereenheid met vrijwilligers tegen. Ze waren al twee dagen aan het zoeken naar een 70-jarige Taiwanees die zijn twee vrienden was kwijtgeraakt in het uitgestrekte regenwoud. Aldus de plaatselijke krant in Kuching. Alleen locals vinden hier de weg terug. Ik vraag me sowieso af en toe af hoe mannen de hele wereld hebben kunnen ontdekken. Ik vind nog niet eens twee dezelfde sokken in mijn sokkenla. Bij het strand aangekomen namen we de boot terug naar ons hotel in Kuching. ‘s Avonds liepen we nog even over Carpenterstreet waar het Mooncake-festival al een week bezig was. Hier hebben we een drietal heerlijke octopus-en twee lamsspiezen gegeten en deze afgeblust met een paar lekkere, koele blikjes Tiger-beer.
Sarawak, Mooncakefestival
In de hoofdstad van Sarawak, Borneo bezochten we het jaarlijkse Mooncake-festival. Dit werd gehouden in de met gekleurde, papieren lantaarns verlichte Carpenter street van Kuching. Een maancake is een traditioneel Chinees gebakje welke je alleen in september en oktober kan eten. In de 14e eeuw werden briefjes in deze koekjes verstopt. Op deze briefjes stond de tijd en datum geschreven wanneer de Chinezen in opstand moesten komen tegen hun Mongoolse overheerser.cWij zagen de koekjes meer als een startsein om lekker te gaan eten en bier te gaan drinken. Werkelijk overal stonden eetkraampjes en we hadden nog nooit zo’n verscheidenheid aan eetwaar gezien. Het zag allemaal zo lekker uit maar het is heel moeilijk te beschrijven hoe iets uitziet of smaakt. We waren getuige van een bokswedstrijd midden op straat. Twee boksers gingen echt serieus met elkaar de strijd aan en hakten vol op elkaar in. We waren moe en wilden ergens zitten maar we zagen nergens stoeltjes. In een grote soort partytent zagen we nog enkele stoeltjes vrij. Snel gingen we er op zitten. Zo. Rust ! Om ons heen zaten mensen te wachten op het optreden dat voor onze ogen zou gaan plaatsvinden. Ineens was er opwinding. Een heel belangrijk iemand kwam de tent in en gaf iedereen een hand. Het bleek de burgermeester te zijn. Hij gaf ons een hand en met een lach heette hij ons welkom in zijn stad. We voelden ons een beetje beschaamd want we zaten in een tent met allemaal notabelen van de stad. Deze hadden we niet zien aankomen haha😂.
Sarawak, Semmenggoh Nature Reserve
Een dag later zouden we gaan overnachten bij afstammelingen van koppensnellers die vroeger dit gedeelte van Maleisië bevolkten. Op onze weg er naartoe stopten we bij het Semenggoh Nature Reserve. Jonge orang-oetans, die wees of gered zijn uit gevangenschap worden hier getraind hoe ze in het wild moeten overleven. Het succes van dit programma heeft het omliggende bosreservaat voorzien van een bloeiende populatie van jonge volwassen orang-oetans, die nu vrij in het wild leven. Ze brengen het grootste deel van hun tijd door in de jungle maar komen vaak terug naar het verzorgingscentrum om een gratis maaltijd te scoren. Geduldig wachtten we op de komst van een Orang-Oetan. Een bewaker probeerde met een lokroep en een mand vol lekkers de apen te lokken. Aangezien er geen hek was tussen ons en de Orang-Oetans moesten we heel voorzichtig zijn en de Orang-Oetans vooral niet in de ogen aankijken. Dat zouden ze kunnen zien als een provocatie en hun kunnen verleiden tot de aanval over te gaan. Opeens zagen we in het woud in de top van de bomen bladeren bewegen. De bewakers waren op hun hoede en maanden ons iets terug te gaan. Hij zou er aan komen. Het was een alfa-mannetje met de naam Ritchie. Hij kon heel agressief zijn en had al eens de keuken compleet vernield. Ze wisten niet welk humeur hij vandaag zou hebben. Daar kwam hij dan. Reusachtig groot. Slechts 10 meter van ons verwijderd. Gelukkig had hij meer oog voor de mand met lekkers. Het was een fantastische, spannende ervaring dit beest in het wild te mogen zien. Hierna bracht onze overenthousiaste begeleidster ons naar het longhouse waar u zouden blijven overnachten.
Sarawak, overnachting bij de afstammelingen van de koppensnellers van de Iban-stam in een longhouse
In een longhouse woont een hele gemeenschap, soms bestaande uit wel zestig gezinnen. Een longhouse bestaat uit houten hutjes met metalen daken die gebouwd zijn op korte palen. Dit is gedaan omdat ze meestal gebouwd worden nabij een rivier. Alle huisjes zijn aan elkaar geschakeld dus je kunt als het ware in één wandeling door het dorp alle huisjes zien. Het oudere echtpaar Karum en Louis heette ons van harte welkom. Ze waren rechtstreekse afstammelingen van de Iban-stam. De Iban leven vooral van jagen en verzamelen en jagen vooral op boseekhoorns, zwijnen, honingberen, slankapen, neusapen, gibbons, ratten en verder al het andere dat eetbaar is. Iedere dag gaan de vrouwen van dit paaldorp om 05:30u de jungle in om planten en groenten voor deze dag te verzamelen. De woonkamer van ons verblijf was eenvoudig maar knus ingericht. Er stond een TV, een aantal stoelen en een eettafel. Aan de wand hingen een aantal op papier uitgeprinte foto’s. De keuken stond vol met spulletjes om lekkere gerechten te maken. Op de grond in de slaapkamer lagen twee matrassen waarop we zouden slapen. Twee ventilatoren zorgden voor enige verkoeling. We zitten op dit moment in het warmste seizoen van het jaar en het was zeker 38c op de kamer. De bosbranden in het nabij gelegen Indonesië zorgden voor een dikke rookwolk boven Maleisië. Dit zorgde voor nóg meer warmte. Louis nam ons mee naar de jungle welke naast het paaldorp lag. We gingen op zoek naar de waterval om te baden. Zelf nam hij een flesje shampoo mee. Met een groot kapmes kapte zijn schoonzus Tepioca-bladeren, Cassavawortels en bamboe-shoots en stopte dit in haar plastic zak. We liepen over kleine bamboe-bruggetjes steeds verder het nevelwoud in. Na een aantal kilometer bereikten we de mooie waterval en namen een afkoelend bad. Louis pakte zijn shampoo flesje en begon zich in te zepen. Hij vertelde veel over de aanwezige planten. Sommigen hadden geneeskrachtige werking en de mensen van het dorp gebruikten deze om te kunnen herstellen van een ziekte. Je kunt hier erg ziek worden van de steek van een mug. De Dengue-mug is hier aanwezig dus we hadden ons van te voren goed ingesmeerd met Deet. De mensen die hier wonen gebruiken andere middelen. Zo dragen ze in deze hitte lange mouwen, lange broeken en een muskietennet over hun hoofd. Verder weten ze precies waar de Dengue-mug zit. Stilstaand water proberen ze te vermijden.
Durian vrucht. Deze stinkt enorm
Fly trap. Een vlieg gaat op de heerlijke reuk van de plant af en glijdt vervolgens naar binnen, het water in de plant zorgt ervoor dat de vlieg verdrinkt. Daarna eet de plant de vlieg op.Eenmaal thuis maakte Karyn een blijde indruk toen ze de groenten zag en meteen ging ze aan de slag en maakte een overhéérlijke curry van lemon gras, ginger, Tapioca bladeren, Cassava, bamboescheuten met vis en garnalen. Al deze producten kwamen vers uit de natuur en waren dus niet gekocht in een winkel. Na het eten liepen we door het longhouse. Er was één huisje waarin doodshoofden in een soort kooitje hingen. Deze zaten 200 jaar geleden nog vast aan een lichaam van een strijder die met zijn maten probeerde dit longhouse aan te vallen. Was de vijand gedood dan werd het hoofd vakkundig van de romp gesneden. Men sneed het hoofd met een scherp mes uit respect vanaf de nek naar de hals toe. De hals is namelijk het gedeelte waar de mond zit waarmee men eet, bier drinkt, rookt en ademt. Zou men andersom onthoofden dan zou dit een “bad karma” opleveren. Men bewaart deze schedels dus al 200 jaar als een soort trofee in deze hut. ’s Avonds werden we verblijd met een klein optreden van een lokaal bandje met een danseres. Angelica deed natuurlijk weer mee en ikzelf veinsde een knieblessure die ik had opgelopen na mijn val bij de waterval. Ik was weliswaar lelijk ten val gekomen toen ik uitgleed over een gladde rots maar had er gelukkig niets aan over gehouden. Maar het doel was bereikt: ik hou niet van dansen gewoon omdat ik het niet kan. En daarbij gaat iedereen dan naar me kijken wat het nog moeilijker voor me maakt. Na het optreden wilde de zanger met ons praten en hij was heel geïnteresseerd in ons land. Ik vertelde hem over de Gouden Eeuw, ons koloniale piratenverleden, onze strijd tegen de Spanjaarden en de zee. Deze man hing een uur lang aan onze lippen en stelde me vragen over Nederland die me nog nooit iemand me heeft gesteld. Na een gesprek van dik twee uur was het tijd om te gaan slapen.
Gunung Mulu National Park
Het twee propellervliegtuigje stuiterde driemaal op de grijze strip die in het oerwoud was aangelegd en ging meteen vol in de ankers om niet achter de wel heel korte landingsbaan te belanden. Het leek wel alsof we in een aflevering van Flying Doctors zaten. De deur werd geopend en we zagen voor het eerst in 10 dagen een helder blauwe lucht. De luchtvervuiling, die gemeten wordt in API (Air Pollution Index) was hier 40 i.p.v. de 250 in Kuching, Kuala Lumpur en Singapore. De wind stond de andere kant op zodat de zwarte rook uit brandend Indonesië dit stuk van Sarawak gelukkig miste. In de “aankomsthal” stond een oude verroeste cola-automaat. Voor zover het hoogtepunt van de aankomsthal. Ohja, de bagagebelt van drie meter lang. Een medewerker pakte een koffer van de truck, legde hem op de bagagebelt, gaf hem een hengst en drie meter verder rolde de koffer weer van de bagagebelt af 😂. Welkom in Gunung Mulu. Een nederzetting midden in het oudste oerwoud ter wereld. Alleen bereikbaar met een vliegtuig. Iedere tube tandpasta, bus Pringles of korrel rijst komt hier via de lucht. Met een verroest busje met half volle banden en uitgetypiseerde remmen werden we naar onze lodge op palen gebracht. De kamer was héél eenvoudig. Van 20:00-01:00u werd de stroom verzorgd door een aggregaat. Daarvoor en erna was er helaas geen stroom. Alleen de kamerventilator draaide op een zonnecel. Een telefoonverbinding was er niet. Laat staan internet. Maar het uitzicht was adembenemend 😍💥.Naast de lodge stroomde de rivier en achter de lodge begon het gebergte. Met hetzelfde busje werden we naar de entree van het Nationaal Park gebracht. In ons groepje zat een Duits stel. De vrouwelijke helft trok een gezicht als een oorwurm en was gedurende de hele trip dermate chagrijnig dat ik dacht: “is je kuthumeur je enige voorbehoedsmiddel of gebruik je ook nog iets anders ?” Met een gids liepen we in een uur tijd naar de Deer and Lang Cave, de tweede grootste grot ter wereld. Hier is onze landgenoot en bioloog Peter Hovenkamp twee maanden geleden verdronken toen tijdens een helse regenbui de aangrenzende rivier ineens als een tsunami de grot binnen kwam. De andere toeristen uit het groepje kwamen met de schrik vrij en naar de gids hebben ze nog een dag moeten zoeken. Lees het krantenartikel hier. De gids die ons begeleidde wilde het er liever niet over hebben. Het zat hem nog altijd niet lekker. Het begon heel licht te regenen. Dit voelde zo lekker. De regen was warm en de kleine druppeltjes zorgden voor verkoeling in deze bloedhete jungle waar temperaturen van 40c met gemak werden gehaald. De op één na grootste grot ter wereld herbergt drie miljoen kleine en grote vleermuizen die ‘s avonds allemaal de grot verlaten om op insecten te gaan jagen. Iedere vleermuis eet ongeveer 5 gram aan insecten tijdens zo’n tochtje. Een snelle rekensom leert dat er dan voor 15000 kg aan muggenvlees wordt verorberd. Maar ik realiseerde me dus ook heel snel dat er ook voor 15000 kg aan stront verscheten moest worden. Aangezien vleermuizen alleen poepen als ze op hun kop hangen tijdens daglicht zou dat betekenen dat in dat uurtje dat we in de grot zouden zijn we ons moesten voorbereiden op het ontwijken van 937,5 kg stront welke omlaag zou vallen. Als je dan ook nog eens bedenkt dat deze stront besmet is met rabiës dan laat je bij binnenkomst van de grot je lollie wel in het cellofaantje. De grot is inderdaad immens groot. Je kunt er met gemak een flatgebouw in kwijt. We bezochten ook de Cave of the winds en de Clearwater cave. De Clearwater cave is met zijn 220 km qua lengte een flink stuk groter. Kun je je voorstellen ? Een grot van Sittard naar Amsterdam ? Rond 18:00u namen we plaats in een soort buitentheater. Van hieruit kon men vanuit houten ligstoelen omhoog kijken en de drie miljoen vleermuizen de grot uit zien fladderen. Machtig mooi om te zien. De Mulu Canopy Skywalk stond als laatste op het programma. Hele smalle hangbruggen van twee plankjes breed waren tussen twee bomen op 40 meter hoogte met touwen en kabel gespannen. Je liep als het ware een parcours van 500 meter van boom tot boom, alleen dan hoog in de lucht. Angelica had dit nog nooit gedaan en vanwege haar hoogtevrees was ze al drie dagen aan één stuk aan de dunne. Ik ging als eerst, Angelica zou volgen en de gids zou als laatste gaan. Ze zette haar eerste voetje op de brug. Deze bewoog heel rustig heen en weer. Ik keek in haar ogen en zag toch wel haar angst om 40 meter omlaag te vallen. Begrijpelijk. Ik besefte natuurlijk ook wel dat in Maleisië de controle op de kwaliteit van deze hangbruggen niet zo is als dat deze bij ons in NL zou zijn. Het plaatselijke groene mos op de planken nodigde uit om uit te glijden. Het vangnet aan weerszijden zag ook niet lekker uit en ik kon me ook moeilijk losmaken van de gedachte dat in dit soort landen eerst iemand te pletter moest vallen voordat die vangnetten vervangen zouden worden. Maar ik hield wijselijk mijn mond. Onderweg zagen we een aantal papegaaien. Ik bedacht me ineens wat de persoon die als eerste een papegaai hoorde praten, gedacht moet hebben:” ik word gek ???”. Na 20 hangbruggen bewandeld te hebben wist Angelica eenmaal op vaste bodem een lichte “Yesjjj” uit te roepen. Ze had het gehaald ☺️🤛🏻💥. In het donker wandelden we vanuit de jungle terug naar de basis. Om ons heen vlogen van die dikke vliegende insecten. In El Salvador vloog eens zo’n halve ufo in mijn oog. Die blauwe plek wat ik er aan overhield wandelde de twee weken erna door mijn hele gezicht en eindigde links onder mijn neus. Het beestje zelf was op slag dood. Door mijn maatje 44. Morgen gaan we met een vliegtuigje naar Langkawi, west-Maleisië. Eens kijken wat daar te doen is. Doei !
Manukan Island, Sutera Sanctuary lodge
Vandaag gingen we naar een ieniemienie eilandje in de Chinese zee.Met een speedboot werden we vanuit de haven van Kota Kinabalu naar het boemerangvormige eilandje gebracht. Gastheer Adamz -met Brabantse roots- heette ons van harte welkom en gaf ons meteen het gevoel dat we hier thuis waren. De houten lodge, met prachtig uitzicht op zee, voelde door de airco al lekker fris aan. De koelkast was voorzien van gratis drank en verder was de lodge heel modern knus ingericht. ‘s Avonds werd aan tafel door een kok vlees en vis klaargemaakt. Een driekoppig bandje speelde “sweet home Alabama” op hun gitaar. Om ons heen liepen een drietal Komodo-varanen die we niet mochten aanraken. Één zwieperd met hun dikke staart zou heel pijnlijk zijn. Bij Sunsetpoint kun je genieten van een supermooie zonsondergang. Hierbij wandel je eerst over een pad van 1,5 kilometer door de jungle. Het ontbijt is heel gevarieerd want je kunt kiezen uit een zestal menu’s. Angelica had de pancakes en ikzelf de rijk gevulde vissoep. ‘s Middags waren we even de zee ingegaan. Het water was lekker warm en de visjes zwommen om ons heen. Overdag bezoeken dagtoeristen het eiland maar na 16:00u hadden we praktisch het hele eiland voor onszelf☺️💥👌🏻
Langkawi Island
De laatste week hebben we besloten om ons reisschema aan te passen. In Sabah was het slecht weer en het zou slecht weer blijven. Aangezien we liever met zon buiten zitten dan met regen binnen, zijn we niet naar Sandakan gegaan maar naar het tropische eiland Langkawi in west-Maleisië. Voor 50€ p.p. konden we een binnenlands vluchtje boeken en drie uur later stonden we op de luchthaven van Langkawi. Met een Uber-taxi werden we voor 20 Ringit (4€) naar ons hotel 25 km verderop gebracht. Langkawi heeft mooie witte stranden en een hele warme blauwe zee die ons meteen uitnodigde om er in te springen. Binnen een half uur waren onze ruggen helemaal rood verbrand. Dju, dit hadden we niet verwacht. We boekten een hotelletje voor nog geen 18€ per nacht. Mét airco maar helaas geen gouden kraan op de wastafel waarbij het water automatisch hoort te gaan lopen als je je handen voor de sensor beweegt. Soms sta ik dan voor zo’n wastafel op mijn Hans Kloks met armen en benen te zwaaien alsof ik een complete Airbus moet laten verdwijnen. En dan nog geen water. Nee, dan liever eenvoudig. Het zal me ook een rotzorg wezen als de voegen van de tegeltjes niet overal even breed zijn. De stranden waren erg mooi en er lag niet veel troep. Iets wat je wel eens vaker tegenkomt op plekken waar veel Chinezen komen. Of er valt wat uit hun mond of uit hun handen. Dweilen met de kraan open. Maar wonder boven wonder hielden ze zich hier ook aan de regels. Op het strand is veel vertier. Zeker het ‘s avonds. Vanuit een zitzak kun je de dag met de voetjes in het zand lekker van je afbieren. Jonge mannen verzorgen een vuurspektakel waarbij ze stokken in wasbenzine dopen en deze vervolgens in de hens zetten. Daarna gaan ze er heel snel mee ronddraaien zoals bij ons de meiden van marionettengroepen dat doen.Aan de Ah Chong Beach bar aan het Cenang-strand namen we eerst een Snicker-milkshake. Barman Yusri. Eerst dacht ik dat er een soort chemisch goedje inging met een Snicker-smaakje maar nee, er werd een complete Snicker door de blender heen gejaagd samen met wat melk en twee bolletjes vanille-ijs. Héérlijk. Wie het nat maakt mag het weglikken. Daarna begonnen we maar aan het bier. Tiger bier uit Singapore. Lekker koud op zo’n warme dag. Het was ook niet normaal deze dag. Ik zweette als een dame van lichte zeden tijdens happy hour. Het ene biertje na het andere biertje werd naar binnen gehakt. Ik heb het bieren maar op mijn bucketlist gezet. Dan lijkt het nog alsof ik deze trip iets gepresteerd heb. Er kwam een man naast ons zitten. Hij luisterde naar de naam Frits en gaf Frans les in Nijmegen. Hij had al zijn overuren opgepakt en was bezig om van vier maanden vakantie te genieten. Echter, in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja werd Frits ziek. Hij voelde zich niet lekker. Hij had een lichte koorts en voortdurende keelpijn. Hij besloot in het ziekenhuis een bloedtest te doen. En jawel hoor. Hij was gestoken door een mug die het Dengue-virus bij zich droeg. Frits lag vijf dagen op intensive care met de gedachte dat er méér mensen door muggensteken waren overleden dan in alle oorlogen bij elkaar. Hij had het de week ervoor in Vietnam opgelopen en pas in Cambodja had de ziekte zich geopenbaard. Hij had besloten om het gebied te verlaten en naar Maleisië af te dalen. Hij sprak nog erg onsamenhangend maar dat kon ook aan het bier gelegen hebben. Cenang-beach kent heel veel eettentjes die praktisch allemaal Aziatisch georiënteerd zijn. Superlekker ! Tegenover ons hotel stond een lopend buffet op straat met allemaal lekkers. Je propte je bordje gewoon vol met datgene wat je lekker vond en je rekende incl. een vers ananas sapje gewoon vier euro af. Dit was dan ons ontbijt. En dan huiver ik weer bij de gedachte dat ik thuis brood met pindakaas mag eten😩. Achja, ik denk maar zo: als ik lekker eten, bier drinken en roken opgeef dan zal ik niet lánger leven. Het lijkt alleen langer 😉🤛🏻. Achteraf gezien een juist besluit om naar dit eiland te komen. Ik ben altijd goed geweest in besluiten maken. Knopen hakken. Of het besluit achteraf gezien goed of fout was maakt niks uit. De weg van het leven is geplaveid met platte egeltjes. Zij konden helaas geen besluit maken. Met deze woorden sluit ik deze Maleisië blog af en maken we ons op voor de volgende reis in december: een roadtrip door het koninkrijk Oman. Weer eens wat heel anders. We verheugen ons nu al op het bezoeken van de vele Wadi’s. Bedankt voor het lezen ☺️. Doei ! 🙋🏻♂️🙋🏻♂️🙋🏻♂️
Sneaking into the abandoned Nicolae Ceaușescu prison Doftana
On the first day of our Romania road trip we would try to enter the abandoned Doftana prison. This prison, built in 1895, once housed the Romanian dictator Nicolae Ceaușescu. During the reign of the Archduke of Austria Franz Ferdinand, political prisoners were imprisoned here. After WWII, mainly German and Russian prisoners of war were held here. Currently, this 125-year-old prison is abandoned and most of the roof has collapsed. So we had to be very careful here! After a drive of more than two hours, we arrived at the prison and parked our car nearby.
Doftana prison in winter
For years this ruin was guarded by a permanent guard with a dog, but when we stood at the closed gate we did not notice anything. We only had one problem: the iron gate was locked and unfortunately our bodies no longer allowed us to climb over the wall. There was a path to the left of the entrance gate. The wall slowly turned into a wire fence. Suddenly we heard dogs barking. A large and a small dog came running towards us with their upper teeth bared. A large, heavy chain suddenly put an end to the big dog’s sprint with a big “chokkk”. That did not go unnoticed by his little friend because the little coward suddenly had fewer notes on his singing. He also stopped the fight and with a far from graceful wave, Erik and I reached the other side of the fence. While we looked around, we walked through the trees and bushes to the old prison where communists were once held captive. An old door stood open to the right of the iron entrance gate. This allowed us to sneak inside. Through a window we arrived at the reception room where a plaster model was set up. Unfortunately, it had not completely survived the years.
We gained access to the first floor via a wooden, creaking staircase. Here we saw sturdy wooden cell doors that were all open. The cells were empty and very small. You could still see where the beds used to be attached to the walls. The roof had collapsed in many places and rain in recent decades had made the wooden structure weak. The ground was littered with glass and sharp objects, so we had to be careful where we put our feet. We were struck by how small the cells were. Here people had been locked up on four square meters (!). If you looked outside you saw the high prison wall. At the corners of the massive walls stood the seven high watchtowers. From here, Romanian President Nicolae Ceaușescu, who was executed with 120 bullets in 1989, and the other prisoners in the other 307 cells were monitored. Unfortunately, we no longer saw any traces of the weekly leaflet that prisoners wrote on toilet paper and smuggled from cell to cell with a string. We stayed in this prison for an hour when we thought it was time to go again. We were both unaware of the possible punishment we would receive here in Romania if we were caught and the general rule when urbexing is always: keep moving and don’t linger too long. Bye !
Do you also want to visit this place? GPS: 45.136600, 25.772800
Extra information:
Execution of dictator Nicolae Ceaușescu and his wife Elena.
Op zaterdag 10 juni 1944, vier dagen na D-day, naderden soldaten van een SS-eenheid dit kleine dorpje. Het was een zonnige dag en in Oradour stonden de mannen te wachten voor de distributie van de tabak toen de eerste SS-ers het dorpsplein opreden. Daarna ging het allemaal heel snel en volgens een draaiboek dat vaak werd gebruikt bij het vernietigen van dorpen in Rusland. Alle inwoners werden verzameld onder het mom van dat er een algemene identiteitscontrole zou worden uitgevoerd. Heel belangrijk was dat alle inwoners rustig zouden blijven en dat er geen paniek zou mogen uitbreken. Dat zou namelijk de effectiviteit van deze komende massamoord niet ten goede komen. Duitse SS-soldaten deden dan ook heel goed hun best om het vertrouwen te winnen van de bevolking. Ze namen baby’s op de arm, voetbalden met de jeugd, maakten praatjes met de inwoners en lachten er op los. Hier namen ze een paar uur de tijd voor. Toen de bevolking was gerustgesteld nam de SS-pelotoncommandant het woord en vertelde op rustige toon dat voor een snelle controle allereerst de mannen van de vrouwen moesten worden gescheiden. Hierna werden de mannen in een zestal groepjes gescheiden en naar verschillende plekken in het dorp gebracht. Daarna zou iedereen naar huis kunnen. Wat opviel is dat voor ieder groepje mannen automatische machinegeweren stonden opgesteld maar dit deed de alarmbellen niet afgaan. Opeens klonk er gezellige dansmuziek uit luidsprekers en men luisterde verheugd naar de mooie muziek. Niet veel later klonk er een harde knal dat als startsignaal dienst deed om tientallen machinegeweren aan het werk te zetten waarmee de mannelijke inwoners op de diverse plekken in het dorpje werden doodgeschoten. De vrouwen en kinderen werden vervolgens in de dorpskerk opgesloten. Deze werd opgeblazen met dynamiet. De verstikkende rook zorgde ervoor dat iedereen naar buiten wilde vluchten. Echter, buiten de kerkdeuren begonnen de machinegeweren er ook op los te ratelen. De vrouwen en kinderen hadden slechts één keuze: sterven. Ze hadden twee keuzes waardoor: de kogel of de verstikkende rook. Slechts één vrouw wist te ontsnappen door uit een raam te springen. Daarna werd de rest van het dorp verwoest. In een paar uur werd een compleet dorp met koelbloedige efficiëntie vernietigd. 642 mensen vonden die dag de dood, slechts zes dorpelingen wisten te ontsnappen. Het dorp is redelijk groot en het is inderdaad zo dat je het gevoel krijgt dat de bewoners plots zijn verdwenen wat natuurlijk ook zo is. De auto van de dokter staat nog midden op een plein, de naaimachines in de winkel en in de garage staan auto’s. De meeste gevels staan nog rechtop, maar de rest van de huizen is compleet verwoest. Ook de tramrails en bovenleidingen zijn nog intact. Deze tref je vlakbij het kerkje, daar waar de vrouwen en kinderen de dood vonden. Ik was vandaag de eerste die het dorpje om 09:00u binnenliep. Het regende heel licht. De straatklinkers waren nat. Een grijze mistwolk hing tussen de overblijfselen wat ooit gebouwen waren waar gezinnen woonden . Overal stonden oude auto’s. De naamplaatjes op de gevels gaven aan wie er gewoond hadden. Cafe Chez Compain, smid Jean Depierrefiche, garagehouder Pierre Poutaraud. Dit zijn van die plekjes waar ik even stil wordt. Ieder jaar bezoek ik wel een plekje waar in één van de twee wereldoorlogen iets naars gebeurd is. Waarom ik doe kan ik niet precies uitleggen. Het is een bepaalde interesse die ik als kind al had.
Grotten van Padirac:
Onderweg naar mijn bestemming kwam ik een aantal wel hele mooie kastelen tegen. Mijn navigatie leidde me door kleine dorpjes, kerken, boerderijtjes, gehuchtjes van drie huisjes groot maar ook langs kastelen waar huizen gebouwd waren binnen de stevige, dikke slotmuren.
Château des Milandes
Château de Castelnaud-la-Chapelle
Les Jardins de Marqueyssac
Alle huizen hier zijn gebouwd met stenen uit de streek. Niet gebouwd met gebakken stenen zoals bij ons. Zelfs de dakpannen zijn gemaakt van natuursteen. In iedere tuin zie je een kleurenpracht van bloemen. Ik weet niet meer hoevaak ik gestopt ben om even alles te bekijken en om een kiekje te maken. Iedere morgen koop ik in een lokaal winkeltje een vers stokbrood en een smakelijk uitziende streekworst. Deze eet ik dan op naast een kwakkelend beekje. Heerlijk vind ik dat. Onderweg stopte ik even bij de grotten van Padirac. Ik heb al heel wat grotten mogen zien maar deze zijn toch de mooiste. Van de buitenzijde zie je een groot gapend gat met een diameter van 35 meter en 55 meter diep. Met een lift kun je vervolgens omlaag gaan en na een kleine wandeling stap je in een bootje om een tochtje te doen op een ondergrondse rivier. Ik kan wel ellenlange verhalen gaan vertellen over 100 miljoen jaar geleden zus en zo maar dat zal jullie worst wezen. Dus gewoon even foto’s kijken lijkt me het beste.
Vannacht blijf ik slapen bij Loulou. Een wat ouder vrouwtje die samen met haar man had besloten om hun pensioentje wat aan te vullen met de verhuur van een kamer van hun huisje. De onderverdieping zou hélemaal voor mezelf zijn. Het huisje ziet er erg knus uit maar na vijf minuten had ik al in de gaten dat er geen zak van klopte. In mijn kamer staat een houten vaste trap met een luik. Als ik het luik open kom ik uit naast de tafel in hun woonkamer waar ook de deur naar hun slaapkamer zit. Dan moet ik twee meter lopen om op de badkamer annex wc uit te komen. Ik zie het al gebeuren. Hij ligt op de bank voetbal te kijken en net als een goal gaat vallen zwiep ik dat luik open met de tekst:”effe poepen ! ”. Dit kun je toch niet menen ? De keuken ligt ook op de begane grond, net naast mijn slaapkamer. Dus iedere keer als die vent zijn fles bier leeg heeft moet ie door dat luikje naar de koelkast in de keuken of wat ? Ik heb net een pizza gegeten in het enige restaurantje wat hier open was. Ik zat daar helemaal alleen aan een tafeltje van vier. Om me heen stonden zeker twaalf tafeltjes leeg. Kwam er ineens een vent binnen en ging aan het tafeltje naast me zitten. Vervolgens bleef ie me aangapen. Dot was zo gênant. Ik bedoel. Er waren genoeg tafeltjes vrij. En me dan zo aankijken ? Ik spreek geen woord Frans en hij begon in die taal zijn verhaal af te steken. En ik maar “ja” knikken. Ik was zó begripvol. Nadat ie me zo’n 10 minuten had aan liggen malsen zei ik ineens:” je ne parle pas Francais”. Dat was mijn redding. Hij zweeg. Ik stond op, betaalde mijn rekening en ging terug naar mijn hol. Ik mis mijn mancave 😩.Oradour-sur-Glane is een dorpje waar de tijd heeft stilgestaan. Maar ik ben hier niet voor niets. Morgen méér !
Update: ik werd wakker om 04:00u en de pizza meldde zich terstond. Ik vind het nooit leuk om bij mensen thuis te moeten schijten. Verschrikkelijk. Ik weet niet hoeveel verjaardagen ik al vroegtijdig heb afgebroken door eerder naar huis te gaan gewoon omdat de grote boodschap zich aandiende en ik geen zin had om mensen met een kleine boodschap voor een gesloten deur te laten wachten totdat meneer uitgedampt was. Ik knipte het nachtlampje aan en stond heel voorzichtig op uit het krakende bed. Alles kraakt en piept hier want deze hele hut is van hout gemaakt. Trede voor trede klom ik omhoog totdat mijn hoofd het luik raakte. Heel voorzichtig maakte ik het luikje open en duwde het langzaam omhoog. Toen het bijna rechtop stond klapte het ineens naar achteren en sloeg met een luide bonk tegen de slaapkamermuur van Loulou en haar man. Zo dan. Waren die nu ook even wakker zeg. Het was een veel te kleine pot. Zo ene met een maalsysteem omdat de afvoerbuis natuurlijk te smal was. Voordat ik lekker rustig zat wiebelde de hele pot tweemaal heen en weer. Naast me stond een wasmachine. Daarboven waren horizontale plankjes gemonteerd die allemaal doorgebogen waren en bijna bezweken onder het gewicht van talloze flesjes en potjes met pilletjes.Hier woonde een medisch wonder. “Om door te kunnen trekken hoef je alleen maar op dit knopje te duwen”: had Loulou me nog uitgelegd. Maar bij mij gaan de meest simpele dingen altijd fout. Er gebeurde helemaal niets. De stekker zat er toch goed in ? Jawel hoor. Wederom duwde ik op het knopje. En wéér gebeurde er niets. Verdomme. Ik kon dit toch niet zomaar achter laten ? Maar er zat niets anders op. Met een diepe zucht daalde ik maar weer de houten trap af richting mijn bed. Vijf minuten later hoorde ik iemand naar de badkamer lopen en jawel: de wc maakte een ratelend geluid. Hij deed het weer 🙈.
Andorra
Via Rental cars had ik een huurauto gescoord voor de prijs van 4€ per dag. In totaal dus 48€ voor de komende 12 dagen. Ik vraag me in Spanje altijd af hoe ze auto’s kunnen verhuren tegen deze belachelijk lage prijzen. Voeg daaraan nog toe dat de Spaanse autoverhuurders niet vooraan stonden toen de efficiency -award werd uitgereikt -het duurde 35 minuten voordat ik met mijn huurcontract eindelijk in mijn auto zat- en je lacht je helemaal dood om dit bedrag. Na twee uur bereikte ik de grens van Andorra, een dwergstaatje ingeklemd tussen Frankrijk en Catalonië, een autonome gemeenschap binnen Spanje. Andorra ligt in de Pyreneeën en met maar 65.000 inwoners is het land zelfs kleiner dan zuid-Limburg. Ik meende altijd dat Andorra een beetje bij Frankrijk hoorde maar dat bleek toch niet waar te zijn want bijna iedereen spreekt hier Catalaans. Dit land heeft zelfs twee opperhoofden: een Spaanse bisschop én de president van Frankrijk. Zou Macron het zelf weten ?? Door Karel de Grote gesticht om Frankrijk te beschermen tegen de Moren maar nu al 700 jaar zonder wapengekletter. Het leger is daarom maar opgedoekt. Als het hommeles wordt dan mogen Frankrijk en Spanje de defensieve taken op zich nemen. Bij de grens aangekomen zag ik dat de bestuurder van de auto voor me zijn paspoort liet zien aan de douanebeambte. Shit dacht ik. Das waar ook. Andorra is geen lid van de EU dus wordt het paspoort gecontroleerd maar die zat in mijn koffer in de achterbak. Gelukkig mocht ik van de beste kerel doorrijden zonder een controle. Na een half uur zat ik al in de hoofdstad Andorra de Vella. Deze stad ligt tussen twee bergen. De huizen zijn dermate dicht op elkaar gebouwd dat je allemaal van die McDrive weggetjes hebt (hier noemen ze de McDrive trouwens McAuto). Om op de parkeerplaats achter het hotel te komen moest ik heel scherp indraaien om op een klinkerpad te komen wat ineens 22% omlaag dook. Met in totaal 5x voor-en achteruit rijden stond mijn überlelijke rode Hyundai op zijn plekje. Het voetbalstadion van het nationale team wordt bijna opgeslokt door een weg en een aantal hoge appartementen. Als een voetballer een beetje slecht mikt dan schiet ie zo de flessen bier van tafel. Met zijn maximale capaciteit van 1800 mensen is het natuurlijk bomvol iedere interland. Maar de Andorrokanen bakken er ook niets van he. Ze verliezen doorgaans altijd met een nulletje of 6. Ik heb het eenmaal meegemaakt dat ze wonnen: tegen wit-Rusland of zo. Het zijn in principe gewoon amateurs. Maar áls ze winnen dan gaat het land ook helemaal uit de plaat. Andorra is best goedkoop. Een pot bier kost 2€ en de Marlboro’s kosten 3,85€. Het is een belastingparadijs waardoor veel mensen en bedrijven hier hun geld naar toe brengen. De hele hoofdstad ligt overhoop. Werkelijk overal wordt gebouwd en verbouwd. Ze zijn hier ook helemaal verliefd op rotondes. Van die ieniemienie rotondes. Ik weet niet hoeveel ik er ben tegengekomen op een kilometer afstand. Ik heb gewoon een lamme arm van het sturen gekregen. Dit stadje is gewoon te krap gebouwd om kruispunten aan te leggen. Werkelijk om de 50 meter duikt er er een rotonde voor je neus op. Het liefst hadden ze er allemaal ene op de slaapkamer. Andorra is een echt wintersportland. Stukken goedkoper dan Oostenrijk en Zwitserland dus voor de sneeuwliefhebbers: grijp je kans. Ik overnachtte in hotel Sant Jordi. Een ietwat oubollig hotelletje maar voor een hele nette prijs kun je je ogen met een gerust hart sluiten. De kamers zijn schoon en je ligt helemaal in het centrum. De volgende morgen stond ik al om 07:00u op om te vertrekken naar Lourdes in Frankrijk. Je kunt het land maar op vier plekjes verlaten. Ik koos de grens van Frankrijk en vertrok van helemaal het westen van het land naar het oosten waar de grens lag. Na 45 minuten rijden kwam ik erachter dat de grensovergang dicht was voor wegwerkzaamheden. Jezus. Kon ik weer helemaal terug rijden. Achteraf gezien een gelukkige keuze want nu mocht ik helemaal door de Pyreneeën toeren. Onderweg zag ik veel rotsblokken op de weg liggen. Een stuk berg had er geen zin meer in. Ze waren druk bezig met alle rotsblokken van de baan te krijgen. In restaurant les Ares op de top van een besneeuwde berg at ik een heerlijke Cannelloni met brood, olijven en spinazie. De hut werd warm gestookt met hout hetgeen een aangename geur verspreidde. Door het beslagen raam keek ik omhoog naar de besneeuwde bergtoppen: de eeuwige sneeuw wat nooit smelt. Hoe oud zal dit ex-water zijn ? Één miljoen jaar ? 100 miljoen jaar ? Hoe zou water van 100 miljoen jaar oud smaken ? Een uur later passeerde ik de grens met Spanje en weer een uur later zat ik in Frankrijk op weg naar Lourdes. Even bidden 🙏🙏🙏
Lourdes
Waarom ik naar Lourdes ga ? Ik heb in tegenstelling tot mijn RK vermelding in mijn paspoort totaal niets met het geloof. Of het nu de Islam, het Boeddhisme, of het katholicisme is. Ik kan het me zelf niet aan doen om in iets te geloven waarnaar wetenschappers al bijna 2000 jaar hun best doen om bewijs van Zijn bestaan te vinden. Van de andere kant heeft het geloof wel wat. Ik bedoel: hoe krachtig moet het geloof wel niet zijn als mensen hun leven opofferen voor iets waarvan ik denk dat het niet bestaat. Ik kijk dan niet alleen naar de Islamitische zelfmoordenaars van onze tijd maar ook naar de christelijke kruisvaarders die in de vroege Middeleeuwen richting het Morgenland oftewel de Levant trokken om Jeruzalem te heroveren van de Islamieten en de Joden. Dat is dan de negatieve kracht van het geloof. Een positief voorbeeld vind ik de rust die mensen krijgen tijdens het belijden van hun geloof. Toen ik het stadje met 17.000 inwoners binnen reed deed me dat meteen denken aan Valkenburg. Overal hotels, restaurantjes en souvenirwinkeltjes. Je struikelde bijna over de lege, plastic flessen die je bij de bron kon gaan vullen met heilig Lourdes-water. Het enige wat me aantrekt aan het geloof zijn de mooie gebouwen. Tempels, kerken, moskeeën noem maar op. Mijn voorkeur gaat echter uit naar de kerken want die vind ik het mooist. Niet alleen vanuit architectonisch oogpunt maar ook het gevoel voor detail. Zo ook de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis die gebouwd is boven de Grot van Massabielle waar in 1858 het dorpsmeisje Bernadette Soubirous 18 visioenen had waarin een in het wit geklede vrouw haar vertelde dat ze hier een kerk moest laten bouwen. Kijk, hier gaat het mis. Hadden ze in die tijd de psychologische kennis van nu gehad dan had ze iedere dag wat pilletjes in haar mik gekregen en was Lourdes gewoon een boerendorpje gebleven. En volgens mij geldt dat voor alle heiligen. Wonderen bestaan mijns inziens niet alhoewel veel Tottenham-supporters dat niet met me eens zullen zijn. Ik heb geen vertrouwen in het geloof. In geen enkel geloof. Allemaal leuke verhalen. Dat dan weer wel. Maar zolang er mensen geloven dat twee pinguins vanuit Antarctica naar het midden-Oosten zwommen om zich op de Ark van Noah bij de rest van de dieren te voegen dan kun je je afvragen wie er een steekje los heeft. Geloof en hoop gaan echter hand in hand. Als de medische wetenschap is uitgepoept dan neemt hoop het over. Je enige houvast. Mijn vader dacht er ook zo over. Mijn moeder niet. Ze steekt nog altijd kaarsjes aan indien er iets gebeurd is. Vroeger werd er bij ons thuis ook gebeden voordat we gingen eten. Vanaf mijn 10e zijn we daar mee gestopt. Toen mijn vader het eindstadium van zijn ziekte had bereikt liet hij zich door een pastoor het heilige sacrament der Zieken toedienen. Hij vroeg drie dagen van te voren of ik daar bij wilde zijn. Toch wel wantrouwend vroeg ik hem waarom hij nu in de eindfase van zijn leven ineens de kerk weer ruimte gaf. Hij antwoordde toen:” Stel…. stel ik heb het mijn hele leven verkeerd gehad. Stel er is wél een God en een hemel. Dan gaat mam naar de hemel en ik niet. Dan kunnen we elkaar nooit meer zien. En daarom laat ik nu de priester komen”. Uiteraard ben ik hierbij aanwezig geweest. Ik ben er inmiddels wel van overtuigd dat mensen in het laatste stadium van hun leven bereid zijn om toenadering tot het geloof te zoeken. Hoop doet leven.
Overigens: je krijgt géén melding van een update van deze blog. Wil je deze blog blijven volgen dan s.v.p. Om de twee dagen even op de link in je email klikken.
Aangekomen in Krakau, Polen, waar ik de komende 6 dagen zou verblijven, wist ik dat ik minstens één van die dagen naar het nabijgelegen concentratiekamp Auschwitz zou gaan. Dat was mijn plan. Maar op mijn tweede dag in Kraków, hoorde ik in de kroeg mensen vertellen over een verlaten nazi-werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog net buiten het centrum van de stad. Het werkkamp bevond zich in een oude kalksteengroeve die langzaam was vergaan en weer door de natuur werd teruggenomen. Dit verlaten werkkamp diende ook als decor set voor de film Schindler’s list van Steven Spielberg.
In een tijdperk waarin tolerantie weer ter discussie wordt gesteld wilde ik een meer persoonlijke ervaring voelen dan de ervaringen welke ik in mijn leven heb opgedaan bij de toeristische herdenkingsmonumenten en musea. De steengroeve bevindt zich aan de zuidkant van de rivier de Wisla. Laat ik niet moeilijk doen; ik geef jullie gewoon de GPS-coordinaten. Zet je auto op 50.037907 19.953386 en loop dan naar 50.0365 19.9561. Deze cijfertjes gewoon even kopiëren in Google Maps en je mobieltje brengt je naar deze plek. Naar de wc gaan is moeilijker. Hier wandelen dagelijks mensen om hun hond uit te laten dus zo spannend is het niet.
Toen ik aan kwam regende het pijpenstelen en de sfeer was heel droevig. Daar stond ik dan boven aan de rand van de groeve en keek omlaag naar een plek waar duizenden mensen door uitputting waren gestorven of geëxecuteerd. Los grind onder mijn voeten brak de oorverdovende stilte toen ik de rand verliet. Ik moest me goed vasthouden aan bomen en struiken want het pad liep heel stijl af. In de verte hoorde ik honden blaffen en ik hoopte dat ze goed aangelijnd waren. De Liban-steengroeve in Krakau, Polen, werd in 1873 opgericht als onderdeel van een kalksteen bedrijf, “Liban en Ehrenpreis”, eigendom van twee Joodse industriële families uit Podgórze.
Gebouwen en een spoorlijn werden gebouwd met de kalksteen welke werd opgegraven uit de groeve. Tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1942 tot 1944 namen de nazi’s de Liban-steengroeve over en gebruikten gevangenen uit het nabijgelegen dwangarbeidskamp Plaszów om handenarbeid te verrichten in diezelfde steengroeve. De Liban-steengroeve werd pas bekend door Steven Spielberg die deze locatie gebruikte om het Plaszów-werkkamp uit zijn film Schindler’s List na te bootsen. Hij wilde de werkelijke locatie van het Plaszów dwangarbeidskamp niet gebruiken uit respect voor de duizenden gevangenen die op bevel van SS-commandant Amon Goeth in het kamp werden uitgeroeid. Hier stierven ongeveer 8.000 mensen door executie. Spielberg bouwde kazernes, wachttorens, hekpalen gespannen met prikkeldraad en zelfs een pad vol met Joodse replica grafstenen in de verlaten Liban-steengroeve.
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Scene Schindler’s List
Waarschijnlijk koos hij de steengroeve omdat het niet alleen tot de juiste verbeelding sprak met zijn enorme kalkstenen rotspartijen, maar ook vanwege de roestige kalkovens en andere steengroeve-machinerieën die op de plek werden achtergelaten. Het grafsteenpad werd opnieuw gemaakt door Spielberg. De Nazi’s gebruikten in Plaszów echter échte grafstenen van Joodse begraafplaatsen om zodoende de wegen naar het kamp te plaveien zodat de Joodse gevangenen gedwongen werden om over de overblijfselen van hun voorouders te lopen op hun weg van en naar het werk. Dit om de Joden compleet te vernederen. Toen ik over deze grafstenen liep had ik wel meteen een krachtig historisch besef. Ik kreeg een goede indruk van hoe het geweest moest zijn om gedwongen handenarbeid te verrichten in dit werk kamp waar ontsnappen niet mogelijk was.
English version:
Arriving in Krakow, Poland, where I was going to stay for the next 6 days, I knew that I would go to the nearby Auschwitz concentration camp for at least one of those days. That was my plan. But on my second day in Krakow, I heard people talking in the pub about an abandoned Nazi labor camp from World War II just outside the city center. The labor camp was in an old limestone quarry that had slowly decayed and was taken back by nature. This abandoned labor camp also served as a set for the film Schindler’s list of Steven Spielberg. In an era where tolerance is being challenged again, I wanted to feel a more personal experience than the experiences I have had in my life at the tourist memorial monuments and museums. The quarry is located on the south side of the Wisla River but I just give you the GPS coordinates 50.036624, 19.956340. Just copy in Google Maps and your cell phone will take you to this place.
People walk their dogs here every day, so it’s not that mysterious. When I arrived it was raining cats and dogs and the atmosphere was very sad. I stood there at the top of the quarry and looked down at a place where thousands of people had died by exhaustion or been executed . Loose gravel under my feet broke the deafening silence when I left the edge. I had to stick to trees and shrubs because the path was very steep. I heard dogs barking at a certain distance and I kept hoping that they were on a good leash. The Liban quarry in Krakow, Poland, was founded in 1873 as part of a limestone company, “Liban and Ehrenpreis”, owned by two Jewish industrial families from Podgórze. Buildings and a railway line were built with the limestone that was excavated from the quarry. During the Second World War from 1942 to 1944, the Nazis took over the Liban quarry and used prisoners from the nearby Plaszów Forced Labor Camp to do manual labor in the quarry for construction work that took place during wartime. The Liban quarry was only known by Steven Spielberg who used this location to simulate the Plaszów labor camp from his movie Schindler’s List. He did not want to use the actual location of the Plaszów Forced Labor Camp out of respect for the thousands of prisoners who were exterminated in the camp by order of SS commander Amon Goeth. About 8,000 people died here from execution. Spielberg built barracks, watchtowers, fence posts strung with barbed wire, and even a path full of Jewish tombstone replicas in the abandoned Liban quarry. He probably chose the quarry because it appealed to the right imagination not only with his huge limestone rock formations, but also because of the rusty lime kilns and other quarry machines that were left on the site.The tombstone path was recreated by Spielberg. In Plaszów, however, the Nazis used real tombstones from Jewish cemeteries to pave the roads to the camp so that Jewish prisoners were forced to walk over the remains of their ancestors on their way to and from work. This is to completely humiliate the Jews. When I walked over these tombstones I immediately had a strong historical sense. I got a good impression of what it must have been like to do forced manual labor in this work camp where escaping was not possible.
Aangekomen in Krakau, Polen, waar ik de komende 6 dagen zou verblijven, wist ik dat ik minstens één van die dagen naar het nabijgelegen concentratiekamp Auschwitz zou gaan. Dat was mijn plan. Maar op mijn tweede dag in Kraków, hoorde ik in de kroeg mensen vertellen over een verlaten nazi-werkkamp uit de Tweede Wereldoorlog net buiten het centrum van de stad. Het werkkamp bevond zich in een oude kalksteengroeve die langzaam was vergaan en weer door de natuur werd teruggenomen. Dit verlaten werkkamp diende ook als decor set voor de film Schindler’s list van Steven Spielberg.
In een tijdperk waarin tolerantie weer ter discussie wordt gesteld wilde ik een meer persoonlijke ervaring voelen dan de ervaringen welke ik in mijn leven heb opgedaan bij de toeristische herdenkingsmonumenten en musea. De steengroeve bevindt zich aan de zuidkant van de rivier de Wisla. Laat ik niet moeilijk doen; ik geef jullie gewoon de GPS-coordinaten. Zet je auto op 50.037907 19.953386 en loop dan naar 50.0365 19.9561. Deze cijfertjes gewoon even kopiëren in Google Maps en je mobieltje brengt je naar deze plek. Naar de wc gaan is moeilijker. Hier wandelen dagelijks mensen om hun hond uit te laten dus zo spannend is het niet.
Toen ik aan kwam regende het pijpenstelen en de sfeer was heel droevig. Daar stond ik dan boven aan de rand van de groeve en keek omlaag naar een plek waar duizenden mensen door uitputting waren gestorven of geëxecuteerd. Los grind onder mijn voeten brak de oorverdovende stilte toen ik de rand verliet. Ik moest me goed vasthouden aan bomen en struiken want het pad liep heel stijl af. In de verte hoorde ik honden blaffen en ik hoopte dat ze goed aangelijnd waren. De Liban-steengroeve in Krakau, Polen, werd in 1873 opgericht als onderdeel van een kalksteen bedrijf, “Liban en Ehrenpreis”, eigendom van twee Joodse industriële families uit Podgórze.
Gebouwen en een spoorlijn werden gebouwd met de kalksteen welke werd opgegraven uit de groeve. Tijdens de Tweede Wereldoorlog van 1942 tot 1944 namen de nazi’s de Liban-steengroeve over en gebruikten gevangenen uit het nabijgelegen dwangarbeidskamp Plaszów om handenarbeid te verrichten in diezelfde steengroeve. De Liban-steengroeve werd pas bekend door Steven Spielberg die deze locatie gebruikte om het Plaszów-werkkamp uit zijn film Schindler’s List na te bootsen. Hij wilde de werkelijke locatie van het Plaszów dwangarbeidskamp niet gebruiken uit respect voor de duizenden gevangenen die op bevel van SS-commandant Amon Goeth in het kamp werden uitgeroeid. Hier stierven ongeveer 8.000 mensen door executie.
Spielberg bouwde kazernes, wachttorens, hekpalen gespannen met prikkeldraad en zelfs een pad vol met Joodse replica grafstenen in de verlaten Liban-steengroeve. Waarschijnlijk koos hij de steengroeve omdat het niet alleen tot de juiste verbeelding sprak met zijn enorme kalkstenen rotspartijen, maar ook vanwege de roestige kalkovens en andere steengroeve-machinerieën die op de plek werden achtergelaten. Het grafsteenpad werd opnieuw gemaakt door Spielberg. De Nazi’s gebruikten in Plaszów echter échte grafstenen van Joodse begraafplaatsen om zodoende de wegen naar het kamp te plaveien zodat de Joodse gevangenen gedwongen werden om over de overblijfselen van hun voorouders te lopen op hun weg van en naar het werk. Dit om de Joden compleet te vernederen. Toen ik over deze grafstenen liep had ik wel meteen een krachtig historisch besef. Ik kreeg een goede indruk van hoe het geweest moest zijn om gedwongen handenarbeid te verrichten in dit werk kamp waar ontsnappen niet mogelijk was.
English version:
Arriving in Krakow, Poland, where I was going to stay for the next 6 days, I knew that I would go to the nearby Auschwitz concentration camp for at least one of those days. That was my plan. But on my second day in Krakow, I heard people talking in the pub about an abandoned Nazi labor camp from World War II just outside the city center. The labor camp was in an old limestone quarry that had slowly decayed and was taken back by nature. This abandoned labor camp also served as a set for the film Schindler’s list of Steven Spielberg. In an era where tolerance is being challenged again, I wanted to feel a more personal experience than the experiences I have had in my life at the tourist memorial monuments and museums. The quarry is located on the south side of the Wisla River but I just give you the GPS coordinates 50.036624, 19.956340. Just copy in Google Maps and your cell phone will take you to this place.
People walk their dogs here every day, so it’s not that mysterious. When I arrived it was raining cats and dogs and the atmosphere was very sad. I stood there at the top of the quarry and looked down at a place where thousands of people had died by exhaustion or been executed . Loose gravel under my feet broke the deafening silence when I left the edge. I had to stick to trees and shrubs because the path was very steep. I heard dogs barking at a certain distance and I kept hoping that they were on a good leash. The Liban quarry in Krakow, Poland, was founded in 1873 as part of a limestone company, “Liban and Ehrenpreis”, owned by two Jewish industrial families from Podgórze. Buildings and a railway line were built with the limestone that was excavated from the quarry. During the Second World War from 1942 to 1944, the Nazis took over the Liban quarry and used prisoners from the nearby Plaszów Forced Labor Camp to do manual labor in the quarry for construction work that took place during wartime. The Liban quarry was only known by Steven Spielberg who used this location to simulate the Plaszów labor camp from his movie Schindler’s List. He did not want to use the actual location of the Plaszów Forced Labor Camp out of respect for the thousands of prisoners who were exterminated in the camp by order of SS commander Amon Goeth. About 8,000 people died here from execution. Spielberg built barracks, watchtowers, fence posts strung with barbed wire, and even a path full of Jewish tombstone replicas in the abandoned Liban quarry. He probably chose the quarry because it appealed to the right imagination not only with his huge limestone rock formations, but also because of the rusty lime kilns and other quarry machines that were left on the site.The tombstone path was recreated by Spielberg. In Plaszów, however, the Nazis used real tombstones from Jewish cemeteries to pave the roads to the camp so that Jewish prisoners were forced to walk over the remains of their ancestors on their way to and from work. This is to completely humiliate the Jews. When I walked over these tombstones I immediately had a strong historical sense. I got a good impression of what it must have been like to do forced manual labor in this work camp where escaping was not possible.
Mijn keuze om een extra halve nachtdienst verlof te nemen bleek achteraf geen slechte te zijn. Zodoende had ik enigszins een beetje slaap gehad voor een reis die heel lang zou gaan duren. Om 14:00u vertrokken we naar Schiphol. Om 20:30u namen we het vliegtuig naar Abu Dhabi alwaar we om 06:00u zouden arriveren. Om 10:00u hingen we weer in de lucht om rond 22:30u local time te landen in de heerlijke warmte van de hoofdstad van de Filipijnen, Manilla. Toch een kleine 20 uur onderweg geweest. Ons hostel lag in een buitenwijkje. Vlakbij de sloppenwijken van Manila. Op de Filipijnen worden de doden niet echt meer geteld. Sommigen houden het op ruim 8000, anderen op 9000. Duidelijk is dat de willekeur en terreur van de keiharde strijd van president Rodrigo Duterte tegen drugscriminaliteit niet voorbij zijn. Zo werd in een politiebureau in de hoofdstad Manilla achter een kast een clandestiene gevangenis ontdekt waar gevangenen zaten die nergens geregistreerd waren. Niemand zal het merken als die worden vermoord. Gemaskerde anti-drugs eenheden van de politie vermoorden niet alleen drugsdealers maar ook drugsverslaafden gewoon midden op straat in de sloppenwijken. De lijken laten ze liggen. Niemand die zich er om bekommerd. Vandaag gingen we eens kijken. Gewoon nieuwsgierig. Morgen komt president Trump met president Duterte praten. De mensenrechten zullen hoog op de agenda staan.
Dag 3/4
Met het vliegtuig vlogen we in een uur tijd naar het eiland Palawan. We hadden op de luchthaven een uur in het vliegtuig vast gezeten omdat meneer Trump wilde landen en dan moest het luchtruim vrij zijn. De hoofdstad Puerto Princesa deed erg armoedig aan. Ik had natuurlijk weer een cheap hostel geboekt en dat was ook te merken aan de kamer. We sliepen in een nasty bed met allemaal ondefinieerbare vlekken in het beddenlaken. De gezamenlijke douche had alleen koud water en het gebruikte wc-papier moest je in een vuilnisbak droppen i.p.v. doortrekken. Overigens kon je je kont ook gewoon met de waterslang die naast de wc op de grond lag, afspoelen. In ieder geval een stuk beter als bij -5c op een gegraven gat schijten op de verlaten steppe in Mongolië twee maanden geleden. De weg naar pubstreet was weliswaar geasfalteerd maar de stoep aan weerszijden bevatte vele brekebeentjes. Hierdoor werden we gedwongen op straat te lopen. Het verkeer hier knalt je van links en van rechts voorbij dus het werd even uitkijken. De pubs zijn uitermate gezellig. Ik was blij dat ik weer deel mocht uitmaken van het Aziatische uitgaansleven. Toch heel anders als in Europa waar het meer draait om zien en gezien worden. Hier zit iedereen met zijn modderige teenslippers en vlekkerige shirtje gewoon eurobier te drinken. Op het podium staan drie foute meiden zich uit de naad te werken. Ze brengen hedendaagse muziek ten gehore maar de voorrondes van the Voice zouden ze niet halen. Maar daar gaat het niet om. Ze hebben fun en dat slaat over op het publiek. Als meisje A aan het zingen is checked meisje B even haar berichtjes op haar foon. Als ze aan de beurt is om het refrein te zingen dan doet ze dat onder het appen. Zonder naar het publiek te kijken. Meisje C kwebbelt ondertussen even met een Fransman wat voorbij loopt. Een en al chaos op het podium. De drummer heeft niet eens in de gaten dat hij zijn drumstick heeft laten vallen. Als een Spaanse meid aan het tafeltje voor het podium een nieuw flesje bier aan haar lippen zet stormen de drie meiden naar haar toe, onderbreken hun song en schreeuwen “shot shot shot” met als bedoeling dat ze die fles bier moet leeg atten. Dat deed ze dan ook. Tot genoegen van het publiek. Daarna zongen ze hun Britney Spears nummer verder. ‘s Nachts terug gekomen in het hostel kwam ik op de badkamer een kakkerlak tegen. Aangezien kakkerlakken kunnen bijten en je met salmonella kunnen besmetten besloot ik toch maar diegene met bardienst er bij te halen. Eer hij daar was met zijn blik en veger, was de vogel helaas al gevlogen.
‘s Morgens vertrokken we al vroeg naar de Underground river. Deze ondergrondse rivier kun je bereiken door eerst met een bootje naar een eilandje te varen, een stukje te lopen door het oerwoud en uiteindelijk weer in een bootje te stappen waarna het bootje een grot invaart. Het imposante grottenstelsel bevat twee rivieren boven elkaar. Ze zijn verbonden middels watervallen. Daarbij lekt er veel water naar beneden waardoor je telkens nat regent. Het wemelt er van de vleermuizen, groot en klein. Ze scheren rakelings langs je hoofd maar door hun echo-systeem raken ze je niet. Dat was maar goed ook. Sommige vleermuizen hebben hondsdolheid en dat wil je hier niet krijgen. In het stukje woud kwamen we wat aapjes tegen en ook een joekel van een varaan. Die kunnen heel hard met hun staart meppen maar gelukkig was hij op zoek naar een avondmaaltijd en met zijn lange tong propte hij steeds weer iets eetbaars naar binnen.
Overal op straat heb je van die kleine ondernemers die altijd wel wat lekkers te eten hebben in hun klaarstaande pannetjes. Voorbijgangers tillen het deksel van een pan omhoog om even te neuzen wat er in zit. Vinden ze het niet lekker dan sjokken ze gewoon verder. Voor een snel ontbijtje bestaande uit rijst en twee spiegeleieren met een flesje cola betaalde ik 0,80€. Je schaamt je bijna om geen fooi te geven. De uitbaatster onderhield drie kinderen. Een jongen van acht jaar sneed de groenten en een meid van zes jaar oud trok haar broertje van twee jaar, die met zijn blote piel naast me zat, van zijn krukje. Blijkbaar vonden ze dit niet gepast. Even later stopte ons local busje die ons van Puerto Princesa naar het noorden van het eiland zou brengen. In het busje zaten allemaal Filipinos die ook naar het noorden gingen. Voor hun is dit de goedkoopste manier van reizen. Per persoon betaal je 500 pesos (8,30€). De rit duurde vijf uur. Je betaalde dus zo’n 1,70€ per uur. Ik heb het alleen goedkoper meegemaakt in het Andes-gebergte. Daar reden coaches (grote bussen) voor één euro per uur. Geen geld.
Er gaat maar één weg naar het noorden. Al het verkeer ging over deze tweebaans weg waardoor deze tocht van 180 km zolang duurde. Onderweg slapen honden gewoon op de weg of ze riskeren zo’n last minute oversteek zonder uit te kijken. Gewoon om de chauffeur het moeilijk te maken volgens mij. De pestkoppen. Toch weten de chauffeurs al zigzaggend over de weg deze hondjes goed te ontwijken. Tenminste: ik heb geen honden zien liggen die het niet meer deden. Angelica heeft vijf uur met de handen voor haar ogen gezeten. Iedere keer als ik zei:” bohhh, dat was close”, verstijfde ze van schrik. Ik besloot er maar mee op te houden. Not funny en slecht voor haar hart.
Langzaam veranderde het landschap. Mooie palmbomen en schitterende vergezichten. We naderden El Nido. Welcome in paradise ! Van hier uit gaan we island-hoppen.
Dag 5/6 El Nido, Palawan
Ons hostel is supermooi. The Outpost Beach Hostel is een backpackers hostel maar je kunt er ook een priv’ekamer boeken.. Hier voel ik me toch meer thuis dan in een hotel. Alles gaat altijd lekker gladjes. Het personeel bestaat vaak uit mensen die ook veel reizen dus die weten je ook meteen van het goede advies te voorzien. Ze weten wat speelt. De zee bevond zich op vier (!) meter van de trapjes naar de bar. Daartussen in bevond zich een kleine strip met zand. In het hostel zat vanwege de goedkope prijzen uiteraard veel jeugd. En die hebben altijd goede zin ! Je kunt het hostel hier boeken.Ook het dorpje is heel leuk. Genoeg te zien. Mensen werken, gaan naar school, doen hun dingetje. Zoals bij ons, alleen anders.‘s Avonds reden we met een locale tricycle richting het dorpje El Nido. Een tricycle is niet meer dan een klein brommertje waar de plaatselijke Jan Handig een karretje tegenaan heeft gefixed. We pasten nét met ons tweetjes erin. Voor 50 pesos (0.80€) bracht hij ons naar het dorpje.Wemoesten pinnen. Alle pinautomaten worden hier zwaar bewaakt. Het maximale wat je per dag kan pinnen is 10.000 pesos (165€). Dat zou dus de ultieme buit zijn na een klap in je nek. Maar ook ieder restaurant heeft een gewapende bewaker. Zelfs ons hostel aan zee heeft er ene. Als je op de site kijkt van buitenlandse zaken dan zie je dat van het eiland Palawan de kuststreek oranje is gekleurd m.a.w. te vermijden gebied. Nu weet ik ook dat die heren die de reisadviezen verzinnen heerlijk kunnen overdrijven. De enige keer dat ik wat meemaakte in een kuststreek was in de Keniaanse havenstad Mombassa, zo’n 15 jaar geleden. Ik zat met een blonde langharige vuilnisman uit de Achterhoek ‘s nachts aan de bar samen met de keniaanse barman de dag af te bieren. Opeens kwam de hotelmanager met de mededeling dat hij was gewaarschuwd dat Somalische piraten op zee waren gespot op zo’n 10 km afstand van ons strand. Ter verdediging had het Keniaanse leger een tiental soldaten naar ons hotel gestuurd om de boel te bewaken. Die arriveerden inderdaad een half uurtje later toen ik met mijn kompaan aan het biljarten was. Nieuwsgierig als ze waren gingen ze met hun kalashnikovs rondom de biljart staan om te kijken wat we er van bakten. Degene met zijn Rocky Balboa shirtje aan zei dat hij tegen de winnaar wilde spelen. Even later mocht ik het tegen hem opnemen. Om zijn handen vrij te houden had hij zijn geweer even rechtop tegen de biljartkast aangezet. Echter, dat ding stond lelijk in de weg toen ik wilde aanleggen voor een punt te maken. Ik vroeg heel lief of ik zijn AK47 even mocht verplaatsen. Hij knikte toestemmend. En daar liep ik dan met zijn wapen naar de hoek van de bar en legde hem daar op de grond. Niemand keek er van op. Ook deze meneer legde uiteindelijk het loodje en na het vieren van deze zegen kroop ik in bed. ‘s Morgens liep ik vanuit mijn kamer naar buiten en onder het balkon lag Rocky te slapen op een bedje met het geweer als kussen onder zijn hoofd. Er was uiteindelijk geen aanval geweest die nacht. Wel hadden ze die week 12 man in het dorpje waar ik verbleef ter plekke opgehangen. Gewoon, omdat ze tijdens de verkiezingen die werden gehouden op het moment dat ik daar was,op de tegenstander van de zittende president (Kenyatta) hadden gestemd. Mijn advies luidt dan ook: nooit naar Afrika gaan als er verkiezingen zijn. De situatie kan zo maar uit de hand lopen. Het respect voor het leven kan dan heel snel verdwijnen.Hier op de Filipijnen heeft men soms last van de tereurgroep IS. Echter, deze zitten in de provincie Mindanao. Een flink stuk hier vandaan. No worries 😊.
Dag 7 Blog update Filipijnen (Islandhopping Expeditie Robinson eilandjes)
Vanuit het hostel liepen we de rustige zee in. De windstilte zorgde er voor dat de zee zo glad was als een biljartlaken. De temperatuur van het water was heerlijk warm. Één groot bad voor je deur. Het was ongeveer 100 meter lopen en op het laatst kwam het water tot aan je middel. Opdrogen kon je op de boot. De groep bestond uit voornamelijk engelse en Australische twintigers die in ons hostel verbleven. De meesten hadden nog kleine oogjes van het drinken de avond van te voren. Veel van het vervoer over water in de Filipijnen gebeurt met de zogenaamde Outrigger (Bangka). Dit is een type kano met een of meerdere drijvers langs de zijkant bevestigd aan een of beide zijden van de boot. De Outrigger heeft een veel grotere stabiliteit en zeewaardigheid ten opzichte van de traditionele kano. Kleine boten hebben vaak slechts 1 drijver aan bakboordzijde, terwijl grotere boten er een aan beide zijde hebben. Met deze boot gingen we de zee op en na een half uurtje kwamen we aan op het eerste eiland: Pinagbuyutan island. Een helse regenbui barstte los en iedereen op de boot werd kletsnat. Onze tassen hadden we gelukkig droog weg kunnen zetten. Er zat niets anders op dan maar het warme badwater in te duiken. Eenmaal in het water boeide het niet meer zo veel. Dit was een prachtig eilandje. Erg klein maar heel hoog. Ik waande me net zo’n Robinson Crusoë. Alleen maar palmbomen en een wit strand. Prachtig 😍. Het volgende eiland was Snake Island (het had de vorm van een slang). Op het eilandje zat één aap. Die kwam ook meteen naar ons toe gelopen. Aangezien hij uiterst agressief scheen te zijn werd hem door Jay-Jay, de lolbroek van de bemanning, een banaan in zijn mond geschoven. Dat zou hem even rustig houden zodat de groep hem rustig kon passeren. We wilden immers naar de top van de berg klimmen zodat we een mooi uitzicht hadden. Eenmaal weer onder stond er een tafel op het strand. Met een surfplank werd het lopend buffet van onze boot naar het strand gebracht. Op het menu stond rijst, kip, vis, groenten en fruit. De mannen hadden dit ondertussen aan boord bereid. Heel apart zo’n buffetje in zee. Hierna gingen we naar West Entalula Island. Paradijselijk witte stranden waar we konden snorkelen. Natuurlijk zagen we allemaal mooie visjes in allerlei bonte kleuren. Het enige visje wat ik herkende was het papegaai-visje. De big lagoon op Miniloc Island was alleen te bereiken met een kano die je kon huren van een drijvend kanoverhuurbedrijfje. Eenmaal aangekomen in de lagoon viel onze mond open van verbazing. Het water was vrij ondiep, je zou in principe kunnen lopen maja: we hadden nu al betaald voor de kano 😂. Aan weerszijden van de strip water waren hele hoge, mooi groen bekleedde rotsen die datgene wat je schreeuwde met een echo terugkaatsten. We echter maar een uurtje de tijd maar net genoeg om dit moois in ons op te slaan.
We sloten deze trip af op 7 Commandos Beach. Hier namen we een kokosnoot om te drinken. Op het strand was een volleybalveldje en met de hele boot deden we een wedstrijdje beachvolleybal. Zo sloten we deze mooie dag af. ‘s Avonds aten we lekker vis van de BBQ op het strand van el Nido. Super lekker !
Dag 8,9,10 Schoolbezoek El Nido
Gewoon allerlei leuke dingetjes gedaan. Een dagje een ATV gehuurd en daarmee door de modder geknald en op een aangewezen stukje strand langs de waterkant gescheurd. Altijd leuk. Maar het leukste was het bezoek aan een school. Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieerden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water. Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheid sporten die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦
Dag 12 Iwahig gevangenis (gevangenis zonder muren)
Een bezoek aan de Iwahig gevangenis. Deze gevangenis huisvest gevangenen met een hele zware gevangenisstraf. De mensen die we ontmoet hebben zijn allen veroordeeld voor moord of meervoudige moord. Het frappante aan deze gevangenis is dat het geen muren heeft. Iedereen kan zomaar ontsnappen. Maar toch kiezen ze er voor om dat niet te doen. De regel is simpel. Als je niet ontsnapt dan mag je in de gevangenis in Palawan blijven, je mag tennissen, voetballen, zelf koken, tuinieren, je familie en vrienden mogen langskomen, je mag zelfs aan je vriendin knabbelen zo vaak je wilt. Je hebt dus heel veel privileges. Probeer je te ontsnappen dan ga je linea recta terug naar de gevangenis van Manilla. Daar zit je in een grote cel met 180 man waar plaats is voor 20 man. Je word gedwongen je bij een bende aan te sluiten om te kunnen overleven. Doe je dat niet dan overleef je geen twee weken. Moord en doodslag is er aan de orde van de dag. Iedere bende heeft een leider. Als deze even zijn benen wil strekken dan wordt hij geëscorteerd door ongeveer 300 bendeleden die hem beschermen tegen vijandige leden van een andere bende.
Aldus Jason, een 40-jarige inmate met twee inkttraantjes onder zijn rechteroog, die ons te woord stond. Bij aankomst moesten we ons even melden bij een kantoortje. We wisten niet wat we moesten verwachten en hadden gehoopt op een bewapende cipier die ons zou begeleiden. Helaas was dat niet zo dus in ons uppie moesten we maar contact zien te maken. De zwaar getatoeëerde Jason kwam lachend op ons af en stelde ons enigszins gerust. Zijn ouders hadden vroeger in Manilla een zaak. Op een avond hoorde hij geluid bij het tuinhek. Door het geopende raam vernam hij dat de twee mannen zijn vader wensten te spreken. Toen zijn vader de voordeur opende werd hij meteen neergeschoten. Jason werd getroffen door twee kogels en raakte buiten westen. Toen hij bij kwam in het ziekenhuis bleken zijn jongere zusje, zijn vader en moeder te zijn vermoord. Beroving was de reden. Jason was diverse malen naar de politie gegaan om een aanklacht in te dienen maar kreeg telkens geen gehoor. Na een jaar besloot hij de moordenaars van zijn familie te vermoorden. Na deze dubbele moord stapte hij met het wapen naar de politie en deed zijn verhaal. Hij kreeg 22 jaar cel. Hiervan had hij 17 jaar in de gevangenis van Manilla gezeten. Wegens goed gedrag kwam hij in aanmerking voor de Iwahig gevangenis, een droom voor iedere Filipijnse gevangene. Hier zat hij al twee jaar en moest er nog drie. Toen hij het verhaal vertelde kreeg hij tranen in zijn ogen. Iedere dag stonden ze om 05:00u op en gingen aan het werk op het land. Daarna werd er gedoucht en konden ze hun dag verder invullen. Ik mocht van hem dit verhaal op FB zetten maar over bepaalde dingen mocht ik niet schrijven. Als slot kregen we een heuse gangsterdans te zien á la de Backstreet boys. Na twee uurtjes zijn we weer gegaan. Een superervaring rijker ! #neverbored#. Wil je zien hoe het er in een Filipijnse gevangenis aan toegaat kijk dan op youtube: