Erik en ik stonden voor het Francorchamps Racing Hotel. Ooit was dit hotel populair bij racefanaten maar nu lag het er troosteloos bij. De ramen waren aan de voorzijde dichtgetimmerd waardoor we gedwongen werden via de achterzijde naar binnen te gaan. Een triest lot voor een plek waar geschiedenis geschreven werd want in dit hotel werd – destijds onder de naam Hôtel des Bruyères- in 1920 de basis gelegd voor één van de meest legendarische racecircuits ter wereld. Door enkele kopstukken werd in dit hotel op de achterzijde van een bierviltje het parcours getekend dat via de wegen tussen Spa, Francorchamps en Stavelot loopt. Het circuit Spa-Francorchamps was geboren. Dat in 1920 de finish van het nieuwe circuit Spa-Francorchamps vlakbij komt te liggen, legde het hotel geen windeieren. In 1922 werd de eerste autorace gereden en vanaf dat moment groeide het hotel uit tot een populaire verblijfplaats voor racetoeristen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er hevige gevochten in en rond het nabijgelegen Malmedy. Hotel des Bruyères werd in die periode door een divisie van Amerikaanse troepen als hoofdkwartier gebruikt. Na de oorlog hernam het de rol van hotel. In 2006 veranderde het hotel van naam en werd het het Francorchamps Racing Hotel. Twee jaar later werd het hotel overvallen waarbij de grote kluis op de bovenverdieping werd gekraakt. De deur stond vandaag nog altijd open. Al het geld werd uit de kluis gestolen waardoor het hotel uiteindelijk failliet ging. Jammer eigenlijk dat een hotel met zo’n mooie geschiedenis zijn deuren moest sluiten. Van de andere kant: voor ons een mooie gelegenheid om lekker onze hobby uit te voeren.
De lege kluis met de deur nog altijd open.De lege bar. De trap naar de eerste verdieping van het hotel.Op de grond lag een lege fles wijn.
GPS
50.452954,5.957577. Als je voor het hotel staat dan dien je links van het hotel te lopen. Via de achterzijde kom je er binnen.
We hadden Ben leren kennen in Kiev, de hoofdstad van de Oekraïne. De 24-jarige Australiër woonde al zijn hele leven in Sydney en wilde eens gedurende een paar maanden een rondreis maken door Europa voordat hij zich ging storten op zijn arbeidsleven. De meeste toeristen uit zijn vaderland concentreerden zich dan op de driehoek Parijs, Rome, Praag maar Ben wilde avontuur en dan moest hij toch echt wel in Oost-Europa zijn. Na ons bezoek aan Tsjernobyl en de verlaten kernwapenlanceerinstallatie in het zuiden van Oekraïne namen we afscheid maar twee weken later stond Ben ineens voor mijn huisdeur. Natuurlijk mocht hij een weekje op rust komen. Hij had zijn eigen kamer en deed iedere dag zijn ding. Ik had echter een urbex-dagje gepland naar België en vroeg of hij misschien mee wilde gaan. Uiteraard wilde hij mee ! In Kiev had ik hem al verteld over de hobby van mijn nichtje Verena en mijzelf en hij was langzaam warm gedraaid en klaar voor een urbex-avontuur. Met zijn zevenen vertrokken we voor dag en dauw in twee auto’s richting Dinant om een van de mooiste verlaten kastelen van België te gaan bezoeken. Het was een gure herfstdag en de mist trok langzaam omhoog uit de bossen waar het kasteel in lag verscholen. We hadden verhalen gehoord over een bewaker die drie keer per dag met zijn geladen jachtgeweer en zijn twee honden zijn ronde zou lopen. Het was dus uitkijken geblazen. Ben was net zoals de rest van de groep zichtbaar gespannen maar ook verheugd. We vonden het bekende gat in het hek en kropen er één voor één door heen. Volgens de GPS waren we nog maar twintig minuten verwijderd van het kasteel dus moesten we even doorstappen. Even later zagen we de bekende torens af en toe tussen het gebladerte tevoorschijn komen. Het duurde niet lang meer. We zaten kortbij. Ik liep een paar meter vooruit en stond al voor de entree van het kasteel. De rest liep een flink stuk achter me en een dikke rij coniferen blokkeerde nog altijd hun zicht op het kasteel. Eenmaal dichterbij keek ik alleen naar het gezicht van Ben hoe hij zou reageren op dit plaatje. Hij stond ineens stil en bij het zien van onderstaand beeld fluisterde hij maar één zin:” Owww my f*cking Godddd”.
Landhuis van Noisy
De gronden behoorden al sinds de 11e eeuw toe aan het geslacht Beaufort de Celles (later Liedekerke-Beaufort), die vanaf de 15e eeuw het Kasteel van Vêves bewoonden. In de tweede helft van de 18e eeuw verliet de graaf dit kasteel echter om in een landhuis te gaan wonen, op slechts enkele honderden meters van Vêves. Dit landhuis, dat volgens sommigen best een kasteel genoemd kon worden, stond bekend als het ‘landhuis van Noisy’. Op dit landhuis werd later een meer bescheiden hoeve gebouwd.
Bouw
De kleinzoon van de graaf die het kasteel van Vêves verliet, Hadelin de Liedekerke-Beaufort, besloot om dat oude kasteel niet te restaureren, maar de bouw van een geheel nieuw kasteel te overwegen, dat meer bij de smaak van de 19e eeuw paste. In 1866 gaf hij de opdracht aan de Engelse architect Edward Milner, die in heel Europa bekend was. Deze koos voor de toen erg populaire neogotische stijl voor het interieur en de afwerking van het gebouw, dat tevens ook erg Schots aandoet. Het kasteel van Noisy had oorspronkelijk nog een stuk groter moeten worden, met een oranjerie, een andere toren en een vestingwal die uiteindelijk nooit gebouwd werden. Milner overleed immers nog voor het gebouw gereed was. Een Franse architect, genaamd Pelcher, nam het werk van hem over. Het kasteel werd gedurende een erg lange periode in verschillende fasen gebouwd. In 1907 was het werk uiteindelijk af. Milner ontwierp ook het park rond het Kasteel en maakte, landschapsschilder als hij was, ook verschillende schilderijen van het gebouw.
Na de Tweede Wereldoorlog
Tussen 1939 en 1945 kwam het kasteel in handen van de Duitse bezetter. Na de Tweede Wereldoorlog werd het deels aan de NMBS ter beschikking gesteld. Zij verbouwden de linkervleugel tot vakantieverblijf voor groepen kinderen en jongeren, terwijl de graaf de rechtervleugel bleef bewonen. In 1958 vertrok de graaf definitief uit het kasteel om zich in de nabijgelegen hoeve te vestigen, op de plek van het voormalige landhuis. De NMBS kreeg nu de kans om het gebouw helemaal om te bouwen tot vakantieverblijf en het werd de ‘Home van Noisy’ gedoopt. In 1977 konden de spoorwegen het kasteel niet meer uitbaten, waarop de graaf een vennootschap oprichtte die de functie van het gebouw overnam, waarbij het de vakantiefunctie behield en voortaan een verblijf werd dat door schoolgroepen en jeugdbewegingen gebruikt kon worden. Sinds 1991 staat het gebouw echter leeg.
Verval
Nadat het kasteel leeg was komen te staan, raakte het snel in verval. In 2009 waren nagenoeg alle 550 ruiten in het kasteel gesneuveld en waren in sommige delen van het gebouw complete trappenhuizen ingestort.De gemeente Celles had al enkele malen een bod gedaan om het kasteel en de grond over te nemen, maar de familie wilde nog geen afstand doen van het kasteel. Ondanks de aanwezige boswachter en het grote instortingsgevaar, bleef het kasteel een geliefde locatie voor urban explorers en kunstfotografen. Vanaf 2014 stond er een hek om een deel van het terrein en waren er waarschuwingsborden op de plaats waar de omheining eindigde. Op 5 februari 2015 werd het kasteel geschrapt van de lijst met erfgoed, waardoor het niet meer beschermd was tegen een eventuele sloop. Een maand later werd een sloopvergunning ingediend door de eigenaar van het kasteel zelf.
De afbraakwerken begonnen op 24 oktober 2016, maar begin november werd de sloop alweer stopgezet. In mei 2017 werd de sloop hervat. Door een beslissing van de Raadkamer van Dinant werd de sloop in juni 2017 opnieuw stopgezet omdat de sloopvergunning ongeldig was; er was geen onderzoek gedaan naar de schade die de sloop aan de dieren rond het kasteel zou toebrengen, in het bijzonder de vleermuizen die zich in het kasteel bevonden. De graaf die eigenaar was, ging in hoger beroep en de vergunning werd wederom goedgekeurd. De sloop van de monumentale toren werd voltooid op 5 oktober 2017.
GPS
50.222184734189796, 4.990107262592976 (let op: het kasteel is afgebroken).
Hier stonden we dan: 250 meter boven Lissabon. Wat een mooi uitzicht moeten de gasten hier vroeger hebben gehad tijdens het knagen op een lekkere steak. Woww…. In het Florestal de Monsanto park werd in 1967 dit iconische restaurant gebouwd. Het gebouw bevat nog steeds originele kunstwerken, waaronder muurschilderingen en keramische panelen van verschillende Portugese kunstenaars.
Ik parkeerde ons busje voor de ingang en samen liepen we richting het restaurantje. Ineens klonk een zware mannenstem. Betrapt ! Ik sloeg meteen linksaf een trap omlaag. Angelica bleef met de bewaker praten. Hij had me gelukkig niet gezien. Ik liep verder richting restaurant voordat hij in de gaten zou krijgen dat we met zijn tweeën waren. Al was het maar om één kiekje te maken. Angelica zou de bewaker wel zolang aan de praat houden. Kon ik er in de tussentijd lekker op los klikken. Na een minuut of vijf vond ik het wel heel erg stil worden. Ik hoorde helemaal niemand meer. Toen ineens schreeuwde Angelica mijn naam.
Langzaam kwam ik tevoorschijn met mijn meest onschuldige gezicht. De bewaker was verdwenen en Angelica keek me heel boos aan. Ik had een aantal gemiste oproepen. Wat bleek nou. De bewaker was daar niet om het pand te bewaken maar moest ervoor zorgen dat de urbexers die daar kwamen om een fotootje te nemen, hun auto op de juiste wijze parkeerden. Ons busje stond verkeerd geparkeerd voor de ingang. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Een parkeerwacht bij een urbex-plek haha. Behalve ons tweetjes waren er nog twee mensen en helemaal onderin het restaurant waren een paar jonge mensen een dansvideo aan het opnemen samen met hun choreograaf. Het was niet echt druk dus we vroegen ons af waarom hier in godsnaam een bewaker nodig was.
Op een slinkse wijze brak Rámon door het ME-kordon en rende de berg af naar zijn geboortedorp bij de rivier. De commandant schreeuwde tegen twee van zijn mannen: “pak hem, ga hem halen voordat hij verdrinkt !”
Het water van het zich vullende stuwmeer stond al tot aan de drempel van de voordeur. Hij opende de deur en stormde naar boven. Op zijn kamer wipte hij een plank uit de vloer omhoog, greep de brieven en verstopte ze snel onder zijn trui. Vlak nadat hij een stoel pakte om op te gaan staan voelde hij het koude metaal om zijn linkerpols en even later hetzelfde gevoel om zijn rechterpols. Hij schreeuwde zo hard als hij kon maar niemand luisterde naar wat hij zei. Zijn moeder stond huilend achter het rood-witte lint en werd vastgehouden door een agente van de Guardia Civil. Zijn vader kon helemaal niets doen want hij was nog te verzwakt vanwege zijn 10-daagse hongerstaking. Niets had geholpen. Alles hadden de bewoners er aan gedaan om te voorkomen dat hun dorpje onder water zou worden gezet. Het grote geld had echter gewonnen. Aceredo zou het Atlantis van Spanje worden.
Nu, 30 jaar later, liep Rámon hand in hand met de vrouw uit zijn brieven met vochtige ogen door zijn geboortedorp. Wegen, paden en gebieden van voormalige landbouwgrond waren weer zichtbaar, evenals de voormalige huizen van zijn vriendjes. De stenen muren stonden er nog hoewel de meeste daken waren ingestort en de houten deuren en ramen verrot waren. Ze waren nog één straat verwijderd van zijn geboortehuis. Hij riep met luide stem zijn twee puberende jongens.
Ze mochten niet naar binnen gaan want de vloeren van hun voormalige huis waren door het water waarschijnlijk verrot en ze zouden zomaar kunnen breken. De historische droogte had zijn dorp met 70 huizen weer aan het oppervlakte gebracht en vandaag had hij vrij genomen om met zijn familie zijn vertrouwde omgeving te gaan bezoeken. De rivier de Lima op de grens van Spanje en Portugal had nog nooit zo weinig water aangevoerd. Daarbij wilde het energiebedrijf niet minder water afnemen waardoor het stuwmeer zo goed als leeg was gelopen.
Hij zag de oude auto van meneer Gonzales, zijn buurman. Op de dag van de evacuatie wilde hij niet starten. Alle huizen waren inmiddels leeg gemaakt. Zelfs de dierbaren op het kerkhof waren elders herbegraven. Meneer Gonzales kreeg zijn auto maar niet aan de praat en besloot hem te laten staan. Rámon keek er eens naar. ‘Hoevaak hadden ze wel niet op de achterbank van dit karretje gezeten toen ze een uitwedstrijd moesten voetballen’: vroeg hij zich af.
De groene rand bovenaan verraadt tot hoever het stuwmeer gevuld was met rivierwater.
Zelfs de oude waterpomp tegenover zijn huis spuwde nog steeds een gestage stroom water. Hier dronk hij altijd bij warm weer als niemand thuis was die hem binnen kon laten. Hij liep de stenen trap op en keek zo de keuken in. Het oude gasfornuis stond er nog. Hij sloot zijn ogen en in gedachten rook hij de paella die zijn moeder zo lekker kon maken. 10 jaar geleden hadden ze samen voor de allerlaatste keer paella gegeten. Zijn vader was de hongerstaking nooit te boven gekomen en ook mede door verdriet was hij in zijn slaap ook overleden.
Eenmaal op zijn slaapkamer pakte hij een stevige stoel en trapte er een aantal keer op met zijn voet. Daarna ging hij er op staan en strekte zijn hand tot boven de houten balk. Met zijn wijsvinger wrikte hij in een gat en even later viste hij er iets uit en stopte het in zijn broekzak. Zijn jongste zoon stond ineens achter hem en vroeg wat hij in zijn zak had verstopt. Ràmon schrok en zei hem dat hij dat straks zou vertellen waar iedereen bij was. Samen liepen ze de kamer uit, de trap af, de straat op waar zijn oudste zoon bij zijn moeder stond te wachten.
De voordeur.
Vlak voor haar knielde hij op de grond en keek haar aan met vochtige ogen. ‘Ik heb hier zó lang op gewacht. Ik heb altijd een voorgevoel gehad dat dit moment zou gaan komen en nu is het zover. Ik wilde je dit al 30 jaar geleden vragen. Hoevaak heb je me in die periode niet gevraagd wanneer ik je zou vragen of ik met je wilde trouwen ? Hoevaak heb ik je teleurgesteld met mijn antwoord dat je geduld moest hebben ? Een jaar lang heb ik hiervoor gespaard en ik was zo bang dat ik het nooit meer zou vinden. Maar vandaag was het lot me gunstig gezind en heb ik datgene gevonden wat ik al die tijd kwijt was. Vandaag komt er eindelijk een einde aan mijn geheim. Met zijn linkerhand pakte hij de pols van de snikkende moeder van zijn dierbare zonen en drukte een mooie gouden ring in de palm van haar bevende hand 💍.
De stenen trap naar de keuken. Het gasfornuis.De oude waterpomp. De auto van buurman Gonzalez. De gang naar Rámon’s slaapkamer.De auto van buurman Gonzalez.De auto van buurman Gonzalez.De dam.
Aceredo jaren ‘80
Uit hun huizen gejaagd
Deze plek bezoeken ?
Kopieer onderstaande GPS-coördinaten in je google maps (41.8945049, -8.1282296) en parkeer je auto precies op het aangegeven plekje neer (plaats voor twee auto’s). Spring over de rood-witte barricade en wandel via het kapotte asfaltwegdek naar het dorpje onder je.
In de verte zagen we dit vervallen pareltje dat gebouwd werd in de 14e eeuw. Verlaten door de eigenaar raakte het kasteel geleidelijk in verval. Eigenlijk jammer dat hier niet een of andere instantie ingrijpt. In Nederland zou dit nooit kunnen gebeuren. Als je hier je kozijnen en voordeur niet op tijd een likje verf geeft wordt er door de buurtvereniging al een facebook-pagina aangemaakt om je op andere gedachten te brengen.
Renaissance
Het kasteel dateert dus uit de 14e eeuw en bestaat uit drie torens en een donjon binnen. De muren werden in de 16e eeuw vervangen door rechthoekige gebouwen en ter verdediging werden twee ronde torens met kantelen toegevoegd. Tussen de twee ronde torens geven drie openingen toegang tot het kasteel. Op de grote binnenplaats zagen we baaien in Italiaanse stijl zodat je zou kunnen stellen dat de bouw van dit kasteel is beïnvloed door de Renaissance-tijd. De kapel van het kasteel bevindt zich in het oosten buiten de omheining en dateert ook uit de 14e eeuw.
Camping
Tegenwoordig behoort dit kasteel tot een wijndomein van Saint-Emilion. François Marret, de huidige eigenaar, erfde dit kasteel van zijn oom maar laat het gewoon leeg staan. Zo jammer. Geeft het toch gewoon aan ons ? Hoe vet zou het zijn om hier een camping bij te maken en iedere avond op de binnenplaats van het kasteel feestjes te houden met bier en Schwein am Spies ? Ja toch ?
GPS
Wil je dit kasteel eens een keer bezoeken ? Voor twee flesjes bier lieten de aanwezige klusjesmannen van de boerderij ernaast ons binnen. Hieronder de GPS.
44.9252175582703, – 0.11927486330718853
De binnenplaats.Een brug verschafte ons toegang tot de kasteelpoort. De gracht was opgedroogd. De ramen zijn dichtgemetseld.Een oude waterpomp waar de dienstmeiden vroeger hun water omhoogpompten om te kunnen koken en wassen.Rechts het kapelletje.Het kapelletje van binnen.
Angelica en ik stonden onder aan het treinplatform en keken omhoog naar het spoor in de lucht. De futuristische luchttrein was een Franse uitvinding uit de jaren ’60. Net als de magnetische trein, was de Aérotrain ontworpen om boven de sporen te glijden. In plaats van magnetische weerstand te gebruiken, zou de Aérotrain op een kussen van lucht drijven. Helaas werd dit project stop gezet toen de centjes op waren en de uitvinder, Jean Bertin, was gestorven. Daarna werd de TGV ontwikkeld (Train à Grande Vitesse, hogesnelheidstrein) en deze trein werd wél een succes en bestaat nu nog altijd. Hoewel het project werd stopgezet, werden de testbanen nooit afgebroken en zijn ze nog steeds hoog op het platteland te vinden. We kwamen door hele kleine dorpjes waar ze al zeker 75 jaar géén Duits nummerbord hadden gezien. Dat was dus even schrikken voor ze. ‘s Avonds sliepen we aan de rivier de Loire.
Foto’s uit jaren ’60
GPS
Het eerste platform is in Ruan, Loiret: 48.1157, 1.904. Het middenstation is in Chevilly, Loiret: 48.0282, 1.884. Het laatste platform is in Saran, Loiret: 47.9581, 1.892.
Seraing wordt samen met andere steden langs de Maas beschouwd als een van de bakermatten van de Europese industriële revolutie. De opkomst van de zware industrie werd in gang gezet door de Britse ondernemer John Cockerill, die al in 1817 de eerste ijzerertssmelterij bouwde. Na zijn dood in 1840 werd de plant genationaliseerd en bleef groeien onder de naam “Société anonyme John Cockerill”. In 1955 werden de werken samengevoegd met de naburige fabriek in Ougrée en al snel werd een geïntegreerde fabriek “Cockerill-Ougrée” met meer dan 45.000 werknemers gevormd. In de jaren ‘90 veranderden de eigenaren van de fabriek snel. Het eerste nieuwe bedrijf “Cockerill-Ougrée-Providence et Espérance Longdoz” werd opgericht, later overgenomen door Arbed en Usinor en uiteindelijk gefuseerd met Arcelor Mittal in 2010. Het ging echter niet goed met de productie van staal in Europa hetgeen in 2009 leidde tot een definitieve stopzetting. Voor ons een mooie locatie om onze hobby fotografie een paar uurtjes uit te oefenen.
De GPS staan onder deze blog.
Video
Als die mafklapper valt dan is hij morsdood.
Control room (meet-en regelkamer)
Procesflowdiagram.Werkinstructie.Procedureblad.
De onderhoudswerkplaats
Koelwerk.
How to get there ?
Kopieer onderstaande cijfertjes gewoon in google, klik vervolgens op ‘maps’ en klik op ‘starten’. Parkeer je auto op GPS 50.6037586, 5.5423283. Loop in drie minuten naar het gat in het hek op GPS 50.6041008, 5.5430793. Vervolgens ben je op het fabrieksterrein waar géén bewaking is. Het interessantste gedeelte is de ‘control room’ vanwaar uit alle productieprocessen werden bestuurd. Deze bevindt zich op de bovenste etage boven GPS 50.6053000, 5.5482020.
De weg er naar toe was zwaar. Met 20 km/uur probeerden we al slingerend over het steil oplopend weggetje gaten zo groot en diep als speciekuipen te vermijden. Eenmaal boven was het uitzicht op 1500 meter hoogte overweldigend. Angelica en ik keken uit over het uitgestrekte Central Balkan National Park. Deze bergtop staat bekend als de geboorteplek van het Bulgaars communisme. Ter nagedachtenis aan een geheime bijeenkomst in 1891 waarbij de Bulgaarse communistische partij werd gevormd werd in zeven jaar tijd dit gebouw uit de grond gestampt. Het is geheel gebouwd in de stijl van het brutalisme/modernisme. Het gewapend beton is gewoon ruw gelaten en het geheel kwam heel bombastisch en intimiderend op ons over. Een bouwstijl die we overigens veel in Bulgarije zagen. Op totaal onverwachte plaatsen staat ineens een betonnen kunstwerk zo báf voor je neus. Afgebeeld staan meestal mensen die hard werken met een hamer/sikkel of een geweer in de hand hebben, al dan niet zittend op een paard. Dat is hier nog wel een dingetje. Als je balans kan houden op een paard dan hoor je er zo te zien bij hier in Bulgarije. Het deed me denken aan die foto van de Russische president Poetin. Waar hij met ontbloot bovenlijf op een paard komt aangesjokt. Indruk maken ? Mannelijkheid uitstralen ? Hoe dan ??? Op vandaag toon je je mannelijkheid door je hele hals vol te tatoeëren. Je bent zongebruind en zet iedere maand een spuit in je reet om breed te worden. Op het terras sla je iedere stoel kapot zodat het meisje van je dromen alleen nog maar op jouw schoot kan zitten 🤦🏻♂️. Kijk Poetin, op een paard zitten is done, helemaal klaar.
Hoe kom je er binnen ?
Helaas. Dat is onmogelijk. Het is één betonnen klomp zonder ramen en deuren. De enige deur is bij de ingang met een hekwerk ervoor. Naast het hekwerk staat een politie-unit inclusief agent. Rondom het gebouw is professionele camera bewaking aangelegd. Binnenkomen kun je helaas dus wel vergeten.
ToegangstrapEnige foto van binnen helaas
Buzludzha tijdens het communisme in de jaren ‘80.
Buzludzha gefotografeerd door collega urbexers
Helaas hadden we al jaren geleden hier moeten zijn om binnen te komen. Buzludzha wordt momenteel gerenoveerd en in de staat van de jaren ‘80 teruggebracht. Om toch een indruk te geven hoe fotogeniek deze urbex-spot is plaats ik enkele foto’s die ik tegenkwam op internet.
GPS
De parkeerplaats naast het monument staat op (42.7355997, 25.3963680). De mooiste foto van veraf maak je vanaf het Socialism Monument Социалистически Паметник op (42.7311464, 25.3867570)
In 1984 werden nabij Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina de 14e Olympische winterspelen gehouden. Schaatser Hilbert van der Duim droeg de Nederlandse vlag maar helaas wonnen we geen enkele medaille🥇in deze eerste Spelen in een socialistische staat. Tijdens de Balkan-oorlog in 1991 werden deze sportlocaties op de Trebević berg gebruikt door de Bosnisch-Servische guerillastrijders.
Video
Olympische ringen uit 1984 in het centrum van Sarajevo
Bobslee-baan
De 13 gekrulde bochten van de 1300 meter lange olympische bobsleebaan diende als één lange loopgraaf maar dan niet IN de grond maar boven de grond. De Bosnische-Serviërs konden zodoende een groot gebied bestrijken en zich ook nog eens vrij bewegen. Dat de Bosnische Kroaten wel degelijk terugschoten zagen we duidelijk aan de ontelbaar veel kogelgaten in het beton waarvan de baan gemaakt was. Om daar te komen moesten we een bepaald pad gebruiken daar niet alle mijnen waren opgeruimd. Ik vond op youtube nog een filmpje van de bobsleebaan tijdens de Winterspelen uit 1984.
Bobslee-trackBobslee-trackBobslee-trackKogelgaten in Bobslee-track
Bistrik toren
Via een kaal gelopen pad in het gras liepen we naar de toren. Ook hier was het weer uitkijken dat je op het pad bleef en niet ernaast ging lopen. Hier zagen we wederom de gevolgen van de vele beschietingen. Zowat het hele gebouw was doorzeefd met kogels. Zeker de toren die in de Oostenrijk-Hongaarse tijd was gebouwd.
Bistrik towerBistrik tower doorzeefd met kogels en granaten tussen 1992-1995.GranaatinslagVerlaten huizen op de bergMeer kogelgatenGemaakt schietgat
Igman Olympisch schansspringen
Onze aandacht werd getrokken door een groot open veld waar we twee skischansen zagen. Hier had men dus vroeger strijd geleverd om wie het verste kon springen. Het Olympisch erepodium stond er ook nog. Tijdens de oorlog voerde men hier standrechtelijke executies uit. Bosnische krijgsgevangenen moesten met de handen in de lucht net doen alsof ze een medaille hadden gewonnen waarna een dof schot in het hoofd een einde maakte aan hun leven. Sadisme puur ! 😡. Géén lekker plekje dus. We konden nog duidelijk zien hoe ze de kogelgaten geprobeerd hebben weg te plamuren. Tijdens het beleg van Sarajevo (1992-1995) werd het gebied rond Igman het toneel van hevige gevechten. We lazen ook verhalen dat toeristen zwaar geld betaalden om op de bevolking te mogen schieten maar of dit waar was wisten we niet. Uiteindelijk werd het een deel van de bufferzone van de Verenigde Naties (UNPROFOR) tussen de strijdende partijen van de Bosnische regering en het leger van de Republika Srpska. Dit konden we nog goed zien aan het met verf aangebrachte UN-teken op het gebouwtje van de jury naast de baan.
Igman Olympic JumpsIgman Olympic JumpsUnited Nations logo met verf aangebracht op voormalig jury-kantoorErepodium maar ook executieplaats tijdens burgeroorlogOp deze foto die ik kreeg van een oorlogsveteraan zie je de kogelgaten duidelijk (foto van 1997).Kogelgaten dichtgeplamuurd.Olympisch restaurant naast de berg
Igman Olympisch hotel
De Bosnische oorlog heeft niet alleen geleid tot 100.000 doden maar Angelica en ik waren vandaag ook op de plek waar de ergste wreedheden in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog zijn uitgevoerd. Dit hotel, dat werd gebouwd als onderdeel van het Olympisch Dorp, werd tijdens de oorlog omgebouwd tot gevangenis én executieplaats voor Bosnische moslims. Het gebied rondom het hotel was ook nog bezaaid met landmijnen dus ook hier moesten we op het betonnen pad blijven. Angelica zag twee puppies bij de parkeerplaats dus die was meteen verkocht. Ik begon alvast met lopen want een vrijage tussen Angelica en puppies kan maanden duren. Dan om heel kort te zijn: ik kwam niet verder dan de ingang van het voormalige moordcomplex. Hier zag ik een geweer en een camouflage-jack liggen. “Wowww…”: dacht ik nog. ”Dit zit niet goed”. Hier moest ik weg en snel ook. Ik draaide me om en liep de berg weer omlaag richting Angelica. Ik zei:”instappen en wegwezen”. Ze wilde de zwerfpups meenemen maar ik moest even streng zijn. Hoe dan ?? Nog net niet met piepende banden reden we snel weg de berg af op zoek naar een camping om te overnachten. Op de camping lieten we de foto’s zien aan het bedienend personeel. Dit was dus een echte gun ! Een ober vertelde dat soldaten nog vaak oefeningen hielden rond het Igman-hotel. Waarschijnlijk heeft hij zijn wapen vergeten. Maar dat was niet zo erg zei ie. In Bosnië heeft bijna iedereen wel een tweede gun thuis liggen 😳😳😳. In de video hieronder kun je het goed zien.
In 2011 werd door de veiligheidsverantwoordelijken van de stad Luik besloten om de ijsbaan in Palais des Sports in de arbeiderswijk Coronmeuse definitief te sluiten. De plaatselijke ijshockeyclub was al een tijdje geleden uitgeweken naar de nieuwe ijsbaan van Médiacité in Luik. Dat zagen we aan de prijslijst van het bier in de kantine. Die was nog in Belgische Franks.
Binnenkomen
Mijn vriend Erik en ik stonden voor de voorgevel van de oude ijsbaan. De grote grauwe betonnen muur had wel iets Russisch of in ieder geval een hele communistische inslag. Linksonder was een groot gat in de muur geslagen. Erik had de eer de eerste Houdini-act ter wereld te doen maar dan in tegenovergestelde richting. Niet ergens UIT komen maar ergens IN komen. Kijk even de video en lach je dood haha. Overal lagen nog schaatsspullen, kleding, toeschouwersstoeltjes, kartonnen drinkbekers, consumptiebonnen, supportersstuff etc. Zelfs de ijsdweilmachine voor het onderhoud van de ijsbaan stond in een hoekje klaar om gaten, scheuren en sleuven in het ijs te repareren door eerst een laagje ijs van de baan af te schrapen en er dan een dun laagje warm water op te sproeien. Dit vloeide dan direct in alle oneffenheden en leverde uiteindelijk een spiegelgladde en schone ijsbaan op. Maar nu keek hij troosteloos naar de lege ijsbaan waar ooit de Bulldogs hun kunsten vertoonden. Kijk even op hun website.