Kamperen bij een nomadenfamilie in Khustai National Park

De nachttrein uit Irkutsk arriveerde om 07:00u in Ulaanbaataar, de hoofdstad van Mongolië. 35% van alle Mongolen woont in deze stad. Veel mensen kiezen echter voor het Nomadenbestaan op de uitgestrekte steppes die het land rijk is. Met een auto werd ik naar zo’n nomadenfamilie gebracht. De weg er naar toe was erg ruig en steenachtig. Er groeiden geen bomen maar wel vele soorten grassen. Soms hield de zandweg op vanwege een wegverzakking dus moesten we even off-road. Onderweg kwamen we een aantal Oovo’s tegen. Een Ovoo is een soort berg bestaande uit een verzameling van offergiften. Er liggen stenen op, stokken, dierenbotten, wodkaflessen, hout, auto-onderdelen en heel veel blauwgekleurde linten (khadags). Een Ovoo is een offerplaats voor het Sjamanistische geloof. De Ovoo’s zijn vooral te vinden op heuvels en op bergen. Wanneer men een Ovoo tegenkomt onderweg, is het de gewoonte om er drie keer met de klok mee om heen te lopen. Er moeten dan bijvoorbeeld steentjes of keitjes op de hoop gegooid worden en daarna mag men een wens doen. Niet iedereen heeft tijd om te stoppen voor een Ovoo; er wordt dan ook wel eens drie keer getoeterd bij het langsrijden 😂🚗. Ovoo’s worden door de Mongolen als zeer heilig gezien en er zijn een aantal regels die in de buurt van een Ovoo gelden. Zo mag er niet gejaagd worden in de nabijheid en ook niet gegraven worden. Men gelooft dat de mensen die geen respect tonen voor de Ovoo ziek zullen worden of zelfs kunnen overlijden.

Na drie uur rijden kwamen we uiteindelijk aan in een klein tentenkampje op de laagvlakte. Hier woonde de familie waarbij ik een nachtje zou blijven. Zover je kon kijken zag je niets dan grasvlaktes en bergen. Groepen wilde paarden graasden in het gras.

Her en der zag je een Ger staan. Een Ger is een ronde tent waarin mensen wonen. Het is een houten constructie van een soort geruit-trap-hekje-systeem, zo eentje die je in en uitschuift. Je zet vier, vijf of zes van die wanden uitgeschoven tegen elkaar in een rondje om de muren te maken. Daarop steunen de dak balken die in het midden samen komen in de kroon. Bij een Ger wordt de kroon ondersteund door twee flinke palen in het midden van de tent.

Verder staat een Ger van oudsher altijd met de ingang naar het zuiden; verhuist de Ger twee tot vier keer per jaar; mag je niet op de drempel staan of tegen de middenbalken leunen; heet de wand een “Hann” (wat erg leuk is als je Hanna heet en je er een opbouwt, dan heb je het gevoel dat ze je de hele tijd roepen); loop je links om naar binnen en zitten de belangrijkste mensen achterin waar het warm is.

Er is weinig vertier dus het bestaan van de familie is erg eenzaam. Maar hier draait het niet om vertier maar om werken. De hele dag is er wel wat te doen in het huishouden. Van koken tot koeien melken en alles wat daar tussen komt. De kinderen gaan in Ulaanbaatar naar school en blijven de hele week daar i.v.m. de lange reistijden. In het weekend mogen ze naar huis. De familie bestond uit Egii 30, Moogy 31, dochter Enji van 5 en zoon Temka van 6. Opa Batkhishig van 57 en oma Tuugii 57 woonden in de tent ernaast. De ruimte is erg klein. Je zou het kunnen vergelijken met een studentenstudio. Ze koken, wassen, slapen en eten in één ruimte. Ik mocht vandaag in hun tent slapen. Zij verkasten voor vandaag naar een ernaast gelegen reserve-tent. Toen ik de tent binnenstapte stond er een grote ketel kokende olie klaar. Dochterlief van vijf legde de met rundvlees gevulde broden klaar op een schaal en moeder legde ze in de olie om te bakken. Na 5 minuten waren ze klaar om gegeten te worden. En lekker dat ze waren !

Na het eten ben ik in de omgeving wat gaan rondlopen. De vier honden kwamen achter me aan. Overal lagen kadavers van koeien en paarden. Deze worden niet opgeruimd maar blijven gewoon liggen. Op de terugweg besloot ik even naar de wc te gaan. De wc bestond uit een gegraven gat waarover twee planken waren gelegd. Aan drie zijden stonden metalen platen die je enigszins uit de wind hielden.

De wc lag op 75 meter van het tentenkamp verwijderd. Kun je je voorstellen hoe koud dat zou zijn bij -30℃ in de winter? Het uitzicht was daarentegen wel mooi. Tijdens mijn wc gang renden ineens 20 wilde paarden voorbij. Ze werden achterna gezeten door opa te paard. In zijn hand had hij een lange stok met een touw, in de vorm van een lasso, er aan vast. Met een machtige zwaai belandde het touw om de nek van een paard. Hierop begon deze wild te steigeren. Opa sprong van zijn paard en bond het gevangen dier vast aan zijn eigen paard. Samen reden ze terug naar het kamp.

Moogi was bezig met koken. Even te voren had ze aardappelen, wortel, uien en rundvlees gesneden. Deze mix stond nu te pruttelen op de met hout gestookte kachel. Ze besloot de tijd te doden door een spelletje met me te spelen. Uit een zak toverde ze ongeveer 20 enkels van een geit (zonder huid uiteraard). Die enkels hebben een bepaalde vorm. De bovenkant van de geitenenkel leek op een “paard”, de andere kant op een “kameel”. De weerszijden waren “geit” en “schaap”. Al dobbelend met vier enkels van een geit moest je een zo hoog mogelijke combinatie zien te gooien. Met vier “paarden” was je kampioen. Een soort Mongools yahtzee dus. Maar dan met de enkels van een geit. “Shagai Nyaslakh” heet het spelletje trouwens. “Ga je mee koeien melken”: werd er gevraagd. Ach waarom ook niet. Melk komt immers niet uit een pak. Zittend op een krukje nam ik de spenen in mijn hand en kneep er in zoals ik nog nooit in een speen had geknepen. Enji van vijf jaar oud kwam op haar paard naar me toe gegaloppeerd. Opa hielp haar van het volwassen paard af (géén pony !). Ze kwam naar me toe en schudde haar hoofdje toen ze zag dat ik nog altijd geen druppel melk in de emmer had liggen. Ze nam plaats tussen mijn benen en pakte mijn handen met haar handjes vast en begon langzaam maar stevig te knijpen. Die kleine had kracht ! Meteen daarna voelde ik een straaltje warme melk in mijn schoen lopen. Dié was er uit dacht ik. Nu nog leren mikken. Toen de emmer half vol was stond ik op en draaide me om en….. jawel hoor…. met mijn witte gympen stond ik in een koeienflater. Enji moest hard lachen toen ze mijn gezicht zag. Achja, in ieder geval had ik deze kleine dreumes aan het lachen gemaakt. Arghhhh…….

Moogy heeft net mijn bed opgemaakt en nog wat hout op de houtkachel gegooid. Vannacht wordt het -5℃ dus ik kan wel ieder beetje warmte gebruiken. Met een dikke trui en mijn joggingbroek aan stapte ik in een bed zonder matras. De vulling van het kussen bestond uit oude T-shirts die over elkaar heen waren getrokken. Buiten stonden 1000 paarden, of waren het er 2000? Ik weet het niet. Het is nu 20:30u en stikkeduister. Ik ga nu schaapjes tellen i.p.v. paardjes. Morgen sta ik weer vroeg op. Goodnight/saikhan amraarai🌙

Het is 03:12u en ik zit stijf in bed. Een paar honden blaffen en ene jankt als een wolf. Ik schakel de zaklampfunctie op mijn I-phone in en ga op zoek naar de Varta-accu naast mijn bed. Het losse ringvormige uiteinde van het koperdraadje druk ik handig om de minpool en de Ger-tent wordt terstond van binnen verlicht. Moet ik buiten gaan kijken ? Het is behoorlijk koud. Als ik uitadem zie ik de damp uit mijn mond komen. Aangezien het gejank aanhoud doe ik het toch. Ik haal het schuifje van het deurtje en binnen twee tellen sta ik onder een deken van miljoenen sterren die flikkeren tegen een pikzwarte achtergrond. De volle maan schijnt over de kudde paarden, koeien, schapen en geiten. Dit doet me herinneren aan mijn overnachting in de woestijn van Australië midden in het Red Centre nabij Uluru. Dit soort aanblikken heb je alleen maar daar waar géén lichtvervuiling is. Machtig mooi. Zo ook hier op de steppe in Mongolië. Waarschijnlijk was het de volle maan die ervoor zorgde dat dat hondje jankte. Jacky doet dat thuis ook. Maar dat doet ze ook als ze een ambulance hoort. Eenmaal weer binnen begonnen mijn darmen op te spelen. “Oh nee”,dacht ik. “Die nootjes van gisteren”. Stom natuurlijk maar daar had ik nu niks aan. Moest ik dan nu werkelijk in de kou naar buiten en die 75 meter in het donker naar de wc lopen ? En ook nog bij volle maan?? Ok, de volle maan is maar een gedachtenspel maar stiekem dacht ik toch terug aan die film van vroeger: “American werewolf in Londen”. Ik pakte mijn Zwitsers multifunctioneel zakmes uit mijn rugtas en hield het in de palm van mijn hand. Het paste er maar net in. Hiermee kreeg je nog geen fles bier opengemaakt. Laat staan dat dat dingetje me ging beschermen tegen de scherpe, slaande klauwen van zo’n beest. Maar ik nam het toch mee. Wie weet kwam het nog van pas. In de vrieskou liep ik in mijn joggingbroek door het natte gras naar het schijthok. Laten we het vooral geen wc noemen. Met de zaklamp op mijn iphone kon ik enigszins zien waar ik liep. De koeien, schapen en geiten lagen overal op de grond en ik moest goed uitkijken wilde ik er niet over struikelen. Bij de wc aangekomen lagen er allemaal geiten voor het hok. “Oh nee”, dacht ik. Niet dat óók nog. Met een luide “BOEHHHH” stonden ze gelukkig op en kon ik mijn dingetje doen. Nee, ik ging me nu niet druk maken om 3-of 4 lagen toiletpapier. Wij westerse mensen zijn het niet gewend om op je hurken te moeten poepen. Hier in Azië doen ze dat alleen maar op deze manier. Zo weten de mensen hier zich geen raad met een wc-pot zoals wij die kennen. Ze laten dan hun broek zakken tot op hun enkels, klimmen boven op de pot en met hun schoenen op de wc-bril zitten ze gehurkt te kakken. In Australië hangen informatiebordjes in sommige restaurants op de wc waarop met foto’s staat aangegeven hoe je een westerse wc dient te gebruiken. Gezien de kou had ik de neiging om mijn joggingbroek niet helemaal uit te trekken maar om hem alleen te laten zakken tot op mijn enkels. Wat kon er mis gaan dacht ik. Denkende aan een mislukte nachtelijke beurt in het stadspark van Sittard trok ik mijn joggingbroekje toch maar uit en ging gehurkt zitten in de kille buitenlucht met vóór me een enkele tientallen geiten die me aankeken. ’s Morgens om 09:00u stond het ijs nog altijd op de vooruit van de auto dus het moest flink gevroren hebben toen ik daar zat. En zo voelde het ook aan ! Hierna ging ik weer lekker slapen in mijn bedje. Overigens geen weerwolf gezien. De dag erna nam ik afscheid van de familie. Ik werd nog getrakteerd op een lekkere lunch van rundvlees. Met een scherp mes sneed de kleine Enji het vlees van het koeienbot en gaf dat stukje aan me met haar mini handjes.

Ze draaide het dopje van mijn flesje cola en bracht het flesje naar mijn mond. Ik moest drinken. Ze nam zelf ook een slokje. Snel, voordat mamma het zag. Daarna liep ze naar buiten om hout te sprokkelen. Vijf minuten later kwam ze terug met een grote stapel hout op haar kleine armpjes. Daarna moest ze van haar moeder de wastrommel gaan vullen met vuile was. Voor de grap tilde ik haar op en zette haar met haar kont in de bovenlader. Snel sprong ze er weer af. De hele ochtend heb ik met haar gespeeld. Ik moest haar karretje waarin ze was gaan zitten, trekken en ik fungeerde als klimrek. Ze was helemaal geobsedeerd door de grappige fluittoon wat ik kon maken met mijn lippen. Dat had ze nog nooit gehoord. De familie ging zich langzaam voorbereiden op de naderende winter. Dan werden alle tenten afgebroken en verhuisden ze naar de bergen. Daar was het minder koud. Ik beloofde Muugü dat ik tegen die tijd spullen zou opsturen. Ook voor Enji. Dit was een heel aparte ervaring die ik niet zal vergeten.

Maramba market Zambia

De Maramba markt is een markt waar mensen uit drie landen inkopen komen doen. De markt is kleurrijk, levendig en bruist van de activiteit. Hier verkopen de lokale mensen van alles; “chitengies” (felgekleurde stof), fruit, groenten, granen en rijst, curiosa, potten en pannen gemaakt van oude auto’s, landbouwwerktuigen, kippen, kralen en kleding. Hij ligt in Livingstone (Zambia) net over de grens met Zimbabwe en Botswana. De weg er naar toe is best leip. Je loopt als het ware aan de zijkant van een geasfalteerde weg door de vrije natuur. Links en rechts steken dan olifanten en neushoorns over en hangen stoere bavianen aan een tak te wachten tot wat lekkers voorbij komt. De meeste locals gaan te voet of met een fiets. Zij kunnen zich goed verdedigen met de dikke baboon-sticks die ze altijd bij zich dragen. Alleen de echte hongerige bavianen wagen zich dan nog om een voetganger met een plastic zakje aan te vallen. De rest blijft rustig zitten want ze zijn heel bang om een klap met die stok te krijgen. In een andere blog zal ik eens een stukje schrijven over de aanval op mijn reismaatje Harmke en ik door een groep bavianen.
Op dit soort Afrikaanse markten valt me altijd op dat heel veel mensen hetzelfde verkopen. Ik vroeg aan Ruth, de barmeid van het hostel, wat nu het verschil maakte of er bij verkoper A vis werd gekocht of bij verkoper B. Dat maakte geen verschil zei ze. Mensen kopen gewoon bij iemand wat. Ze hebben geen voorkeur. Ik vond dat een beetje een raar antwoord maar blijkbaar werkt het hier zo op die manier. Zo verkochten zeker 25 mensen gedroogde vis. Ik zie het al voor me op de donderdagochtend op de markt in Sittard. Vanaf het Tempelplein tot aan café Tapas alleen maar vis. Dat zou een flinke concurrentieslag veroorzaken waarbij niemand van die visboeren zou kunnen overleven.
In onze maag zullen deze vissen het trouwens niet lang volhouden. Ze worden weliswaar gedroogd maar ze liggen de hele dag onder een dikke laag vliegen in de zon. Met een dode kip aan het einde van een stok worden de vliegen weggejaagd. We verwennen heden ten dage onze magen dermate met goed, schoon voedsel dat we nog geen bacterie meer kunnen weerstaan. Afrikanen daarentegen happen alles weg zonder dat hun poeperd vaak hoeft te hoesten. Het was toch een aparte dag op deze markt. Zo zag ik hoe verf werd gemaakt van kleurpoeder (chitengies) en parafine. Ik zag kappers en mensen die insecten verkochten. Ik heb toch altijd de neiging om zo’n beestje in mijn mond te proppen.

Even naar de kapper
Kinderen vonden het leuk om eens een vreemde te zien. Ze schreeuwden lachend “Mzungu”, hetgeen zoiets betekend als bleekscheet.
Op de foto gaan vonden ze geweldig
Zongedroogde rupsen zijn een delicatesse in Zambia
Jolly Boys Backpackers hostel waar ik verbleef in Livingstone, Zambia
Even rusten

Nee. Mensen die zeggen dat zo’n insect lekker is hebben een pan af. Het is gewoon ranzig en ook maar nét binnen te houden. Ik doe het puur om de uitdaging. Zo nam ik vorig jaar in Cambodja met een paar makeraden een tapasschoteltje tarantula’s en schorpioenen voor mijn rekening en als hoofdgerecht een tijgerpython in een lekkere currysausje. Dat laatste was wél lekker. Maar de rest smaakte dof en muf.
In het midden van de markt was een klein cafeetje. Wederom was ik weer de enige blanke op die markt dus ook in dat kroegje. Er klonk geen muziek maar er hing wel een jukebox aan de muur. Ene die jullie nog nooit hebben gezien. In een koelkast achter de bar stonden een paar flessen bier. De aanwezige locals keken me raar aan en riepen weer: ”Mzungu !”. Niet netjes maar ach, ik voelde me niet gediscrimineerd.

Hier wordt kleurstof gemaakt voor o.a.textiel te verven
Handmatig schoonmaken van vis
Eén van de enkele tappunten van water. Er staan altijd mensen in de rij !
Stapels parafineblokken
Een naaister
Ruth begeleidde me deze dag en liet me vanalles zien
Duizenden visjes

Dus stelde ik me voor als de grote, zware “Mzungu” uit Nederland. Ze wisten überhaupt niet waar Nederland, Spanje of Frankrijk lag dus maakte ik er maar Europa van. Ze begonnen meteen te lachen en gaven me een hand. Later op die dag had ik in een ander locaal café (club Limpos) een discussie met een paar Zambianen. Ze zaten al flink onder de olie dus ik hield me enigszins op de vlakte toen mijn buurman begon over zijn huisaapje. Hij had een aap in huis ! Ik vroeg of de aap niet beter in het wild kon worden gelaten: zijn natuurlijke habitat. Hij antwoordde heel kordaat dit: “jullie gaan op zondagmorgen naar gefrustreerde olifanten en andere dieren kijken in een dierentuin. Als aldaar een babyneushoorntje wordt geboren haalt het het nieuws. Hij zal nooit in vrijheid leven. Jullie trainen dolfijnen in dolfinaria om door een hoepel te springen. Jullie hebben parkieten in een kooitje. Jullie houden katten en honden als huisdier op de vijfde etage van een flat”.
Zijn boodschap: kijk eerst eens naar jezelf. En daar had ie gelijk in. Ik werd er zelfs even stil van. Hier had ik niet 1,2,3 van terug. Ik had misschien kunnen zeggen dat onze parkieten en poezen zijn gedomesticeerd maar dan had hij waarschijnlijk geantwoord dat de apen in zijn land pas halverwege dat traject zaten maar dat dat wel goed zou komen. Nederland-Zambia 0-1.
Later die dag bezocht ik nog een traditioneel dorpje waar een stam woonde (Simonga-stam). Heel interessant om te zien hoe de mensen daar wonen. We kennen de beelden wel allemaal van TV. Arme sloebers met maar één kraan waaruit grondwater werd omhooggepompt. Áls het er al was.

African food
Emmertjes met pigment
Koffiebonen
Emmertjes pigment
Dtof weven is een beroep !
Hete kooltjes voor in de strijkbout
Bar is open !
Bij de kapster
De lokale hanenboer waar je je kip kon laten dekken
De timmerman maakte een stoel
Plattelandsdorpje

Hermitage, St.Petersburg.

Tegenover mijn hostel ligt een eerlijke eetzaak met de naam Shtolle of in het Russisch Штолле. Hier krijg je gewoon natural Russian food waar je voor een paar roebelkes gewoon kotelet met aardappeltjes en groenten kan eten. Gewoon degelijke kost zoals onze moeders ons dat vroeger ook onder onze neus schoven. Ik vraag me wel eens af welke kok nog lekker kan koken zonder koksroom, marinades en weet ik wat voor een kruiden waar je twee dagen lang plezier van hebt op de pot.

Menukaart lunchroom Shtolle
Lunchroom Sjtolle

Hierna liep ik te voet richting de Hermitage : met drie miljoen kunstobjecten niet alleen de grootste maar ook het omvangrijkste museum ter wereld. Overigens kunnen ze maar 5% er van tonen omdat ze gewoonweg niet meer plek hebben. Er waren ook “nog oude” gedragsregels: Bij binnenkomst titel en rang afzetten, zowel de hoed als de degen. Aanspraken gebaseerd op geboorteprivilege, arrogantie of andere soortgelijke sentimenten moeten ook bij de deur worden achtergelaten (letterlijk vertaald). Bij binnenkomst viel mijn mond terstond open.

Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage
Hermitage

Alleen het kasteel van Versailles bij Parijs en de Sagrada familia in Barcelona waren zo mooi als dit. Ik besefte meteen dat ik hier een week vermaak zou kunnen hebben ware het niet dat er zoooveeel Chinezen rondliepen. Bohh. En ze willen allemaal tegelijk door dat ene deurtje. Sommige zelfs met een Gro Pro op hun voorhoofd gebonden. Waarschijnlijk om het thuisfront maar niks te hoeven laten missen. Ik heb eens Chinezen op mijn kamer gehad. Chinezen maken je het ’s nachts wakker. Niet dat ze zoals Nederlandse vrouwen tot diep in de nacht hardop praten over “problemen” maar dat doen zij op een hele andere manier. Overdag vullen ze van die plastic zakjes met weet-ik-wat voor eetbare shizzle (ze eten werkelijk alles met een hartslag), en ’s nachts trekken ze met een knorrende maag zo’n krakend zakje openen en beginnen ze te smikkelen. Meestal wordt dat vocaal begeleid met het nodige gesmak want over het algemeen eet de Chinees met zijn mond open. Lig je op het onderste bed van een stapeleenheid dan zou je zomaar eens het geluk kunnen hebben dat er wat omlaag valt. Recht op je pan dan wel. Zo vertrok ik jaren geleden vanuit Cairns Australië met een catamaran richting het Great Barrier reef in de Koraalzee. Met 2600 km het grootste rif ter wereld. Heel indrukwekkend moet ik gedacht hebben toen ik boekte. Echter bij aankomst stak zo’n klein stormpje op. Deze meneer is sowieso niet zo’n zwemwonder en toen ik eenmaal in het water méér water door mijn neus naar binnen haalde dan dat ik door mijn mond weer naar buiten kon duwen besloot ik maar weer aan boord te gaan. Het nadeel van alleen reizen is dat je wel eens wordt misbruikt als vulmiddel. Zo ook die dag. Een hele groep Chinezen had de betreffende catamaran afgehuurd. En ik paste daar best wel nog bij moet de regelneef van het boekingskantoor hebben gedacht. Aldus zat ik tijdens de BBQ met 40 Chinezen om me heen. Zij houden er een ander soort manieren dan wij westerlingen op na. Zo laten ze de indruk achter dat ze continu met elkaar liggen te fitten want ze yellen er op los like hell. Ook hebben ze hele vrouwelijke trekjes want ze praten allemaal door elkaar en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze elkaar niet verstonden of niet begrepen. 1-0 voor China. Echter, dat “ruziën” gebeurt dan net zoals bij ons aan tafel. Daar waar wij intermezzo’s van stilte invoeren (omdat we onze mond vol hebben), lult de doorsnee Chinees je de oren van je kop. Zelfs met volle mond.

Hermitage
Hermitage waterzijde

Voeg daarbij nog aan toe dat er zee verse garnalen op de BBQ lagen te roken én het feit dat de Chinees deze niet met de hand pelt maar binnensmonds met zijn tong, dan ontstaat er een schouwspel voor je ogen waar een Lowlands-foodfight nog de hik van krijgt. Knalroze armpjes en beentjes vlogen door de lucht. Kopjes met sprietjes werden vakkundig vanuit de mond richting het tafellaken gelanceerd. Ik wist niet wat ik zag. Zoveel garnaal. En dan die geluiden. Als er ooit een wereldkampioenschap “boeren laten” wordt gehouden, zet je tientje dan op een Chinees. Die gaat winnen. Geheid. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Ik ben opgestaan en naar het upperdeck gelopen. Nadat ik boven mijn t-shirt van de velletjes had ontdaan vroeg ik me af waar het soms zó mis kan gaan bij mensen. Ik dwaal af.


Kerk van de Verlosser op het bloed

Kerk van de Verlosser op het bloed

In ieder geval ben ik twee uurtjes in de Hermitage geweest en daarna ben ik over een bruggetje over de rivier de Moyka naar de Kerk van de Verlosser op het Bloed gelopen. Een plek waar veel marktkraampjes staan dus ook veel mensen komen. Hier heb ik mijn hobby fotografie goed kunnen uitoefenen. Zo waren er veel bruidspaartjes die er een fotoreportage maakten maar ook veel levende beelden en straatentertainment. ‘s Avonds bluste ik de avond af met een lekker biertje. Een Russische jongedame wilde wel eens met iemand uit Amsterdam drinken. Zie de foto’s van de gevolgen.

Rockstar Café
Rockstar Café
Kijk hoe je “Heineken” schrijft in het Russisch. Halve liter 3,30€.
Rockstar Café

Bay of islands…

Met een catamaran vertrok ik vanuit Pahia en verkende the Bay of islands in het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland. Ik zag tijdens deze cruise hele mooie, subtropische eilanden, Maori-erfgoedlocaties, vele goudgele stranden en talloze baaitjes met elk hun eigen charme. Ik genoot van het uitzicht vanaf zee terwijl ik tussen de 144 eilanden van de baai doorzweefde. De dolfijnen zwommen naast de boot waardoor ik ze goed van dichtbij kon zien en soms zelfs konden aanraken. Bij het pittoreske plaatsje Russell ging ik aan wal om iets te eten in één van de vele cozy restaurantjes. Een jongen hakte hout om de pizzaoven warm te houden. Naast me werd een jong vogeltje gevoerd door zijn pa. Ik bestelde hier een visschotel op de plek waar de eerste permanente Europese nederzetting in Nieuw-Zeeland ontstond. In het begin van de 19e eeuw kwamen handelaren en walvisvaarders hier aan land omdat er een ideale natuurlijke haven aanwezig was en Russel werd hiermee het eerste handelscentrum van Nieuw-Zeeland. In 1840 was het zelfs voor korte tijd de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ik maakte een korte strandwandeling op Omura bay waar ik een Oystercatcher schelpjes zag breken. Haar jong keek goed toe hoe het truukje werd uitgevoerd. Hierna stapte ik terug op de catamaran en gingen terug de zee op. Na 10 minuten zagen we een rotsformatie met de naam Hole in the Rock. De naam verklapt het al: er zat een heel groot gat in de rots. Aangezien het weer ons gunstig gestemd was konden we er door heen varen.

Oystercatcher met haar jong, altijd bezig met schelpjes kraken

Cape Reigna

De kaap wordt vaak gezien als het noordelijkste punt van het Noordereiland en daarmee als het noordelijkste punt van geheel Nieuw-Zeeland. Een andere kaap, net ten westen van Cape Reinga is Cape Maria van Diemen, die de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman zo heeft genoemd tijdens zijn reis in 1642. Tasman dacht dat hij het noordelijkste punt van het nieuwe land Staten Landt had ontdekt.

Cape Reinga
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
mooi strandje in the bay of islands
bottlenose dolfijnen in the bay of islands
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
de iconische Hole in the Rock waar we doorheen voeren
in de verte Urupukapuka Island
Omura bay
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Dorpje Russel
Butterfish cafe-restaurant
Butterfish cafe-restaurant
Aanlegsteiger dorpje Russel
Dorpje Russel vanaf de berg
Awaawaroa bay

Etosha National Park

De eerste dag verbleven we op een camping nét buiten het immens grote wildpark (qua oppervlakte de helft van Nederland). Als je ten hoogte van Kenia een horizontale lijn trekt is eigenlijk alles onder die lijn één grote dierentuin en kom je alle soorten dieren in de vrije natuur tegen. Echter, in de officiële wildparken wordt het wild ook nog eens beschermd tegen stropers en tegen ziektes. De camping met zwembadje zag er fantastisch uit. Wederom kregen we een welkomstdrankje en een korte uitleg over de do’s and don’t’s. Nadat we onze rijk gevulde koelkast hadden achtergelaten op de camping gingen we bij Anderson Gate het Etosha NP binnen. Zodoende werd al ons vlees voor de BBQ niet in beslag genomen i.v.m. de mond- en klauwzeer uitbraak. Meteen sloegen we linksaf een gravelweg in. Hier zagen we plotsklaps een kudde gnoes, springbokken en giraffes lopen. Angelica had dit nog nooit gezien en haar hart sloeg een paar maal over. Dit is toch wat anders dan een rondje Beekse Bergen waar de diertjes volgevreten onder een boom liggen te poseren voor de
Hyundai Kona van Henk en Ingrid met de twee koters. Opeens schreeuwde ze het uit:” een neushoorn !!”. In een flits trapte ik op de rem. De 4×4 kwam langzaam tot stilstand op de krakende kiezel. Ik schakelende in de achteruit en reed heel rustig terug. We kwamen oog in oog te staan met een neushoorn. De afstand tussen hem en onze 4×4 bedroeg misschien maar vier á vijf meter. Hij snoepte heel kalm blaadjes van een boom en we wilden hem niet storen. Hij keek ons aan. Wij keken hem aan. Hij bleef doorkauwen. Wat dacht hij ? Wat ging hij doen ? Aanvallen ? De 4×4 woog 3000 kg dus die kon zijn 1200 kg wel aan. Echter de blikschade zou voor mijn rekening komen dus ik zette de versnelling al vast in de eerste gang. Naderhand bedacht ik me dat we hem met zijn snelheid van 55 km/uur nooit weg zouden kunnen rijden. Met al die verraderlijke bochten in het mulle zand zou ik nooit genoeg tempo kunnen maken. Onder het fotograferen hield ik nauwlettend zijn poten in de gaten. We hadden namelijk gelezen dat een neushoorn zich verraadt vóórdat hij een aanval inzet. Zijn poten trekken dan over de grond. Op dat moment zou ik dan gas geven en ons fluks uit de voeten maken. De neushoorn besloot zich echter om te draaien en weg te gaan. Dat was even een spannend momentje.

Zwarte neushoorn. Hij wordt ook wel puntlipneushoorn genoemd. Er zijn er nog 2400 over
Vijf meter van onze 4WD af verwijderd (!)

Ook voor ons was het al laat en we besloten het kamp te verlaten en springbokbiefstuk te gaan braaien op onze camping. Op onze camping lopen trouwens ook gewoon de zebra’s en springbokjes rond. Onder het braaien kwam ineens een Kudu met zijn jong vanuit de struiken in mijn richting gelopen. Fantastisch gewoon.

Het is nu 02:35u en ik ben wakker geschrokken van een beest wat rondom onze 4×4 loopt. Angelica is ook wakker. Op de achtergrond horen we een raar gegrom. Ik moet alweer piesen. Langzaam daal ik het trapje af. Voor de zekerheid schijn ik met mijn zaklamp maar even in het rond. Niets meer te zien. Snel snel en dan weer het trapje op ons tentje in. De dag erna verkasten we naar een mooie lodge in het dorpje Okaukuejo. Hier stond een uitkijktoren van waaruit je een mooi overzicht had over het immens grote park. Ook was er een zwembad en een restaurant met buitenbar. We maakten kennis met Nancy, de chef kok van de keuken. Haar kinderen verbleven bij haar ouders. Ze zag haar kroost drie dagen per maand. Zo is het leven nu eenmaal hier. Mensen werken op lange afstanden van soms wel 14 uur rijden van thuis naar werk.

Het koele water van het zwembad in het Halali Camp deed ons goed. Zeker als je de hele dag in 38°C in de auto hebt gezeten.
Alwin uit Brabant
Uitzicht vanaf de uitkijktoren in Okaukuejo.
Hutjes in Okaukuejo.
Nancy, de chef kok uit Okaukuejo Camp

De gravelweg naar Halali aan de oostzijde van het park was moeilijk begaanbaar vanwege de vele hobbels in de weg. De 4×4 trilde op en neer waardoor we maar 50 km/uur konden rijden. We hadden een uurtje er op zitten toen we een drietal wagens aan de zijkant van de weg zagen staan. Meestal houdt dat in dat er een leeuw of een luipaard is gespot. Voor een zebra of een giraffe staan de wagens helaas niet meer in een rij. Die zie je hier genoeg. Er bleken twee leeuwinnen onder een boom te liggen. Nummer twee van de big five konden we nu weldra wegstrepen.

Van de Angolagiraffe zijn er ongeveer 25000 in het wild en de aantallen nemen toe.
Springbokjes

We kozen een goede positie en net toen we er stonden strekte een leeuwin haar poten en liep pal voor onze 4×4 langs naar de overzijde van de weg richting een groep lekkere springbokjes. De leeuwin was twee meter verwijderd van onze bullbar. Met mijn rechterhand bediende ik mijn GoPro en met mijn linkerhand had ik het knopje van het raam vast. Indien de leeuwin i.p.v. een mals springboksteakje zou kiezen voor een 47-jarig oud vel met té veel vetrandjes dan zou mijn linkerwijsvinger daar heel snel een stokje voor steken. Gelukkig liep ze door, gevolgd door nummer twee die achter de 4×4 langs liep. Vijf kilometer verder stond wederom een wagen stil aan de zijkant van de weg. Een jonge meid hing half uit het raam. Naderbij gekomen zagen we waarom: in de berm lag een heel jong springbokje met bloed in haar halsstreek. Of ze dood was konden we niet zien. Misschien ademde ze nog heel rustig. Toch zou ze niet lang te leven hebben. Binnen nu en een uur zou ze sterven. Althans, als het lag aan het luipaard aan wiens klauwen ze plakte. Ik gaf het luipaard groot gelijk. Springbokjes zien er ook erg lekker uit. Ze worden als het ware al opgevreten geboren. Het machtig mooie beest keek ons aan met haar bloeddorstige ogen. De andere wagen reed weg. We stonden alleen oog in oog met een van de mooiste roofdieren ter wereld. Ze was heel mooi gevlekt en ze lag languit uit te rusten van een wellicht inspannende jacht. Haar maaltijd lag tussen haar klauwen dood te bloeden. Het rood liep langs de hals van het diertje naar beneden. Ik draaide de neus van de 4×4 naar haar toe. Ze gaf geen krimp. Op vier meter afstand maakte ik één van mijn meest bijzondere foto’s van mijn leven: de nummer drie van de big five met een verse kill in zijn vlijmscherpe klauwen. Dit soort momenten maak je maar zeer zelden mee in je leven. Deze ging in onze pocket. Een never forgetje. Wauwww ! ‘s Avonds bij de waterhole nabij onze camping zouden we samen met het Spaans-Nederlandse stel Monse en Alwin nummer vier van de big five zien. De olifant. Een kleine groep bestaande uit 12 olifanten waaronder vier baby-olifantjes kwam even barhangen aan het water. Op de achtergrond huilden de hyenas. Een drietal neushorens completeerde het gezelschap. Dit was zó apart om mee te maken. Geweldig gewoon ! Goodnight !

Afrikaans luipaard met een net gedood springbokje
De blauwe gnoe.
Twee Oryx-en (Gemsbokken). We hebben Oryx-steak gegeten…. héérlijk !
Kudu. Ook van dit beestje hebben we steak gegeten. Héérlijk mals !
Doordat de leeuw kleurenblind is zouden de dansende streepjes van de Gévryzebra hem kunnen verwarren.
Andersson Gate Etosha NP
Halali Gate Etosha NP

Limbo geeft les op een Filipijnse school

Een stagiaire liet ons een aantal lessen bijwonen. De leeftijden varieërden van vier jaar tot 16 jaar oud en de klassen bestonden uit 30-40 kinderen. De kinderen uit de buitengebieden moesten soms wel een uur lopen om op school te komen. Vanwege de ondervoeding konden sommige kinderen zich niet altijd goed concentreren. Discussies over wel of geen frisdrank op school worden hier niet gevoerd. Je krijgt water of water.

Overal waar we binnen kwamen werden we door de klas welkom geheten. Soms werd er zelfs voor ons gezongen. Er werd les gegeven in het engels (!). Wat ons op viel was de grote hoeveelheden sport die men kon doen. Voetbal, basketbal, softbal, zwemmen, taekwondo. Daar waar onze regering het zwemmen uit het lessenpakket heeft gehaald wordt hier lichaamsbeweging gestimuleerd en gesubsidieerd door de overheid. Nee, dikke kindjes zagen we hier niet. Ook geen playstations trouwens.

Het veroveren van meisjes door jongetjes gebeurde hier op dezelfde manier als bij ons vroeger in de jaren ‘80 in de dorpen. Als je een meisje leuk vond trok je haar aan haar haren of je verkocht haar een trap onder haar hol. Als de liefde wederzijds was lachte ze naar je. Trok ze een dik gezicht dan was een tweede poging bij voorbaat al kansloos. Of je moest misschien wat harder trappen 😂🤦🏻

Bij een aantal klassen mocht ik uitleggen waar we vandaag kwamen. Europa hebben ze wel eens van gehoord maar kom niet aan met Nederland of Amsterdam. Ze waren een en al oor. Na een paar uurtjes gingen we weer weg. Als dank trakteerden we op 160 ijsjes (😂) hetgeen leidde tot een flink gejuich 🍦🍦🍦

Hier probeer ik uit te leggen waar Europa ligt
de wc
de keuken was gewoon in de klas

Stockholm

Rond 12:00 uur vertrokken we vanuit Oslo naar Stockholm. Het zou een oersaaie rit van zes uur lang worden. Als je twee weken gewend bent om met een maximale snelheid van 50 km/uur alleen maar leuke, scherpe bochten te snijden en als je alleen maar tussen de hoge bergen hebt gereden dan valt het wel tegen om alleen maar op vlak wegdek te rijden en alleen maar dennenboompjes te zien. ’s Avonds kwamen we aan op het eiland Färentuna, op een uurtje rijden van Stockholm. Gelukkig was het lang licht zodat we nog konden zien waar we reden. Onze vrienden Andreas, Thalita en hun kinderen Bam en Pixie wonen op een prachtig eiland. Een aantal jaren geleden hebben ze Limburg uitgezwaaid en zijn vanuit Weert naar Zweden verhuisd. Het leek net alsof je zo’n gezellig vakantiepark op reed. Overal stonden van die gezellige houten huisjes en hadden ze een lap grond achter de hut waar we in Nederland alleen maar jaloers op zouden kunnen zijn. Achter in de tuin stonden twee boten. Ze deden het niet maar Andreas is een klusser eerste klas dus het zou me niet verwonderen als hij binnenkort aanmeert in de haven van Stein zo van:”joehoeee…we zijn er !”. Hun huiskamer is heel knus ingericht en overal hangen of liggen wel spulletjes die me aan festivals doen denken. Het zijn twee echte gadget lovers. Je komt ze overal wel tegen in huis. Achter in de tuin stonden ook nog drie tuinhuisjes. In ene daar van slaapt Bam. Bam vond het niet erg om twee nachten bij zijn zusje Pixie te moeten slapen om zodoende zijn tuinhuisje aan ons af te staan. Ik zag een hele verzameling autootjes staan en zei op blijde toon:” kijk, Bam heeft op iedere auto oogjes getekend met een stift”. Angelica moest al lachen en vertelde me dat die oogjes er standaard op zitten en dat die auto’s mee doen in de animatiefilm “Cars”. Tja…. aan dit soort dingen merk ik dat ik ouder word haha. Qua water en stroom zijn ze bijna zelfvoorzienend en in de winter lijkt het me heel gezellig zo met zijn alleen voor een met hout gestookte kachel.

Achtertuin met helemaal rechts het knusse tuinhuis waarin we sliepen
Limburgers in Zweden
Geregeld in de krant !
Bospop 2018
Hier wonen Andres en Thalita met hun kids Bam en Pixie
Riddarholmen church

Gamla Stan

Gamla Stan betekent letterlijk oude stad. Hier namen we een lekkere lunch in één van de vele bistrootjes op het oergezellige plein Stortorget dat omgeven wordt door kleurrijke huizen. In de omgeving liggen nauwe straten en stegen die een middeleeuwse aanblik hebben. Toch is dat een niet helemaal realistisch beeld. De nauwe straten stammen inderdaad uit de Middeleeuwen, maar de meeste huizen zijn jonger. Maar wat maakt het uit, in dit romantische deel van de stad maakten we een leuke wandeling en kwam we toch weer wat verrassingen tegen.

Gamla Stan
Gamla Stan
Gamla Stan
Riddarholmen church
Stockholms ström

De stadsbibliotheek

We gingen op zoek naar de stadsbibliotheek zoals je die alleen in sprookjesboeken tegen komt. Met van die boekenkasten waarbij je een ladder nodig hebt om bij de bovenste plank te komen. Zo’n soort bibliotheek bestaat echt, en hij staat hier in Stockholm! De Stadsbibliotheek, gebouwd in 1928, heeft boeken in meer dan 100 talen. Woww…

Stockholm Public Library
Stockholm Public Library

Koninklijk domein Drottningholm

Het Koninklijk Domein van Drottningholm is een kasteel met bijgebouwen en tuinen in de gemeente Ekerö, net buiten Stockholm. Het is gelegen op het eiland Lovön, een van de vele eilanden in het Mälarmeer en is sinds 1981 de privéwoning van de Zweedse koninklijke familie. Het werd in 1991 opgenomen als cultureel erfgoed op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het zuidelijke deel van het kasteel is gereserveerd voor de koninklijke familie.

Koninklijk domein Drottningholm

Oslo, Norway

Nu zitten we hier in Oslo en krijg ik van een volger de vraag waarom ik het verkennen van de wereld zo leuk vind. Welnu. De interesse in de wereld begon bij mij al op hele jonge leeftijd. Op mijn achtste kon ik al alle landen van de wereld benoemen. Inclusief hun hoofdsteden. De landen herkende ik aan hun contouren. Op mijn 13e ging ik voor de eerste keer op tienertour. In mijn up naar Amsterdam. Ik kreeg geld van mijn moeder mee om een Coolcat jas te kopen. In Amsterdam stond in de jaren ‘80 de enige Coolcat winkel van Nederland. Die winkel heb ik helaas nooit gevonden. Ik heb er ook niet lang naar gezocht. Ik meende bij thuiskomst dat in heel Amsterdam de straatverlichting rood was. Tot zover mijn Amsterdam-ervaring in die tijd. Mijn vriendje van toen had dezelfde fascinatie. Die schreeuwde vanaf zijn vijfde iedere dag :”Sjinaaahhh !!”. Hij wilde met zijn fietsje naar China 🇨🇳. Na drie maanden was het geduld van zijn vader op. Ze fietsten via het dorpscentrum naar de Chinees en aten er een loempia. Zijn vader maakte hem wijs dat ze in China waren. Met dichtgeknepen ogen als een Chinees at hij zijn bordje leeg. Niet alleen zijn honger maar ook zijn wanderlust was sindsdien gestild. Frankie vertaalt tegenwoordig in zijn stoffig kantoor in Utrecht al 32 jaar teksten van het Latijn naar het Nederlands. Spannender gaat het de komende 17 jaar van zijn carrière niet worden vrees ik.

Oslo stond oorspronkelijk niet op onze route maar op weg naar onze vrienden Andreas en Thalita in Zweden kwamen we hier langs en besloten twee nachten op een camping te verblijven. Ik heb me nooit echt verdiept in de stad Oslo maar eenmaal in het stadsdeel Sentrum lagen er toch een paar leuke plekjes zoals de Deichman bibliotheek Bjørvika. Je kunt er niet alleen boeken lenen maar er is ook een bioscoop. Zo worden er media workshops gegeven en zijn er gaming zones, lounges en is er zelfs een restaurant. Daarbij kijk je uit op het naastgelegen iconische Opera House. In de Noorse natuur mag iedereen vrij wandelen en de in 2008 geopende Opera van Oslo is gebouwd in diezelfde gedachtegang. Ook het uitzicht is fantastisch. Aan je rechterhand: de fjordenarchipel met kleine, traditionele zomerhuisjes in heldere, optimistische kleuren. Aan onze linkerhand: een snel overzicht van het hart van Oslo. Daarachter: de sprookjesachtige heuvels en bergen rondom de snelst groeiende hoofdstad van Europa.

Op het dak van de opera
Op het dak van de opera
Op het dak van de opera
Op het dak van de opera
Opera huis
Centraal station
Bibliotheek

Aan de overzijde van het water lag Vippa, een levendige foodcourt met smaken van over de hele wereld. Vippa Oslo is een eet-en cultuurcentrum aan de rand van Vippetangen, direct aan de Oslofjord. We gingen er heen met een electrische step. Angelica achterop en ik voorop. Een kwestie van even een app-je downloaden, je creditcardgegevens invoeren en gas geven. Naast het gebouw waren Noorse jongens een potje aan het voetballen. Ik daagde hen uit. Ze moesten zich allemaal bukken en diegene waarvan ik met de bal zijn kont raakte moest een rondje bier halen. Deal ! Weet je wie ik raakte ? Check video hieronder.

Foodcourt Vippa
Foodcourt Vippa
Foodcourt Vippa
Foodcourt Vippa

Langs de Havnepromenade lagen drijvende sauna’s in het water. Via het platte dak kwam je aan boord en zo kon je meteen de sauna in. De sauna’s waren gebouwd op een soort vlot/bootje. De eigenaar startte de motor en voer van de kade af. Na een saunarondje sprong je dan vanaf het dak voor een frisse duik het water in. Morgen vertrekken we voor twee dagen naar Stockholm in Zweden en daarna gaan we nog naar de vrijstaat Christiania in Denemarken 🇩🇰.

Haven Oslo

Onderweg door het centrum kwamen we ook nog in een heuse demonstratie terecht van moslims tegen extreem rechtse partijen. De ME moets tussenbeiden komen maar het liep gelukkig met een sisser af.

Demonstratie van moslims tegen extreem rechtse partijen
Demonstratie van moslims tegen extreem rechtse partijen
Demonstratie van moslims tegen extreem rechtse partijen
Demonstratie van moslims tegen extreem rechtse partijen
Binnenstad Oslo
Binnenstad Oslo

Denkt U ook eens aan de ondernemers die de loterij van Dutch Traveljunk mogelijk maken:

Restaurant San Blas in Schin op Geul. Www.eetcafesanblas.nl. De San Blas eilanden naast Panama behoren tot de mooiste eilanden ter wereld. Mijn vriend John en zijn vrouw Sonja van het gelijknamige eetcafé in Schin op Geul laten de Latijns-Amerikaanse sfeer herleven in hun wel heel erg mooi ingericht zaak met buitenterras. En mocht je niet winnen, wat kan jou het schelen, gewoon eens even langsgaan voor een lekkere steak of een lekkere pot bier. Vraag Johnny naar het panty-verhaal na onze Amsterdamse kroegentocht of de stage-dive vanaf de bar recht in mijn armen en de tranen lopen over je wangen 😂👌🏻🍺. Smakelijk !

Gedichtenbundels. Samen met Vera heb ik toch wel wat avonden de binnenstad van Sittard onveilig gemaakt. Vera is nu schrijfster en wilde heel graag een drietal boeken beschikbaar stellen. Haar teksten zijn uit het hart geschreven en berusten allemaal op een stuk ervaring en waarheid waarin je je wellicht kunt vinden of zelfs aangetrokken door kunt voelen. Bij de bijlage van dit bericht zit een mooi gedicht wat ze voor me maakte. Héél lief ! Voor diegene die het boek niet gaan winnen: je kunt het ook gewoon bestellen op https://veraschrijftpuur.wordpress.com/bestelformulier/

www.veraschrijftpuur.nl

Riquewihr

Op onze terugreis naar huis kwamen we langs Riquewihr. Dit stadje is één van de meest prachtige dorpen die als een parelketting langs de wijnroute van de Elzas liggen. Het dorp ligt fantastisch tussen de wijngaarden, heeft prachtige straatjes en pleintjes met vakwerkhuizen en wordt voor een groot deel omringt door verdedigingsmuren. Of eigenlijk de stadsmuren, want Riquewihr is officieel een stad, omdat het in 1320 stadsrechten kreeg. Frankrijk en Duitsland hebben de laatste 150 jaar al drie keer tegenover elkaar gestaan in een oorlog. Toch is het Riquewihr telkens gelukt om zonder schade aan huizen de drie oorlogen te doorstaan. Gelukkig maar want vandaag scheen de zon en konden we een paar uurtjes uit trekken om dit wel heel mooie stadje te aanschouwen. Het lijkt heel veel op Colmar en Straatsburg waar ook heel veel vakhuizen staan. Op een terrasje dronken we een drankje. We hadden goed uitzicht op Féerie de Noël, de kerstwinkel van Käthe Wohlfahrt. De hoofdstraat beklinkerd met kasseien loopt vrij steil omhoog maar we deden dit in een heel rustig tempo. Er was immers genoeg te zien in dit mooie stadje. Op de begane grond van de woningen zijn allemaal leuke winkeltjes gehuisvest. In de Corona-tijd was het stadje zo goed als onbevolkt daar waar we normaal gezien over de koppen konden lopen.

Urbex. Chateau Lumiere

Kijk dit verlaten kasteel dan van binnen ! Geheel in die mooie oude neo-Barokstijl. Zo af en toe pak ik tijdens mijn reizen nog wel eens mijn oude hobby Urbexen op. Ik kan het niet laten omdat het zó leuk en spannend is. Kijk eens naar die juweeltjes van badmeubels uit het begin van de 20e eeuw ! Alles staat er nog zoals een familie van rijke industriëlen het tijdens WOI in 1915 heeft moeten afstaan aan de Duitse bezetter. Na WOII werd dit prachtige kasteel van 900 m2 en 30 kamers groot gebruikt als school voor invalide oorlogsofficieren. Sinds 1993 is het gebouw in de Vogezen een historisch monument maar de Franse regering wil geen geld vrij maken om het op te knappen. Tegenover het grote toegangshek zat een oude man op een bankje naast een bushalte en keek ons voortdurend aan. Het dichtstbijzijnde politiebureau was 15 minuten rijden dus veel tijd hadden we niet mocht de oude baas het zich in zijn hoofd halen de gendarmerie te bellen. Op het moment dat de bus stopte en zijn zicht op ons belemmerd was klommen we vliegensvlug over het hek en door de door onkruid overwoekerde voortuin liepen we naar het vier verdiepingen hoge kasteel. Eenmaal binnen was goed te zien dat diegene die hier gewoon had over heel veel geld beschikte. De toenmalige eigenaar heette Maurice Burrus (1882 – 1959) en was begin 20e eeuw minister van zijn land geweest en was tevens bezitter van enkele tabaksfabrieken. Nadat hij tijdens WOI de Duitsers weigerde tabak te geven belandde de man voor een week in de gevangenis. Toen de Duitsers hem na zijn vrijlating opriepen voor de militaire dienst vluchtte hij naar het neutrale Zwitserland. Na de oorlog werd hij door de Franse regering geëerd met verschillende medailles voor de trouw aan zijn vaderland. Zijn gezicht werd afgebeeld op een postzegel.

Situatie nu:

Het pand is opgekocht en wordt gerenoveerd.