The guinea pig also known as cavy is despite their common name not native to Guinea, nor are they closely biologically related to pigs, and the origin of the name is still unclear. They originated in the Andes of South America and they were originally domesticated as livestock, as a source of food, and continue to be. I can’t say it was very tasty but it was a good meal.It was very greasy.That’s why I got gloves on while eating. Let’s have a look in the kitchen.
Als je ooit op de evenaar wilt staan, waar kun je dan beter heen gaan dan Ecuador? In het Spaans betekent zelfs het woord “Ecuador” immers “evenaar”. Het probleem is echter dat er twéé evenaars zijn in Ecuador. La Mitad del Mundo (het midden van de wereld) waar het enorme equatoriale monument ligt staat helemaal niet op de evenaar. De echte evenaar ligt op ongeveer 250 meter afstand er vandaan. Een Franse expeditie markeerde in 1736 helaas de verkeerde plek. In die tijd had je geen GPS maar in principe zaten ze er niet ver naast. Helaas had de Ecuadoraanse regering La Mitad del Mundo al op de huidige plek gebouwd om toeristen te lokken. Het is een bijna 30 meter hoog monument dat mwoah interessant is en een klein museum bevat over de etnische culturen van Ecuador. Óók kun je er leuke natuurkundige proefjes doen. De échte evenaar ligt in het Inti Nan-museum. Leuk om even te bezoeken maar geen tranen in mijn ogen.
Blue House hostel, Quito
Ik verbleef een aantal dagen voor 9 euro per nacht in het Blue House Hostel. Een jeugdherberg in het beste uitgaansgebied van Quito, een paar blokken van het plein Foch, met gemakkelijke toegang tot de bezienswaardigheden van de stad. Het huis werd 60 jaar geleden gebouwd en hier zetelde vroeger de ambassade van Colombia. Naast een bar waar ik genoeg bier kon drinken was er een barbecue en een biljart zodat we ’s avonds met de mannen een balletje konden stoten. We sliepen met 8 man op een kamer in eigenlijk te kleine houten bedjes. Aan het einde van de straat was een klein eettentje waar je voor 1,40 euro een bonenontbijt of een bonenlunch met kippenpoot kon nuttigen. ’s Avonds ging ik naar het Foch-plein. Hier was altijd wel iets leuks te doen en superveilig ! Op iedere hoek van de straat stond een gemaskerde soldaat met een uzi in de aanslag haha. Zo rond de zonsondergang nam ik een taxi om iets te gaan drinken bij Cafe Mosaico, op de rand van de Itchimbia-heuvel. Hier bestelde ik Canelazo , een lokaal drankje met kaneel, suikerriet en 45% alcohol. Niet lekker maar wel een warm gevoel in mijn buik.
Café Mosaico, machtig mooi uitzicht over QuitoFoch PlazaDe hoofdstad Quito, een stad van 70 km lang tussen de bergen.
Mamma Clorinda, Quito
De vader van mijn vriendje op de basisschool in Nuth had hem ooit verteld dat zijn cavia liefdevol ingeslapen was, en dat het rood aan zijn neusje het spul was waarmee de dierenarts dat had gedaan. De cavia was op, oud en had zijn pootje gebroken. Dus in die zin was het echt wel klaar. Maar mijn vriendje en ik waren er dus jaren later achter gekomen dat hij de cavia dood gegooid had tegen de schutting. In de jaren ’80 werd iedere gulden drie keer omgedraaid. Wat je zelf kon oplossen werd zelf gedaan. Deze jeugdgedachte over die cavia kwam bij me op toen ik de cavia’s bij restaurant Clorinda zag rondrennen in een kooitje achter de keuken. Ik mocht er ene uitkiezen. Niet lang erna zou hij gedood worden en op mijn bordje belanden. Voor veel mensen en “no go”. Maar ik als vleeseter zag er niet zo’n probleem in. Ik mocht zelfs even in de keuken meekijken hoe de cavia werd bereid. Met plastic handschoenen aan at ik hem op. Cavia-vlees is heel vettig. Vandaar. In Ecuador noemen het gerecht ook wel Cuy of Guinee Pig. Het filmpje van de rondleiding door de keuken tijdens de bereiding van een Guinee Pig zie jehieronder.
Cotopaxi Nationaal Park
Met de mountain-bikes boven op het busje geladen vetrokken we naar het Cotopaxi Nationaal Park. Waar ik ook was in het park, ik keek vrijwel altijd tegen de kilometers hoge vulkaan aan. De laag sneeuw op de top weerkaatste de zon en stak op een heldere dag scherp af tegen de blauwe lucht.Het wandelpad rondom het meer Laguna Limpiopungo was erg populair en een makkelijke route om te fietsen met de mountainbike.
Otavalo markt
Om 06:00u opgestaan om op tijd op de grootste markt van zuid-Amerika te zijn (in Otavalo). Drie keer over moeten stappen. Maar uiteindelijk na een busrit van 4 uur hier aangekomen. Nu eerst een burito van 3$. Je moet hier écht moeite doen om 20$ per dag op te maken
Mijn reis door Ecuador. In totaal 1700 km exclusief het bezoek aan de Galapagos-eilanden
Cuenca
Eerlijk is eerlijk, het hoogtepunt van Cuenca is eigenlijk de charme van de stad zelf. De combinatie van het koloniale centrum, groene parken en de rijke cultuur, maakten de stad voor mij een aantrekkelijke bestemming. Het is vooral een aanrader om in de namiddag door het centrum te lopen, omdat het zachte middaglicht en de schaduwen dan voor mooie plaatjes zorgen. Daar moet ik dan wel bij vermelden dat het drukke verkeer van maandag t/m vrijdag en de blauwe stadsbussen met hun zwarte uitlaatgassen, nog steeds de rust en zuivere lucht verstoren.
Nu twijfel ik of restaurant Katerschmaus in Berlijn of restaurante Cositas in Cuenca de leukste aankleding heeft.
Devils nose (Nariz del Diablo) in Rio Bamba
Hier in de Ecuadoriaanse Andes hebben ze natuurlijk ook dames van lichte zeden. Van die hele kleintjes dan wel. Hun kleine borstjes bedekt met zo’n fel gekleurde mantel. Met en zonder panfluit. Logisch. Mensen, laten we eerlijk zijn. Sex is ook lekker. Als ze wat zouden verzinnen wat nóg lekkerder was zou ik het wel erbij blijven doen. Terwijl ik in Alausi wachtte op het treintje zaten een aantal hoeren me verlekkerd aan te kijken. Voor zo’n blanke boy konden ze gemakkelijk het dubbele vragen. Ene was toch al richting de 70. Ze maakte van die grappige bewegingen met haar lippen en er verscheen zo’n op-en neergaand bultje in haar linkerwang. Alsof ze wilde zeggen: “kom in mijn warme mossel van geluk, daarna drinken we samen bier”. Ik moest er eerder smakelijk om lachen dan dat ik het gevoel kreeg mijn Dirkje te moeten starten. Wat zou haar laatste keer geweest zijn ? Als je haar achter op haar kont zou slaan vlogen de vliegen er van voren eruit. Na een uurtje wachten klonk de treinhoorn driemaal en kon ik beginnen met genieten van een unieke treinrit over deze mythische spoorweg. Devil’s Nose oftewel Nariz del Diablo is een berg met bijna loodrechte muren. Om dit obstakel te overwinnen, werd een zigzag-spoorlijn gebouwd die meer dan 500 meter stijgt op minder dan 12 km lengte met hele steile beklimmingen en afdalingen. Terwijl ik herstelde van de adembenemende afdaling, genoot ik van het uitzicht op de nauwe kloof van de rivier de Chanchán. Mijn rug deed nog ontzettend pijn van het busongeluk wat ik had gehad op de weg hiernaar toe. Hierover méér in de volgende alinea.
Het busongeluk in de Andes
Al vroeg nam ik de bus van Riobamba naar Tena. Bij het dorpje Alausi nabij Riobamba zou ik dan uitstappen om de Devils nose met de trein te gaan doen. Het busvervoer is hier erg goedkoop. Omgerekend ben je ongeveer één euro per uur kwijt. Mijn koffer werd onderin de bus gelegd en ik zat rechts van het gangpad. Verkoopsters kwamen nog even de bus in om hun spulletjes te verkopen. Daarna startte de film op een groot TV-scherm maar ik had meer interesse in de gratis Wifi. De tocht was erg mooi. De bus reed dwars door het Andes-gebergte en ik drukte mijn neus nog dichter op het raampje. Aan de linkerzijde was een diep ravijn. Ik stond op en ging helemaal linksachter op een vrije stoel zitten. Net op dat moment naderde de bus een klein dorpje en viel een zwaar rotsblok omlaag, dwars op de weg. De buschauffeur had het rotsblok zien vallen en trok aan het stuur. Hierbij reed hij over iets heen wat de bus deed stuiteren. De achterzijde van de bus kwam volgens ooggetuigen zeker een meter van de grond en stuiterde een aantal maal op en neer. Ik knalde met mijn hoofd tegen het plafond en weer even zo hard terug op de stoel. En dat drie keer achter elkaar. Ik hoorde mijn rug kraken en schreeuwde het uit van de pijn. Ik had niet in de gaten wat er aan de hand was en raakte in paniek. De bus kwam tot stilstand. Ik lag in het gangpad en voelde mijn benen niet meer. Hierdoor raakte ik nog meer in paniek. De overige passagiers probeerden zo snel als mogelijk uit de bus te komen en stapten over me heen. Na vijf minuten kwam de buschauffeur poolshoogte nemen en wilde me oppakken. Met handgebaren probeerde ik hem duidelijk te maken dat dat niet ging i.v.m. mijn rug en maakte hem duidelijk dat hij een ambulance moest bellen. “No ambulancia”: zei hij. Tja. We zaten in de Andes. Ambulances moeten hier van heel ver komen. Logisch. Na enkele minuten begon ik weer het gevoel in mijn benen terug te krijgen. Een aantal mensen sleepten me uit de bus en ondersteund door twee man kon ik alweer enkele pasjes maken. Gelukkig had ik pijnstillers bij me. In Banos aangekomen ging ik meteen naar een ziekenhuis. De wachtkamer was gewoon buiten op straat. Een verpleegster kwam me halen toen ik aan de beurt was. De dokter bekeek mijn rug en constateerde een flinke kneuzing. Een röntgenapparaat hadden ze niet dus ik kon geen foto’s laten maken. Tja…. wat doe je dan. Een half uurtje later stond ik weer buiten. Ik had zin op een biertje.
Op een paard een dagje door leuke dorpjes in de Andes
Paardrijden is best leuk. Maar dan moet dat paard wel getraind zijn op toeristen zoals ik die geen weet hebben van hoe je zo’n beest moet besturen. Vandaag werd het weer eens tijd en besloot ik samen met een locale paardenboer een ritje te wagen. We kwamen langs allemaal hele leuke dorpjes die nog op traditionele wijze waren gebouwd.
Een dagje verwennen in een spa tussen de vulkanen in Baños
Met afstand de mooiste spa waar ik ooit ben geweest. Vanaf grote hoogte liggend in een bruisende, warme spa keek ik omlaag naar het kleurrijke stadje Baños in het Andes-gebergte. Baños ligt aan de voet van de actieve vulkaan Tungurahua. Bij erupties veroorzaakt het opkomende magma aardschokken in het nabijgelegen stadje. De weg tussen Baños en Riobamba, direct onder de Tungurahua langs, wordt vaak afgesloten vanwege vulkanische activiteit. Bovendien wordt het gebied regelmatig door aardbevingen getroffen.De hevigste uitbarsting sindsdien was in 2006, vier maanden nadat ik hier was vertrokken, toen zes doden vielen en 4.000 mensen werden geëvacueerd. Met twee aardbevingen en een busongeluk binnen vier weken had ik dit ook nog wel overleefd 🙂
Swing at the end of the world (la Casa del Arbol Baños)
Deze foto hebben we allemaal wel eens gezien. Een persoon in een schommel waarin het lijkt alsof hij over een ravijn swingt. Natuurlijk moest ik dit even doen. Dus met een taxi vanuit Banos helemaal naar boven de berg op, even swingen in de schommel, biertje drinken en met dezelfde taxi-chauffeur weer terug voor omgerekend 5 euro.
“The Amazone counts more eyes than leaves….” Luis Torres (indiaanse Amazonegids)
Aankomst in de jungle
’s Morgens vroeg nam ik het vliegtuig vanuit de hoofdstad Quito naar Lago Agrio (Nueva Loja), de hoofdstad van provincie Sucumbios welke zowel grenst aan het Amazonegebied van Colombia als dat van Peru. Er zijn in Ecuador slechts vijf provincies welke zich in het Amazonegebied bevinden. De andere vier zijn Orellana, Pastaza en Morona Santiago en Zamora Chinchipe. En daar stond hij dan, dé indiaan, Luis Torres. De man die zich voor de ogen van Amerikaanse wetenschappers had laten bijten door een dodelijke spin. Tenminste, de biologen hadden in hun boeken geschreven dat het gif van die soort spin giftig was. Als kind was Luis echter gebeten door hetzelfde merk. Gedurende drie uur was er een tijdelijke blindheid ingetreden. Hierna kon hij weer normaal zien. Als bewijs had hij zich zittend op een stoel laten bijten door zo’n harig geval. Kijk met dit soort indianenverhalen zit je bij mij meteen goed. Met zo’n kerels wil ik meteen vriendjes worden.
Amazon Wildlife by Louis Torres
Onder deze link vind je méér info over Louis Torres
Primary forrest
In een aftands busje reden we gedurende twee uur over deels onverharde kronkelige wegen. In het laatst bewoonde dorpje van deze provincie (Tarapoa) deden we onze nodige inkopen . In een 12 meter lange kano met buitenboordmotor zetten we onze tocht voort over de rivier Rio Cujabeno. Dit was een hele mooie tocht over een riviertje van maximaal 20 meter breed. Nu zaten we dus in primary forest. Overal om ons heen zag ik de dichtbegroeide jungle en hoorde ik onherkenbare geluiden van dieren. Uiteindelijk kwamen we na een tocht van drie uur zwetend van de tropische hitte aan in onze lodge alwaar kokkin Gloria reeds een lekkere maaltijd voor ons had gemaakt.
Relaxen op de veranda bij het meerHier kregen we iedere morgen ontbijtLuis TorresOnze lieve kokkin GloriaOnze Ozzi Lucky !
Honger
Als voorafje aten we een heerlijke Amazone bonensoep. Daarna kregen we een lekker stuk vlees met geroosterde aardappelen en groenten waarvan ik de naam niet kon uitspreken. Dichtbij de lodge zat een hongerige kaaiman dus het was altijd uitkijken als we de kano uitstapten. We konden dus nergens zwemmen behalve in het midden van het meer want daar kwamen ze niet. In goed vertrouwen hebben we dat dan ook gedaan. Al voelde ik wel onder water wat langs mijn benen glibberen. Over slangen in het water had hij niets verteld brrr. Bij een constante temperatuur van 28°C was het overigens wel lekker.
Spinnen
Zelfs het ’s nachts koelde het niet verder af dan 25°C. De handdoeken droogden niet want de luchtvochtigheid was heel hoog. Alle kleding had ik uitgehangen en toch voelde alles klam aan. Als afsluiting hielden we een nachtelijke jungletocht. Onze gids zag talloze spinnen. Dodelijke en niet-dodelijke. We moesten dicht bij hem blijven en mochten ter ondersteuning geen takken omklemmen met onze handen. Aan de achterzijde van de tak kon inmers een extreem giftige Zwerfspin zitten. Die zou meteen zijn giftanden in mijn hand zetten. Mijn bloed zou dan binnen tien minuten dermate dik worden dat mijn hart dit niet meer kreeg rondgepompt. Een attackje zou het werk dan afmaken. Ons werd op het hart gedrukt dat áls we gebeten zouden worden we niet in paniek moesten wegrennen maar dat we moesten kijken welke spin ons gebeten had. Met onze beschrijving kon Luis achterhalen of de beet dodelijk was of niet. We zagen drie birdeating Tarantula’s, een tree Tarantula, een Wolfspider, een golden silk orb Weaver, een scorpion spider, een Devil spider, een Xenesthis Tarantula (een Fungi) en veel army Ants.
Nightwalk
Hike door de Amazone
’s Morgensvroeg speelde ik met de huis-kaaiman. Beetje dat beest zitten eikelen met een stuk brood aan een stok. Hij had heel aparte blauwe-groene kleuren hetgeen hem heel apart maakte. De brilkaaimannen in de Everglades, Florida zien er weer heel anders uit.
De huiskaaiman
Vandaag stond een Amazone-hike op het programma. Gedurende vier uren baanden we ons een weg door het tropisch regenwoud. We zagen ontelbare dieren, bomen en planten. Onze gids Luis Torres bleek een ware expert te zijn. Hij is in de jungle geboren en spelenderwijs leerde hij als kind reeds omgaan met de gevaren van de Amazone. Hij is heel vaak gebeten door spinnen en slangen en verzamelt ze in potjes in zijn hut. Slechts 2% van de hele Amazone bevindt zich in Ecuador. 70% van alle geneesmiddelen vindt zijn oorsprong in de Amazone. En dan vertelde hij nog dat slechts 2% van de hele Amazone ooit door mensen bezocht is (!) Enigszins raar vond ik het om te horen dat Luis meende dat de Noordpool en de Zuidpool hetzelfde waren. Zover reikte zijn kennis helaas niet. In het Cuyabeno-gebied woonden rond 1950 een aantal uiterst vijandige stammen. Op vandaag rest er nog slechts één stam: de Jibaros. Ze hebben een gebied toegewezen gekregen waarin ze mogen wonen en jagen. De regering laat ze dus ook met rust. De leden van deze stam staan er om bekend dat ze de hoofden van bezoekers afhakken en deze gedeeltelijk ontdoen van hun huid. De schedel wordt volgens een bepaald procedé verkleind tot de grootte van een vuist. De lippen worden op elkaar vastgebonden met touw om er voor te zorgen dat de kwade geest niet ontsnapt. De lichamen worden in een rivier gegooid zodat ze kilometers verderop gevonden worden. Dit doel is tweeledig: én het schrikt toekomstige bezoekers af én uit ze doen het uit respect voor de nabestaanden van de overledene. Zodoende gunnen ze de “vijand” toch een waardige begrafenis. Óók vallen ze eenmaal per jaar een hut van een stamlid binnen en vermoorden iedereen ter plekke. Alleen de jongere vrouwen worden als bruid aan een mannelijk stamlid toegewezen. Van je maten moet je het hebben pfff….
Slachtoffers van de Jibaros-stamTarantulaBananenspinTarantulaTarantula
Tropische regenbui
Na een dik uur kregen we voor de eerste keer te maken met een tropische regenbui. Onze ponchos boden enigszins bescherming tegen het opvallende warme water. Het pad veranderde in een modderpoel en af en toe zonken we tot aan onze knieën weg in de drap. We liepen over boomstammetjes om de modderpoelen te ontwijken. Langzaam werd het weer droog. Een half uur later werden we vijandelijk begroet door honderden woedende Red howler Monkeys. Ik voelde me enigszins ongemakkelijk toen ze takken afbraken en deze onder oorverdovend gebrul naar ons groepje omlaag gooiden. Onze Gids Luis vertelde ons dat de apen “putu” (boos) waren omdat wij hun gebied doorkruisten. We besloten om snel door te lopen. Onderweg zagen we het voetspoor van de Brazilian Tapir maar het had geen zin om hem te volgen. Met zijn scherpe reukorgaan rook hij ons al van een kilometer afstand. Hij zou dus gewoon weglopen. Na vier uur zagen we onze kano weer liggen en konden we geheel doorweekt van de lekkere warme regen verder over rivier de Cuyabeno. Tijdens deze tocht dacht ik veel aan mijn kleine baby Ymàra. Ik hoop dat zij later ook dit soort avonturen gaat meemaken. Het is goed af en toe je grenzen op te zoeken. Ik zie steeds meer studenten van 18 jaar die voordat ze aan de universiteit beginnen een jaar low-budget gaan rondreizen. Ik vind dit een goed idee. Even die navelstreng doorknippen en de wijde wereld in. Alles zelf regelen. Weg bij paps en mams. Helemaal op jezelf. Jezelf leren kennen. Eventjes weg bij de nagellakjes, hairspray en het getut voor de spiegel. Hier word je volwassen. Geen tijd voor TLC of TMF.
Bezoek aan een indianenstam
’s Morgens werd ik gewekt door een hevig gebrul van honderden apen (common squirrel monkeys). Ze trokken in een grote groep langs onze lodge. Volgens de gids gingen ze ergens herrie schoppen. Ze waren “putu” ! Na het ontbijt gingen we vanaf Lago Grande de rio Cuyabeno stroomafwaarts en kwamen we na drie uur aan in een totaal afgesloten commune met de naam Puerto Bolivar.
We werden welkom geheten door de Yakchac (jungledokter) Olmedo. We leerden hoe we een brood moesten bakken van de wortel van een boom (Yuka-boom). Ook mochten we pijltjes schieten met zijn blaaspijp. Ze spreken het Paicoca. Een minderheidstaal welke slechts gesproken wordt door slechts 300 mensen. Op deze tocht zagen we veel dieren: twee anaconda’s, een luiaard, een groep white-throated Toekans, long-billed Woodcreeper, ringed kingfishers, striated Herons, bat Falcons, een Tree frog, passion vine butterflies, een black caimán, een Morpho butterfly, long-tailed potoo, blue-and-yellow Macaw,s, Greater Ani, Roadside Hawk, Wattled Jacana, wandelende takken en de pink-river Dolphin. Wat een lijst he ? Het kostte me een half uur tijd om allemaal die namen op te schrijven. Luis dicteerde me die onder het genot van een flesje bier.
ToekanCuy eten. Oftewel cavia.Jungledokter Olmedo
Minder dagje. Heftige diarree. Ik skipte alle dagprogramma’s. Ik wilde zo dicht mogelijk bij de pot blijven voor het geval. Het duitse-deense stel Catherine en Freyda namen afscheid en werden met de kano terug gebracht naar Tarapoa. Aussie Lucky ging met ze mee en besloot met de peddlekano terug te peddelen. Ik speelde wat met de huis-kaaiman. Iedereen was immers weg. In de keuken vond ik lekkere stukjes vlees en brood. Ik besloot de twee meter lange Crocky eens te gaan verwennen. Met het voedsel aan een stok geprikt schoof ik haar alles fijn in haar wijd opengesperde bekkie. Iedere keer probeerde ik dichterbij te komen. Het dichtsbij was een halve meter. Maar toen begon ze naar mijn gevoel wat te zeer met haar ogen te rollen. Met een dikke 100 kg vlees hoefde ze een aantal weken niet te jagen besefte ik ineens. Rond 16:00u kwamen twee nieuwe gasten binnen. Verrassend genoeg bleken dat Irene en Vreni uit Zwitserland te zijn. We hadden na de catamarantocht op Galapagos al afscheid genomen en elkaar een leuke voortzetting van de reis toegewenst. Nu zaten we weer met elkaar “opgescheept”. We hebben tot ’s nachts 02:00u op de veranda aan het meer gezeten. Gezellig wat gebierd. Irene kwam ineens lijkbleek van de wc terug. Er zat zo’n dikke kikker in de toch al niet frisse pot. Tja. Dan moet je even het boekje erbij halen om te kijken of ie niet giftig is haha. Een uurtje later gingen we maar naar bed. Op onze weg door het paaldorp zagen we enkele jonge tijgerpythons. Ene hapte naar mijn camera maar die kon daar gelukkig goed tegen.
Oh jee…diarree
De wespen aanval
Vandaag heb ik lekker lang uitgeslapen. We maakten nog een mooie ochtendwandeling in de buurt van het paaldorp en kwamen schitterende bloemen en planten tegen.
Rond de middag vertrokken we met de kano richting Tarapoa. Nadat we een uurtje gevaren hadden kruiste een zwerm wespen onze route. We werden alle vier méér dan drie keer gestoken. Dit deed meer pijn als een wespensteek thuis. Ik hield er drie kleine zwellingen aan over. Via Tarapoa gingen we met een busje naar het vliegveld van Lago Agrio. Hier nam ik afscheid van Ozzi Lucky. Om 17:00u vertrok het vliegtuig en was het Amazone-avontuur voorbij. Om 18:00u kwam ik in Quito aan. De derde keer deze maand. Het leuke is dat de Ecuadorianen tijdens het vertrek van het vliegtuig allemaal een kruisje maken en dan hun duim kussen. Het vertrouwen in de techniek is blijkbaar niet zo groot. Vannacht om 04:00u heb ik de wekker gezet en neem ik weer een binnenlandse vlucht richting Cuenca in het Andes-gebergte.
En hier was ik dan. Na een vlucht van twee uurtjes landde ik eindelijk op het hoofdeiland van de Galápagos eilanden. Het eiland van mijn meester: Charles Darwin. Hier had de beste man zijn instituut geleid. In het midden van de 19e eeuw veroorzaakte deze man een wetenschappelijke revolutie door o.a. te stellen dat de mens, gezien als diersoort óók deel uitmaakte van de natuur en niet bóven de natuur stond. In die tijd was hij natuurlijk een omstreden figuur. Nu weten we allemaal dat het DNA van een persoon o.a. bepaald wordt door die van de vader maar ook door die van de moeder. Zo heb ik mijn extreem hoge intelligentie te danken aan mijn vader en mijn beeldende schoonheid aan mijn moeder. Aangekomen in de haven van Puerto Ayora werd me het pinnen belemmerd door twee dikke zeehonden die voor de pinautomaat in slaap waren gevallen. Ik besloot ze maar met rust te laten en later terug te komen. Dan maar even een tukje doen in het hostel. Ik verbleef in Hostel Gardner samen met vijf Israëlische mensen op één kamer. Na een spoedcursusje hoe-houd-ik-rekening met elkaar konden we gelukkig door één deur. Buiten het hotel stond een bankje. Als je geluk had kon je er op zitten, maar meestal lagen er twee zeehondjes op. Op de grond lag een suikerklontje. Een mier rook er aan en liep vervolgens heel snel weg. Hij ging vast zijn vrienden halen. Ik pakte het suikerklontje weg. Dat zou straks natuurlijk een big fight worden want die andere mieren zouden allemaal denken dat hij had gelogen. Mooie volgevreten pelikanen en zeehonden zaten rustig bij de visboer te wachten op iets lekkers. Eindelijk was ik op het enige eiland ter wereld waar dieren niet bang waren voor mensen.
Islandhoppen op een catamaran
De eilandengroep bestaat uit 21 kleine eilandjes op 1000 km afstand van de kust van zuid-Amerika. Gedurende acht dagen verkende ik met een klein groepje mensen de eilanden te voet en met de fiets. Met de Solitario Jorge, een catamaran, verplaatsten we ons op dag één van het gezellige haventje in Puerto Ayora op het hoofdeiland naar het ieniemienie eilandje Mosquera. Onze kapitein bleef op de boot. Hij had stiekem een vrouwtje aan boord getrokken en we waren het er al snel over eens dat de lady niet zijn vrouw was. Aan het einde van de week gebeurde ook al zoiets raars en werd de kok voor onze ogen op volle zee gearresteerd door politie maar ook daarover later meer.
De catamaran had aan de voorzijde twee netten gespannen. Hierop kon je gaan liggen waardoor je als het ware over het water zweefde. Onder ons zagen we dolfijnen zwemmen. Ze haalden ons in en sprongen voor ons uit het water. Op onze ruggen brandde de snikhete zon. Op de Galapagos-eilanden heerst een woestijnklimaat en het hele jaar door is het tussen de 25-30ºC aangezien de eilanden kort bij de evenaar liggen. Het zeewater is maar 5ºC koeler dan de temperatuur aan land. We sprongen in het helderblauwe, warme water en meteen kwamen tientallen nieuwsgierige zeeleeuwen met een gigantische snelheid op ons af gezwommen. Vlak voor ons veranderden ze van richting om een botsing te voorkomen. Het was waar ! Op de Galapagos-eilanden zijn de dieren niet bang voor mensen. Ze zien ons niet als een natuurlijke vijand. Ze waren gewoon nieuwsgierig en kwamen even kijken wat we aan het doen waren. ’s Avonds had onze kok spaghetti met verse vis gemaakt. De vis had hij diezelfde dag nog gevangen op zee. Boven aan het dek konden we nog een lekker koud biertje drinken alvorens we gingen slapen. Ik had mijn matras uit mijn bed gehaald en deze op het dek neergelegd. Boven me zag ik ontelbaar veel sterren. Onder me zag ik even zoveel lichtjes. Dit waren sardientjes die op een of andere manier licht gaven of een zaklampje bij zich hadden. Grappig om te zien. Echter, de pelikanen konden de visjes hierdoor blijkbaar ook goed zien en stortten zich massaal in zee. Met hun bek vol visjes kwamen ze weer omhoog en aten hun catch of the day zittend op de reling naast me lekker op. ’s Morgens vroeg om 06:00u klonk de scheepsbel en konden we aan het ontbijt beginnen. Vandaag stond een lange hike op het naastgelegen Seymour island op het programma. Op het pad lagen joekels van leguanen. Ze waren absoluut niet bang. Zelfs de Blauw-en roodvoetgenten bleven op hun pad stil staan en keken ons minutenlang verbaasd aan. We snorkelden met white tip reefsharks en raakten ze zelfs aan. Vorig jaar was ik op de Fiji-eilanden geweest en hier had ik voor de eerste keer met haaien gezwommen. Ik herinnerde me nog dat ik aardig bang was om in het water te springen. Uiteindelijk viel het allemaal reuze mee. Maar het kan ook vreselijk fout gaan zoals met bioloog en presentator Freek Vonk die door een reefshark gebeten werd tijdens de opnames. https://www.nu.nl/225924/video/freek-vonk-deelt-heftige-beelden-van-zijn-haaienbeet.html. Hier waren de haaien echter lekker rustig en draaiden wat rondjes in het water. Ze cirkelden om de catamaran heen maar deden niets. Hetzelfde gold voor de zeehondjes. Ze speelden gewoon met je onder water. En af en toe beten ze in mijn flippers. Waarschijnlijk uit jaloezie dat ik zo’n grote “voeten” had.
Op de laatste dag werd onze kok van het schip gehaald en door de kustwacht in de boeien geslagen. Hij scheen al een paar maanden achter te liggen met het betalen van de alimentatie aan zijn ex. Wel raar om te zien. Gelukkig hadden we net het ontbijt op. ’s avonds hebben we maar zelf een hengeltje uit gegooid en zelf gekookt. Ook leuk haha. Tot zondag heb ik nog de tijd hier. Genoeg te zien voordat ik naar de Amazone vlieg. Heb het goed naar mijn zin hier !Weer aan boord van de catamaran startte iemand de discussie waarom haaien altijd eerst rondjes draaien voordat ze bijvoorbeeld een surfer aanvallen. Naar mijn bescheiden mening doen ze dit om ervoor te zorgen dat de surfer zich dan van angst beschijt en zodoende zijn darmen leeg maakt. Dit schijnt voor haaien beter te smaken.
Zit ik hier in de oceaan ? Nee hoor, gewoon op een eilandje van Galapagos aan de bar midden op de evenaar. En wat drink je op de evenaar ? Een Latitud Cero 🍺!
Isla Isabela
Ik ben hier nu drie dagen en er vallen me een aantal dingen op. Ik vind het heel leuk om over onverharde wegen te rijden en een gevoel te krijgen waar je bij de Efteling veel geld voor kwijt bent. Ook de dag-en nacht brullende generator onder mijn raam heb ik al een koosnaampje gegeven en om de zoveel seconden luidt er een roestige tik waardoor ik het nummer Try van Pink kon meeneuriën. Ik deelde mijn kamer met een Roemeen en twee Turkse jongens. Het leek wel de wachtkamer van het UWV. Maar op dit eiland waar toerisme nog niet zo lang geleden zijn intrede deed is wat raars aan de hand. En ik weet niet wat. Ik boekte een driedagen trip voor niet weinig dollars. Alle beloofde ingekleurde dagprogramma’s wijzigden ter plekke. I.p.v. een middagje snorkelen stond ik ineens op een vulkaan. Gewoon, omdat het snorkelbusje vol was. Ik boekte een rustig, cozy hostelletje en na het ontbijt hielp ik ineens de schoolleiding van een 47-hoofdige groep 3-snotterbende mee kleurplaten volgekliederd te krijgen. Veel auto’s hebben geen deuren of ramen, laat staan verlichting. De twee man sterke arm der wet speelt ’s avonds op kapotte slippers biljart en hakt het een na het andere biertje naar binnen. De heerlijk ogende dagverse vis wordt standaard gedegradeerd tot stukjes kibbeling uit het vet als je niet drie keer à la plancha roept. Iedereen doet maar iets wat hem op dat moment invalt. Een beetje European efficiency zou hier goed doen maar ach, wie ben ik, de mensen hier zijn gelukkig. Drie weken wachten op een zak cement. Wie maalt er om met zulke mooie stranden en iedere dag een stralende zon ?
Vandaag zouden we gaan hiken. Maar het werd toch snorkelen met haaien. De gids keek verbaasd omdat niemand een zwembroek bij zich had. Ongeloof maakte zich meester van de überstructured Amerikanen. Amerikanen in je groepje is sowieso een recept voor ellende. Ze praten hard en oppervlakkig. Ze vinden alles great en dat herhalen ze bij ieder werkwoord in een zin. Tegenover me zat een bruinzonderzon-aangebrande middenvijftiger met zo’n doodgebleekt presidentengebit. Aan zijn voeten had hij een paar Air Max Niké’s en hij droeg witte sokken tot bijna over zijn knieën. Hij had een ram rood old school ruiten hemdje aan. Op zijn rug kon je nog zien waar de asbak en de fruitschaal hadden gestaan. Naast hem zat zijn nieuwe life-upgrade van ik schat 32 lentes jong. Ze had er twee flinke ballonen op laten schroeven. Dat was me al snel duidelijk. Het hele busje mocht er naar kijken. Ze gedroeg zich als een natte tosti. De hele tijd zat ze met haar jatten in haar blonde pruik en haar krokodillenleren Vuitonnetje had ze op haar schoot gezet met het embleempje naar de anderen gericht. “Als ik er veel voor heb laten betalen, mag iedereen het ook zien”, zal ze gedacht hebben. Ik vroeg me sowieso af hoe ze die hike had willen doen op haar Louboutin-hakjes. Naast haar zaten twee jonge meiden uit Tampa, Florida. Ze vonden het maar saai hier. Geen vette clubs met stampende beats van Avicii. Ze zaten de hele tijd op hun mobiel te tikken. Zelfs op een eiland zonder 3G of WIFI hielden ze dat met gemak een uur vol. Dat zijn van die kids die liever hun iPad opeten dan hun bordje aardappelen. Ik wilde de ellende wat me nog te wachten stond vóór zijn dus dacht: “Big skip. Hey kijk, een sellie strandbarretje”. Met gekoelde glazen lekker bier. Hetzij in verdriet of grote vreugd, een pot bier doet altijd deugd. ’s Avonds kwam ik wat mensen tegen van de catamaran-tocht. We besloten eerst te gaan eten en dan stevig te gaan drinken. Voor zo’n ouderwets schrans-en drankgelag is het voor iemand van mijn leeftijd verstandig om van te voren een back-up te maken van wat ik nog allemaal weet. De dag erna ben ik gewoon alles kwijt. Let’s go !
De aardbeving
Op 16 april 2016 deed zich een aardbeving voor aan de kust van Ecuador. Hierbij vielen 600 doden. Dit was de zwaarste aardbeving sinds 1949 en ik was helaas erbij. De aardbeving had een kracht van 7.8 op de schaal van Richter en had veel schade aangericht. Ineens was het vol op straat. Mensen huilden. Op TV was de ramp op het vasteland goed te zien. Gebouwen waren ingestort en hulpverleners liepen met brancards in hun handen om gewonden naar de toegesnelde ambulances te brengen. Voor mijn ogen voltrok zich een ware ramp. Had ik thuis gezeten dan was me dit nieuws misschien helemaal niet opgevallen maar nu zat ik middenin de ellende en kon niets meer dan medeleven betuigen aan de plaatselijke bevolking. Ineens klonk er een omroep. De capitino van het eiland sprak. We hadden een half uur de tijd om wat spullen te pakken. Daarna zouden wevervoerd worden naar de bergen. Het zou zo maar kunnen zijn dat er een tsunami richting het eiland kwam. En dan kon je beter maken dat je weg kwam. Mijn kamer was op de eerste verdieping dus dat zat wel snor. Ik dacht meteen dat het dan wel eens een lange nacht kon worden dus kocht in een een winkel om de hoek twee sixpacks koud bier. Hierna ging ik naarf het hostel alwaar ik wachtte op de legertruck die onz xou komen ophalen. Echter, na een uur werd het tsunami alarm afgeschaald. Het gevaar was geweken.
De zombie-mier. Hij bestaat. Een waar verhaal. Niet alleen leuk om met 10 potten bier op aan de bar dit verhaal van me aan te horen maar ook reuze-interessant omdat je nu ineens ervaart wat ten grondslag ligt aan al die zombie-films. Tijdens de nachtelijke junglewandeling dichtbij de lodge aan het pikzwarte meer wees onze gids plotsklaps op een schimmel, een paddestoel (Ophiocordycepsaustralis). Naast de paddenstoel lag een reusachtige dode mier met een soort antenne welke tevoorschijn kwam uit zijn hersenpan. Aan het uiteinde bevond zich een felrode knop. De mier was vorige week overleden kon de gids vaststellen. Daarna begon zijn verhaal over de zombie-mier. De betreffende paddenstoel is één van de meest intelligente levensvormen binnen het Amazone-gebied. Nu niet beginnen te lachen maar even doorlezen. Misschien moet je eerst even op onderstaand link klikken en het BBC-filmpje kijken zodat je overtuigd bent van het bestaan van de zombie-mier, want ik heb hem gezien en jij dadelijk ook ! Om het voortbestaan van de soort veilig te stellen dient de paddenstoel zich te vermeerderen. Maar zonder zichtvermogen en zonder armpjes of beentjes wordt dat moeilijk. Dus zocht de natuur zijn weg en ontwikkelde hij een sterk stukje overlevingstactiek…… lees verder hoe de zombies ontstaan. Inmiddels kunnen 600 diersoorten geïnfecteerd raken. Wanneer zijn wij aan de beurt ?
Infected Zombie Ant with a antenna emerging from his brain
Om het voortbestaan van de soort veilig te stellen dient de paddestoel zich te vermeerderen. Maar zonder zichtvermogen en zonder armpjes of beentjes wordt dat moeilijk. Dus zocht de natuur zijn weg en ontwikkelde hij een sterk stukje overlevingstactiek.
Deze schimmelparasieten kunnen het gedrag van mieren manipuleren door hen te injecteren met bioactieve stoffen. Zo leerde hij eerst de mieren te onderscheiden. Zoals jullie weten werken mieren in groepjes. Zo heb je de werkers, de soldaten maar ook de verkenners en de koningin. De verkenners doorzoeken de omgeving en zodra ze iets lekkers gevonden hebben blaast een of andere opperverkenner bij wijze van op een fluitje en de werkers slepen het lekkers op huis aan. De paddestoel echter heeft een gigantisch reukvermogen. Hij kan op basis van dit reukvermogen onderscheid maken tussen een verkenner (altijd een ander geurtje omdat hij op veel plekjes komt) en een soldatenmier (blijft dichtbij de hut). Als hij bij een verkenner een geur waarneemt van bijvoorbeeld een gevallen blad van een boom waarvan hij denkt dat zijn toekomstige nazaten daar een goede voedingsbodem aan hebben, dan maakt hij zich ineens aantrekkelijk voor de mieren. De opperverkenner eet de paddestoel op en zo komt de parasiet in het lichaam van de mier.
Tarantula
Binnen enkele dagen vindt deze parasiet zijn weg naar de hersenen van de opperverkennermier. Na een week neemt de parasiet het bewustzijn van de mier over. De mier wordt een zombie. Hij doet alleen nog maar dingen welke de parasiet hem “influistert”. De opperverkenner geeft opdracht om al die lekkere bladeren van 100 meter verderop te versjouwen naar de omgeving waar de paddestoel staat.
Tarantula
Binnen een week wordt hier één lopend buffet gevormd welke in de weken hierna dienst doet als voedingsbodem voor de kleine paddestoelen die nog “geboren” moeten worden. Tijdens die week groeit een antenne met rode knop uit het lichaam van de mier. Als de paddestoel vindt dat er genoeg bladeren liggen geeft hij opdracht aan de opperverkenner om een boom in te klimmen.
Banana spider (very poisonous)
Boven in de boom gekomen krijgt de oppermier het bevel om zich omlaag te storten. Tijdens zijn val scheurt de rode knop open en worden alle sporen die zich in de rode knop bevinden over een groot gebied verspreid. Weken later zie je dus ook dat de paddestoelen zich over een gebied verspreid hebben. De voortplanting is een feit. Zo hebben je vele soorten paddestoelen die dit creepy truukje uithalen. De één bij een mier , de ander bij bijvoorbeeld een spin. Wanneer zijn wij aan de beurt ?
The Zombie ant. He exists. A true story. During the nocturnal jungle walk near the lodge on the pitch-black lake our guide suddenly pointed to a fungus, a mushroom (Ophiocordycepsaustralis). Beside the mushroom there was a giant dead ant with a kind of antenna that emerged from his brain. At the end there was a bright red button. The ant was deceased last week so the guide could determine . After that his story about the zombie ant started. The type of fungus is one of the most intelligent life forms within the Amazon region. Now do not start laughing but just keep on reading. Maybe you should first watch the video below so that you are convinced of the existence of the zombie ant, because I’ve seen it!
To ensure the survival of the species, the mushroom needs to multiply. But without vision and without arms or legs that would be very hard. So nature founds its way and developed a strong piece of survival tactics. These fungal parasites can manipulate the behavior of ants by injecting them with bioactive substances. In this way he first learned to distinguish the ants. As you know, ants work in groups. So you have the workers, the soldiers but also the scouts and the queen.
Baby Cayman
The scouts search the area and as soon as they have found something tasty, one of the chief scouts blows a whistle and the workers drag the goodies to their homes. However, the mushroom has a gigantic sense of smell. Based on this sense of smell, he can distinguish between a scout (always a different scent because he comes in many places) and a soldier ant (stays close to the hut).
Infected zombie spider
When he perceives a scent from a scout, for example of a fallen leaf of a tree that he thinks his future offspring have a good breeding ground for, he suddenly makes himself attractive to the ants. The scout eats the mushroom and the parasite enters the ant’s body. Within a few days, this parasite finds its way to the brain of the scout. After a week the parasite takes over the consciousness of the ant.
Infected zombie spider
The ant becomes a zombie. He only does things that the parasite “whispers” to him. The infected scout orders the other healthy ants to bring all those tasty leaves 100 meters further away to the environment where the mushroom has his habitat. Within a week, a single buffet is arranged which in the following weeks serves as a breeding ground for the small mushrooms that have yet to be “born”. During that week an antenna with red bud grows out of the body of the ant (scroll up to the first picture).
Baby python
If the mushroom thinks that there are enough leaves, he orders the scout to climb a tree. When he gets to the top of the tree, the infected ant gets the order to plunge down. During its fall, the red button will tear open and all traces in the red button will spread over a large area. Weeks later you also see that the mushrooms have spread over that same area. Reproduction is a fact. So you have many kinds of mushrooms that this creepy trick. Some with an ant, some with a spider or a bird. When it’s our time to be infected ?You can read it again at: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Ophiocordycepshttps://www.scientificamerican.com/article/fungus-makes-zombie-ants/